Black block: demonstratie tactiek van wokie, wappie en tokkie

Als men een niet wettelijk toegestane demonstratie wil organiseren, waarbij men een geweldsconfrontatie niet uit de weg wil of kan gaan, dan zijn de tactieken daarvoor gemakkelijk op het internet te vinden. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor een wel toegestane demonstratie die militante organisatoren stiekem uit de hand willen laten lopen (zoals Trump en de Trumpisten). 

Binnen 15 minuten googelen had ik 24 in de praktijk beproefde suggesties genoteerd, toen ben ik maar gestopt. Je leest hoe de voorbereiding georganiseerd en gefinancierd moet worden, hoe je zoveel mogelijk normale en militante demonstranten op de been moet krijgen en mixen, welke vermomming effectief is ( b.v. zwarte kleding, vandaar Black Block*), welke niet verboden wapens je kan inzetten, welke lichaamsbescherming nuttig is, hoe je een snelle communicatie tussen front- en flankdemonstranten onderhoudt, welk uitlokkend gedrag tegenover de politie effectief is, hoe de aanwezigheid van pers gebruikt of afgehouden kan worden, wat je kunt doen bij arrestatie, e.d. 

De goed getrainde en goed uitgeruste rellenpolitie kent die tactieken natuurlijk ook, maar zij worden nog altijd aangestuurd door lokale bestuurders die bepalen of en hoe en met welke beperkende middelen ze in actie mogen komen; in Nederland door de driehoek OM, politiechef en burgemeester. En bestuurders hebben andere publieke en politieke belangen dan de ME en inlichtingendiensten. 

Zo hield de uiterst linksliberale burgemeester van Portland, Oregon vol, ondanks de maandenlange dagelijkse heftige rellen waarbij veel gewonden vielen en grote materiële schade werd veroorzaakt, dat het slechts een zeer kleine groep relschoppers betrof. Pas na zijn herverkiezing, nog kortgeleden, gaf hij met excuus toe dat goed georganiseerde ‘anarchistische groepen’ achter de gewelddadigheden zaten. Nederland is Amerika niet natuurlijk. Of Hong Kong of Israël. Maar dat neemt niet weg dat dezelfde Black Block tactieken wel degelijk in Nederland te zien zijn. Het Museumpleinprotest is er een goed voorbeeld van. 

  • In de voorbereidingsfase is de strategie om bij het publiek het imago op te roepen dat de demonstranten vredelievende, goedbedoelende mensen zijn, maar allereerst…slachtoffers. Het slachtofferimago is wellicht het belangrijkste wapen waarmee de emotie van het publiek gegijzeld kan worden. Het gaat er niet om of het slachtofferschap gerechtvaardigd is of niet, dat staat immers niet ter discussie. Het gaat erom de woede en angst bij het publiek op te roepen en die voortdurend te prikkelen. De strategie is: als je het met de Rede niet kunt winnen probeer je het met de Emotie. Wie het spel niet kan winnen (van wetenschappelijk onderzoek, rechters, kritische onderzoeksmedia) kan nog altijd vals spel spelen of proberen de regels van het spel verdacht te maken (d.m.v. desinformatie en complottheorieën).
  • Bij het gebruik van social media zijn protestplatforms, bloggers, vloggers en een eigen amateur ‘journalistiek tv-station’ op YouTube effectieve emotionele sfeermakers.
  • Zeer belangrijk is dat een inschatting wordt gemaakt hoeveel boze mensen de organisatoren op de been kunnen brengen. One-issue demonstraties (b.v. stikstofbeleid bij boeren) hebben voldoende volume. Bij een te verwachten klein volume is het zaak zo veel mogelijk one-issue organisatoren onder één noemer te krijgen door allereerst een social-platform te creëren waarbij ze zich als deelnemer kunnen aanmelden. Daarna kan men onder een zeer algemeen issue een demonstratie-(serie) plannen: tegen de regering, het systeem, de media, het fascisme, etc.
  • Crowdfunding, anonieme donaties en eigen geld zijn in de voorbereidingsfase van organisatoren uiteraard belangrijk.
  • Bij het spel om demonstratietoestemming bij de gemeente of desnoods bij de rechter te krijgen staan organisatoren meestal op winst. Bij een ‘ja’ kan de planning verdergaan, bij een ‘nee’ kan de organisator zich, onder protest, neerleggen en zichzelf daarmee van zijn wettelijke verantwoordelijkheid voor eventuele gewelddadigheden vrijpleiten. De oproep van de organisator aan potentiële demonstratiegangers om ‘geen rotzooi te maken’ is vals spel want hij weet dat bij een groot volume opgeroepen demonstranten er altijd genoeg over zijn die het demonstratieverbod zullen negeren. Bovendien, wel of geen toestemming levert altijd publiciteit op, publiciteit die complotdenkers gebruiken als een bevestiging van hun gelijk.
  • Eventuele eigen ‘ordediensten’ zullen zich ook terugtrekken en ervaren ‘beroepsdemonstranten’ kunnen tijdens de illegale demonstratie het voortouw nemen. De organisator kan als niet-deelnemer aan een clandestiene demonstratie in de zijlijn nog steeds aanwezig zijn.

U kunt de feitelijke gebeurtenissen uiteraard op YouTube zien en uw voorzichtige conclusies trekken. Voorzichtig, want het analyseren van live videoverslagen is een vak apart.

Het demonstratierecht is een belangrijk recht omdat het een voelspriet voor de democratie is, een onderdeel van ‘de tegenmacht’ die voor een gezonde democratische dynamiek nodig is. Wat mij betreft is zelfs een zekere mate van burgerlijke ongehoorzaamheid in bepaalde omstandigheden en in beperkte mate goed moreel verdedigbaar. Maar de grens zal altijd bij het gebruik van geweld liggen. Op die begrenzing moet de burger kunnen vertrouwen om zijn geloof in een overheid en in de democratie te kunnen bewaren. Te veel vals spel van de burger en te veel tolerantie van de overheid kan een democratie niet verdragen. En het omgekeerde is trouwens ook waar. 

* zie recente foto’s: Antifa in Portland, 20-01-21.

We moeten het plastic afval nu ook echt aanpakken!

Als je huis in brand staat, er oorlog is of een andere crisis zul je stevige actie moeten ondernemen, dan is ‘polderen’ zinloos. Dat heeft de Corona crisis al aangetoond. Hoe lang hebben we nog om verdere rampen in onze leefomgeving te voorkomen? De politici maken hun plannen met het oog op 2050. Nog dertig jaar. Juist zo’n lange termijn draagt bij aan het voortdurend uitstellen van maatregelen. Laten we eens kijken in het geval van plastic afval en andere kunststofafval.

Plastic kwam circa 75 jaar geleden in onze wereld als menselijke uitvinding. We zullen ook zeker 75 jaar nodig hebben om wereldwijd het overal als afval aanwezige plastic op te ruimen. Plastic als product bracht zeer hoge externe kosten met zich mee, welke werden afgewenteld op onze leefomgeving. Plastic werd de grootste zichtbare vervuiler van de hele wereld.

Maar niet alleen zichtbaar. In de grote bevolkingscentra zijn nanodeeltjes plastic aanwezig in de organen van mensen (vaal al in baby’s en jonge kinderen). In de oceanen zijn nanodeeltjes plastic, maar ook stukken van doodgewone boodschappentasjes, aanwezig in de magen van vogels, vissen en kleinere organismen. Plastic en kunststof zijn chemische samenstellingen die niet natuurlijk voorkomen. De evolutionaire gevolgen voor alle levende organismen van die vervuiling zijn nog totaal onbekend. Die zien we hooguit pas over 50 jaar.

We zullen dus niet alleen het plastic afval wereldwijd moeten opruimen, maar ook het nog te produceren plastic. Voor het afval van plastic en andere kunststoffen bestaan maar drie keuzes: volledig recyclen, verbranden of doodgewoon afschaffen, niet meer toepassen. Maar niet meer storten in de leefomgeving. Veel plastic kan niet worden hergebruikt omdat het simpelweg te vervuild is met andere stoffen. Dat is de reden dat veel Nederlandse gemeenten plastic niet meer apart inzamelen (waaronder Utrecht). Tijdens de afvalverwerking wordt het nog bruikbare plastic er door de afvalverwerkers ‘wel’ uit gehaald. Maar wat er daarna mee gebeurd?

Op zich is er voor veel plastic op korte termijn een simpel alternatief. Alle plastic fles verpakkingen gevuld met stoffen, die niet geschikt zijn voor recycling, gewoon weer in glas verpakken. Glas is goedkoop en gemakkelijk te recyclen. Natuurlijk: dat is qua vervoer (zwaarder) duurder, maar dat is dan maar zo. Voor heel veel voedsel en persoonlijke produkten (tot en met tandpasta) is een potje glas een prima klassiek alternatief. Wellicht wat onhandiger met minder uitstraling, maar so what? Als alternatief is traditioneel ook nog  karton/papier beschikbaar, logistiek wellicht ook minder handig, maar desalniettemin een herbruikbaar alternatief.

Op grond van wetenschappelijke onderzoekresultaten moet het mogelijk zijn (los van alle bedrijfsmatige en maatschappelijke gezeur) vast te stellen welke plastic en kunststofproducten (zoals piepschuim) sowieso niet meer geproduceerd moeten worden, wegens gevaarlijke vervuilingseffecten (behandel dergelijke stoffen maar als nucleair afval!). Op dezelfde wijze kan verplicht worden om allerlei soorten plastic sowieso te verbranden. Ook bij plastic, net als bij ander afval, zullen hoge verbrandingskosten leiden tot versnelde innovatie op verpakkingsgebied.

Als resultaat blijven er dan nog 2 soorten plastic als afval over: lokaal in een land te recyclen of te verbranden. Dan lukt het waarschijnlijk inderdaad om over 75 jaar wereldwijd uitgestrekte gebieden en oceanen van plastic te ontdoen. En kunnen we de evolutionaire effecten (zoals uitsterving van soorten, inclusief menselijke ‘plastic’ ziektes) wellicht nog te beperken.

Hyperpolarisatie op je kussen, daar slaapt de duivel tussen!

Vroeger was het geen probleem als er verschillende politieke opvattingen binnen een huwelijk, gezin, familie of vriendenkring bestonden. Het kon er heet aan toegaan, maar daar bleef het meestal wel bij. Even goeie vrienden. Nu lees je dat, vooral in de VS, huwelijken stuk lopen op hyperpolarisatie, dat kinderen hun ouders niet meer willen zien, dat binnen families en vriendenkringen onoverkomelijke breuklijnen ontstaan.

Het gaat daarbij niet alleen om Trump vs anti-Trump sentimenten of Democratisch dan wel Republikeins stemmen, maar ook over Qanon, Proud Boys, Antifa, Neonazis, antikapitalistische anarchisten, kortom complotsympathieën en antipathieën die het sociale weefsel ‘binnenshuis’ afbreken. Het deed me denken aan wat de filosoof Kant schreef over de dimensies van vriendschap*. Niet de vriendschap die ontstaat uit behoefte, uit nut of nood of persoonlijk belang, nee, de zuivere vriendschap die een diep emotionele binding is, nogal zeldzaam, met aan de ene kant de liefde en aan de andere kant het respect voor elkaar. 

De vriendschappelijke liefde is er een van welwillendheid, het geluk van de ander willen, het voluit toegenegen zijn. Het respect bestaat uit een diep vertrouwen waarin men elkaar geheimen toevertrouwt. Dat wil zeggen elkaars heimelijke idealen en ideeën over zichzelf delen; elkaar beschermen tegen ieders demonen. Men deelt elkaars visie op anderen en de wereld, visies die men publiekelijk niet uit, zonder het met die visie van de ander eens te hoeven zijn. Het respect toont zich vooral in de wederzijdse waardering voor de eigenheid van de vriend, in de wil zijn morele waardigheid te steunen, zonder er iets voor terug te verlangen. Een soort onvoorwaardelijke liefde, onvoorwaardelijk respect, een mix van liefdevolle toenadering en tegelijkertijd respectvolle afstand**. 

Beide aspecten, de liefdevolle toenadering tot- en het respectvolle begrip voor de vriend, dreigen door de hyperpolarisatie om te slaan naar een morele afkeer, naar walging en wantrouwen. Wat er dan overblijft is wrok en rancune die het eigen gelijk onophoudelijk blijft voeden. Het sociale weefsel scheurt, en er zit niets anders op dan zich beiderzijds op te sluiten in de echokamers van gelijkgestemden. Het lijkt haast op een oorlogssituatie waarin men elkaar ‘binnenshuis’ beschuldigt een NSB’er te zijn.

Misschien overdrijf ik, maar ik vrees dat een dergelijke dramatische situatie de geestelijke gezondheid van burgers zal aantasten. Men ontleent zijn gevoel van veiligheid, van een zekere geborgenheid nu eenmaal het sterkst aan zijn partner, familie en vrienden. Op die plek zit de menselijke binding het diepst, voorbij aan politiek, religie en alle andere wereldse zaken. Als op die plek een zwaar verlies geleden wordt, dan verliest men ook het ‘thuisgevoel’, het basisvertrouwen in de ander. Het gevoel altijd op tenminste iemand te kunnen rekenen maakt plaats voor het vage gevoel van ontheemd, verweesd te zijn. 

Als de corona-economie en de coronaquarantaine ons iets heel duidelijk heeft laten zien is het wel de enorme kracht van de lijfelijke bindingsbehoefte die zich uit in de drang naar terrassen, naar school, naar festivals, kroeg, clubs, theater. Maar dat is de binding ‘buitenshuis’. Als nu ook nog de binding ‘binnenshuis’ wordt aangetast door hyperpolarisatie dan dreigt er een epidemische depressie, een epidemische angst en een epidemische, publieke woede van existentiële aard.

Het is niet voor niets dat onder de dekking van vredige protestgangers gewapende milities zich roeren. Niet voor niets dat links- en rechtsextremistische groepen in de VS zich opmaken voor ‘de revolutie’. Niet een revolutie met een goed georganiseerde, grondig doordachte opbouwende ideologie (zoals die van de Founding Fathers in 1776) maar een chaotische ‘onderbuik revolutie’ die voortkomt uit veelsoortige identiteitsgroepen wier doel niets meer lijkt te zijn dan met rauwe emotie ‘het systeem’ bij de grond afbreken ‘en dan zien we wel verder’. 

Terugkomend op de breuken in de ‘binnenhuise vriendschap’: broeit zoiets ook in Nederland vroeg ik me af? Dat zou ik wel eens willen weten.

 

*  ‘Kritiek van de praktische rede’, E.Kant, oorspronkelijk in1788 gepubliceerd. ** Emeritus hoogleraar wijsbegeerte Donald Loose schreef: ‘Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant’. Uitgeverij Vantilt, 2019. Winnaar van de Socratesbeker 2020.

We moeten de afvalstromen nu echt aanpakken!

Een van de grote vragen tijdens de huidige crisis in onze leefomgeving, is de vraag hoe we in de toekomst om moeten gaan met afval. Alle groene zelf feliciterende campagnes over Recycling en Circulaire economie ten spijt: afval wordt wereldwijd nog steeds voor het overgrote deel gedumpt of verbrand.

In de Westerse landen zijn lokale gemeenten verantwoordelijk voor de verzameling van afval in hun gebied. Die focussen zich vooral op het afval van huishoudens, over bedrijfsafval hebben ze weinig zeggenschap. Volgens lokale verordeningen dienen burgers hun afval in aanzienlijke mate te scheiden (glas, papier, plastic, organisch en grof vuil). Van de burgers wordt dus veel tijd en inspanning verwacht om hun afval te sorteren en op verschillende locaties af te leveren. Huishoudens betalen aanzienlijke bijdragen via aparte belastingen voor de afval verwerking van hun huishouding.

Het afval van bedrijven wordt tegen betaling volgens nationale en lokale wettelijke voorschriften afgevoerd. Maar nadat de afvalstromen van bedrijven en huishoudens de lokale afvalverwerkende bedrijven hebben bereikt, gaat het zicht op het verdere verloop van het proces voor een groot deel verloren en wordt zelfs uitermate schimmig.

Nadat afval van consumenten en bedrijven de verzamelpunten hebben bereikt wordt het direct verbrand of via een netwerk van onderaannemers ‘verwerkt’. Met name dat laatste circuit kent wereldwijd een bijna Maffiose corrupte structuur. Veel geld vragen voor verwerking, maar feitelijk zo goedkoop mogelijk (vaak met valse documenten) ergens ter wereld op land of op zee dumpen. Er vindt veel export plaats van afval naar de Derde wereld, maar zelfs binnen Europa. Italianen dumpen hun afval in Portugese ‘landfills’.

Als je de afvalproblematiek in de toekomst fundamenteel duurzaam toekomstbestendig aan wilt pakken zullen de nationale overheden wettelijk in de allereerste plaats voor bedrijven een aantal keiharde principes vast moeten leggen:

  1. Een bedrijf blijft tot de uiteindelijke verwerking verantwoordelijk én aansprakelijk voor de door dit bedrijf wereldwijd uiteindelijk veroorzaakte afvallast: zowel voor grondstoffen, produktie- als voor verpakkingsafval. Afval moet een issue worden op het hoogste management niveau bij bedrijven.
  2. Het exporteren van afval naar andere landen wordt verboden, tenzij voor specialistische verwerking op basis van specifieke vergunningen per zending van het exporterende en het importerende land.
  3. Verbranding van afval moet lokaal direct leiden tot direct bruikbare energie- en warmte opwekking. De belastingen op CO2 uitstoot door afvalbedrijven moet de komende jaren exponentieel worden opgevoerd.
  4. Illegale afvoer en stort (ook door schepen) moeten niet alleen leiden tot torenhoge boetes, maar vooral tot persoonlijke aansprakelijkheidsstelling van de directies van bedrijven. Ze plegen immers aanslagen op de menselijke leefomgeving wereldwijd.

Deze principes moeten ertoe leiden dat bedrijven en afvalverwerkers gedwongen door hoge afvalkosten fors te investeren in alternatieve productiewijzen: minder en beter verwerkbaar afval. De invoering van deze regels op Europees niveau kan wereldwijd een enorme invloed hebben op de wijze waarop bedrijven en consumenten ook buiten Europa met afval omgaan.

Het verschuiven van de zeer hoge externe kosten van afval in de leefomgeving direct naar de veroorzakers zal de kosten van producten en diensten, en dus de marktprijs, aanzienlijk verhogen en een vermindering van het verbruik van uitermate vervuilende produkten tot gevolg hebben. En dat is ook de bedoeling: drie vliegen in een klap: minder consumptie, minder afval en meer werk lokaal in het verwerken van afval.

De externe kosten van afval kunnen niet langer een onderwerp zijn van ‘polderen’, vrijwillige convenanten, compromissen na eindeloze lobby-partijen of eindeloze fasering van de invoering van maatregelen. Argumenten over hogere kosten, verlies van werkgelegenheid, prijsstijgingen of vertrek van bedrijven naar andere landen moeten we gewoon terzijde durven schuiven. Er moet nu iets gebeuren.

Toeslagdrama: wie voelt zich echt verantwoordelijk?

Binnenkort zal worden vastgesteld wie de politieke verantwoordelijkheid moet nemen voor het drama van de toeslagenaffaire. Wellicht stapt symbolisch het hele kabinet wel op, ze kunnen dan immers toch gewoon doorregeren tot de verkiezingen in Maart. En de coalitie en de oppositie (Links en Rechts), uit op zetelwinst, kunnen daarnaast dan ook nog fijntjes PvdA leider Asscher ls ex-minister in de tang nemen, kost zijn partij weer veel zetels.

Hoe de politici dit onderling regelen is eigenlijk volstrekt oninteressant. Waar we benieuwd naar zouden moeten zijn is: wie vanuit het democratisch rechtssysteem en het overheidsapparaat zich toen en nu ook daadwerkelijk verantwoordelijk voelt voor de ronduit beschamende manier waarop een grote groep burgers de financiële afgrond in is gejaagd. Vele burgers is met geld en excuses niet meer te herstellen leed aangedaan.

Wie voelt zich op dit moment echt verantwoordelijk voor de uitzinnige disproportionele financiële doodstraffen op veelal simpele administratieve foutjes van burgers op overheidsformulieren?

  • De ambtenaren die de Participatiewet opstelden, waarin deze straf onontkoombaar was opgenomen?
  • De Minister die het wetsontwerp goedkeurde en liet goedkeuren door zijn collega’s in de Ministerraad?
  • De Raad van State die dit wetsontwerp goedkeurde?
  • De leden van de Tweede- en de Eerste Kamer die de wet goedkeurden?
  • De topambtenaren die de uitvoeringsregels opstelden?
  • De ambtenaren die de wet uitvoerden?
  • De meneer of mevrouw die met een druk op de computerknop de draconische boetes op de post deed?
  • De medewerkers van de belastingdienst die weigerden die burgers fatsoenlijk te woord te staan?
  • De inspecteurs van belastingen die alle bezwaarschriften afwezen?
  • De rechters die via rechtszaken de wet handhaafden?
  • De deurwaarders die namens de belastingdienst beslag legden?

Hier was sprake van een totaal gesloten systeem van overheidscultuur. De intentie om voortaan Fraude hard aan te pakken (opgejaagd door de Telegraaf), werd zwart/wit vertaalt in een robotregel voor ambtenaren. Foutje? Altijd snoeihard aanpakken. Dan verliest de burger zijn huis of werk maar. Dan valt het huwelijk van de burger maar uit elkaar. Dan wordt die vader maar dakloos. Dan moeten die kinderen maar naar de kinderbescherming.

Niet alleen een gesloten systeem van samenwerkende mensen in regering, parlement, ambtenarij en rechtspraak die de maatregelen uitvoerden en handhaafden, maar ook een systeem verschanst achter muren met eigen verdedigingslinies. Harde kritiek van een hoog college van staat, de Ombudsman? Laat maar lullen. Beroep bij de Raad van State – die dekken ons wel. Verhalen in de kranten, reportages op de televisie: 24-uurs nieuws, is morgen al weer voorbij. Klokkenluiders: vind ze en zet ze buiten de deur of promoveer ze naar de boekhoudafdeling.

Wie oh wie van deze ongetwijfeld duizenden dames en heren, parlementsleden, rechters, overheidsdienaren voelt zich ook werkelijk verantwoordelijk voor die jarenlange ellende? Tijdens de parlementaire enquête wees iedereen naar de verantwoordelijkheid van ‘de anderen’. Het leek Nürnberg wel.

Nogmaals: wie van deze mensen voelt zich verantwoordelijk en ligt ook echt wakker van alle ellende die hij of zij door hun eigen acties hebben veroorzaakt, ook al was het maar als radertje in het systeem. Wie schuift de verantwoordelijkheid niet weg met: zo was de wet of zelfs dat ze niets van de gevolgen van hun acties wisten.

Zoals mijn collega-auteur altijd weer roept: het kwaad wordt vaak in de wereld gebracht door de zgn. Goeden. Zij die alleen maar de regels uitvoeren en de ogen sluiten voor de gevolgen. En door hen die uit eigen belang wegkijken, nalatig blijven of door incompetentie en luiheid niet corrigerend optreden tegen systematische morele corruptie door door overheid.

Wij de lusten, Jullie de lasten

In de economische theorie is reeds decennia lang sprake van het begrip ‘Externe kosten’. Hiermee wordt bedoeld dat heel veel ‘kosten’ niet worden betaald door bedrijven, organisaties, overheden en burgers die ze veroorzaken. Deze kosten worden dus niet meegerekend in de prijzen van produkten en diensten. Indien deze kosten wel waren betaald of meegerekend dan waren de prijzen hoger geweest en/of de winsten lager. Het zou zomaar kunnen dat produkten of diensten dan door te hoge kosten niet eens meer leverbaar zouden zijn.

Bedrijven veroorzaken via vervuiling van grond, water en lucht veel externe kosten, die ze feitelijk niet betalen, hooguit als ze een keer wegens wetsovertreding een boete krijgen. Deze ‘kosten’ worden dus afgewenteld op de gemeenschap. Zo werd deze week bekend dat men 10 jaar na de brand in een chemische fabriek in Moerdijk nog steeds bezig is met het opruimen van de vervuilde grond.

Er is ook sprake van externe kosten als de kostprijs van een product of dienst niet integraal vanuit mondiaal perspectief wordt bepaald. Je kunt biomassa beschouwen als goedkope brandstof voor groene energie, tenzij je rekening moet houden met de milieueffecten van de houtkap van oude bossen in Letland. Een goed voorbeeld vormt ook de promotie van electrische auto’s. Indien de integrale internationale kosten van de produktie van de benodigde accu’s worden meegenomen, is het ‘milieuverbruik’ van electrische auto’s pas na vele jaren zuiniger dan auto’s die fossiele energie gebruiken. Bedrijven en overheden doen er alles aan om deze internationale kosteneffecten niet in hun maatregelen te verrekenen.

Een andere vorm van ‘externe kosten’ vormen de zware gezondheidskosten welke bedrijven veroorzaken vooral in derde wereldlanden. De oliewinning en open mijnbouw in Afrika (zeldzame metalen) worden ‘betaald’ door de lokale werkers. Hetzelfde geldt voor de textiel industrie in het Nabije en Verre Oosten.

Bedrijven en overheden veroorzaken ook externe kosten door kostenbesparingen (werkzaamheden) af te wentelen op de burgers. Een berucht voorbeeld zijn de banken die het grootste deel van de werkzaamheden rond bankrekeningen hebben verschoven naar de burger. De banken innen de arbeidsbesparing, de burger is een gratis werknemer geworden. Maar de overheid kan er ook wat van. Ooit wel een gepoogd aangifte bij de politie te doen? En denk eens aan de mantelzorg! Bedrijven en overheden houden heel vaak – veelal bewust- geen rekening met deze effecten.

Tot slot is er nog een vorm van externe kosten, ook wel alternatieve kosten genoemd. Bedrijven, overheden en burgers kunnen geld maar 1 x uitgeven. Zoals Noam Chomsky opmerkte in de NRC deze week: de miljarden van de overheid voor de ondersteuning van de banken (‘Wallstreet’) tijdens de financiële cisis van 2008, hadden ook aan het oplossen van milieuproblemen uitgegeven kunnen worden.

We zullen de bovengenoemde vormen van niet betaalde, ‘externe’ en ‘alternatieve’ kosten beschouwen in een volgende serie artikelen over de dramatische verslechtering van onze leefomgeving.

Bestorming van de democratie?!

Nou ja, kijkend naar de bestorming van het Capitool, laat ik het nog maar es zeggen: de meest gevaarlijke bestuurders, in de overheid en daarbuiten, zijn de figuren met een Narcistische en/of Antisociale persoonlijkheidsstoornis*. Bibliotheken over volgeschreven. De persoonlijke, financiële, economische en politieke gezondheidsrampen die zij veroorzaken zijn gigantisch en hadden voorkomen kunnen worden als de directe medewerkers van deze gemankeerde bestuurders, en vooral de verdienmedia, zich tijdig hadden verdiept in en geconcentreerd op de psychopathologie van deze lieden. Het probleem is zelden de narcist/psychopaat zelf, maar degenen die hem in het zadel houden, die de conflictinteractie met hem blijven onderhouden, die uit eigen belang, misplaatste loyaliteit of lafheid geen afstand nemen: de opportunisten, de toleranten, de wegkijkers. 

Als mensen die solliciteren naar maatschappelijk zeer verantwoordelijke bestuursfuncties eerst standaard psychologisch getest zouden worden, met name op de mate van narcisme en psychopathie, als een uitvoerig psychologisch profiel en trackrecord van hun carrière gemaakt zouden worden, inclusief informatie van ex-medewerkers, dan kan heel wat ellende voorkomen worden. 

Bestuurlijke narcisten/psychopaten houden zich graag op waar chaos heerst (d.w.z. waar weinig regels en controle en veel onzekerheid en achterdocht is) omdat die context zich gemakkelijk leent voor manipulatie waar mee weg te komen is. De narcist/psychopaat zal die chaos dus ook onderhouden. Vooral door aanvallen op elke autoriteit die hem in de weg staat (democratische instituten, rechterlijke macht, wetenschappers, de mainstream media, ed.). Hyperpolariseren is daarbij een belangrijk strijdmiddel. Hyperpolariseren door complotdenkers openlijk of bedekt te ondersteunen (bv. Qanon in de VS), door links- en rechtsextremistische activisten tegen elkaar op te zetten (b.v. Charlottesville, Portland), door het verspreiden van desinformatie (b.v. twitterleugens), door niet ingrijpen bij crisis (b.v. geen federaal Covidbeleid) etc.

Kan wat in de VS gebeurt ook in Nederland gebeuren? Dat zal wel meevallen, maar het narcistisch/psychopatisch mechanisme wordt er niet anders om, elk land heeft met dergelijke lieden te maken. Het Binnenhof zal niet zo gauw vollopen en met mestvorken en rieken worden afgebroken. Maar als het wel gebeurt kunt u wel raden uit welke hoek de ellende komt en onder wiens vlag.

Willem Engel wil in de politiek. Thierry Baudet bouwt weer aan zijn partij. De PVV kan gemakkelijk ‘narcistisch/psychopathisch radicaliseren’ (Wilders zelf schat ik niet in als narcist/psychopaat). En de complotdenkers (anticorona/lockdownbeweging, antivaxxers, 5G wappies, radicale BLM-ers, sommige FDF-leden, e.a.) moeten erg oppassen niet nog meer gebruikt, geannexeerd en gepolitiseerd te worden door narcistische/psychopatische leidersfiguren. 

Anderzijds, de bewakers van de democratie (allereerst het OM, rechters, burgemeesters en politiechefs, de media) die tegenover pro-complotbewegingen een te grote tolerantie aan de dag leggen, die niet anticiperen op protesterende of rellende wetsovertreders, worden de ‘enablers’ van geweld. Hun tolerantie lokt de intolerantie van pro-complotleiders en volgers uit: het Kwaad zit in de Goeden. Ja, we kunnen wel wat leren van de VS.

*Eerdere webnotities over dit onderwerp: Narcistische en psychopathische leiders/Trump is het verdienmodel van de     media/ The big American meltdown/Trumpgate/Die is gek(2&3)/ De media en de bruine smurrie/Narcistische rovers/Het Kwaad zit in de Goeden

Complotdenkers: beterweters en betweters

Complotdenkers zeggen in feite: ‘ik ben slimmer dan jij !!’ Het komt hier op neer: ‘ik zie achter de feiten, jullie zijn dom, jullie hebben het niet door, ik wel, dat bewijs van jullie klopt helemaal niet, jullie zijn goedgelovig, ik zie er echt wel doorheen, ik laat me niet belazeren, jullie wel, ik weet wel beter’. Het zijn de beterweters.

Complot-denken is een perfecte manier om de vernederende ervaring van het niet erg geslaagd zijn in het leven, je nooit erg gewaardeerd voelen, je slechte cijfers op school, het niet allemaal kunnen snappen wat er gezegd en geschreven wordt, eigenlijk nergens verstand van te hebben, tot een gemarginaliseerde groep te behoren, en nog al eens bedonderd te zijn of te voelen, kortom… een perfecte manier om van die underdogervaringen af te komen. Met je complotgedachten ben je, hup, in één slag niet meer de mindere en minstens op gelijke voet met de ander. En je hoort ook nog eens ergens bij, al was het alleen maar virtueel, op social media. Voelt heel goed.

En dan heb je de groep die deze minderbegaafden en minderbedeelden graag leiding geven, die ook hunkeren naar bewondering, erkenning en status, die aanhang en applaus zoeken. Ze zijn wat slimmer dan de beterweters, verbaal begaafder, hebben zich wat meer in de stof ingelezen, en wekken daarmee de indruk dat de beterweters aan hen een bekwaam woordvoerder hebben. Ze bespelen daarmee de emoties van de beterweters. Ze geven hen een thuis, en het gevoel dat ze gehoord en erkend worden. Maar dan wel in ruil voor bewonderende aanhang, op het schild getild en gevoed worden met hartstochtelijke aanmoedigingen om vooral door te gaan met ‘de strijd tegen…..’. Het zijn de betweters. Beterweters zijn niet alleen slachtoffers van zichzelf maar ook nog eens het slachtoffer van de betweters.

Niet zelden verzamelen de betweters zich in occulte organisaties of zelfverklaarde ‘prestigieuze societies’ waarvan de ‘gezaghebbende’ leden ‘Bullshit with a Phd’ prediken*. Zo sluiten de minderwaardigheidsgevoelens van de beterweters naadloos aan op de meerderwaardigheidsgevoelens van de betweters. Verenigd in wantrouwen.

Eigenlijk verschillen complotdenkers gradueel maar niet essentieel van sektariërs: ze vormen:

  1. een afscheidingsbeweging met
  2. een niet falsificeerbare kernboodschap met
  3. eigen elitaire waarheids-ideeën waarmee ze
  4. vijandig staan tov. hun omgeving, waarbij
  5. afwijkende ideeën in de groep streng gecontroleerd worden en
  6. overtreders en uittreders geëxcommuniceerd worden. 

Complotdenkers moet men onderscheiden van complotonderzoekers. Complotonderzoekers verzamelen voldoende en overtuigend empirisch bewijs alvorens ze van een complot spreken. Complotdenkers verzamelen warrige gedachten (zien bv. patronen in random data) en warrige medestanders. Het is het verschil tussen Watergate-onderzoekers en Pizzagate-wappies. Het verschil tussen een parlementaire onderzoekscommissie en Willem Engel van de viruswaanzin beweging. Het verschil tussen de RIVM-onderzoekers en de Kinder biblebelt gelovigen.

Complotonderzoekers hebben geen medestanders nodig, integendeel, die verstoren hun onderzoek alleen maar. Complotdenkers ‘evangeliseren’ medestanders rond een issue (WTC, JFK, NSA, CIA, KGB, Mossad). Ze hebben een vlag, logo en megafoon (of pannetjes) nodig, anders verdwijnen ze in het niets.

In tijden van grote existentiële onzekerheid bloeit het complotdenken op, dat is altijd zo geweest. Complotdenken bloeit op vanuit de oer-behoefte aan zekerheid en veiligheid, vanuit de behoefte aan het gevoel van verbondenheid en het betekenis zoeken in verwarrende tijden. Complotdenken gaat niet over feiten maar over emoties. Sinds de afwijzing van de gevestigde religie (God is dood) en de wetenschap (de Waarheid is dood) fragmenteerde die oerbehoefte aan ‘het grote verhaal’, het verhaal waarin vertelt wordt waar we vandaan komen, waar we naar toe moeten en wat en wie we zijn. Die fragmentatie uitte zich tenslotte in het huidige zgn. Postmodernisme.

De scherven van die kapotgeslagen ‘grote verhalen’ vormen weer opnieuw ‘kleine verhalen’: het geloof in de Vooruitgang (neoliberalisme en technologie), in Identiteitspolitiek (Woke, BLM, LHBTQ+), en complottheorieën (Qanon, viruswaanzin, 5G waanzin, antivaxxers, etc.**). Die ‘kleine verhalen’ hebben de neiging ‘grote verhalen’ te willen worden. Ze trekken een te grote broek aan door hun issues te gaan politiseren, door activistische bewegingen rond een issue (bv. Etnische- en seksediscriminatie) politiek te annexeren.

Door mensen voor te schotelen dat men de wereld moet zien als een enkelvoudige strijd tussen gekleurd en wit, tussen het patriarchale mannenwereld en de onderdrukte vrouwenwereld, tussen de machtselite en het armzalige volk. Het ontbreekt hen aan bescheidenheid die voorschrijft dat de wereld heel wat complexer, gelaagder en ondoorzichtiger in elkaar zit dan zich op het eerste gezicht laat aanzien. Zelfs Marx zal achteraf moeten toegeven dat de strijd tussen kapitaal en arbeid een te simpele analyse van de historisch-materialistische werkelijkheid is geweest.

Beterweters en betweters kunnen levensgevaarlijke mensen zijn. Het zijn de superspreaders in de kinderbiblebelt die geloven dat God hen beschermd. Maar wanneer Hij dat niet doet, dan natuurlijk wel de bedden in het Harderwijkse Ziekenhuis bezetten zodat het ziekenhuis zijn deuren moest sluiten? Hoe passief-agressief kun je tegenover andersdenkenden zijn?

Het zijn de coronatestweigeraars die, terugkomend vanuit ‘oranje landen’, de rechter dwingen dat zij een beroep kunnen doen op het Grondrecht van de lichaamsintegriteit. Te beroerd om zich even te laten testen of in quarantaine te gaan waardoor ze mogelijk geen levensgevaar voor medeburgers zijn? Hoe agressief-principieel kun je tegenover medeburgers zijn?

Het zijn de klimaatontkenners die hun handen in onschuld wassen toen wetenschappers berekenden dat de komende decennia door opwarming de allergrootste broeikasgasvervuiling kan gaan plaatsvinden: de uit ijs loskomende CH4, CO2, N2O, ea. in arctische gebieden en zeeën***. Hetgeen gigantische stromen klimaatvluchtelingen en doden tot gevolg zal hebben.  

Het zijn de antilockdownknuffeldemonstranten (3x woordwaarde) die door de Haarlemse burgemeester niet beboet en verspreid worden waardoor de zorgbelasting nog weer zwaarder wordt en er nog weer meer doden vallen.

Het zijn de bestormers van het Amerikaanse Congres, daartoe aangemoedigd door de complotdenker Trump, die de grootste democratie ter wereld een ogenblik deden wankelen.

De huidige uitbraak van complottheorieën vraagt om een pushback, een zeer forse pushback, van moedige wetenschappers, integere politici en kundige researchjournalisten. Niet dat zij de waarheid in pacht hebben maar omdat zij de onzin kunnen knijpen uit de bet- en beterweters uit Gekkiestan. Dat mag je hopen tenminste. 

*De Groene, 20-12-20. **Lees ook VK-Special, 03-07-20 : ‘Waar eindigt kritisch nadenken en begint de complottheorie’. ***Er bestaan vele wetenschappelijke tijdschriften waarin arctisch onderzoek naar opwarmingseffecten gerapporteerd worden, oa.: ‘Geosciences’ en ‘The Cryosphere’ (abstracts in Nederlands).

Ethisch consumeren

Ethisch consumeren is minder of niet kopen. U weet wel, consuminderen: minder vlees, schoenen, shirtjes, tropisch hardhout, vliegvakanties, etc. en meer gerecyclede spullen, Fair Trade koffie en ‘eerlijke’ noten en sinaasappelen, etc. Van die dingen die ook de magere derdewereld boeren, Sweatshop Bangladesh-vrouwen, Indiase vuinisbergkinderend plus hun vissen, vogels en bossen sparen. En als de Big-Companies dan ook nog meedoen, dan gaan we in de goeie richting om de planeet te redden. 

Wat een onzin, consuminderen, dat gaat niet gebeuren. Ethisch consumeren is een sympathieke gedachte die voornamelijk in de Westerse wereld voorkomt, onder een kleine high class bevolkingsgroep, en onder een nog minisculere groep minimalisten. Ze zijn zich zeer bewust van de kwetsbaarheid van de wereld direct om hen heen en bewust van het grotere perspectief van de gekwelde aardbol. 

Maar 99% van de westerse bevolking leeft er niet naar. En daarbuiten al helemaal niet. Ook de Big-Companies niet, ondanks de dure in-company cursus ‘ethisch ondernemen’. Ze zijn op zijn best wat groener geworden maar die groenheid lijkt over het algemeen meer op een reclamebord dan dat je veel groen terugvindt in hun businessmodel.

Er zijn honderd redenen te noemen waarom ethisch consumeren en ethisch ondernemen niet van de grond komen. Redenen die te maken hebben met onze groei-economische ideologieën, ons geopolitieke systeem, ons blind geloof in technologische oplossingen, ons individualistische waarden/normensysteem en de zelfverslavende werking van ons brein. Groen produceren en consumeren raakt in essentie aan het probleem dat de politieke instrumentalisten van het wereldorkest niet dezelfde ethische partituur spelen. Het is een Jostiband.

Dat zal allemaal wel, zal u zeggen, maar wat ondertussen onafwendbaar doorgaat is de ontbossing, de lucht-, zee- en grondvervuiling, het uitsterven van grote zoogdieren tot kleine bio-organismen, van complete ecosystemen op wereldschaal. Alle weldenkende mensen en scherpdenkende experts/wetenschappers zullen het erover eens zijn dat er een mondiale, radicale en fundamentele aanpak nodig is om een dystopische toekomst te vermijden. Niet een westers deltaplan maar wereldwijd… duizend deltaplannen! En ethisch consumeren/produceren speelt daarbij een centrale rol.

Maar wat mogen we dan verwachten van overheden, van boven af? Of van onderaf, van het volk? Van de weinige echte democratieën* in de Westerse wereld valt weinig te verwachten omdat ze door hun aard altijd met belangenpartijen moeten polderen om te kunnen bestaan. Daadkrachtige, fundamentele, ethische gedragsveranderingen kunnen ze bij producenten en consumenten nauwelijks afdwingen. Sinds de Club van Rome (1972) is er door democratieën wel een maatschappelijk milieubewustzijn gecreëerd maar geen breed en diep doorvoeld burgerbewustzijn dat tot relevante gedragsverandering heeft geleid.

Van de landen die zich een democratie noemen, maar dat in staatsrechtelijke en parlementaire zin beslist niet zijn, hoeft men nog minder te verwachten. Laat staan van de autocratieën, oligarchieën, theocratieën en andere kleptocratieën. 

Kan men van de burger zelf, van onderaf, een ethische gedragsverandering** verwachten? Het coronatijdperk is misschien niet een goed voorbeeld maar het laat wel zien dat de burger gedragsbeperkingen uit innerlijke of afgedwongen solidariteit niet lang volhoudt, ook al krijgt ze dagelijks de cijfers van besmettingsgraad en het aantal directe en indirecte doden voor de neus. Zelfs een botsing met deze harde realiteit van dood en verderf zet niet aan tot gedragsverandering, zoals het dat ook niet doet bij het zien van dierenleed in varkens-, kippen-, runder-, en nertsfabrieken.

Ecologische oorlogsmisdaden zou men ze kunnen noemen. De wereldburger wil wel zijn waarden behouden (vrijheid, gelijkheid en broederschap zeg maar) maar niet de zelfopoffering die bij alle waarden altijd is ingebouwd: gedragsbeperking, matiging, versobering. De burger zal zijn bereikte staat van welzijn niet willen opgeven, en er desnoods oorlog voor willen voeren. 

Bovendien: systemen zijn altijd sterker dan individuen. De uitzondering daarop zijn revoluties waarbij burgers de politieke en economische orde om ver halen en een systeemswitch veroorzaken die met geleidelijkheid, compromis en samenwerking niet bereikt had kunnen worden (de Franse, Russische, Duitse, Aziatische en twee Amerikaanse revoluties zijn er een voorbeeld van, ten goede en ten kwade). Van ‘consumentenrevoluties’ heeft nog niemand ooit gehoord.

Is er een uitweg? Nee. De afgelopen 50 jaar milieubewustzijn en de decennialange kritiek op de groei-economische ideologie heeft nauwelijks iets opgeleverd ten gunste van milieubehoud, biodiversiteit, klimaatbehoud, etc. Het heeft ons rijker en gezonder gemaakt, zeker, maar dat keert zich nu wel tegen ons. Rijker aan wat, vraag je je af. Aan spullen? En gezonder? In de top drie van doodsoorzaken staan leefstijlziektes: cardiovasculaire ziektes, kanker, longziektes, en tel daar maar bij op: diabetes-, obesitas-, alcohol- en drugs gerelateerde aandoeningen, verkeersongelukken, e.a.

Is er een uitweg? Nee. Tenzij we een diep emotioneel besef ontwikkelen (en dat vooral ook dagelijks aan onze kinderen overdragen), en bij alles wat we kopen bedenken… dat Genoeg wel Genoeg is.  

*Volgens de ‘Democracy Index van de Economist Intelligence Unit’ leeft in 165 landen slechts 5% van de bevolking in een sterke democratie.  ** ‘De Mythe van de groene consument’, J.Tielbeke, De Groene, 24-06-20, nr. 26

Wat te doen tegen wokies, wappies, whinenies en tokkies?

Natuurlijk bestaan er racisten, seksisten, misagonisten en homofoben. Daar moeten we naturlijk iets mee en daar hebben we ook al veel aan gedaan in de laatste decennia. Maar wat als iemand je daarvan frontaal en publiek beschuldigt zonder enig feitelijk bewijs. Zonder een onderbouwing met kwalijke uitspraken, publicaties of acties waaruit dat zou moeten blijken. Of nog erger: je canceling of ontslag eisen. Menige reputatie en werkplek is voorgoed vernield, voor journalisten, academici, wetenschappers, onderwijskrachten, schrijvers, kunstenaars, uitgevers, politici, en anderen. Wat is dan de beste reactie als je zoiets overkomt? 

De meest natuurlijke reacties op een persoonlijke aanval zijn: vechten, vluchten, bevriezen of onderwerpen.

Vechten. Oftewel de tegenaanval openen lijkt weinig effectief omdat de aanvallen vrijwel altijd komen uit de hoek van links-radicale activisten, van activistische bewegingen met een open of versluierde politieke agenda: radicale postmodernisten, neomarxisten, kritische ras-theoretici, intersectionalisten, woke-people. Rechts reactionaire conservatieven kunnen zich racistisch, antifeministisch of homofoob tonen maar zelden op de plaats waar links-radicalen zich ophouden: binnen de journalistiek, de universiteiten, onderwijsinstellingen, in de kunstwereld, binnen politieke partijen. Men kan absoluut niet verwachten dat links-radicalen bij een tegenaanval het veld ruimen. Dat zou hun ingroup schaden en ze zouden dan hun ingroup moeten verlaten. Of ze worden als ‘ras-, etnische-, of gender-verrader’ betiteld en hun tribe uitgezet, hetgeen hen isolement, status- en gezichtsverlies oplevert. 

Terugvechten door de verdediging in te gaan is nog gevaarlijker. Een bewijs van hun aanklacht vragen, argumenteren, nuanceren en kritische vragen stellen is bij voorbaat al verdacht. Of sterker nog, het is het bewijs dat de radicalist gelijk heeft. (R. DiAngelo, auteur van het vee lverkochte cultboek ‘White Fragility’ stelt dat elke witte man een racist is, en het bewijs daarvoor is zijn ontkenning).

Nog sterker: sommige radicaal activistische bewegingen hanteren hun eigen (Stalinistisch perverse) logica als hen om bewijs van hun beschuldiging gevraagd wordt, want het woord ‘bewijs’ is een ‘witte uitvinding’. Wetenschap überhaupt (zelfs wiskunde en glaciologie) is een ‘repressieve witte mannen uitvinding’! Evenals horloges, lichamelijke handicaps, biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, je kan het zo gek niet bedenken. Een dialoog aangaan is zinloos omdat radicalen de minimale, redelijke dialoog- en argumentatieregels niet met je zullen delen, want dat zijn ‘witte regels’.

Vluchten. Oftewel stoïcijns een beschuldiging negeren, zal de radicalist aanmoedigen om de achtervolging nog verder in te zetten want zoiets wordt gezien als zwakte. En zwakte wekt niet zelden agressie op. 

Bevriezen. Oftewel angstig zwijgen zal geïnterpreteerd worden als een bekentenis, want wie zwijgt stemt toe nietwaar? Ook in dit geval werkt zwakte agressie op.

Onderwerpen is wellicht de gevaarlijkste reactie die je kunt hebben. Onderwerpen door (wel of niet) verplicht mee te doen aan White Fragility Trainingen, Woke-workshops, colleges Critical Race/Gender/Colonial Theory of Incompany Diversity Training. Onderwerpen is ook een verklaring tekenen dat u solidair met BLM, de LGBTQ+ of bij sollicitatie vragen binair moeten beantwoorden: ‘bent u voor of tegen de BLM of #MeToo beweging?’.

Wat te doen?

  • Aangifte doen. Tenminste als er in de zin van de wet sprake is van belediging, smaad of laster, en zeker in het geval van fysieke bedreiging.
  • De werkgever inlichten. Transparante informatie aan de baas geven en om bescherming van de werkplek vragen, liefst publiekelijk of schriftelijk bevestigd. Tenzij de baas al niet zelf een wokie is geworden.
  • Journalisten inlichten. Met name hoofdredacties vragen om (zo mogelijk) fact-checking te doen en de beschuldigers publiekelijk te vragen om onderbouwend bewijs te leveren.
  • Politici inlichten. Hen voorleggen om aan de hand van voorbeelden aandacht te vragen voor de ‘afrekencultuur’ in democratische instituten en bedrijven. Aandacht vragen voor een verandering in wet- en regelgeving waardoor het traceren van anonieme berichten in sociale media mogelijk gemaakt wordt.
  • Follow the money. Onderzoek (laten) doen naar de belanghebbenden die beschuldigers financieren.
  • Humor. Hier ligt een taak voor moedige cabaretiers, standup comedians, politieke cartoonisten, muzikanten (een protestsong doet meer dan een krantenartikel), BNers en andere influencers. 
  • Meldpunten inlichten. De Reclamecode Commissie, Nationale ombudsman kunnen aan de hand van publieksklachten trends inventariseren, hierover publiek mededeling doen en aanzetten tot wettelijke vervolging. (Zie de klachten over het complottijdschrift ‘Gezond Verstand’). Een advocatencollectief zou hetzelfde kunnen doen. 

Critici zijn natuurlijk altijd prima, wat het onderwerp ook is. Tenminste zolang ze zich niet anonimiseren, niet bedienen van drogredenen (vooral van ad hominem argumenten) en bereid zijn hun meningen publiekelijk en met feitelijkheden te onderbouwen en die bij te stellen als er overtuigende tegenargumenten komen.  

Zo niet, dan zal er tegengas gegeven moeten worden om niet terecht te komen in een paranoïde angstcultuur op de werkvloer of überhaupt in een politiek correcte (moreel corrupte) bestuurscultuur waar men niet aan durft te ontsnappen op straffe van persoonlijk leed.

Er is een verschil tussen critici die goed willen doen en critici die goed willen lijken. Die laatsten lijden aan wat filosoof Brandon Warmke* noemt: Moral Grandstanding. Oftewel: zelfverheffende morele opschepperij.

Er is een verschil tussen activistische bewegingen die in hun oorspronkelijke vorm (BLM, 2e generatie feministen, genderactivisten) op veel sympathie konden rekenen en de volledig doorgeslagen, gepolitiseerde, woke-activisten: White Privileges groepen, 3e en 4e generatie feministen, intersectionalisten, Social justice warriors.

Deze laatste groepen lijden aan een extreme en kwaadaardige vorm van identiteitspolitiek, een intimiderende machtspolitiek die een regelrechte ondermijning van de democratische waarden en instituten nastreven, zoals Douglas Murray in zijn boek ‘The Madness of Crowds’** briljant analyseert.

* ‘Grandstanding, the Use and Abuse of Moral Talk’, Justin Tosi & Brandon Warmke, 2020. Ook op youTube: Moral Grandstanding, Prof. Brandon Warmke, 7.18 en 6.51 min.

** ‘The Madness of Crowds’, Douglas Murray, 2020. Aanrader! Ook op YouTube: Douglas Murray