Het virus van desinformatie

In de westerse wereld is over het algemeen wel een breed besef welke de grootste bedreigingen voor de mensheid zijn: klimaatopwarming, ineenstorting van ecosystemen, chemische vervuiling, ongecontroleerde biotechnologie, kernoorlog. Ook groeit het besef dat zonder een wereldwijde, supranationale samenwerking de oplossingen voor deze problemen er niet zullen komen. Dit gebrek aan internationale samenwerking bij deze existentiële items is dus op zichzelf al een zesde bedreiging. En aangezien het oplossen van deze vitale, complexe problemen direct afhankelijk is van empirisch betrouwbare, testbare data en relevante informatie kan een zevende bedreiging er gevoeglijk aan worden toegevoegd, een die wellicht boven alle andere problemen uitstijgt omdat ze oplossingen versluierd, vertraagd of blokkeert: desinformatie.

Desinformatie door fake-facts, cheap- en deep-fakes, trolls, conspiracy theories, propagandamedia en slechte research-en wetenschapsjournalistiek over het algemeen. Zonder betrouwbare feiten en informatie kan een individu zich niet oriënteren in de wereld en ontstaat er in samenlevingen een wantrouwen tegen de overheid en zijn instituten, tegen de media, tegen de tech-giganten, tegen de wetenschap en uiteindelijk tegen de democratie zelf. Het virus van de desinformatie keert zich tenslotte tegen de mensheid zelf.

Het domein waar men de meeste publiekelijk checkbare data en betrouwbare informatie zal vinden is binnen de global scientific community. Niet bij politieke, religieuze en economische leiders, zij zijn (en waren) eerder een sta in de weg om met 21ste eeuw oplossingen voor wereldproblemen te komen. Hun rol is idealiter om de best mogelijke wetenschappelijke expertkennis desinformatievrij te verzamelen en die op een zo transparant mogelijke manier te vertalen naar een sociaal/economisch beleid.

De coronapandemie laat op een hoogst pijnlijke manier zien (gelukkig maar, zou je zeggen) waar het mis kan gaan. Politieke leiders die wetenschappelijke expertkennis bagatelliseerden of domweg negeerden gingen op hun bek en moesten tenslotte buigen voor de mortaliteitscijfers. Religieuze leiders die de samenscholingswaarschuwingen in de wind sloegen idem dito. En de global corporate elite die een onbelemmerde vrije wereldmarkt bleef propageren lukt dat alleen in landen waarvan de politieke elite zich niet laat leiden door de adviezen van de scientific community.

Desinformatie, verspreid door overheden en economische belanghebbenden, kon wel eens het grootste probleem zijn bij het vinden van oplossingen voor de top 6 wereldproblemen. Immers desinformatie, ongeacht de bron ervan, wordt voornamelijk verspreid door niet-experts, in dit geval door de leken op een bepaald (top 6) wetenschappelijk probleemgebied.

De empirische wetenschappers zelf zullen niet snel desinformatie verspreiden tenzij experts daartoe gedwongen worden door hun (vnl. autocratische) regimes, of gechanteerd of omgekocht worden door belanghebbende bedrijven of instituten. Binnen de worldwide scientific community van de empirische wetenschappen is het moedwillig verspreiden van desinformatie ongebruikelijk, althans vele malen minder dan erbuiten, omdat het publiceren van fake- of soaponderzoek meestal leidt tot de uitstoting van frauderende onderzoekers uit hun community. Bovendien zullen de gecorrumpeerde onderzoeksinstituten waarin ze werken grote financiële en prestigeschade lijden.

Het bestaan waarmee wetenschap staat of valt is ‘waarheidsvinding’ (in de zin van: de voorlopig meest waarschijnlijke correlatie en causaliteitsbevinding) en niet prestigieuze macht, politieke ideologie of geldelijk gewin. Dat macht, ideologie en geld in de dynamiek van onderzoeksinstituten binnensluipen zal niemand ontkennen maar het zelfreinigende vermogen (ethische commissies, sponsor-publicatieplicht, fact-finding commissies, transparency guidelines, ed.) vormt een behoorlijk filter daartegen, althans ze beschikken over een vele malen beter anticorruptie-filter dan buiten de academische wereld. 

Het gevaar dat desinformatie verspreid wordt door de gevestigde, zgn. onafhankelijke media blijft steeds aanwezig omdat de nieuwsmedia financieel afhankelijk zijn van grote mediaconcerns, van hun adverteerders en van de lees- en kijkcijfers van hun publiek. Daarnaast zijn de media voortdurend onderhevig aan de druk die regeringen, overheidsinstituten en grote corporaties direct en indirect op hen uitoefenen. En onderhevig aan de selectief geframede informatie die deze aan de media afgeven, plus afhankelijk van de (on)welwillendheid om zich door een kritische media-analyse te laten ‘onderzoeken’. 

Over het gevaar van desinformatie verspreid door de social-media hoeven we het niet te hebben, dat is voor iedereen wel duidelijk (bv. de 10.000 fact-checkers en de fact-algoritmes van Google zullen weinig zoden aan de dijk zetten, daarvoor is het fenomeen desinformatie te omvangrijk en zijn er teveel andere oncontroleerbare social-media kanalen).

Wat te doen? Niemand weet het. Het enige wat men mag hopen is dat de wereldburger er op staat dat hun overheden het recht op vrije informatie, het recht op vrije meningsuiting en het burgerlijk demonstratierecht invoeren, respecteren en zeer hartgrondig verdedigen. Zo niet dan is burgerlijke ongehoorzaamheid door bezettingen, blokkades, ethisch hacken, boycotten, en het saboteren van repressieve overheden ed. zeer goed te verdedigen. 

Wat men tenslotte vooral mag hopen is dat wetenschappers uit hun studeerkamers komen en het als een normale verantwoordelijke taak beschouwen om hun kennis en adviezen onder het grote publiek te brengen, om de bevolking in begrijpbare taal voor te lichten en te mobiliseren om zich te verzetten tegen hun ondergangslot. Niet afwachten tot je door de media uitgenodigd wordt, niet afschuiven met ‘dit is wetenschap, de rest laat ik aan de politiek over’, niet volstaan met handtekeningacties in grote kranten of overlaten aan persvoorlichters van de eigen universiteit. Als het om halszaken gaat zoals bij de top7 wereldbedreigingen zal de stem van de wetenschap veel harder en activistischer moeten klinken. De wetenschapper kan het zich bij deze zaken niet meer permitteren om zich apolitiek op te stellen.

Mijn gok is dat we het in de eerste plaats zullen moeten hebben van een zeer luide stem uit de wetenschappelijke wereld dwz. van hun moedige verzet tegen tegen de misbruikers/verspreiders van desinformatie en van hun onvoorwaardelijke loyaliteit aan de wereldbevolking die in toenemende mate in existentiële nood raakt.

Oudere werkenden moeten zichzelf (kunnen) afschermen

Begin April schreven we een artikel over wat we dringend over de werking van het Corona-virus te weten zouden moeten komen (link). De vragen die we toen stelden zijn wetenschappelijk nog geen van alle beantwoord. Statistisch weten we nu wel dat de kans op ziekmakende besmetting bij 50 plussers (vooral mannen) hoger is – meer dan 50% van onze volwassen bevolking dus. En dat de sterftekans het grootst is bij 70 plussers en bij mensen met reeds andersoortige ziekten of fysieke aandoeningen.

Nu overal stap voor stap de lockdowns in Europa worden versoepeld, zal de komende maanden duidelijk worden hoe snel het aantal besmettingen weer toeneemt, zeker als in de zomer het aantal reisbewegingen door dagbesteding en toerisme (hoe beperkt ook)  weer flink zal gaan toenemen.

Zonder een goed funcionerend stelsel van controle mechanismen lijkt het in de komende maanden toestaan van internationaal toerisme opnieuw een bron te kunnen worden van nauwelijks traceerbare besmettingen. Ik ben benieuwd met welk advies hierover de Europese commissie deze week komt.

Inmiddels waarschuwen wetenschappers ook al voor een samenloop van coronabesmettingen met het rondgaan van de jaarlijkse gewone griepvirussen dit najaar. Mensen met gewone griepachtige verschijnselen zouden dan sneller ook met Corona besmet kunnen worden en daardoor zwaardere ziekteverschijnselen kunnen krijgen.

Voor alle overheden in Europa is gelukkig nu wel duidelijk geworden dat er maar één manier is om het virus blijvend te bestrijden (en dat kan nog jaren nodig zijn), de klassieke manier: verdachte gevallen opsporen en/of bij de huisarts telefonisch laten aanmelden, testen en zo nodig isoleren, contacten opsporen en deze ook testen en zo nodig isoleren. En voor alles moet nu de sociale regel gelden: voel je je ziek? Blijf dan thuis en laat je testen.

Inmiddels weten 50 plussers wel waar ze aan toe zijn. Je kunt noch sociaal, noch economisch, de hele bevolking van een land gedurende langere tijd qua bewegingsvrijheid inperken, dus zullen 50 plussers zich zelf moeten afschermen tegen besmetting. Dat kan alleen als ze zichzelf in hun eigen sociale leven afdoende inperken. Dat geldt zeker voor werkenden!

Alle sociale organisaties (overheid, bedrijfsleven etc.) zullen bij verdere te nemen maatregelen rekening moeten houden met de bescherming van 50 plussers. Zeker lager opgeleiden die in omgevingen werken met veel anderen: in het openbaar vervoer en in winkels en fabrieken hebben niet veel te kiezen en moeten dus op extra bescherming van hun werkgevers kunnen rekenen.

Cyberveiligheid nu nog essentiëler

Tijdens en waarschijnlijk ook na de Coronaperiode werken en leven we meer dan ooit solistisch via beeldschermen: de mobi, de tablet en de computer. Naast de websites, de e-mail, de sociale media en specifieke apps is daar nu standaard het beeldbellen- en vergaderen bijgekomen.

Onze overheid zou nu al een taskforce aan het werk moeten zetten (en een miljard euro reserveren) om de cyberveiligheid van de overheidsinstellingen, bestuursorganen, staatsbedrijven en door de overheid/burgers betaalde non-profitorganisaties op een veel hoger peil te brengen. Dit geldt ook voor de digitale  beveiliging van strategische voorzieningen als energie, telecommunicatie e.d. Bedrijven zullen hetzelfde moeten doen.

De cyberveiligheid wordt in de toekomst een veel groter probleem dan het nu al is. Als werknemers meer thuis werken, overleg meer via beeldbellen verloopt en nóg meer communicatie digitaal gaat verlopen, biedt dat nog meer en zelfs uitgelezen nieuwe kansen voor hackers. Niet alleen voor pubers die elektronisch rotzooi trappen, maar vooral voor criminele digitale gijzeling en politieke desinformatie of  informatiediefstal door andere landen. Als gevolg van teruglopende internationale contacten is cyberspionage als politiek middel en voor bedrijfsspionage voor landen des te urgenter geworden. China vs Amerika. Amerika, China en Rusland vs Europa.     

Deze spionage zal nog schadelijker kunnen worden als werkgevers werk-controle software met beeld en geluid op de digitale apparatuur van hun thuiswerkers gaan zetten. Maar ook bijvoorbeeld als de overheid steeds meer apps gaat gebruiken voor belastingen, huisvesting, gezondheid e.d. Allemaal uiterst kwetsbare gereedschappen met mogelijkheden voor hackers om chaos te creëren, gegevens te stelen en het functioneren van een samenleving te verstoren.

En dan hebben we het nog niet eens over die lacherige kreet ‘aantasting van de privacy’. Zoals filosofe Maxim Februari keer op keer opmerkte: dat is een veel te softe term. Het gaat feitelijk om de aantasting van het wettelijke grondrecht van de burger op onaantastbaarheid van zijn of haar persoonlijke levenssfeer, zonder toegang door derden. Dat recht hebben we als samenleving uit ‘efficiency’ oogpunt jaren geleden al sterk aangetast door welke elektronische dienstenprovider dan ook toe te staan cookies op onze persoonlijke digitale spullen te plaatsen. Informatieblokjes die het mogelijk maken gegevens over onze persoonlijke levens te combineren tot persoonlijke gedragsmodelletjes (algoritmen).

Nu we door de pandemie onze levens nog verder lijken te gaan digitaliseren, is het niet moeilijk om post-Corona je ook in Europese landen een digitaal Toezicht- en Bewakingssysteem rond onze persoonlijke gedragingen voor te stellen, waaronder de Chinezen nu  al gebukt gaan, gedragsprofielen waar ook de rest van de wereld via cyberspionage in mee kan kijken.

Amerika is inmiddels een Derde wereld land

Ik volg de afgelopen jaren nauwelijks nog het nieuws over Amerika en al helemaal niet over Trump. En dat terwijl ik vele jaren geabonneerd was op Time magazine en er in het kader van mijn werk bijna ontelbare keren ben geweest. Ik woonde er zelfs lang geleden een jaar als exchange student.

De Corona pandemie laat zien dat Amerika een gecorrumpeerd Derde wereld land is geworden waar de Federale overheid (en de lokale overheden van vele Staten) nauwelijks nog zorg hebben voor het welzijn van haar burgers. Natuurlijk militair en economisch zijn de VS nog steeds de enige supermacht. Maar dat was het Romeinse Rijk ook nog steeds in haar nadagen. In Amerika komen de barbaren echter niet van buiten, maar vernietigen ze het land van binnenuit.

In 6 weken tijd meer dan 1 miljoen besmette burgers, op dit moment 3000 Corona gerelateerde doden per dag. Tot op heden al meer dan 70.000 doden (vaak haastig in massagraven begraven) en bijna 30 miljoen werkloos terzijde geschoven loonslaven, die zich met een uitkeringsfooi, zonder betaalbare – gezondheidszorg en rechtstoegang maar moeten zien te redden.

Amerika is al lang geen democratie meer. Het land wordt gerund door de superrijke oligarchen die met veel geld de verkiezingen naar hun hand zetten. Ze worden daarbij geholpen door hun Republikeinse patronage cliënten in het Congres en de commerciële media. De Republikeinen preken een populisme van vergane en te herwinnen Amerikaanse glorie gericht op de traditionele, lagere middenklasse, witte burgers.

Trump werd in 2016 gekozen door 26.2 % van de kiesgerechtigde kiezers (Clinton: 27,4%). Hij won de verkiezingen door het systeem van districten en kiesmannen. De Republikeinen zijn er meester in geworden om het lager opgeleide niet-witte kiezers moeilijk te maken om überhaupt te gaan stemmen,  om steeds weer op basis van statistiek de grenzen van de kiesdistricten te veranderen (zodat ze vooraf verzekerd zijn van een meerderheid in het district) en daarnaast miljarden dollars in reclamecampagnes te pompen. En vandaag de dag in het voeren van bewust leugenachtige desinformatie campagnes via de sociale media.

De criminele sociopaat Trump en zijn lokale handlangers in de staten zijn al jaren bezig de organisatorische infrastructuur van het land tot op het bot af te breken, veelal via decreten (geleerd van Poetin en Erdogan?). Het Amerikaanse Congres oefent haar taak als Wetgever en Toezichthouder nauwelijks meer uit. De Rechtbanken tot en met het Hoogste Gerechtshof werden bevolkt met ideologisch verwante rechters. Van een scheiding der machten is al lang geen sprake meer. De organisatorische schade van de afgelopen 4 jaar kan pas na jarenlange inspanning weer worden hersteld, maar het is niet te verwachten dat dit gebeurd. Het zou me niet verbazen als Trump gewoon herkozen wordt.

Van massaal verzet is niet echt sprake. De hogere Middenklasse wordt gevangen gehouden door onvoorstelbaar hoge studieschulden voor hun kinderen, waarvan de aflossing door hun kinderen zelf niet kan worden verricht wegens gebrek aan goedbetaalde banen, tenzij ze toetreden tot  de super-kapitalistische Republikeinse  orde.

De links intellectuele elite is volstrekt gefragmenteerd door het identiteits- en slachtoffer-denken. Die willen vele zaken niet eens meer zien of zelfs maar horen en pogen steeds vaker censuur uit te oefenen. Gewapende rechts radicale anarchisten graven de diepgaande sociale kloven verder uit.

Van de verarmde onderkant (40%?) van de bevolking (laagopgeleide witte –  en zwarte bevolking en de Latino´s) is weinig te verwachten, die zijn te druk bezig met overleven. De migranten houden zich natuurlijk helemaal stil, hun seizoensarbeid in de landbouw en hun dienstenbaantjes bij de rijkere burgers, moeten ze uitvoeren in een dagelijkse sfeer van verdachtmaking van illegaliteit, zelfs al hebben ze alle juiste papieren.

Ik ben blij aan de andere kant van de oceaan te wonen. Vijfenzeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog is Amerika, het land van vrijheid, democratie en ongekende mogelijkheden, het licht en de hoop van velen in al die afgelopen jaren, verworden tot een superkapitalistische ‘ the narcistic Rich take it all’ bananen republiek. Engeland lijkt dat voorbeeld te volgen

Kent Nederland geen minimum Uurloon?

Lodewijk Asscher, leider van de PvdA, stelde kortgeleden voor om in Nederland een minimum uurloon in te voeren. Ik dacht dat dit al lang bestond, maar er is nu blijkbaar alleen sprake van een minimum dagloon. En slimme kostenbewuste werkgevers maakten van deze omissie gebruik om mensen meer uren te laten werken op een dag, dus feitelijk onder het minimumloon.

Als de Corona crisis ons economisch iets heeft geleerd, dan is dit welke mensen/beroepen onmisbaar zijn voor de economie. En dat flexibele arbeidskrachten het eerste werkloos worden en door ons als burgers moeten worden ondersteund.

Duidelijk is nu wel dat werkenden tenminste:

  • Een minimum uurloon moeten verdienen;
  • Een minimum aantal contracturen moeten kunnen werken (dus geen nul-urencontracten meer);
  • Een inkomen moeten kunnen verdienen, dat niet alleen gebaseerd is op stukloon, zoals de 50 ct per bezorgd pakje betaald door PostNL. Een uitwas uit de 19e eeuw.

Zo kunnen werkenden enige zekerheid (en een werkloosheids-uitkering) ontlenen aan een baan. Velen vallen bij het UWV nu tussen de wal en het schip.

Dit moet zeker gelden voor alle nu vastgestelde onmisbare beroepen. Daar vallen niet alleen bijvoorbeeld schoonmakers onder, maar tegenwoordig ook de bezorgers. Hun dagelijkse pakjes, boodschappen en maaltijden maakten het ons een stuk gemakkelijker om thuis te kamperen.

Trouwens nu is ook de tijd om eindelijk eens een minimum uurtarief voor ZZP’ers vast te stellen, voldoende om:

  • Korte perioden zonder werk of bij ziekte te kunnen overbruggen;
  • Arbeidsongeschiktheid collectief te verzekeren;
  • Een percentage van het tarief te kunnen sparen voor pensioen (eventueel via eigen vermogensvorming in een eigen huis).

Ja, dat kost de werkgevers geld. Maar nu kosten de werkgevers ons als burgers geld, door die werkenden op onze steun af te schuiven!

De werkgevers rekenen die kosten maar gewoon door. Dan zijn de bezorgkosten van webwinkels maar eens een paar euro hoger. Bezorgen kost geld, gratis bezorgen concurreert met gewone winkels. In deze tijd zijn die vele prachtige klassieke boekwinkels daar al het eerste slachtoffer van.

En wellicht moeten we in plaats van te klappen de hardwerkende, risico nemende verplegenden en verzorgenden nu al direct 10% loonsverhoging geven in plaats van taarten. Dan wordt de Zorgverzekering maar wat duurder. De Zorgverzekeraars besparen een boel geld in tijden van Corona en verhogen eventueel de zorgpremies maar een beetje. Ze betalen tenslotte ook de struik rovende farmaceuten.

We zouden nog een aparte beschouwing kunnen wijden aan al die Oost Europese seizoenarbeiders, die bijvoorbeeld ons voedsel plukken en in tijden van Corona met velen opgesloten zitten in aan malafide uitzendbureaus duurbetaalde kamers in eengezinshuizen of caravans. Wellicht is dit de tijd om die uitzendbureaus te saneren en vergunning plichtig te maken onderhevig aan scherpe voorwaarden. Die cowboys genieten nu coronavrij in hun luxe Brabantse huizen met grote tuinen.

Tele-rechtspraak in tijden van corona

Een paar dagen geleden kwam me het volgende verhaal ter ore. Het betrof een gerechtelijk geschil over een nogal ingewikkelde financiële kwestie tussen twee personen. De kwestie was nogal acuut omdat de Verzoeker (klager) zijn afgesproken maandelijkse bedrag van de Verweerder (aangeklaagde) al maandenlang niet meer ontving, waardoor hij niet meer in zijn levensonderhoud kon voorzien en leningen/schulden moest aangaan.

De kwestie werd om die reden aan de kortgedingrechter voorgelegd en er kon een ‘electronische spoedrechtzitting’ (zgn. Telehoren) worden afgesproken. En daar ging het mis:

  1. De rechtszaak kon alleen telefonisch gevoerd worden, er was geen videoverbinding. De Verzoeker en zijn advocaat bevonden zich op verschillende locaties, de Verweerder bevond zich samen met zijn advocaat op één locatie. Een directe, korte ruggespraak tussen Verzoeker en zijn advocaat was dus niet mogelijk, hetgeen toch zeker een abnormale omstandigheid te noemen is.
  2. De telefoonlijn viel herhaaldelijk weg of werd verbroken wat niet of te laat werd opgemerkt door partijen, waardoor er hiaten en verwarring in de betogen ontstonden.
  3. De Verzoeker kon bij afwezigheid van een videoverbinding soms niet meer onderscheiden of de rechter of de advocaat(en) aan het woord was hetgeen hoogst verwarrend was en waardoor hoor en wederhoor niet goed verliep.
  4. De rechter stelde voor aanvang van de zitting ook niet de communicatiespelregels vast, bv.: U kan alleen spreken als ik u het woord geef. Het gevolg was dat er tijdens de zitting regelmatig door elkaar gesproken werd hetgeen de verwarring nog eens vergrootte.
  5. De zitting mocht alleen besloten gevoerd worden dwz. de Verzoeker mocht zich alleen laten bijstaan door een advocaat en niet door zijn fiscaal jurist die de ingewikkeldheid van de zaak kon uitleggen in het geval de advocaat van de tegenpartij of zijn eigen advocaat of de rechter de details onjuist interpreteerden, of vanwege de complexheid niet zouden begrijpen.
  6. De rechter zei openlijk dat hij de financiële complexiteit inderdaad niet begreep. De advocaat van de Verzoeker bleek de complexiteit van de zaak ook niet te vatten en beiden moesten nota bene bij herhaling door de Verzoeker worden gecorrigeerd;
  7. De rechter stelde bij herhaling vragen waarvan het antwoord in de aangeleverde stukken te vinden was. De advocaat van de Verzoeker daarentegen gaf bij herhaling antwoorden die niet overeenstemden met hetgeen in de aangeleverde stukken aangevoerd werd. Zowel de rechter als de eigen advocaat gaven er blijk van de stukken kennelijk niet grondig te hebben (kunnen) gelezen of te interpreteren en door de algehele communicatieve verwarring kon de Verzoeker niet tijdig verwijzen naar de bladzijden waarop het juiste antwoord te vinden was.
  8. De rechter besloot de zitting met de uitspraak dat een verdere afhandeling tzt. alleen schriftelijk kon worden afgehandeld hetgeen opnieuw tijdsverlies voor de Verzoeker opleverde. Dwz. het spoedeisend belang van deze urgentiezitting viel weg, evenals de mogelijkheid om in tweede instantie hoor en wederhoor door de rechter op de aangeleverde stukken te laten plaatsvinden.

Het punt is hier dat door de coronacrisis er kennelijk niet voldoende ervaring kon worden opgebouwd in ‘elektronische rechtspraak’ (althans bij deze rechter) waardoor de rechtsgang voor partijen ernstig verstoord kan raken. De grote achterstand die rechtbanken door de coronacrisis hebben opgelopen (en nog gaan oplopen) maakt dat Telehoren en Videozittingen waarschijnlijk sterk zullen gaan toenemen. Maar als de kwaliteit daarvan een normale zitting niet benaderd zal dat bij partijen zeer grote frustratie opleveren en wordt daarmee de rechtsgang en het rechtsgevoel sterk verstoord. Erger nog: er worden onherstelbare fouten gemaakt, met grote consequenties. 

Het zou dus een goede zaak zijn als bij telefonische of videorechtzittingen, waarbij een of beide partijen, met aantoonbare argumenten/incidenten, kan aantonen dat er sprake is van een verstoorde elektronische communicatie, deze zittingen met de hoogste spoed op de juiste wijze worden overgedaan. Bovendien: als er weinig mensen bij een rechtszaak betrokken zijn hoe moeilijk is het dan om een 1,5 meter rechtszitting te houden?  Oppassen dus, dat de overbelastte Vrouwe Justitia niet door het coronavirus wordt geïnfecteerd!!

De boeren zullen hulp nodig hebben

Bijna 20% van de Amerikanen, veelal met de laagste inkomens, is inmiddels werkloos. Hun leven veranderde in één maand radicaal. Want hun overheid biedt nauwelijks een financieel vangnet, om van de onbetaalbare particuliere gezondheidszorg maar niet te spreken. Voor hun dagelijks eten zijn velen van hen nu afhankelijk van de Voedselbank. Echter die hebben nu ook al nauwelijks voedsel meer.

De voedselproductie- en distributie in de Verenigde Staten is grotendeels lam gelegd, omdat de voedselverwerkingsindustrie niet meer functioneert. Niet alleen ten gevolge van door Corona besmette werknemers. Zonder grote horeca afnemers als McDonalds en minder vraag van de Supermarkten (minder klanten), is de hele keten verstoord. Met als gevolg dat de boeren hun gewassen nu maar gewoon onderploegen, hun melk in rivieren en beken laten stromen en hun vee afschieten.

De Nederlandse overheid heeft al vele miljarden in het bedrijfsleven gepompt, vooral om werkenden van inkomen te voorzien. Nu al is echter te voorzien dat de Agrarische sector (landbouw, veeteelt, tuinbouw etc.) het ook in Nederland erg zwaar gaat krijgen, zeker omdat het maar zeer de vraag is of de export naar Europa de komende maanden voldoende afzet kan leveren (opmerkingen van Rutte en Hoekstra over de Zuidelijke Europese landen waren in dit verband zeker niet bevorderlijk). Zo niet, dan zijn Amerikaanse toestanden niet uitgesloten. Dan zal er een boerenprotest komen van een heel andere orde dan de recente trekker optochten. Hoekstra kan beter nu al vele extra miljarden voor steun aan die sector gaan reserveren.

Het is maar te hopen dat Europese samenwerking er voor gaat zorgen dat geen sprake zal zijn van op grote schaal noodzakelijke voedselvernietiging door boeren.  Wellicht moet onze overheid daarnaast dan maar van de nood een deugd maken en op grote schaal de varkensboeren  en de vleesverwerkende industrie gaan saneren. Dat was ook voor het virus uitbrak toch al dringend noodzakelijk.

Zeven vette en zeven magere jaren?

Een paar weken geleden dachten we nog een overzichtelijk beeld te kunnen hebben van de oplossingen na het terugdringen van de corona-aanval. Velen zagen juist voordelen; we zouden eindelijk beseffen wat de waardevolle activiteiten (de essentiële beroepen) en waardevolle zaken (onder andere geen eindeloos gereis meer met de low-cost luchtvaartmaatschappijen). We waren er breed van overtuigd zijn dat we onze levenswijze en het milieu zouden verbeteren.

De vriendelijke lijsttrekker van Partij van de Dieren voelde zich eindelijk serieus genomen met de waarschuwing dat het gevaarlijk is om door te gaan met allerlei intensieve dierhouderij. Vaak hoorde je mensen zeggen eindelijk te beseffen hoe mooi het eigen land is en inzien dat we helemaal niet hier en daar heen hoeven te reizen. Ja, we hoorden zelfs ineens hoe mooi de vogels fluiten. Dat hadden we in geen jaren meer zo goed gehoord.

Het familiebelang steeg met stip weer naar boven. Bekende artiesten spraken over hun mooiste optredens ooit, belangeloos op straat voor de balkons van de verpleegtehuizen, ja ja. En, we zouden sterker uit de crisis komen. Was al niet zo vaak gebleken dat in crisistijd de grootste vorderingen worden gemaakt

Drie weken verder beginnen deze inzichten en gevoelens aan kracht te verliezen. Het naleven van de (nieuwe, inmiddels tot een soort gewoonterecht verheven) regels zoals 1,5 m afstand houden, wordt zichtbaar moeilijker. Ondernemend Nederland begint harder te klagen, voelt ook steeds meer dat de 1,5 m economie – alle fraaie vergezichten van het innovatiegilde ten spijt – niet erg aantrekkelijk is, niet om in te werken en zeker niet om goed te verdienen.

Een toenemend aantal deskundigen voorziet een waarschijnlijke tweede coronagolf en de noodzaak om blijvend met een aantal beperkingen te werken en leven. De wielerwereld denkt nog wel de Tour de France in september te kunnen organiseren, maar geen hond die daar nog in gelooft.

Kortom, drie weken later zijn we met beide benen weer dichter bij de grond gekomen. En die grond is in rap tempo – een week of zes, zeven, verslechterd. Het tempo doet schrikken. Hoe kunnen die vele succesvolle bedrijven in dit zo welvarende land, na al die jaren van optimistische groei zo snel naar de afgrond glijden? Hebben we alleen geleefd en uitgegeven alsof er alleen zeven vette jaren zijn. Wat als de oude wijsheid van zeven magere jaren uit zou komen? De overheden hebben nog wel voor een jaar misschien, maar dan is het ook op.

We gaan een spannende tijd tegemoet. De meeste landen zijn weer ‘aan het opstarten’. Het aantal coronabesmettingen en -slachtoffers is immers in een dalende lijn. Een hoopvol begin.

Maar wat doen we als die tweede golf er aan komt? Gaat ieder land dat weer zelf bepalen? Weet Merkel Europa in beweging te krijgen? Biedt het Europese herstelfonds dan nog een beetje redding voor onze favoriete Zuid-Europese vakantielanden? Kan minister van Engelshoven van het kabinet Rutte dan weer met emotionele stem uitleggen dat ze met succes heeft gevochten voor opnieuw 300 mln euro voor de cultuursector?

Maar goed dat is een vraag voor het najaar. Laten we nu maar eens kijken hoe we er over weer drie weken bij staan.

Het geluksgevoel in tijden van corona

Het laatste decennium heeft wereldwijd het wetenschappelijk onderzoek naar ons geluksgevoel veel belangstelling gekregen, niet in de laatste plaats omdat het besef bij nationale en regionale overheden doordringt dat men beter op geluk kan sturen dan op materiële welvaart.

Geluksonderzoek is ingewikkeld omdat bij het meten ervan vele factoren een rol blijken te spelen: je genetische predispositie, je opvoeding (warm/koud nest), je persoonlijkheid (extravert optimisme/ neurotisch pessimisme), je leeftijd (junior/senior), je gender, je gezondheid (tijdelijk/chronische ziekte), je sociale inbedding (hechte banden/geïsoleerdheid), je werk (nuttig/geen), je beliefsystem (religie/seculier), je inkomensniveau (arm/rijk), omgevingsfactoren (stedelijk/plattelands wonen). En een kortstondige dagelijkse geluksemotie is iets anders dan een langdurig algemeen gevoel van tevredenheid met je leven. (In Nederland doet oa. The Erasmus Happiness Economics Research Organisation onderzoek, beslist aardig om eens te Googelen als je van ingewikkelde research houdt).

Wereldwijd zijn de geluksprofessors het wel aardig eens welke factoren vooral een belangrijke, primaire bijdrage leveren aan ‘het algemene geluksgevoel’: 

  1. de persoonlijkheidsfactor (40/50%) die samenhangt met het optimisme dat je zelf invloed kunt uitoefenen op datgene wat je unhappy maakt; 
  2. het hebben van een informeel, hecht, emotioneel intiem netwerk van vrienden en familie;
  3. de geneigdheid een ander te helpen cq. gelukkig te maken. 

En nu naar de coronacrisis. 

Ad 1) Je kunt zelf geen invloed uitoefenen op het bestaan het coronavirus. Hooguit op een passieve manier controle krijgen op het beloop van het virus door de adviezen van wetenschappers en politieke beleidsmakers op te volgen. Je hebt daarbij niet het gevoel je leven zelf te kunnen aansturen, je moet ‘gehoorzamen’. Dat houden we wel even vol, want we zijn geschrokken, ongerust en in de war. Maar na enige tijd, als de schrik weer wat bekomen is, komt het ‘ik’ weer boven water en dat wil geen stuur van buitenaf, dat wil de grip op zijn eigen bestaan (lees geluksbeleving) terug, en dat moet iedereen dan maar voor zichzelf doen. Zo waren we het toch gewend (althans in westerse samenlevingen)? 

Ad 2) De coronamaatregelen houden ons weg bij het geluksgevoel dat we ontlenen aan hechte vriendschaps/familiale contacten. We kunnen bellen, appen, mailen en skypen wat we willen, maar dat is beslist niet the real thing. Het echte fysiek menselijke, huidhongerige zintuigcontact is wat de sociale media bij lange na niet kunnen bieden. Als je een watersnood-, orkaan-, of aardbevingsramp hebt kruipt iedereen tegen elkaar aan, huilend, troostend, lijfelijk elkaar helpend, maar met zo’n virusramp kan dat nou juist niet. Weg geluksgevoel.

Ad 3) Een ander happy maken, dat gaat nog wel een beetje maar met al die zelfopgelegde vrijheidsbeperking beslist niet zoals we dat gewend waren: vrijwilligerswerk, mantelzorg, klusjes doen voor een ander, iemand uit eten nemen, een bezoekje afleggen, opa/oma kinderoppas, het gaat niet of nauwelijks. Weg geluksgevoel. Dan maar jezelf happy maken door jezelf te verwennen? Nou, daarvan weten we dat dat niet of maar heel kortstondig werkt. Altruïsme en de dankbaarheid daarvoor, dat werkt in op het duurzame geluksgevoel, dat weten we ook.

Kortom, het virus is niet alleen een directe aanval op je gezondheid maar een indirecte, trefzekere aanval op ons primaire geluksgevoel. Vanuit het streven naar dat primaire geluksgevoel is die protestneiging tegen de coronamaatregelen dus goed te begrijpen. Maar de vraag is of je het geluksgevoel weer snel terugkrijgt als je de coronamaatregelen (te snel) weer loslaat. Ik denk het niet. Ik ben voor een zeer voorzichtige aanpak omdat er voor het eerst in de menselijke geschiedenis een pandemie is van ongekende omvang en impact en we dus de besturing ervan van alle kanten heel grondig moeten bestuderen. Want deze crisis is zeer waarschijnlijk de generale repetitie voor wat ons in de toekomst nog te wachten staat. 

En bovendien: is het nou zo moeilijk om es een tijdje niet op een terrasje te zitten? Om es een seizoen niet met vakantie of naar een festival te gaan? Om es een tijdje niet naar de kroeg, museum of bios te gaan? Om es een tijdje met ongepunt haar, ongevijlde nagels en zonder een nieuw zomerjurkje te rond te lopen? Om te gaan hardlopen of fietsen in plaats van naar de sportschool te moeten? Om eens niet midden op het pad van de supermarkt met je buurvrouw te gaan staan kletsen? Zijn we inmiddels zo verwend…?

Gerard Reve in tijden van corona

Omdat ik die man zo mis bel ik Gerard Reve maar eens op in het dementen verpleeghuis. Hij moet zich toch ook erg eenzaam voelen in deze dagen, zeker nu men hem haast alweer vergeten lijkt te zijn.

Gerard: Hallo, met de volksschrijver Reve, u weet wel.

Chris: Hallo Gerard, met Chris, wat fijn je te horen, we missen je erg. Hoe gaat het met je daaroo?

Gerard: Ik wil dood, verder alles prima!

C: Haha! Maar ik kan me zo voorstellen dat het in deze coronatijden wel een erg saai leven is in het tehuis, heb je wel genoeg te doen?

G: Nou ja, je hebt hier toch wel veel vrijheid in het gesticht hoor. Ik zeg maar zo: Je mag alles ter wereld doen, als je maar worstelt.

C: Oh gelukkig, dus als jij de dag sluit is die toch nog wel redelijk gevuld geweest?

G: Nou, zo is het nou ook weer niet helemaal hoor, want de dag sluit ik nooit. Want als ik de dag sluit gaat hij nooit meer open.

C: Ok, dus je wilt toch ook weer niet helemaal dood begrijp ik? 

G: Ach, ik denk maar zo, je gaat dood of je blijft leven, je zit altijd goed.

C: Dus ik neem aan dat je in deze stille dagen toch ook wel veel troost aan je geloof hebt?

G: Ja, dat is een Godsgenadige weelde die ik heb. Ja, mijn geloof is een prachtig geloof, helemaal niet duur ook, en bedoelt voor alle mensen, te land, ter zee en in de lucht!

C: Ha, God is voor jou gelukkig een troost, God is niet dood!

G: Nee, beslist niet. God is niet dood. God heeft de kanker. Dat wel natuurlijk. Maar de pers en de autoriteiten werken samen om het zolang mogelijk geheim te houden.

C: Hoe bedoel je dat?

G: Nou ja, God wordt zo langzamerhand ook een dagje ouder. En omdat ie ook een mens is, die de eeuwigheid niet heeft, net als hare majesteit de koningin overigens, moet hij er vroeg of laat ook danig aan geloven. Daar ben ik wel eens compleet beroerd van, omdat ik zulk een verschrikkelijk medelijden met hem heb. 

C: Zeg, en naast God’s troost, heb je wat vrienden in het tehuis?

G: Ja, die had ik hier wel, maar er sterven veel mensen de laatste tijd. Je kunt wel opbellen en schrijven naar de autoriteiten, maar wat kunnen die er aan doen?

C: Niet alleen blijven zitten hoor Gerard!

G: Ja, dat is hier wel moeilijk hoor, met al die zieke mensen hier. Kijk, een zieke vriend kan ik overal krijgen. 

C: Blijven proberen hoor!

G: Ja, ik heb gister nog een briefje in de hal opgeplakt, met een aantrekkelijke tekst: Fijne troostvriend gezocht, klein gebrek geen bezwaar! 

C: Zeg, nog eens wat, dragen de zusters bij jou ook mondkapjes?

G: Ja, allemaal. Maar zoals het een goed Katholiek betaamt sjoemelen ze met de regels van het wereldlijk en wettelijk gezag. Zuster Immaculata, je weet wel, die elke dag mijn billen wast, naar genoegen moet ik zeggen, dat wel, zet haar mondkapje altijd af als ze mij ‘s ochtends uit mijn halfslaap wakker kust. Wat een ware liefde nietwaar? Wat dat betreft is het Katholicisme een debiel geloof, dat er natuurlijk ook moet zijn. 

C: Mooi dat ze tenminste genoeg mondkapjes hebben om jullie te beschermen.

G: Ja, en omgekeerd, want ze zet ook wel eens een mondkapje op mijn mond. Ik denk dat dat voor straf is want ze zegt dat ik soms wel eens erg zondige en tevens erg ontuchtige taal kan uitslaan. Over beeldige rooms-katholieke zeeverkenners denk ik. Want zelf weet ik dat niet meer omdat ik niet geheel goed bij mijn hoofd ben. Maar ja, bestaan er mensen die dat wel zijn? Nou ja, dan geef ik maar aan haar toe, aan zo’n muilkorf, want het lijdt geen twijfel dat ik zeer slecht ben.

C: Je komt natuurlijk niet buiten hè? Dat is wel erg jammer want ik weet dat je erg van de natuur houdt.

G: Nou heel soms wel, in de binnentuin rondjes draaien, maar niet bij slecht weder hoor. Wat dat betreft zou ik wel eens een autoritje willen maken. Want in de auto is het altijd mooi weer.

C: Nou, als je weer bezoek mag, wil ik je best een middagje rondrijden hoor.

G: Dat is erg aardig van je, doen we, geweldig. Soms kan ik het leven nog steeds geweldig vinden. En dan straks nog het eeuwige leven in de hemel. Ik denkt wel eens, waar hebben we het allemaal aan verdiend?

C: En Gerard, ter afsluiting, vind je het goed dat ik ons gesprekje opschrijf, ook mooi voor je fans?

G: Ja natuurlijk, want je hoopt natuurlijk dat mijn prachtige wereldboeken in deze tijd nog steeds gelezen worden, bewonderd en verslonden, door oud en jong, arm en rijk. Ja, schrijf het maar op, want als je het opschrijft heb je het gelijk op papier.

C: Dag Gerard, fijn je even gesproken te hebben, tot betere tijden en…..hou vol!