Informatie privacy (Slot): stop de stalkers

Hoezeer we ook hechten aan onze informatie privacy, handel in – en diefstal van onze persoonlijke informatie is wereldwijd inmiddels een miljarden business, voor de reclamesector, voor fraudebendes en voor spionage door Amerika en door autoritaire staten. Op dit moment is het Internet hét middel geworden om wereldwijd grootschalig de informatie privacy, grondrechten van burgers, te schenden.

De grootste wereldwijde kolonisatoren van de Datawereld – degenen die  met deze ontwikkeling zijn begonnen – vormen de Amerikaanse Tech-bedrijven Google, Facebook en Amazon. Dat dit de afgelopen 10 jaar zo uit de hand heeft kunnen lopen heeft een aantal oorzaken:

  • Zoals altijd met nieuwe technologie: wat je er potentieel mee kunt doen, dat gebeurt gewoon. Het ideaal van een vrij Internet is allang overwoekerd door de commercie en politieke machtsuitoefening.
  • De consumenten hebben begerig al hun gegevens het internet opgestuurd om maar in de belangstelling van anderen te kunnen staan en goedkoop spullen te kopen.
  • Zoals altijd liepen de democratische overheden achter de feiten aan. Nu zijn de belangen inmiddels te groot om politieke partijen nog tot fundamentele actie te bewegen. Ook de nieuwe Europese regels vormen maar een slap aftreksel van wat nodig is. 

We hebben veel structurelere en fundamentelere wetgeving nodig over eigendom en gebruik van data. De huidige toestemmingscookies (wie leest 70 pagina’s juridische tekst voordat hij op accepteren cookies klikt?) zijn ronduit ridicuul. Hoezo toestemming, chantage zul je bedoelen!

Allereerst dient geregeld te worden dat het bedrijven verboden is data van burgers op te slaan, tenzij de bedrijven een certificaat van afdoende databeveiliging kunnen overleggen. Bovendien moet bedrijven verboden worden deze data met derden te delen of te verkopen.

Iedere website die cookies op je persoonlijke apparatuur wil plaatsen, moet mijns inziens in ieder geval de volgende half schermvullende mededelingen op het scherm zetten met de voorwaarden die van toepassing zijn voor gebruik, dus:

Om deze app of website te gebruiken, of aankopen te doen, dient u een account aan te maken met uw persoonlijke gegevens.

Deze app of website gebruikt cookies om:

  • Uw persoonlijke gegevens op te slaan;
  • Uw internetgedrag te volgen, waaronder uw locatie;
  • Uw persoonlijke gegevens en internetgedrag, waaronder uw locatie, aan derden te verkopen.

Indien u niet akkoord gaat met deze voorwaarden, kunt u deze app of website niet gebruiken.

Deze vorm van transparantie zal bij de commerciële sites al snel tot veranderingen leiden, want alleen degenen, die helemaal niet om informatie privacy geven, zullen dan nog rustig op akkoord klikken.

Maar zo’n maatregel zal nog wel jaren duren, dus in de tussentijd moeten we zelf onze maatregelen nemen op onze apparatuur, onder andere door dagelijks alle rotzooi van die spionnen er af te vegen. En uiterst selectief te zijn aan wie we onze data, vooral ons telefoonnummer verstrekken.

Informatie privacy (3): de overheid moet geen data- sleepnetten gebruiken

Terrorismebestrijding is wereldwijd al tientallen jaren een toverwoord voor overheden om ongestraft grootschalig de informatie privacy van burgers in het geheim te schenden. Tegenwoordig doen overheden dat door computeralgoritme gedreven ‘sleepnetten’ eindeloos door internetbestanden van derden (inclusief gezichtsfoto’s) te trawlen, soms met dramatisch onterechte gevolgen voor onschuldige burgers. De verhoudingen tussen gebruikte middelen en het doel zijn in deze al jaren zoek.

Wat al die autoritair bestuurde landen ook doen, je moet als democratische samenleving niet willen dat je overheid ongericht computergestuurde onderzoek in databestanden gaat doen om mogelijk iets verdachts te vinden in gegevens van burgers. We kunnen gericht en noodzakelijk opsporingswerk van Justitie en Politie prima ondersteunen door een aantal ‘onschuldige’ data van burgers beschikbaar te maken, zonder de informatie privacy als grondrecht feitelijk aan te tasten.  

Er zijn maar een aantal wettelijke middelen vereist om het werk van degenen, die terrorisme, cyberspionage, cybercrime en andere misdaad bestrijden, aanzienlijk te vereenvoudigen en om veel doelgerichter in de elektronische wereld justitieel onderzoek te kunnen doen:

  1. Het mobiele telefoonnummer en het e-mailadres fungeren nu al als surrogaat voor het Burgerservicenummer bij inlog beveiliging (bijv. Digid). Vroeger waren er gewoon telefoonboeken met NAW gegevens. Waarom zou de overheid niet over het mobiele telefoonnummer en e-mail adressen van burgers mogen beschikken en Google en Facebook wel?
  2. Geen anonieme prepaid telefoons meer toestaan. Ook prepaid telefoons dienen gewoon op naam van de kopende burger op basis van identificatieplicht worden geregistreerd. Auto’s rijden ook niet zonder kentekenbewijs.
  3. Internetaansluitingen van woningen dienen gewoon, net als straatadressen gewoon bij de overheid te worden geregistreerd. Wat is het verschil tussen een straatadres en een elektronisch adres?
  4. Infrastructureel is van alle woningen bekend of ze aansluitingen voor energie en water hebben. Verstrek ook de verbruiksgegevens van woningen en bedrijven, die geven vaak belangrijke aanwijzingen geven voor criminele gebruikers.

Juist door het ontbreken van die mogelijkheden voor politie en justitie, brengt het heimelijk ongericht gebruik van massaal data-trawlen via algoritmes door de overheid grote risico’s met zich mee, dat onschuldige burgers slachtoffer worden van datadiscriminatie. Ingevoerde gegevens zijn meestal onbetrouwbaar en daarnaast worden gegevens gecombineerd waartussen geen enkel oorzakelijk verband hoeft te bestaan (alleen toevallige correlatie). En bedenk daarbij ook dat algoritmes niets anders doen dan dat wat het computerprogramma is ‘geleerd’ door de makers, hetgeen ook complete onzin kan zijn.

Indien je bijvoorbeeld een computer leert misdadigers te herkennen op basis van foto’s en persoonskenmerken alsmede burgerlijke data van de huidige gevangenispopulatie, dan kun je vooraf al voorspellen dat het algoritme gaat zoeken naar jonge mannen met een donkere huidskleur uit bepaalde wijken. Die zijn immers oververtegenwoordigd in de gevangenissen.

De Chinese overheid maakt gebruikt van een gezichtsherkenning algoritme dat via camera’s op straat werkt. Het toegepaste algoritme gebruikt de ‘wetenschappelijke’ kennis dat criminele burgers op straat nauwelijks lachen. Criminelen lachen namelijk ook niet op foto’s gemaakt bij hun arrestatie…

Als veel overtredingen en misdaden inmiddels met elektronische middelen via internet wordt gepleegd (bijv. fraude, kinderporno, datadiefstal) zou je verwachten dat je burgers via de rechter ook elektronisch kunt straffen, bijvoorbeeld:

  • 6 maanden geen internet aan huis;
  • 1 jaar geen gebruik van een mobiele telefoon;
  • Ontneming van elektronische informatie privacy voor een jaar – justitie heeft dan het recht specifiek het internetverkeer van een burger te volgen.

Allemaal echt niet zo moeilijk te regelen.

Burgers kunnen geen veiligheid van de overheid vragen en tegelijkertijd het de overheid in de huidige digitale wereld onmogelijk maken die veiligheid proberen te borgen en criminaliteit te bestrijden. De overheid moet naar mijn mening niet zo bang zijn om voor haar taken de noodzakelijke data van burgers te eisen en te gebruiken en daar open over te zijn. Het is juist de stiekeme aanpak via achterdeurtjes die burgers wantrouwend maakt. Het parlement moet in deze niet publiekelijk meehuilen met de privacy-wolven uit het bos. Een parlement dat wel even ‘tussendoor’ zonder veel ruchtbaarheid goedkeurde dat de overheid onder voorwaarden gegevens van burgers via derden mag onderscheppen.

Informatie privacy (2): Data tien maal beter beveiligen!

Bij semi-overheidsinstellingen en instellingen in de medische- en zorgsector spelen vaak dezelfde problemen, die ik in het eerste artikel beschreef  (denk aan de SVB, het UWV of de GGD’s). Maar bij deze instellingen spelen vaak ook andere zaken zoals: slechte opleiding en gebrek aan ervaring van steeds wisselend tijdelijk personeel in het gebruik van systemen.

In de Medische- en Zorgsector (ziekenhuizen, zorgverzekeraars) is geautoriseerd gebruik van medische gegevens van burgers helemaal van essentieel belang. Een burger heeft hier helemaal geen keus ten aanzien van zijn informatie privacy. Die sectoren verzamelen zelf hun gegevens over de burger (die vaak niet eens weet welke informatie) en dienen dus op en top te regelen dat dossiers niet voor niet-bevoegden te raadplegen zijn. Maar dat gebeurt vaak wel.

Geautoriseerd gebruik vraagt om robuuste IT-systemen (voor wat betreft inlog-procedures, kopiëren van data en noodzakelijke externe datacommunicatie). Maar vooral ook beveiliging tegen het binnendringen van systemen door hackers.

Je kunt alleen maar iets stelen uit een gebouw, als er in een gebouw onvoldoende beveiligde ramen en deuren zitten of als er onvoldoende 24-uurs bewaking aanwezig is. Je moet of systemen met essentiële data qua capaciteit slechts heel beperkt op een open internetverbinding aansluiten en/of op internetverkeer 24-uurs menselijke bewaking instellen. In de cybercrime wereld van vandaag is het niet meer mogelijk van de voordelen van IT systemen gebruik te maken, zonder de kosten te dragen voor zware beveiliging.

Het kern probleem is echter dat de bestuurders vaak generalisten zijn met weinig inhoudelijke kennis van zaken en zeker niet van informatietechnologie. Wie ergens geen verstand van heeft, houdt zich er echter meestal ook niet mee bezig en laat het over aan anderen (consultants..), afgezien van wat algemene instructies. Budgettair is het meestal ook niet erg sexy om daar veel middelen aan te besteden.

Wettelijk gezien zul je dus moeten regelen dat ongeautoriseerd gebruik van systemen op de werkplek direct wordt afgestraft (bijv. zowel boetes voor de werknemer als de werkgever) en moet je hoge eisen stellen aan de beveiliging van systemen (met directe aansprakelijkheid van bestuurders en eventueel onder toezichtstelling door derden). De Autoriteit Persoonsgevens is in deze een papieren tijger. Deze organisatie heeft wel veel bevoegdheden, maar weinig feitelijke  mogelijkheden tot onderzoek en controle.

Wellicht moet je naast de controle van de Jaarrekening, accountants wettelijk ook verantwoordelijk maken voor de jaarlijkse controle van de beveiliging van IT-systemen of daar een aparte certificeringsorganisatie voor opzetten. En organisaties aparte vergunningen verlenen om data van burgers te verwerken, maar pas na certificering van de beveiliging.

Cyberspionage door andere landen brengt vooral enorme maatschappelijke en  economische schade toe. Zie het recente voorbeeld van diepgaande penetratie van overheidssystemen in de Verenigde Staten. In Europees verband zouden afspraken moeten worden gemaakt om internetverkeer uit bepaalde landen te routeren via bepaalde datacentra, zodat dit verkeer bij die centra dag en nacht kan worden gemonitord. We bewaken wel grenzen, waarom bewaken we nauwelijks het internetverkeer over die grenzen?

Informatie Privacy (1): de overheid maakt er een puinhoop van

De persoonlijke gegevens van miljoenen autobezitters in Nederland zijn gehackt, zo werd kortgeleden bekend. Een commercieel bedrijf had de gegevens verkregen via de Rijksdienst voor het Wegverkeer en had die die in zijn eigen systemen onvoldoende beveiligd. Er volgden weer de bekende klaagkoren over het grootschalige aantasting van de privacy en mogelijk criminele gevolgen. Er wordt  dezer dagen weer heel wat over ´privacy’ geschreven, maar echter heel weinig fundamenteel over gedebatteerd, ook niet in het parlement.

In de Nederlandse Grondwet (artikel 10) is privacy omschreven als het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het recht op privacy is een grondrecht. Personen hebben het recht door de staat en door andere personen met rust gelaten te worden.

Privacy van informatie is de afwezigheid van informatie over onszelf bij anderen en bovendien het verbod aan anderen om zonder onze toestemming die informatie te verwerven. Privacy met betrekking tot elektronisch zakendoen, is dus het recht op informationele zelfbeschikking. Dit houdt niet alleen de afwezigheid van informatie over onszelf bij anderen in, maar ook het recht van ieder individu om zelf te bepalen welke informatie over zichzelf hij ter beschikking stelt en welke niet.

Met name de informatie privacy is al vele jaren in het geding. Maar daarbij wordt mijns inziens onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de verschillende partijen, die betrokken zijn bij informatieverwerking van gegevens over burgers. Allereerst moet onderscheid worden gemaakt tussen overheidsinstellingen, gemeenschappelijke instellingen ten behoeve van alle burgers, non-profitorganisaties en commerciële instellingen. We beperken ons in dit eerste artikel tot de overheid.

De overheid vormt het bestuur van de gemeenschap van burgers van een land. Om die taken ten behoeve van burgers en andere aanwezigen in een land uit te voeren, hebben overheidsinstellingen automatisch het bestuurlijke recht om noodzakelijke gegevens van burgers vast te leggen én te gebruiken bij haar dienstverlening en beleidsvoorbereiding.

Die bevoegdheid gaat vrij ver. De overheid mag geverifieerde data vastleggen van inwoners over familie omstandigheden, burgerlijke staat, nationaliteit(en), biometrische kenmerken, woonsituatie en bereikbaarheid, werkgever, belastinggegevens, deelname aan en gebruik van overheidsvoorzieningen e.d. Kortom alle data die nodig zijn in het directe en indirecte ‘transactie’ verkeer tussen inwoner en bestuurlijk orgaan.

Er is geen rationele reden te bedenken, waarom een deel van de overheid, Justitie en Politie, geen gebruik zou mogen maken van de data, welke de overheid tot haar beschikking heeft, om overtreding van wetten en misdaden op te sporen en te vervolgen. Alle bezwaren van burgers over ‘privacy’ in die zin, zijn eenzijdig, in de zin van: ‘ de overheid moet wel…, maar de overheid mag niet …. Waarom zou de politie niet in systemen van de Immigratie en Naturalisatiedienst mogen kijken?

Er is ook geen redelijk motief te bedenken, waarom de overheid niet in al haar systemen zou mogen werken met een burgerservice nummer, om data uit verschillende systemen te kunnen combineren. Het is zelfs in het belang van de burger (zie onder). Nederland is een van de weinig landen, waar het maatschappelijk verzet tegen dergelijke combinatie van gegevens nog altijd groot is. Maar wel met het gevolg dat veel overheidsorganisaties weinig effectief ten behoeve van de burgers kunnen werken, laat staan doelmatig.

De problemen met de informatie privacy rond gebruik van data van inwoners door de overheid liggen grotendeels ergens anders, namelijk op het vlak van de organisatie van die gegevens binnen de overheidsbureaucratieën.

  1. De verschillende overheidsorganen hebben de afgelopen 20 jaren aangetoond volstrekt incompetent te zijn ten aanzien van het ontwikkelen van effectieve IT-systemen om de gegevens van burgers te verwerken. Al jaren worden jaarlijks miljarden uitgegeven aan slecht werkende systemen, ondanks uiterst de inzet van kostbare consultants. Ook op dit terrein heeft de overheid zich volstrekt incompetent getoond (en de consultants ook…).
  2. De beveiliging van de toegang van de overheidssystemen is volstrekt onvoldoende ten aanzien van niet-geautoriseerd gebruik door onbevoegden en ten aanzien van indringers (hackers), hetgeen je dagelijks in het nieuws kunt vast stellen. Waarom niet voor iedere overheidsgebruiker, ook systeembeheerders, een digitale tweetraps beveiliging per eigen mobi wordt ingesteld is mij een raadsel. Dan weet je wie er ingelogd heeft.
  3. Overheidsorganen, zoals de RDW, hebben ten onrechte in het verleden hun gegevens gebruikt als commercieel verkoopbare data, alsof de overheid enig recht heeft gegevens over haar burgers aan derden ter beschikking te stellen. Dat recht heeft ze niet, ook onbetaald niet, zelfs niet aan buitenlandse overheden – zonder uitermate strenge controles. Maar het gebeurt wel.
  4. Juist door de dramatisch slechte informatie huishouding van de overheid zelf, wordt van de burger keer op keer dezelfde informatie geëist bij nieuwe interacties, waarbij inmiddels elektronische formulieren met steeds weer dezelfde gegevens hoogtij vieren.
  5. De beperkingen van de overheidssystemen limiteren tegelijkertijd vaak de gelijke rechten van burgers. Na de toeslagenaffaire zijn er nu bijvoorbeeld weer problemen rond de vaststelling van Covid-steun vooral aan kleinere bedrijven. Minister Koolmees durft zelfs letterlijk te stellen dat hij Covid-steun moet terugvorderen omdat de systemen geen bijzondere situaties aankunnen. Wellicht is het inderdaad aan te bevelen om alleen nog beleid te maken dat of door mensen of door geautomatiseerde systemen op juiste en rechtmatige wijze kan worden uitgevoerd, rekening houdend met de enorme diversiteit in de situaties waarin burgers leven, wonen en werken.
  6. Diezelfde ‘systeem’ beperkingen gelden ook voor controlerende overheidsorganen, alsmede justitie en politie. De fraudeaanpak rond de uitkeringen van toeslagen voor kinderopvang (toeslagen-affaire) was gebaseerd op de zgn. Bulgarenfraude. Vele tientallen Bulgaren vroegen deze uitkering aan, wonend op 1 adres… Ambtenaren signaleerden dit wel, maar geen bestuurlijk manager die actie ondernam. Als je als burger in een huur- of koopwoning de Gemeente vraagt wie er mogelijk nog meer op jouw adres staan ingeschreven, dan is het antwoord: dat mogen wij u niet vertellen in verband met de ‘privacy’. Dan krijg je na betaling een brief met de mededeling of er nog andere mensen op jouw adres staan ingeschreven, niet wie. Die persoon moet zichzelf weer ‘uit’ schrijven….

Als burger moeten we terecht onze informatie privacy aan onze overheid bloot stellen. Het is onze overheid die er bij het gebruik van die data een puinzooi van maakt. 

*definities wikipedia 

Wat gebeurt er op de beurzen?

Iedereen met een paar duizend euro’s op de bank is op zoek naar een of andere vorm van rente. Er wordt gespeculeerd met cryptovaluta – een ‘waarde’ zonder enige basis (behalve schaarste) en zonder bewakende Centrale Bankiers. Velen hebben inmiddels ook kleine belegginkjes in beurstrackers, die  kunnen ook een paar procent opleveren.

Met meer dan een ton op de bank ben je dief van je eigen portemonnee, want bij vele banken moet je dan zelfs rente toebetalen. Dus dan maar naar de beurs of nog liever: beleggen in een huurpandje met hoge huur.

Inmiddels waarschuwt de grootste belegger ter wereld, Warren Buffet, voor de overwaardering van aandelen op de wereldwijde beurzen. De waarde van alle Amerikaanse aandelen zijn inmiddels 228% groter dan het hele Bruto Nationale Inkomen van Amerika. Al een stuk hoger dan tijdens de Internethausse in 2000 – voor de grote beurscrash van 2001.

Als er door de enorme bedragen die landen tijdens de Corona crisis in de economie pompen inflatie ontstaat ( zoals op de huizenmarkt) kan de rente gaan stijgen. En wat er dan gebeurt is totaal onvoorspelbaar, ook in de bankensector. Het is zaak op je financiële tellen te passen.

31 Redenen waarom men wetenschap (te) lastig vindt en wantrouwt

  1. De meeste mensen weten nauwelijks wat wetenschap inhoudt en hoe ze werkt. Onbekend maakt onbemind, vooral als het je beter uitkomt.

2. De meeste mensen weten niet het verschil tussen empirische (harde bèta) wetenschap en niet empirische (zachte alpha en gamma) wetenschap en hun respectievelijke onderzoeksmethoden.

3. De meeste mensen maken geen onderscheid tussen wetenschappelijk onderzoek (kenniswerk in ontwikkeling), consensus-wetenschap (kennis waar geen wetenschapper meer aan twijfelt) en de harde wetenschappelijke methode (het experimenteel testen van hypothesen en die proberen te verwerpen).

4. Moderne wiskunde en statistiek zijn voor de meeste mensen nauwelijks te begrijpen (liever verhalen dan cijfers, liever plaatjes dan formules en curves). Dat maakt wetenschap onpopulair.

5. De meeste mensen hebben grote moeite het verschil te zien tussen pseudo-onderzoek (feiten- en methodenvrij zwammen), correlatief-onderzoek (zoeken naar mogelijke samenhang) en causaliteitsonderzoek (zoeken naar oorzakelijke samenhang).

6. De meeste mensen maken geen onderscheid tussen fundamentele wetenschap (meestal komend uit universiteiten) en toegepaste wetenschap (technologie, die meestal komt uit het bedrijfsleven), waardoor de kwalijke kanten van technologie afstralen op de wetenschap (‘Die natuurkundigen en chemici schepen ons mooi op met nucleair en chemisch afval, biowapens,  biogif en de bom’).

7. Men maakt slecht onderscheid tussen wetenschappelijke kennis en de politieke vertaling ervan. Een slechte politieke vertaling straalt gemakkelijk af op de geadviseerde wetenschappers.

8. Wetenschappelijk gezag (gezag überhaupt) is een moeilijke zaak in een individualistische, egomanische maatschappij (‘Ja, die hoge heren en knappe koppen, ik weet het niet hoor….’).

9. Onwelgevallige wetenschappelijke berichten en waarschuwingen negeert men gemakkelijk (b.v. over alcoholconsumptie, obesitas, vakantievliegen, etc.) of schuift men voor zich uit (b.v. over klimaatopwarming).

10. De wetenschappelijke methode liegt niet, maar een wetenschapper kan soms wel liegen (vanwege subsidie, status, belangenverstrengeling). Men vergeet echter dat wetenschappers aan een serie toetsingsverplichtingen moeten voldoen alvorens zij mogen publiceren. Glippen zij toch door de mazen van het net dan straalt dat negatief af op de wetenschap in het algemeen (‘Die reviewers en commissies vertrouw ik ook niet meer’).

11. Liever esoterie en astrologie (‘Er is meer tussen hemel en aarde…’) dan meteorologie en astronomie (antwoord: ‘Ja klopt, een boel lucht en leegte’). De zogenaamde ‘alternatieve manier van denken’ op gelijke voet stellen met de wetenschappelijke methode is narcistische waanzin.

12. Emotionele logica (op louter gevoel en intuïtie vertrouwen) en verstandelijke logica (zorgvuldig, methodisch nadenken) lopen bij de meeste mensen vaak door elkaar: emotionele logica ‘voelt beter…..kan je niet uitleggen’*.

13. Regressie naar het simpele (liever iets simpels of dogmatisch begrijpen dan tegen het onbegrijpelijk complexe oplopen) voorkomt dat men zichzelf dom vindt.

14. Achterdochtige slachtofferisten zijn een gemakkelijke prooi voor wervende complotdenkers die per definitie anti-wetenschap zijn.

15. Mis- en desinformatie zijn soms moeilijk te onderscheiden van wetenschappelijke kennis.

16. Argumentatieleer (zonder drogredeneringen leren debatteren): ‘Nooit van gehoord’.

17. Denkfouten als ingroup-thinking (wij-denken), cognitieve dissonantie (wegmoffellen van tegenstrijdigheden), observer bias (verwachtingsbevestiging) en confirmation bias (vooroordeelbevestiging) overvleugelen vaak het wetenschappelijk denken, want… je wil er in je groep niet uit liggen.

18. Placebo (positieve nep) en Necebo (negatieve nep) zouden het bewijs zijn van het enorme zelfherstellend of zelfziekmakend vermogen van de mens (‘Ze werken ook, dus wat nou wetenschap?’). Homeopathische goeroes en de gigantische gezondheidsindustrie met hun marketeers houden daarom niet van wetenschap of maken er parasitair misbruik van.

19. Magisch denken en bijgeloof liggen altijd op de loer als je erg ziek of angstig bent (‘Want je kan nooit weten of dit middel misschien helpt, toch?’).

20. Leven met onzekerheid wordt slecht verdragen. Harde en zachte wetenschappers verkeren noodzakelijkerwijs altijd in onzekerheid; twijfel is de motor van voortschrijdend wetenschappelijk inzicht (‘Wat heb je eraan, ze spreken elkaar steeds tegen’).

21. De terechte afbraak van -de mythe van de beheersbaarheid en maakbaarheid- zet onverminderd door (‘Ja, die knappe koppen zullen echt niet overal een oplossing voor vinden!’). Klopt, maar dat is geen reden om je van wetenschap af te keren.

22. Slechte ervaringen met ‘wetenschap’ (‘De dokter zei A maar het was mooi B’).

23. De God geld (economisch eigenbelang) is vele malen machtiger dan de halfgodjes feit, logica en bewijs. De uitspraak ‘kennis is macht’ geldt maar in zeer beperkte mate voor wetenschap, die vrijwel volledig afhankelijk is van de financiering door de belastingbetaler, investeerders, sponsoren en filantropen. Van wetenschap wordt je zelden rijk.

24. De overschatting van ‘de goeie ouwe praktijk’ boven een nieuwe theorie (‘Allemaal theoretisch gelul’). De wetenschap draait het juist om: niets zo praktisch als een goede theorie! Want zonder de quantummechanica geen internet, MRI-scan, smartphone, etc.

25. De fobie voor nadenken (denken is niet inspannend, diep nadenken kost veel moeite, veel tijd en frustratie). Wetenschap bedrijven is monnikenwerk dat veel teleurstellingen en mislukkingen met zich meebrengt*.

26. Analfabetisme, dyslexie, dyscalculie, cognitieve stoornissen en beperkingen (‘Ik snap er allemaal helemaal niks van’) plus ‘de grote ontlezing’ beïnvloeden het begrip voor wetenschap negatief.

27. De persoonlijkheidskenmerken van de Big-Five doen ertoe. Met name hoge scores op neuroticisme, meegaandheid en extroversie, plus lage scores op openheid/nieuwsgierigheid en zorgvuldigheid, beïnvloeden het ‘logisch nadenken’ en het begrip en geduld hebben voor wetenschap negatief.

28. Intelligentie (vnl. probleemoplossend vermogen) is een taboe-onderwerp bij een gelijkheidsideologie (gevolg is een imagoprobleem voor wetenschappers: ‘Boekenwurmen, kamergeleerden, nerds, betweters, wijsneuzen’, etc.).

29. Wantrouwen in de media (‘die zogenaamde onafhankelijke, onpartijdige, objectieve media, (ze kunnen mij nog meer vertellen’). Bovendien, er zijn maar zeer weinig wetenschapsjournalisten met een wetenschappelijke opleiding in vaste dienst bij de mainstream media.

30. Het woke- en genderactivisme geeft je permissie om wetenschap af te doen als ‘een witte mannen uitvinding’. Universitaire docenten zijn zeer beducht om uitgemaakt te worden voor racist, sexist, fascist, micro-agressief, onveilig, e.d. De huidige politisering van universiteiten en onderzoekprogramma’s zetten wetenschap ‘under a dark cloud’**.

31. Religie geeft je de permissie om wetenschap te negeren of te devalueren (het bijbelbeltdenken).

Deze lijst is zeker niet uitputtend maar illustreert hopelijk wel aan welke negatieve krachten de wetenschap en wetenschappers buiten de eigen kring bloot staan. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de kwalijke krachten binnen de eigen kring.

Een aantal items (mn. 9,12, 20, 23, 25) lijken vanuit een neuroscience perspectief een onderliggend mechanisme te hebben dat voortkomt uit de bouw en functie van ons brein. Het beloningscentrum in ons brein reageert veel krachtiger met korte termijn bevrediging (suiker en alcohol, likes, emo-tv, gamen, status- en funaankopen, bonus en beurswinst, e.d.) dan met een bevrediging die men pas op lange termijn ervaart (lange gezondheid, een schoon leefmilieu, zelfredzame kinderen door goede opvoeding, e.d.). Wetenschappelijke bevrediging komt vaak pas na lange periode van monnikenwerk.

* Overigens is het niet zo dat wetenschap louter en alleen bestaat uit logisch, analytisch, methodisch (linker hersenhemisfeer) denken. Goede wetenschap gaat ook gepaard met een dosis intuïtief, synthetisch, creatief out of the box (rechter hersenhemisfeer) denken. Of zoals Einstein het uitdrukte: ‘Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal’. En: ‘Je kunt een probleem niet oplossen met een denkwijze die het heeft veroorzaakt’.

** ‘The Parasitic Mind. How Infectious Ideas Are Killing Common Sense’; Gad Saad, 2020. 

De stemwijzer heeft gesproken

De stemwijzer heeft gesproken. Die vroeg ons op onze mobi naar onze individuele mening over een groot aantal maatschappelijke zaken. Meestal was geen sprake van een doordachte mening, maar je moest toch iets invullen. En toen kwam als resultaat onze eigen individuele ‘keuze’ tot uiting die precies aangaf welke richting we met anderen in de toekomst uit willen door de macht toe te kennen aan een van de 37 partijen. Vanaf nu mogen van die partijen 17 groepen hun mening geven in de 2e Kamer.

Huizen bezittend Nederland koos VVD en een beetje meer lifestyle-progressief D’66. Ze bewaken hun kapitale bezit en (bijbehorende) overmatige schulden. De door de kabinetten Rutte 1,2,3 aan de kant gezette burgers kozen massaal protestpartijen. Waardoor Nederland nu in het bovenste lijstje van Europa staat met het percentage uiterst rechtse ontevreden stemmers. De sociaaldemocraten werden ook in Nederland irrelevant verklaard. Te versplinterd, en een weinig positieve toekomstvisie. Ook daar wogen de ego’s bij de inmiddels kleine partijtjes zwaarder dan de toekomst van een sociale democratie in de huidige klimaatcrisis.

We blijven dus neo-liberaal geregeerd worden. Niet alleen door VVD/D’66, maar vooral ook door het technocratisch ambtenarenapparaat, waarin die partijen zwaar oververtegenwoordigd zijn. Meer van hetzelfde dus. Veel papier, protocollen, procedures, falende IT systemen en destructieve incompetentie.

De politieke marketeers zullen voor veel geld weer nieuwe woorden en frames bedenken. Maar onder Rutte 4 zal er weinig veranderen. Weer beleidscompromissen, waar tot op het bot over is gevochten, maar die onuitvoerbaar blijken. We zullen weer enige jaren moeten wachten op echte toekomstvisies en daadkrachtig uitgevoerd helder beleid dat economisch vele partijen pijn doet, niet alleen de onderkant van de samenleving. Onze aardse leefomgeving zal gedurende die jaren gewoon verder veranderen, ten nadeel van ons allen.

Is Rutte een stille misogynist?

Er mag niet uit de school geklapt worden binnen het kabinet/de ministerraad. Dat lijkt me een goede vertrouwensregel om te voorkomen dat half Nederland gaat meeregeren, de media elk meningsverschil gaat uitvergroten en je als kabinetslid je mond niet meer durft open te doen op straffe van trial by media. De vergaderingen vallen formeel onder het staatsgeheim.

Minister Bijleveld vindt dat kennelijk niet en vertelt RTL dat vrouwelijke kabinetsleden Rutte hebben aangesproken op de wijze waarop hij de vrouwelijke ministers zou behandelen. Prima als zij dat doen, als dat het geval is, maar 1) hou het binnenskamers en 2) als je dat niet wenst te doen toon dan wel aan dat Rutte’s kwalijke bejegening waar is. 

– Klopt het dat Rutte de vrouwelijke ministers eerder onderbreekt dan de mannelijke ministers*? Hoe weet je zoiets? Spreektijd opgenomen? Onderbrekingen geteld? Is dat  bij elk agendapunt zo, of bij agendapunten waar een minister meer of minder bij betrokken is? Vinden alle zeven vrouwelijke kabinetsleden dat, of niet? Vinden de negen mannelijke ministers dat ook, allemaal of enkele? Of doet het er niet toe dat de mannelijke ministers dat wel of niet vinden en alleen de vrouwelijke ministers wel? En als Rutte ze afkapt, is er dan ter plekke gevraagd naar de reden daarvoor? Onduidelijk

– De andere klacht was dat Rutte de vrouwelijke ministers niet serieus lijkt te nemen. Wanneer voel je je serieus genomen? Pas als je volledig en ongeïnterrumpeerd uitgesproken bent? Pas als je standpunt wordt overgenomen, anders niet? Zoiets kun je alleen zeggen als je meerdere voorbeelden hebt waar dat uit zou blijken, maar ja, dan klap je inhoudelijk uit de school, en dat kan weer niet. Is het fair-play als Bijleveld een klacht naar buiten brengt waarbij andere vrouwelijke klagers anoniem willen blijven? Was dat gezamelijk afgesproken, dat Bijleveld hun woordvoerder zou zijn bij het uit de school klappen bij RTL? Onduidelijk.

–  Volgens Bijleveld zouden vrouwen een andere praatstijl hebben dan mannen, ‘dat blijkt uit onderzoek (b.v. meer doelgericht)’. Dat zal vast wel, in het algemeen. Maar is die algemeenheid hier ook toepasbaar op alle vrouwelijke ministers, in deze vergadercontext? Onduidelijk.

Trouwens, over welk onderzoek hebben we het? Er zijn zoveel genderonderzoeken over de sekseverschillen in communicatiestijl, en niet altijd ‘ten gunste’ van vrouwen. Maar ook mannen hebben onderling een heel verschillende debatstijl, die vaak erg afhankelijk is van het onderwerp ter tafel, de urgentie van het onderwerp, de betrokkenheid bij het onderwerp, wie ze tegenover zich hebben, in hoeverre hun verantwoordelijkheid en positie in het geding zijn, en tien andere redenen. Bovendien, de mannen en de vrouwen zullen het met elkaar moeten redden, verschil of niet, blijf op de bal spelen en niet op de persoon. En als het soms wel op de persoon is dan spreek je daar iemand op aan, niet achteraf in de media gaan klagen. Drie belangrijke handboek argumentatieregels**zijn: niet op de man spelen (argumentum ad hominem), niet een beroep doen op medelijden/slachtofferschap (argumentum ad misericordiam), geen ‘hermetische of essentialistische argumenten’ gebruiken (mannen/vrouwen/Afrikanen/allemaal… zijn van nature…..). Lijkt me de beste manier om seksediscriminatie (en etnische) te bestrijden.

-Volgens Bijleveld zou Rutte ‘geen geduld hebben als vrouwen een onderonsje hebben en bij mannen heeft hij dat wel’. Hoezo hebben vrouwelijke ministers onder-ons-jes? Omdat ze vrouw zijn? Dat klinkt nogal  seksistisch, als een vergadertactische zet***. Of omdat ze toevallig naast elkaar zitten? Dan is het vrouw of man zijn niet relevant om te benoemen. En als mannen met elkaar praten is dat dan een onder-ons-je? Dat kun je alleen zeggen als vrouwen ervan uitgesloten worden, en is dat het geval bij de mannelijke ministers? Onduidelijk. 

Je kunt niet zomaar iets beweren of suggereren zonder dat je dat grondig met elkaar (en niet alleen met Rutte) uitzoekt. Anders is het polariseren, insinueren, kwalijke retoriek en dat schaadt de samenwerking. Als mannelijke kiezer wil je dat niet, en als vrouwelijke kiezer zul je dat ook niet willen, neem ik aan.

– Er is een gesprek geweest tussen de vrouwelijke bewindslieden en Rutte over deze kwestie, en na dat gesprek ‘is dat (gevoel) niet helemaal verdwenen’. Dat klinkt als een schot voor de boeg: kan Rutte nu nooit meer een bewindsvrouw afbreken, ook al is het nog zo terecht? Want ik hoor het ze al zeggen: ‘we hebben het er nog zo over gehad’! 

– Rutte reageerde op deze kwestie door ook uit de school te klappen; hij kon natuurlijk niet anders want anders zou hij zich ‘verdacht maken’. Maar zijn reactie was (sekse)neutraal: ‘dit is tegen mij gezegd en ik ben er op gaan letten, zowel bij de mannen als de vrouwen’. Rutte zegt, ook na een week zelfreflectie en desgevraagd bij Jinek en WNL, dat hij de 16 bewindsvrouwen en mannen voortdurend interrumpeert, om de vergadering strak te kunnen leiden en dat hij de klacht nog steeds niet herkent.

Het punt is: je kunt je gender (of etniciteit) nooit als argument voor je gelijk gebruiken, het is valsspel. Als je dat wel doet vergiftig je de samenwerking en dat hebben we zeker in deze lastige tijden niet nodig. Geen misogynie en misandrie, niet in verkiezingstijd, niet in de Eerste en Tweede Kamer, niet in het kabinet, nergens en nooit niet.

* Het fenomeen ‘manterruption’ en ‘mansplaining’ (mannen zouden vrouwen sneller interrumperen dan mannen) zou in bepaalde onderzoeksettingen bestaan. De vraag is of dit een strikt gendergebonden fenomeen is dat geldt voor elke setting, onder alle omstandigheden, onafhankelijk van onderwerp, expertise, groepsgroote, tijdsdruk, ed. (zie YouTube).

** Er is veel literatuur over wat een goede manier is om meningsverschillen op een redelijke wijze op te lossen en om de (on)deugdelijkheid van argumentaties te analyseren en te beoordelen. Een klassieker is: F.H. van Eemeren, e.a. (2016/5e druk) Argumentatie. Noordhof Uitgevers.

 *** Een bekende vrouwelijke vergadertactiek om ‘vergaderdominante mannen’ tegengas te geven is de onderlinge afspraak om het standpunt van een vrouwelijke spreker te versterken door elke volgende spreekster het standpunt te laten herhalen. (Annedieke Kuchler, Reporters Online, 11-03-21).

De Brexit verhuld door Corona

Jacob Rees-Mogg, fractieleider van de Conservatieven in Engeland, kan tevreden zijn. Enerzijds heeft zijn marionet, premier Johnson, een routeplan voor de Covid-exit gepresenteerd, anderzijds heeft de pandemie het drama van de Brexit in de eerste maanden qua nieuws in Engeland volledig ondergesneeuwd. Rees-Mogg is ook de voorzitter van de ECG ( de European Research Group) – de strategische club van rijke libertarische zakenlieden (miljardairs) die al jaren de Brexit nastreefden. Dit clubje was ook een groot aanhanger van Trump.

Rees-Mogg is zelf niet zo rijk. Hij verdiende zijn 150 mln. pond bezit met een eigen hedgefonds. Kranten vermelden altijd dat zijn vrouw (als erfgename) in de toekomst veel rijker zal zijn dan hij. Ach ja.

De ECG onder leiding van Rees-Mogg heeft de strategie van de Brexit campagne  bedacht en gefinancierd en Nigel Farage als goed betaalde populistische stroman in het zadel geholpen. Bevriende eigenaren van vele dagbladen steunden de campagne  met desinformatie. Ze financierden ook de leugenachtige berichtgeving op de Social Media (onder andere de beruchte desinformatie op Facebook via Cambridge Analytica). De groep wipte Teresa May toen die niet het beloofde resultaat leverde. Johnson wou heel erg graag premier worden en laat zich gelukkig wel sturen.  

Rees-Mogg’s clubje slaagde er in een Brexit referendum parlementair gerealiseerd te krijgen en met 1% verschil in stemmen te winnen. Ze slaagden er ook in Labour in de laatste verkiezingen te verslaan – niet in de laatste plaats door de Labour leiders voortdurend van antisemitisme te beschuldigen. Een moddercampagne al te graag gesteund door de Israëlische regering (die denkt te kunnen profiteren van de Brexit).

Bijna 5 jaar later kunnen Jacob en zijn vrienden eindelijk hun droom vorm geven. Singapore aan de Noordzee. Een eiland van innovatie en goedkope arbeidskrachten. Een kapitalistische vrijstaat alleen gebonden aan de handels- en arbeidsregels die ze zelf via het door hun bestuurde parlement en regering opstellen, ongehinderd door de EU (1). Via volledig flexibele arbeidscontracten. Met overheidsambtenaren die naar hun pijpen dansen (geleerd van Trump). Met een nog verdere afbraak van de Sociale voorzieningen – die zijn overgedragen aan de Gemeenten (die daarvoor geen geld hebben). Met een nog verdergaande privatisering van overheidstaken, waarbij ze vooral de hinderlijke BBC in het vizier hebben. Overigens zal ze dit door Covid tot hun hun spijt voorlopig niet lukken met de Nationale Gezondheidszorg  – die is te populair. En natuurlijk vrije handel met het Midden-Oosten voor de enorme Britse wapenindustrie.

De aloude Engelse Klassenmaatschappij wordt op moderne manier hersteld, maar nu met drie klassen: de financiële kapitaalbezitters / investeerders en top ondernemers, hun hoogopgeleide goed betaalde helpers en de rest van het volk. De vanouds extreme inkomensverschillen in Engeland mogen nu nog extremer worden. De nieuwe wijze van regeren bleek al uit de in eerste instantie rampzalige aanpak van de pandemie, waarbij vooral onder de armere en gekleurde burgers al meer dan 100.00 slachtoffers vielen: velen van hen konden zich niet permitteren om niet door te werken, anders kwam er letterlijk geen brood op de plank.

De economische praktijk is echter in de eerste maanden van Brexit weerbarstig. Het zijn de details die tellen bij de uitvoering:

  • Er waren met de EU geen afspraken gemaakt over de financiële sector, die inmiddels een groot deel van de handel naar Europa (vooral Amsterdam) heeft verplaatst.
  • Als ‘derde’ land moet alle Britse export nu aan de Europese bureaucratische regels voldoen, en dat gaat al maanden mis. Vers vlees, vis en groente staat te rotten aan de grenzen. Veel kleine bedrijven verliezen bijna al hun Europese consumenten als klant, omdat die privé invoerrechten moeten betalen. En dus verhuizen veel bedrijven naar Europa. De pakhuizen, ook in Nederland, zijn niet aan te slepen.
  • Vrachtwagens rijden vol heen en leeg terug. Veel vrachtauto chauffeurs weigeren nog naar Engeland te rijden (dagen wachten aan beide kanten van de grens). Transportondernemers in Europa staken hun diensten naar Engeland (niet meer rendabel als je verschillende typen goederen vervoert, waarvoor allemaal verschillende documenten en controles nodig zijn).
  • De aanvoerlijnen van en naar Europa met industriële onderdelen is in het honderd gelopen. Gelukkig hadden ondernemers aan beide zijden van de nieuwe grens voor enige maanden voorraad ingeslagen. Maar die raken ook op.
  • De nieuwe Noord-Ierse grens is een drama geworden, zelfs winkelvoorraden worden niet op tijd aangevuld. Politiek dansen ze in Noord-Ierland op een vulkaan.
  • Voor Schotland (die in ruime meerderheid niet uit de EU wilde) is Brexit ook een compleet debacle geworden. Er wordt al weer gesproken over een nieuw onafhankelijkheidsreferendum.

Maar zoals gesteld: het nieuws over de Corona pandemie, niet de gevolgen van Brexit beheersten het nieuws de afgelopen maanden. Maar zodra de economische gevolgen na de zomer de nieuwsberichten gaan domineren, zullen Rees-Mogg en zijn clubje volop aan de bak moeten. Dan verklaren ze politiek de oorlog aan de EU als de bewuste veroorzaker van al die ellende. En met hun propaganda middelen zouden ze dat nog wel eens kunnen winnen ook. Dat bleek al uit de ruzie met de EU over de niet nagekomen leveringsafspraken met ‘hun Astra Zenica’ – gniffelend vierden ze het eerste belangrijke resultaat van hun afscheiding. 

Engeland heeft een rijke geschiedenis als grote wereldnatie. Als rond 2050 de eerste diepgaande historische verhalen over periode na de Brexit verschijnen, zullen we zien of die grootsheid is terug gekeerd.

(1) Among the various grievances that led to Britain’s departure from the European Union, resentment of worker protections was not dominant for most voters. But it was a point of urgency among many Conservative MPs, for whom freedom to deregulate was the purpose of Brexit. That is what they meant by regaining sovereignty: emancipation from rules that, in Eurosceptic demonology, suffocate enterprise and limit prosperity. In that ideological conception, a successful Brexit is one that casts off the bureaucratic shackles as soon as possible (uit The Guardian).

Over onafhankelijke, onpartijdige en kritische journalistiek (2)

De journalist wordt van boven getrapt, van onder geschopt en van binnenuit gepushed. Hij is niet vrij maar moet werken binnen de parameters van zijn vak. Die parameters bestaan gedeeltelijk uit een journalistieke gedragscode waarmee hij getoetst kan worden door de Raad van de Journalistiek. De R.v.J. bestaat echter voor de helft uit journalisten en kan geen beroepssancties opleggen. De slager keurt zijn eigen vlees. Bovendien, niet alle dagbladen hebben zich aangesloten bij de procedures van de R.v.J. (b.v. het Parool).

De andere parameters bestaan uit ongeschreven regels die ook maken dat de rol van journalist als ‘onafhankelijk, onpartijdig, kritische weergever van de realiteit’ een mythe is:  

  1. Bijt niet de hand die je voedt.

Mediaorganisaties zijn bedrijven. Bedrijven hebben een hiërarchische organisatie: journalisten, redacteuren en een hoofdredacteur. De journalist schrijft, de redacteur bepaalt of het goed genoeg is. De redacteur kan opdracht geven over een bepaald item te schrijven en niet over een ander. De hoofdredacteur heeft de eindbeslissing. Je bent niet vrij te schrijven wat je wilt, je gaat door filters (1). Politieke, commerciële en smaakgekleurde redactionele filters. Er zijn links en rechts gekleurde filters. Hot news is commercieel altijd beter dan slow news. Het aantal clickbaits bepaalt mee wat de waarde van een journalistiek artikel c.q. onderwerp is. Soms ook hoeveel de journalist betaald krijgt voor zijn artikel. Teveel spanningen binnen een journalistiek team over het wel of niet plaatsen van een artikel, en te veel kritiek op elkaar en vooral op de redactiebaas (laat staan de vuile was buiten hangen), het zal onvermijdelijk leiden tot canceling en uiteindelijk tot ontslag (nemen). Er is ongetwijfeld veel journalistieke vrijheid binnen een team, maar er zijn ongeschreven filters en grenzen aan de zogenaamde ‘onafhankelijke journalistiek’.

  • Vergeet nooit wie je broodheer is.

Grote mediabedrijven zijn vaak financiële clusters van kleinere bedrijven die afhankelijk zijn van mediatycoons en investeerders maar allereerst van adverteerders. Redacteuren en journalisten kijken wel uit om publiekelijk al te kritisch op hen te zijn. De mediatycoons zitten aan tafel bij politici van wie ze feed voor en feedback op hun beleid krijgen. En de investeerders en adverteerders kunnen dreigen zich terug te trekken. De abonnementslezers ook, alhoewel, zij hebben geen directe invloed op het nieuwsbeleid. Tv-kijkers veel meer, via dalende kijkcijfers. 

  • Hou je vrienden dichtbij en je vijanden nog dichter.

Als een waakhondjournalist een nieuwsfeit ‘van boven’ haalt, bij de politici, de machtige CEO’s, bestuurders, grote investeerders, etc., dan krijgt hij natuurlijk alleen toegang als hij een vriendelijke werkrelatie met hen onderhoudt. Een kritisch interview mag, maar niet te kritisch, anders is het eens en nooit weer, exit. De ’bazen van boven’ weten natuurlijk ook wel dat waakhond-journalisten een dubbele agenda hebben, net zo als zijzelf ook niet het achterste van hun tong laten zien. Het is een spel van vertrouwen en wantrouwen maar het netto-effect op de journalist is vriendelijke terughoudendheid ten behoeve van toegankelijkheid. Vooral kritische buitenlandse correspondenten en reportagemakers die nog eens terug willen keren naar een niet al te democratisch land moeten pappen en nathouden.

  • Jij kiest niet altijd het nieuws, het nieuws kiest jou ook.

Dit punt ligt in het verlengde van het vorige punt. Als een politicus of bestuurder etc. de krant belt weet je dat het om eigenbelang of propaganda gaat. Als een nieuwsbron belt die een ongemakkelijk feit heeft te vertellen waarbij hijzelf betrokken is, zal hij altijd geneigd zijn een vriendelijke waakhond uit te kiezen voor een interview, niet een bijter. Zo kan het nieuws gemasseerd worden. Als een tipgever ook nog geheimhouding eist dan wordt ‘het schandaal’ gedempt en vertraagd. Lopende een diepgaand journalistiek onderzoek botst de journalist niet zelden op tegen ernstige fysieke bedreiging, of advocaten van de tegenpartij, wat hem of zijn redactie kan doen besluiten met het ‘dure onderzoek’ te stoppen.

  • Goed is wat de kudde samenhoudt, slecht is wat haar ontbindt (Nietzsche).

De mainstream media hebben geen enkel belang bij polarisering en verdeeldheid van het volk, want dat kost lezersabonnementen en advertentie-inkomsten. De mainstream media zullen om die reden het contact met de ‘mainstream massa’ niet willen verliezen, want het lezersvolk vormt zijn inkomen, niet de elite. De ‘amateur journalisten’ en ‘YouTube tv-zenders’ op de social media hebben dat polarisatiebelang wel. Zij kunnen zich een feitenvrije journalistiek permitteren. Het verdacht maken van de reguliere media is een propagandastrategie die er toe heeft geleid dat vak-journalisten over hun schouder zijn gaan kijken, de stickers van hun auto’s halen, beveiligers meenemen en hun dure  camera’s op afstand van de mob houden. De zelfcensuur van de individuele journalist kan hij voor zichzelf houden, maar op de redactievergadering is het een doorlopend onderwerp van gesprek.

  • Je kan alleen liegen als je de feiten kent (M.Heidegger).

Maar soms besluit de journalist toch dat het beter is de feiten niet (volledig) te kennnen, dan kun je toch nog een verhaal verkopen. Dat gebeurt als journalisten niet factchecken, niet minstens twee betrouwbare bronnen gebruiken, geen hoor en wederhoor toepassen. Halve waarheden opschrijven is ook een vorm van liegen. Valse analogieën gebruiken, uitspraken en videobeelden uit hun context halen, overdrachtelijke uitdrukkingen, hyperbolen of framing gebruiken, het hoort er allemaal bij (zie de uitspraken van de R.v.J.). Want waar rook is moet wel vuur zijn, zo redeneert men kennelijk. Nee Heidegger, je kan ook liegen juist als je de feiten niet kent.

Het voordeel van de mediacrisis is dat binnenshuis en buitenshuis een zelfkritische mediadiscussie op gang is gekomen. Dat heeft geleid tot allerlei initiatieven en suggesties om de ‘vrije nieuwsgaring’ te verbeteren. In willekeurige volgorde: geef elk(e) dagblad/omroep/zender een ombudsman; gebruik regelmatig lezer/luisteraar/kijker- enquêtes; organiseer platforms of loketten voor kritische mediagebruikers en publiceer daarover; organiseer podcasts waarin gezaghebbende politici, wetenschappers, technologen, economen etc. met elkaar debatteren; plaats geen triviaal nieuws; plaats bij elk artikel een bronvermelding; gebruik algoritmes voor het opsporen van drogredeneringen in artikelen; redacteuren: maak de diversiteit van het nieuws evenwichtiger; evalueer regelmatig het functioneren van redacteuren; zorg voor meer funding voor degelijke onderzoeksjournalistiek; zoek naar advertentievrije funding (2).

Tenslotte. Journalistiek is een product van zijn tijd. Net zoals filosofie, wetenschap en kunst. De tijd is voorbij om de mythe in stand te houden dat journalistiek objectief, onafhankelijk en onpartijdig is. Die vlag hoog willen houden heeft eerder een paradoxaal effect op de nieuwszoeker en de inmiddels armlastige ‘kwaliteitsmedia’. Er zal een next level journalistiek moeten worden uitgevonden om niet te verzuipen in het huidige mediamoeras. Dat is hard nodig want een democratie kan niet bestaan zonder een vrije pers die de burger een oriëntatie op de wereld geeft. Hoe die next level journalistiek er uit moet gaan zien weten we niet, maar het begint in ieder geval met een grondige zelfreflectie en een hulpvaardige kritiek van buitenstaanders. Één ding weten we wel: journalistiek zal altijd en in de eerste plaats de Grote Factfinder en Factchecker moeten zijn. 

(1) ‘Manifacturing Consent’; N.Chomsky & E. Herman, 1988. De lijn van Chomsky’s vijf filters is in het bovenstaande enigszins aangehouden.

(2) In Nederland heeft de digitale krant ‘de Correspondent’ (70.000 leden) veel van deze initiatieven verwerkt.