Gezond en pathologisch activisme

Macht is controle hebben over het gedrag van anderen. Absolute macht is controle hebben over het gedrag plus de gedachten en ideeën van anderen. Als het je alleen om de macht gaat heb je maar weinig mogelijkheden. Maar die mogelijkheden kun je wel eindeloos variëren.

Een snelle en effectieve manier om het gedrag van anderen te controleren is direct fysiek geweld te gebruiken. Een minder snelle maar evenzeer effectieve manier is met fysiek geweld dreigen oftewel intimideren. Fysiek geweld gebruiken kan maar op drie manieren: van de sterkere persoon tot de zwakkere persoon (een straatovervaller) Of van een groep tot een persoon, waarbij de eerste natuurlijk vele malen sterker is dan de laatste (een straatbende). Of van de sterkere groep tot de zwakkere groep (een oorlog). Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor dreigen: groepsintimidatie is sterker dan persoonlijke intimidatie. Een uitzondering is natuurlijk terroristisch geweld van een ‘lone wolf’ tegen een bepaalde groep.

Macht uitoefenen op iemands gedachten en ideeën is lastiger, daarvoor moet je het geloofssysteem van de ander afbreken en vervangen door een ander geloofssysteem. Een geloofssysteem omvat de ideeën die het gedrag van iemand sturen: een religie of andere sociale overtuigingen gebaseerd op ‘kennis’. En beide doen een claim op wat waar is, op waarheid. Bij religie is God de alomvattende waarheid. Bij kennis is wetenschap de beperkte en voorlopige waarheid; buiten de beperkte kennis zijn er nog de niet rationele kennis, de metafysica of het mysterie.

Voor de Verlichting was God de waarheid. Sinds de Verlichting werd de waarheid vastgesteld door rationeel onderzoek(vnl. in Frankrijk) of empirisch onderzoek (vnl. in Engeland) en sinds de filosoof Kant door allebei. Als reactie op de Verlichting kwam de rebelse Romantiek, met zijn persoonlijk subjectivisme van de emotie en de ervaring. En daarna tenslotte het huidige Postmodernisme dat elke claim op waarheid als onmogelijk acht.

Dat Postmodernisme, vooral sinds de jaren 60 van de vorige eeuw, was goed nieuws voor machtszoekers want nu was noch het subjectieve noch het objectieve geloofssysteem van de ander immers meer van belang. Je kan het overslaan, het hoefde niet meer in een twistdebat aan de orde te komen, tenminste wat de Postmodernisten betreft. Voor hen gold niet meer de inhoud van ideeën maar alleen de betrekking tot de ander, de machtsverhouding (Foucault). Althans dat was en is nog steeds hun dominante idee. Voor hen is nu alleen nog van belang de instituten van de macht die de Verlichting had meegebracht af te breken. Afbraak of ondermijning van de Kennisinstituten (universiteiten en andere onderzoekscentra) en de Rechtsinstituten (het wetgevende parlement, de wet handhavende politie in de praktische zin en de wet controlerende rechtbank). En, voor zover er nog een vierde macht naast de trias politica te bespelen is: de commerciële Media.

In de bovenstaande zin zijn de pure machtszoekers gemakkelijk te identificeren. Ze hebben een hekel aan kennisdragers, experts, onderzoekers en gaan het debat met hen uit de weg. Vooral complotdenkers onder hen laten zich dus ook niet toetsen, niet overtuigen van een eventueel tegendeel. Verder hebben ze een hekel aan de parlementaire democratie waarin immers een doorlopende ideeënstrijd plaatsvindt. En al helemaal aan een representatieve democratie want ze nemen er immers zelf niet of nauwelijks aan deel. Een hekel ook aan de politie, want wetshandhavers zijn de veruitwendiging van de parlementaire/representatieve democratie. En een hekel aan de rechters en het OM omdat zij niet onafhankelijk zouden zijn; je kan ze niet verwijderen en vervangen, alleen maar wel wraken en intimideren.

De tactieken van pure machtszoekers zijn ook gemakkelijk te identificeren: je kunt de ander onder druk zetten met:

  • fysiek geweld (straatterreur, terreuraanslagen, gijzeling);
  • intimidatie (journalisten/politici/bestuurders bedreigen, anonieme bedreigingen via sociale media, onaangekondigde blokkadeacties);
  • schuldinductie (beschuldigingen van racisme, seksisme, etnische discriminatie, kolonialisme, zonder aanziens des persoons);
  • slachtofferisme (vals medelijden opwekken, ‘safe places’ afdwingen, vergelijkingen met de holocaust maken);
  • polariseren (vnl. buiten de mainstream media, in de sociale media, valse slogans, trollen en desinformatie verspreiden);
  • geen aanspreekbare leiders benoemen (dat zou een kwalijke interne machtsstructuur veronderstellen en voorkomt publieke verantwoording afleggen);
  • nadelig expertonderzoek in twijfel trekken en verdacht maken (onderzoek als subjectief en partijdig labelen);
  • interne groepsdwang (de afwijkende eigen groepsleden vernederen);
  • afvalligen uit eigen groepsrijen verwijderen en demoniseren (publiekelijk ad-hominem ‘vernietigen’, als (ras)verrader aanduiden);
  • institutionele ‘afrekencultuur’ creëren (onwelvalligen ontslaan, degraderen, niet als spreker uitnodigen, boycotten).

Bij ‘gezond activisme’ ontbreken deze tactieken. Bij ‘pathologisch activisme’ van intolerante machtszoekers, zijn bovenstaande tactieken een steeds weerkerend sektarisch patroon. Al eeuwen.

Bij ‘pathologisch activisme‘ komt de waarheid uit de loop van een geweer’ (à la Mao); waarheid zoeken is niet meer de bron van rechtvaardigheid.

Bij ‘gezond activisme’ komt waarheid voort uit het zoeken naar een betere waarheid. Een betere waarheid waaruit een beter niveau van sociale rechtvaardigheid voortkomt.

Gelukkig komt er schoorvoetend een tegenbeweging op gang die het ‘pathologisch activisme’ probeert af te stoppen. In de VS publiceerden een aantal vooraanstaande intellectuelen en kunstenaars: ’A Letter on Justice and Open Debate’, Harpers Magazine, 070720. In Nederland: ‘Open brief ter verdediging van het vrije debat’, Mijn Nieuws, 0720.

Ayaan Hirsi Ali zei het onlangs nog: Do not tolerate the intolerant! Volgens de Engelse filosoof Carl Popper was intolerantie tegenover niet-democratische machtszoekers zelfs een absolute voorwaarde om een democratie in stand te kunnen houden.

Die aardige multimiljonairs

De Volkskrant (130720): Superrijken willen meer belasting betalen voor de gevolgen van de coronacrisis.

Die multimiljonairs en miljardairs voelen de bui al hangen: ‘beter dat we zelf vragen wat meer belasting te mogen betalen dan al die sociale onrust en straks die gelijkheidsrevolutie over ons heen  te krijgen. We sturen gewoon een briefje naar de krant, nog even voor de G7 bij elkaar komt, dan zijn we misschien van het gedonder af’.

Bij het lezen van dat Volksrant berichtje moest ik even denken aan de Duitse filosoof Hegel (1770-1831) die in een passage van zijn ‘Phänomenologie des Geistes’ de symbiotische verhouding meester-slaaf analyseerde aan de hand van de zgn. dialectische methode. Met dit voorbeeld wilde hij laten hij zien dat de vooruitgang in de menselijke geschiedenis verloopt in een voortdurend proces van eerst ideeën, dan tegenideeën en tenslotte nieuwe ideeën: these, antithese en synthese.

In de these en antithese toont zich de symbiose van de kapitalist-meester die evenzeer afhankelijk is van de arbeider-slaaf, als de slaaf van zijn meester. De meester heeft zo goedkoop mogelijke arbeiders nodig. Of nog goedkoper: machines die de slaaf kunnen vervangen, en zo nodig goedkope arbeiders laten migreren of de productiemiddelen verplaatsen naar lage lonen landen. Alleen op die manier kan zo veel mogelijk winst worden gemaakt, kunnen investeerders worden aangetrokken, kan de markt uitgebreid worden en de bedrijfsgroei versneld. Om die machtspositie (these) te behouden had de meester aanvankelijk een knuppel nodig, belangrijke politici in zijn achterzak, en een religieus-, wettelijk- en filosofisch-geloofssystem om de slaaf aan het werk te houden. 

Daartegenover staat de macht van de slaaf (antithese) die aanvankelijk niets kon doen tegen het dagelijkse geweld, maar eenmaal bevrijd kwam de feodale of kapitalistische meester in het nauw. Daarna ontworstelde de arbeider zich in de laatste eeuw steeds verder. Hij kon saboteren en revolteren, en omdat ie in de meerderheid was kon hij zijn bevochten stemrecht gebruiken om zich politiek te verenigen, om vakbonden op te richten, stakingsrecht te krijgen, kortom een meer democratisch staatsbestel afdwingen. Soms was er revolutie voor nodig (de Franse, Russische, Chinese revolutie) om de tegenmacht kracht bij te zetten. Regelmatig schoot ook de slavenmacht door: het schrikbewind onder Robespiere, Stalin en Mao. En soms kwamen er  andersoortige meesters met hun hypernationalisme/fascisme: Hitler, Mussolini, Franco.

In de strijd tussen de these van het kapitalisme versus de antithese van het socialisme lijkt de eerste het te hebben gewonnen, maar er is nog steeds geen werkelijke synthese bereikt. In tegendeel, de strijd laait weer op: tussen the have’s and the have-not’s, tussen blank en gekleurd, tussen etnische groeperingen, tussen de beide seksen, tussen de hetero’s en de rainbow people. Die ‘Hegeliaanse strijd’ speelt zich tegelijkertijd op economisch, cultureel, intellectueel en moreel terrein af.

De Hegeliaanse strijdmiddelen zijn aan beide zijden divers: een polariserende pers, de sociale media, kleine extremistische en activistische groepen. De oorspronkelijke links positieve identiteitspolitiek is inmiddels volledig doorgeschoten naar een geperverteerd slachtofferisme dat de tegenpartij met schuldgevoel probeert te chanteren en monddood te maken. Aan de rechterkant staan de traditioneel conservatieve blanke nationalisten, zwaar bewapend (in de VS), hun vermeende erfgoed al rellend te verdedigen.

Ook overheden doen wereldwijd mee aan de antithese door middel van zgn. ‘affirmative action’:(wettelijke)regelgeving ter bestrijding van discriminatie op sekse, geloof en etnische oorsprong. Maar elk land doet dat weer op zijn eigen vaak schijnheilige en zichzelf bevoordelende manier. In India wordt het kastensysteem niet afgeschaft, in Arabische landen zijn nauwelijks vrouwenrechten, in China worden de Islamitische Oeigoeren met nazipraktijken ‘heropgevoed’ en staat de burger elektronisch onder 24/7 surveillance, etc.

Men kan rustig zeggen dat de Westerse wereld ver voorop loopt met zijn ‘affirmatieve acties’ maar er is beslist nog niet een synthese in zicht, want een synthese veronderstelt een relatief structurele, systemische rusttoestand in een cultuur. Zo’n sprong van Verlichting naar Romantiek naar Modernisme en Postmodernisme wordt niet gemaakt. Zelfs een aanloop daartoe niet, en al zeker niet wat betreft een synthese met een nieuw economisch systeem.

Je vraagt je af wat Hegel zou vinden van die multimiljonairsactie. Ik vermoed dat hij zou zeggen: het is een Paard van Troje, een omgekeerd slachtofferisme, een fopspeen waar ze zelf in hun dagelijks leven geen enkele last van hebben. En als ze de Coronacrisis als achterliggend grootmoedig motief gebruiken komen ze er ook nog mee weg als liefdadigheidshelden. Filantropie in welke vorm dan ook is mooi maar het raakt het wezen van een vigerende economische en culturele ideologie niet, integendeel, het bevestigd die juist. Zoiets.

Natuurlijk moet er gezegd worden dat alleen onder het kapitalistische systeem, in al zijn vormen, vooruitgang is geboekt. Er is wereldwijd meer welvaart (inkomensstijging), meer gezondheid (minder sterfte door investering in medisch technologische middelen), meer welzijn (minder oorlog, kinderarbeid), beter en betaalbaar onderwijs (in vrijwel elk land), meer vrijheid voor burgers, voor specifieke groepen (vrouwen, arbeiders, studenten) en minderheidsgroepen (gendergroepen, etnische groepen). Tegelijkertijd kent het systeem ook vele nadelen, kent ze corruptie en loopt het op tegen de grenzen van rechtvaardigheid, gelijkheid en ecologische limieten. (lees S.Pinker, T.Piketty, F.Fukuyama, ea.)

Niemand weet in welke richting de wereldgeschiedenis zich gaat ontwikkelen maar het lijkt er wel op dat de Corona-crisis toont dat de houdbaarheidsdatum van het kapitalisme/neoliberalisme niet meer ver weg ligt. Bij escalerende spanningen tussen de these en de antithese in de westerse wereld zijn maar een paar uitkomsten mogelijk: burgeroorlog met een daarna blijvend dominante ideologische overwinnaar. Of toch nog een synthese, voortkomend uit een diep besef dat alleen een nieuwe gender-, etnische- en een economische gelijkheidsideologie een ramp kan voorkomen. Die synthese zal iets moeten hebben van een soort ‘sociaal kapitalisme’, met behoud van vrije meningsuiting, individuele waardigheid en het behoud van een gezonde ecologische wereld. Zoiets mag je op hopen, tenminste als je de plicht tot optimisme serieus neemt.

The big American meltdown

Nu Trump’s meltdown volop gaande is zou ik de volgende voorspelling willen doen: de ratten van de Republikeinse Partij gaan het zinkende schip voor de verkiezingen in november verlaten. En let es op het soort excuses, de hypocrisie en de drogredenen waarmee ze dat gaan doen (en sinds kort al hebben gedaan) om hun nek te redden. Als je als Republikein gewerkt hebt voor- of publiekelijk steun gaf aan de man die ongetwijfeld de geschiedenis in zal gaan als de Slechtste President ooit en de Meest Gevaarlijke politicus, zal dat kwalijke consequenties opleveren voor de rest van je persoonlijke en politieke leven. Tenminste, als je niet voor de verkiezingen probeert weg te komen met een goeie smoes (bv. met het label RINO (Republican In Name Only).

In de klinische praktijk met narcisten/psychopaten en hun zgn. ‘co-dependant partners’ eindigen de laatsten vrijwel altijd in een psychische ontredderde toestand van verwarring, mentale en fysieke uitputting, ingehouden angst en woede en een pathologisch gevoel van wantrouwen, eenzaamheid en isolement. Geprojecteerd op de Amerikaanse samenleving vindt men datzelfde Trumpistische effect terug: een diep verwarde en verdeelde bevolking, vermoeid en verdeeld over het hele rechts/links politieke spectrum, met een dieper wantrouwen dan ooit tegenover politici en de politiek in het algemeen, stuurloos en gestaag afglijdend naar een nationalistisch isolement tov. bevriende naties. 

Welke richting zal het in november opgaan? Mogelijk (?):

De ’ Bussiness as Usual’-richting: blind doorgaan met Trump en een conservatieve Republikeinse partij op een sterk polariserende koers. Ongetwijfeld een Dystopische optie.

De ‘Refurbished’-richting: de partij laat Trump vallen en komt met een nieuwe gematigde kandidaat die de partij van zijn  onpopulaire, meest rechtse, geronto-conservatieve vleugel ontdoet. 

De Democratische partij die met een gematigde Biden iets dergelijks doet: het zuiveren van de partij door de uiterst linkse identitaire vleugel, die hem gevangen houdt, te verwijderen, zonder haar sociale gezicht te verliezen door het belangrijkste kiezersitem te benadrukken: Sociale veiligheid.

  • inkomensveiligheid (door inkomensongelijkheid- en armoede bestrijding),
  • gezondheidsveiligheid (voor iedereen door revisie van het ziektekosten verzekeringsstelsel),
  • rechtvaardigheidsveiligheid (amenderingen op de Grondwet i.z. het onrechtvaardige kiesstelsel, wapenbeheersing, belastingstelsel; een revisie van het rechtsstelsel en een vertrouwensherstel in onafhankelijke rechtsinstituten).

The Basic Needs Optie, zou je kunnen zeggen.

De ‘New Kid on the Block’-richting: toch nog een onafhankelijke, alternatieve presidentskandidaat (à la Bernie Sanders) die vrij van de besmettelijkheden van de bestaande 2 partijen ‘the best of both worlds’ weet te bieden? Tot slot The New Hope Optie die voor de 2020 verkiezingen niet meer mogelijk is.

Het politieke bedrijf is uitermate complex en nauwelijks te doorgronden voor de gewone burger. Dat maakt dat de doorsnee burger teruggeworpen wordt op zijn gevoelsleven, overgeleverd aan zijn ‘bang, boos en bedroefd’ als baken voor zijn stemgedrag. Er zit vaak weinig redelijks en veel emotie in stemgedrag. Dat heeft de niet voorspelde, uit het niets komende overwinning van Trump wel bewezen. Het politieke bedrijf mag dan complex zijn maar het gevoelsleven van de gemiddelde burger is eenvoudig. Het is afgestemd op vechten, vluchten of bevriezen. Links/rechts-ideologisch vechten, vluchten in afkeer en afzijdigheid, bevriezen in paniek en depressie.  

Take your pick! 

Nav. ‘ Take your pick, Frankie boy’, een songregel uit ‘The ballad of Frankie Lee and Judas Priest’ (Bob Dylan, John Wesley Harding, 1967)

Het verraad aan de rede in kafkaiaanse tijden (2)

Het gaat goed mis met het vrije denken en de vrije meningsuiting. Nog even en bij elk ‘verkeerd woord’ of ‘foute grap’ word je uitgemaakt voor racist, seksist, misogynist, xenofoob, homofoob en doe je aan micro-agressie, haatpraat, exclusiviteit, marginalisering, etc. De straf die er op staat is met de nek aangekeken worden, publieke vernedering, fysieke bedreiging, uit je werkpositie geplaatst worden, zelfs ontslag. 

Van huis uit ben ik nogal nuchter van aard maar de bovenstaande alarmerende feitelijkheden vinden dagelijks en op grote schaal plaats in de VS, Canada, Engeland, Australië en in toenemende mate ook in allerlei niet-Engelstalige landen. Verontrustend. Het is aan de orde van de dag binnen universiteiten en andere onderwijsinstellingen, binnen grote en kleine bedrijven, binnen de kunst-, de journalistieke en politieke wereld. En ik maak me sterk dat ook in Nederland onder de radar iets dergelijks gaande is. In minder extreme vorm weliswaar, maar toch, het komt niet zelden voor: je mond niet meer open durven doen, je afzijdig houden, geen kritische vragen stellen, je terugtrekken binnen de eigen gelijkgestemde kring uit angst de hel over je heen te krijgen van je kennissen of collega’s. En niet te vergeten: je wordt op Twitter, Facebook en in de reguliere media afgebrand, zeker als je een publieke functie heeft. Enigszins herkenbaar?

Als je de ontwikkelingen in de VS volgt, dan spreken veel intellectuelen van ‘een dreigende burgeroorlog, een bizarre (bijna Maoïstische) culturele revolutie, een frontale aanval op de redelijkheid en genuanceerdheid, op waarheidsvinding, op feitelijkheid, op het gezonde verstand’. Kortom op de logica, de wetenschap en het kritisch denken zelf. Nog niet overtuigd? Ok, dat is prima want als kritische denker moet je je nooit te snel laten overtuigen. Eerst gaan onderzoeken, erop studeren en vooral met empirische ogen blijven observeren naar wat mensen in dit verband meemaken. 

Wat is er toch gaande, waar komt al die sociale onrust, die rellerigheid vandaan? 

Het eigenlijke probleem gaat een paar lagen dieper dan de kwesties racisme, seksisme, en klassendiscriminatie. Die kwesties zijn een symptoom geworden van een onderliggende zgn. post modernistische filosofie die sinds enkele tientallen jaren voet aan de grond lijkt te krijgen. Ze heeft haar diepste wortels in de zgn. Frankfurter Schule (Adorno, Marcuse, Horkheimer, ea.), een filosofische stroming uit de jaren 30 van de vorige eeuw (en eigenlijk nog dieper, bij Hegel, Marx, Weber, ea.).

Het idee ontstond dat er geen objectieve werkelijkheid buiten ons bestaat, dat er slechts taal bestaat waarmee wij alle werkelijkheid in ons hoofd construeren. Begrippen als waarheid, werkelijkheid, realiteit en feiten zijn slechts een sociaal construct, een taalbedenksel. En als de werkelijkheid slechts gezien wordt als een taalproduct, losgeweekt van de empirische wereld, dan heeft dat ingrijpende consequenties: degenen die als groep er in slagen een dominante taalcultuur neer te zetten oefenen daarmee macht uit op andere groepen die daar niet in slagen.

Macht wordt daarmee het centrale meta-filosofische begrip, het dogma, de enig juiste lens waardoor alle sociale verhoudingen gezien moeten worden. De verhouding man/vrouw, blank/gekleurd, hetero/LHBTQ, staat/burger, wetenschapper/gelovige, het is allemaal een kwestie van onderdrukker versus onderdrukte. En dus zullen de onderdrukten de dominante begrippen, geconstrueerd door de witte heteroseksuele dominante man in zijn witte dominante westerse cultuur, moeten deconstrueren. En vervolgens worden nieuwe contrabegrippen in een eigen vocabulaire aangelegd om een tegenmacht te ontwikkelen. En dat doen ze ook: ‘white supremacy, white privilege, diversity, misogyny, gender inequality, toxic masculinity, equity, white fragility, patriarchal hierarchy, social justice’, etc. En daarnaast moet het niet bij woorden blijven. Er is activisme nodig, strategisch en tactisch activisme. En dus wordt er door de Social Justice Warriors fel geprotesteerd, binnen de universiteiten, voor de rechtbanken, politiebureaus, musea, overheidsgebouwen, kortom overal waar de ‘systems of power’ zichtbaar zijn. En de Twitter en Facebook-platforms zijn een snel en machtig communicatiemiddel om geslachtofferde mensen op de been te krijgen. 

Wat we historisch zien is een transformatie van de oorspronkelijke filosofische ideeën van de Frankfurter Schule (1930) naar de zgn. Post Moderne Filosofische School van de deconstructivisten (mn. Derrida, Foucoult, 1960) en nog later naar de huidige school van de zgn. Kritische Theoretici.

Vervolgens splitsen de Kritische Theoretici zich weer uit ten behoeve van een onderdrukte doelgroep: Critical Race Theory, Post Colonial Theory, Intersectional Theory, Radical Feminism and Gender Theory, Queer Theory, White Fragility Theory, etc. Die studiegebieden worden inmiddels gedoceerd op vele Amerikaanse en Europese universiteiten. En soms als volstrekt gecorrumpeerde fake-wetenschap ontmaskerd (YouTube: ‘The Grievance Study-Affair’; Lindsay, Pluckrose & Boghossian, 2020).

Wat is het doel van deze activisten? Dat is zelfs de meeste linkse en rechtse critici van deze stroming (bijv. B.Shapiro, J.Peterson, J.Lindsay, B&E. Weinstein, S.Harris, H.Pluckrose, ea.) onduidelijk omdat alle ‘power structures’ weliswaar afgebroken moeten worden maar er wordt geen enkel nieuw alternatief opgebouwd. Wat wel duidelijk is dat de activisten (hun altijd ontzegde) macht willen, en tegelijkertijd een volstrekt egalitaire, democratische samenleving zonder machtsverhoudingen waarvoor eerst de bestaande samenleving volledig moet worden afgebroken. Dat doet vermoeden dat er een onduidelijke cultureel-revolutionaire agenda bestaat, van een neomarxistische snit, zoals die er ook al was bij de Frankfurter Schule en de vroege Kritische Theoretici. Sommige critici spreken daarom van ‘een paard van Troje’-beweging. Een activistische beweging die ver voorbijgaat aan het gewone, nuttige racisme-, gender- en discriminatiedebat.

Wordt er tegengas gegeven aan deze activisten? Jawel, maar dat is wel uitermate moeilijk als je al snel gestigmatiseerd wordt als racist, seksist, etc. en gebullyed en getwittermobt wordt zodra je een kritische vraag stelt. Sinds Robin DiAngelo (sociologe en witte frontrunner van de Amerikaanse antiracismebeweging) in haar bestseller-cultboek ‘White Fragility’ stelt dat elke blanke per definitie een racist is, en elke tegenspraak daarvoor het bewijs is, moet je erg oppassen voor je reputatie, je werkplek, je baan en je hypotheek.  

George Orwell schreef in 1945 ‘Animal Farm’ en Franz Kafka in 1915 ‘Der Process’, geniale romans die een huiveringwekkende paranoïde, dystopische sfeer ademen. Met een profetische blik?!

Het verraad aan de rede in tijden van chaos

Eigenlijk kun je beter zeggen: het verraad aan de Redelijkheid omdat het begrip Rede vaak te zeer geassocieerd wordt met ‘verstand, als pure logica, zonder gevoel’. Redelijkheid is meer geassocieerd met ‘verstandigheid, als de uitkomst van verstand en gevoel’, als paard en ruiter in samenwerking. 

Een voorwaarde om ‘redelijk’ te zijn verondersteld in de eerste plaats ‘eerlijkheid’ bij het ‘waarheid spreken’. En de waarheid spreken veronderstelt dat men uitgaat van ‘de feitelijkheid van iets’, en hier zit de knoop. Men kan een kaal feit, bv. het huidige weer (zonnig, 25 graden), altijd op verschillende niveaus bekijken: die van de boer, die van de vakantieganger, de terrasexploitant, de meteoroloog, etc. Waarheid spreken betekent dus bereid zijn bij eenzelfde geobserveerd feit ‘het niveau van analyse’ (of betekenisgeving, interpretatie) duidelijk aan te geven. En bij een meningsverschil over wat waarheid is, het niveau van analyse van een opponent als legitiem te erkennen.

In het meest ideale geval is een waarheidsspreker iemand die zelf in staat is zijn mening over wat waarheid is op alle denkbare niveaus van analyse aan te geven, om daarmee zijn mening zo volledig mogelijk te onderbouwen. Maar dat blijft een ideaal: een boer is immers niet tegelijk ook nog een terrasexploitant, meteoroloog en piloot. Sterker nog, het is zelfs een ideaal om te veronderstellen dat een expert een volledige waarheidsspreker kan zijn, vooral als zijn terrein uitermate complex of controversieel is.

Dat is een reden waarom men op complexe kennisgebieden in teams werkt, om zoveel mogelijk nuttige analyseniveaus te genereren en om blinde vlekken, autoriteitsdenken en kennismisbruik door een enkele expert te voorkomen. Wetenschapsteams, en de wereldwijde wetenschappelijke gemeenschap waarin ze zijn ingebed, hebben een ingebouwd zelfcorrigerend vermogen dat dwingt tot redelijkheid. Een expert kan hooguit een gerespecteerde, gezaghebbende woordvoerder van die gemeenschap zijn maar zal in zijn eentje het hele complexe veld (met soms honderden wetenschappelijke publicaties per dag) niet kunnen overzien. Wat de expert wel kan is eerlijk zijn, eerlijk over datgene waarover in binnen die wetenschappelijke gemeenschap consensus bestaat en die dus door de buitenwereld uiterst serieus genomen moet worden.

Maar wat een discussiant redelijkerwijs niet kan doen is die andere de mond snoeren om hun mening uit te spreken (bv. over het klimaat, racisme, seksisme, globalisme etc.). In een redelijk debat mag men dus niet ‘de zonde van het weglaten’ begaan. De imperatief van een redelijke discussie is niet alleen de waarheid spreken, maar de waarheid te spreken, de hele waarheid en niets dan de waarheid.

Redelijkheid in een serieuze conversatie is de optelsom van eerlijk zijn, de feiten kennen, de context van de feiten kennen en het niveau van analyse van de feiten kunnen benoemen en andere mogelijke niveaus van analyse noch bij zichzelf noch bij een opponent willen uitsluiten of weglaten. De waarheid mag dan meervoudig zijn, maar de eerlijkheid is enkelvoudig. En de waarheid claimen is iets anders dan de waarheid spreken.

Dit als intro voor het volgende probleem dat mi. één van de grootste bedreigingen van onze tijd is: de polarisering van opvattingen over ‘de werkelijkheid’ cq. ‘de waarheid’ en het schreeuwende gebrek aan een ‘redelijke discussie’ in de publieke mediale ruimte.

Die polarisering speelt zich op een zeer breed terrein af:

  • populistisch-links tegenover populistisch-rechts (politiek niveau);
  • zwart tegen blank (cultureel niveau);
  • gelijkheid tegenover ongelijkheid (ideologisch niveau);
  • have tegenover have-not’s (economisch niveau);
  • religie tegenover atheïsme (filosofisch niveau);
  • aangeboren tegenover aangeleerd (wetenschappelijk niveau);
  • klimaatontregeling tegenover ontkenning van klimaatontregeling (wetenschappelijk niveau);
  • inclusiviteit tegenover exclusiviteit (niveau identiteitspolitiek);
  • hoge cultuur tegenover lage cultuur (ideologische niveau);
  • hetero tegenover LHBTQ (niveau identiteitspolitiek).

Het polariseringsgevaar is nog betrekkelijk onschuldig wanneer die zich afspeelt als felle discussie in de media maar niet meer als ze daadwerkelijk fysieke consequenties heeft in de buitenwereld. In Amerika is dat het duidelijkst zichtbaar: rellen met miljoenen schade (bv. Charlottesville, Minneapolis, Seattle, NY, LA); het opheffen en ombouwen van het politieapparaat (bv. Minneapolis-, Baltimore-PD), het verwijderen van universitaire docenten (bv. het Evergreen-college incident), het staken van wetenschappers (bv. #ShutdownSTEMacademia-beweging); het ontslag van journalisten (bv. NY Times), tienduizenden vermijdbare Covid19 doden en het fysiek bedreigen van gezondheidswerkers (anti-lockdown beweging), ed. Dat snijdt erin.

Opgeteld lijkt het een aanhoudende aanval op vrijwel alle overheidsinstituten, de wetenschap, de journalistiek, sommige kunst en cultuurinstituten en ze is zichtbaar langs het hele links/rechts politieke spectrum. Deze protest trend is in de VS begonnen en de eerste tekenen dat die overwaait naar het Europese continent zijn al zichtbaar:

  • verbodsovertredende actievoerders tegen de Corona noodwet en het RIVM (viruswaanzin-beweging);
  • het bekladden van musea, standbeelden en straatnamen (antiracisme beweging);
  • het framen van politieoptreden (contextloze videobeelden op sociale media);
  • het ernstig bedreigen van openbare bestuurders (burgemeesters, gemeente ambtenaren, politici);
  • het bedreigen en denigreren van wetenschappers (P.C.Emmer, J.Peterson, ea.);
  •  het beschadigen van 5G masten waarbij obstructie van hulpdiensten, ed. 

Het voorliggende probleem is niet dat er veel maatschappelijke, zeer hete hangijzers zijn, maar het fenomeen polarisatie zelf. Oftewel de vervuiling van de ‘redelijke discussie’ waardoor de hete hangijzers oeverloos en onoplosbaar worden en in geweldadigheid uitmonden. Als het redelijke gesprek verdwijnt, dan blijft de confrontatie in de straat over. En die confrontatie van op zich vredige demonstranten, tegendemonstranten en politie kan zeer snel en zeer gewelddadig escaleren (en is niet alleen simpelweg te wijten aan relschoppers).

Je vraagt je af: wat is een ‘redelijke discussie’, zijn daar ‘redelijke regels’ voor? (Ja) Welke factoren kun je aanwijzen die ‘de redelijkheidsregels’ in de weg staan? (Ja, minstens tien). Daarover de volgende keer meer. 

Zwart-,wit-,geel-,rood- en gemengd-racisme

Ga me nou niet vertellen dat er geen racisme onder moslims bestaat in Nederland (lees: H.Cengiz, de Correspondent, 300620). En dat er gelukkig geen grootschalige slavenhandel meer bestaat (zoals in het islamitische Mauritanië; Google NRC/Standaard/CNN/VPRO). Dat er geen Hindoestaans racisme onder creoolse Surinamers zou bestaan, geen Japans racisme tav. Koreanen, geen Chinees racisme tav. Afro-Amerikanen, geen racisme tussen de Zuid Amerikaans-inheemse volkeren en de Spaans-Amerikaanse bevolking, enz. En vertel me ook niet dat racisme uitsluitend een postkoloniaal effect is. Lees (en huiver)!

Een gewone algemene ontwikkeling en culturele belangstelling, enige historische kennis en de buitenlandse politiek een beetje volgen, plus niet meer dan 5 minuten Googlen en u weet: racisme is van alle tijden, van alle volken, op alle continenten, tot en met vandaag de dag (voor een aardig overzicht lees: M.Peulen, Vrij Links,140620). En, wat mij betreft, als je binnen één minuten niet 10 verschillende vormen van discriminatie kan opnoemen wordt het tijd om bij te scholen.

We hebben in Nederland zeker wat te doen aan racisme en discriminatie maar bedenk tegelijkertijd wel dat Nederland een van de minst racistische landen ter wereld is. Het antiracismedebat is inmiddels een platvorm geworden waarop allerlei ideologische en commerciële groeperingen zich luidruchtig verdringen om er hun voordeel mee te doen:

  • Black Live Matters. Oorspronkelijk een sympathieke Amerikaanse antiracisme beweging die inmiddels gekaapt dreigt te worden door Black Transgender Women beweging, (volg: -Dark Horse Podcast- van Dr.B.Weinstein/Dr.H.Heyen, die met een scherp analytisch mes de identiteitsideologie binnen de wetenschaps-, politieke-, kunst- en onderwijswereld zichtbaar maken). Inmiddels is BLM een volledig amorf ‘alt-left’ gepolitiseerd propagandabedrijf geworden waar vele zwarte intellectuelen afstand van nemen.
  • Bedrijven en adverteerders. Bedrijven die met goede maar ook opportunistische bedoelingen zich afficheren als antiracistisch waardoor andere bedrijven impliciet gedwongen worden hetzelfde te doen want zwijgen, negeren of genuanceerd reageren is op straffe van beschuldiging van racisme geen optie meer.
  • Musea. De museale wereld staat bedrijfsmatig onder grote druk, zeker na de coronacrisis. Meegaan met de politiek correcte mainstream is een elegante manier om te overleven. Goede of slechte bedoelingen doen daarbij helemaal niet ter zake, elk teken van twijfel of nuancering omtrent de historische, culturele of politieke betekenis van hun ‘koloniale/racistische/ discriminatoire collecties’ kan je de kop kosten.
  • Kunst. Standup comedians (de kanaries in de maatschappelijke mijn) kunnen zich grappen op en over de rand niet meer permitteren. Hardop zeggen wat grote delen van de bevolking niet meer durven zeggen is taboe en kost je je carrière. Hetzelfde mechanisme geld in de filmindustrie, de podiumkunsten, de beeldende kunst en de muziekwereld. Opnieuw: goede of slechte bedoelingen doen niet ter zake, het activistische racismedebat houdt de kunst in gijzeling, zeker in de VS. En wat in de VS gebeurt waait vroeg of laat over.
  • Politieke partijen. Er is geen politieke partij die zegt zich soms aan racisme te bezondigen, zelfs niet de PVV, DENK, FvD. Prima, daar zullen we hen aan houden. Ik geef toe niet erg nauwgezet de Kamerdebatten te volgen maar krijg wel de indruk dat het aan een gebalanceerde racisme/discriminatie discussie ontbreekt. En dat er taboe-onderwerpen zijn: de roep om koloniale herstelbetalingen, het ophitsende gevaar van het framen van zgn. politiegeweld op YouTube, het hardop benoemen van politiek racistische landen waarmee contact wordt onderhouden, een gedetailleerde rapportbespreking over het volstrekt gecorrumpeerde overheidssysteem in de overzeese gebiedsdelen en de chanterende ‘antikoloniale houding’ van hun bestuurders, ed.
  • Antiracisme Influencers. Popartiesten en andere BN’ers, gekleurd en blank, spelen via de reguliere en de social media een belangrijke en vaak wel sympathieke beïnvloedingsrol in het racisme debat. Vrijwel altijd speelt een mediagesprek met gekleurde deelnemers zich op een louter emotioneel en zeer eenzijdig en persoonlijk niveau af. Is men bang dat nuancering, contextkennis en hand in eigen boezem steken een verkettering van de eigen gekleurde peergroep oplevert? Ik denk het wel, want een uitsluiting door de eigen gekleurde identiteitsgroep is vele malen pijnlijker dan die van de ‘blanke tegenparij’.

Peergroup-bias, peergroup-pressure, cognitieve dissonantie, het Dunning-Kruger effect (geen weet hebben van eigen incompetentie), racisme en schuldprojectie, het zijn allemaal psychologische mechanismen die aan beide zijden van de zwart-wit discussie de redelijkheid in de weg staan en die tot zeer ongewenste overshoot-reacties leiden.

  • Media. Over de rol van de media wil ik kort zijn omdat er in deze -Webnotities- al vaak genoeg over geschreven is. Onafhankelijke media bestaan niet en dat is op zich ook geen probleem zolang men maar niet beweert het wel te zijn. Maar meer en minder objectieve media bestaan wel. Media worden door de dagelijkse (onderbuikse) online polarisatie en de mediaconcurrentie gedwongen een zeer korte reactietijd te hanteren, want elke twitterstorm en viraal gegane YouTube video is nieuwswaardig. Weg objectiviteit, weg factchecking, hoor en wederhoor, contextonderzoek, degelijke redactiediscussie. Geen tijd. Dat is wat klokkenluiders van de dagbladmedia langzamerhand over hun journalistieke cultuur naar buiten durven brengen.

In dit verband een aanrader om te lezen, over de grensvervaging tussen de social media, technologie en politiek, over de complexiteit en ‘de nieuwsfabricatie’ in de journalistiek: ‘Antisocial, Online Extremists, Techno-Utopians, and the Hijacking of the American Conversation’, Andrew Marantz, 2019. (Marantz is een journalist bij The NewYorker)

  • Onderwijshervormers. Niks mis mee dat lagere en middelbare schoolboekjes meer aandacht besteden aan de horror’s van de koloniale tijd en de na-effecten ervan in de huidige tijd. Ik hoop alleen dat het hele slavernijprobleem door de eeuwen en alle continenten heen in al zijn aspecten genuanceerd neergezet wordt (inclusief de vele doden die vielen onder de witte voorvechters van de afschaffing van de slavernij).

Een ander mi. uiterst verontrustend fenomeen is de aanval van links extremistische bewegingen op wetenschapsinstituten. Vele universiteits-besturen en docenten in de VS moeten de laatste jaren voor hun baan vrezen als ze niet een cursus antiracisme doorlopen (de zgn. witte wasstraat) om zich ‘te bevrijden van hun onbewust racisme’ en publiekelijk hun ‘wit racistische schuld’ bekennen. Onderwijsprogramma’s moeten nauwgezet op racistische bewoordingen worden doorgelicht, herschreven of verwijderd en allerlei gender-specialistische studies werden toegevoegd (waarbij gender gezien wordt als een non biologisch, non evolutionair, sociaal construct, oorspronkelijk bedacht door patriarchaal dominante witte wetenschappers). Sterker nog, de moderne wetenschap zelf zou racistisch zijn, evenals de Verlichting waarin ze haar historische wortels heeft. Een bizarre ontwikkeling, het einde van de vrije wetenschap, het vrije denken en spreken en onderzoeken. En het begin van sektarische zuiveringen die doen denken aan de tijden van Mao.

De diepe onderliggende filosofische laag bij deze ontwikkeling (die sinds de jaren 70 van de vorige eeuw gaande is) wordt briljant weergegeven in een korte YouTube video(s) door Helen Pluckrose: ‘Fighting Postmodernism from the Left’. Aanrader! Kortom: de wereld zit heel wat ingewikkelder in elkaar dan de Critical Race and Gender Activists je willen doen geloven. Ik maak me zorgen omdat ik ditmaal niet denk dat het allemaal wel weer over zal waaien. En zeker niet als het kritisch denken aan zelfcensuur gaat doen

Die is gek (2)

Ik ben maar gestopt met het doorspitten van al die artikelen rond Willem Engel (leidsman van de #viruswaanzin beweging). Gestopt met het verzamelen van al die bizarre uitspraken, verdachtmakingen, hyperbolen, doodoeners en bedekte zelfverheffingen. Ze passen perfect in het profiel van complotdenkers en kwaadaardige narcisten. Je kan om ze lachen maar toch zijn het gevaarlijke mensen die zeer veel persoonlijke en maatschappelijke schade en onrust teweeg kunnen brengen (neem Trump maar als iconisch voorbeeld).

Een gemakkelijke tegenwerping is dat je iemand nooit op zijn persoon(lijkheid) moet bestrijden (het ad-hominem verbod); altijd op de bal en niet op de persoon blijven spelen. Met die grondregel ben ik het hardgrondig eens want drogredeneringen (en dat zijn er opgeteld nogal wat) versluieren, misleiden en zetten je op het verkeerde been, ook al is er niet altijd sprake van een bewuste bedrieglijke intentie.

Met het ‘psychiatriseren van personen’ als middel om iemands geloofwaardigheid te ondermijnen moet je erg oppassen, zelfs als je denkt: die kon wel eens dement, psychotisch of verslaafd zijn. In die gevallen heb je een expert nodig die onderzoek doet om vast te stellen of iemand toerekeningsvatbaar, wilsbekwaam of gewoon crimineel is. Een narcist/psychopaat zal zo’n onderzoek nooit toestaan, tenzij door justitie gedwongen en zelfs dan kan geweigerd worden. En ook al heeft iemand een vastgestelde psychiatrische diagnose dan maakt dat hem/haar nog niet direct ongeschikt voor het uitoefenen van een beroep of onverantwoordelijk voor zijn/haar uitspraken.

Toch zou ik een uitzondering willen maken op het ad-hominem verbod voor in ieder geval twee diagnoses: de Narcistische en de Antisociale Persoonlijkheidsstoornis (in de volksmond: psychopaat). En dan wel in een context waarbij er sprake is van een publieke functie of een leiderschap met grote verantwoordelijkheden voor werknemers of volgelingen van welk soort dan ook.

De reden daarvoor is dat een belangrijk kenmerk van narcisten en psychopaten hun structurele bedrieglijkheid, misleiding en manipulatie is, en dat is niet gemakkelijk zichtbaar als je er geen neus voor hebt. Er zijn meerdere typen narcisten: het ‘groteske-type’ en het ‘criminele-type’ herken je achteraf nog wel. Maar op het ‘covert- en het bestuurders type’ moet je echt even studeren en een neus voor ontwikkelen. Zelfs de neus van de gezaghebbende psychopatenspecialist psycholoog R.D. Hare liet hem in een onbewaakt ogenblik wel eens in de steek (lees: ‘Snakes in Suits’, P. Babiak, R.D.Hare, 2016)

Het is psychiaters en psychologen verboden om een psychiatrische diagnose te stellen als je een persoon niet in onderzoek hebt gehad. Maar in de VS negeerden ze het wettelijke en het beroepsverbod massaal in het geval Trump, omdat ze het hun maatschappelijke verantwoordelijkheid vonden de bevolking te waarschuwen tegen de rampen die Trump nationaal en internationaal zou gaan veroorzaken (lees:‘The dangerous case of Donald Trump’ Bandy X. Lee, ea.,2017). Er werd niet naar hen geluisterd (zoals er zo vaak niet geluisterd wordt naar experts die al jarenlang waarschuwen voor klimaatverandering, lucht-, grond- en watervervuiling, ontbossing, virusuitbraken, ed.)

De narcist en de psychopaat vertonen een gesloten denksysteem, een fort met een groot arsenaal aan leugens en halve waarheden, brainwashtactieken, schuldprojectie, (emotionele) chantage, etc. Een onneembaar fort, zelfs voor forensische behandelexperts in het geval een narcist/psychopaat veroordeeld wordt. Als je het fort binnengaat ben je reddeloos verloren. Er zijn heel wat mensen die psychisch, financieel en maatschappelijk kapot zijn gegaan aan maligne narcisten/psychopaten, en niet zelden ook letterlijk dood.

En er zijn heel wat volken die onder een narcistisch/psychopathisch leiderschap uitgeroeid, gemarteld, uitgeput en uitgebuit zijn. Het heeft geen enkele zin, sterker nog het is gevaarlijk om met hen in gesprek te gaan, zoals je ook geen kaartspelletje speelt met een notoire valsspeler. Door gedurende langere tijd te letten op iemands emotionele reacties, denkpatronen, zijn intieme gedrag, publieke daden en uitspraken kan wel degelijk het profiel van een narcist/psychopaat zichtbaar worden. En dan moet je wel op de man spelen en niet meer op de bal. Of nog beter…. waarschuwen niet aan het spel te beginnen want u gaat niet alleen verliezen maar u blijft met een gebroken arm achter. Op het Malieveld. En denkt dan later….die rattevanger was gek.

De vijanden van de vrije wetenschap (1)

Niemand zal ontkennen dat de maatschappelijke rol van vooral de empirische wetenschappen (natuurkunde, chemie, biologie) en de daaruit afgeleide toegepaste wetenschappen (technologie), die gegrond zijn op waarneming, ervaring en proefondervindelijk bewijs, dat die rol gigantisch is. In de westerse wereldgeschiedenis zorgden wetenschap en technologie telkens voor de grootse maatschappelijke veranderingen. Zonder Galilei, Gutenberg, Semmelweis, Watt, Darwin, etc. en de hele rij Nobelprijswinnaars sinds 1901, hadden u en ik beslist niet gestaan waar we nu staan.

En toch is wetenschap in het algemeen altijd ondergeschikt geweest aan ‘the powers that be’. Wetenschap heeft op zijn best gezag maar nauwelijks economische en politieke macht. De uitspraak: ´kennis is macht’ gaat voor empirische wetenschappers niet op. Want het is aan de exploitant van hun kennis, aan degenen die in staat zijn om deze ‘aangekochte kennisdragers’ in organisaties onder te brengen, hen aan te sturen, te manipuleren, in positieve en negatieve zin, het is die exploitant die bepaalt of kennis wel/niet in politieke en economische macht wordt omgezet. Het meest bekende en dramatische voorbeeld dat u kent is natuurlijk het Manhattan Project waarbij in 1942 de Amerikaanse overheid kernfysici plus 130.000 werknemers aan het werk zette om de atoombom te maken. (Einstein, Goldblat, Russel en vele andere pacifistische wetenschappers hadden het nakijken). En in deze tijd is het de oorlogsindustrie die met de voortschrijdende hightech kennis en technologie telkens het meest geavanceerde wapentuig bouwt en op de markt brengt. 

De weg van empirisch wetenschappelijke en technologische kennis naar politieke en economische machtsuitoefening loopt meestal via financiële investeerders die innovatieve kennisdragers opsporen, managen en in overheids- en private ondernemingen onderbrengen om vervolgens hun kennisproducten economisch gebruiksklaar te maken. Macht is kennis plus geld plus organisatie.  (M=K+G+O). Je vraagt je af: maar als macht zich te veel klontert bij een kleine groep politiek/economische bestuurders, zou het dan niet veel democratischer zijn als de vergelijking wordt: Gedemocratiseerde macht = Kennisinvesteerders(wetenschappers)+ Geldinvesteerders (geldschieters)+Arbeidsinvesteerders (werknemers) oftewel: GM=KI+GI+AI? Zou welvaart, maar vooral ook welzijn, daar niet veel meer bij gebaat zijn? Ik denk het wel.

Nee, alle wetenschap, van de harde beta- tot en met de zachte alpha- en gammawetenschappen zitten maatschappelijk in een zeer zwakke machtspositie. Universiteiten en wetenschappelijke Researchinstituten zijn volstrekt afhankelijk van het geld dat overheden, industrieën en geldschieters hen wel of niet toebedelen. Individuele wetenschappers die ooit in de ‘grote politiek’ gingen konden daar weinig aan veranderen (Merkel is in de westerse wereld de enige regeringsleider met een bèta-wetenschappelijke opleiding). En ‘the powers that be’ zullen wetenschappers graag in die downpositie houden, geen concurrentie graag. Vooral geen GM=KI+GI+AI.

Wie zijn die ‘powers that be’ (ik noem ze liever de vijanden van de vrije wetenschap)? Wie zijn de exploitanten en broodheren van vooral empirische wetenschappers en technologen die wetenschappers ‘inkopen’ en ze tegelijkertijd muilkorven, aanvallen, chanteren, afluisteren, bestelen, ontslaan, desnoods laten verdwijnen? Men moet ze zoeken met de formule M=K+G+O. Ik noem er vijf: media, tech-ondernemers en grote industrieën (voedsel, farma, etc), overheden, politieke partijen en de internationale geldhandel. Over hun twijfelachtige symbiotische relatie met wetenschappers de volgende keer meer.

De vijanden van de vrije wetenschap (2)

Wetenschappers zijn nergens ter wereld politiek vertegenwoordigd in zoiets als een Partij voor de Wetenschappen. Vreemd eigenlijk, want het domein wetenschap en technologie dat testbare waarheidsvinding, kennis en ervaring als kernwaarden in het vaandel heeft staan, is bij uitstek het domein dat in elke samenleving onontbeerlijk is geworden. En zeker in dit tijdperk waarin de overleving van de planeet van wetenschap en technologie zal afhangen. Wetenschap en technologie zitten in de haarvaten van ons dagelijks leven, en juist dat domein kent geen economische en politieke macht. Sterker nog, wetenschap en technologie lijken systematisch ondergeschikt te worden gehouden aan het neoliberale marktmechanisme en aan alle bestaande wereldpolitieke stromingen.

Neem een definitie van politieke stroming: een ideologie, die bestaat uit een samenhangend geheel van opvattingen en wensen over de inrichting van de samenleving. Wel, empirische wetenschap heeft in een zeker opzicht een ingebouwde ideologie: het streven naar de best mogelijke kennis en de technologische toepassing daarvan op de meest belangrijke levensgebieden zoals volksgezondheid en welzijn, en ecologische bescherming van de leefomgeving. Alleen zou ik het geen ideologie noemen maar een streven naar een wetenschappelijke consensuscultuur op grond van de best beschikbare empirische kennis.

Een belangrijk verschil tussen een ‘wetenschappelijke politiek’ (als die zou gaan ontstaan), en de gangbare politiek (de sociaaldemocratische, de neoliberale, links en rechts populistische, alsmede de groene politieke stromingen) is dat ‘wetenschappelijke politiek’ niet als uitgangspunt een onderliggend mens/wereldbeeld cq. ideologie hanteert maar empirische kennis omtrent de wereld. Haar uitgangspunt zou kunnen zijn: ‘datgene wat in de wetenschappelijke wereld in consensus is geaccepteerd als hetgeen dat blijkt te werken ten gunste van de mens en de ecologische omgeving waarin hij leeft’. En niet: ‘wat volgens een politieke of economische ideologie X juist is’. 

Dat neemt niet weg dat wetenschappers best een mens/wereldbeeld kunnen hebben maar dat zal altijd van een ondergeschikte en van even schimmige aard zijn als alle essentialistische mensbeelden (bv. de mens is vooraleerst een uitzonderlijk rationeel wezen met een uitzonderlijke verbeelding, of zoiets). Waarom zouden empirische wetenschappers en technologen niet in staat zijn om hun bevindingen naar een politiek beleid te vertalen? Natuurlijk kunnen zij die vertaalslag maken, zeker als zij daarbij geholpen worden door andere, alpha en gamma wetenschappers, zoals economen, meteorologen, biologen, medici, informatici, wiskundigen, sociale wetenschappers, filosofen, ethici, etc. Wordt het dan niet tijd dat er zoiets als ‘wetenschappelijke politiek’ tot stand wordt gebracht? Een nieuw soort speler in het politieke veld?! Een speler die weigert te spelen in een links-rechts politiek spel.

Een aantal vragen doemen op. Waarom is het wetenschapsbedrijf nooit uitgegroeid tot een politieke macht? Waarom hield de politiek altijd vast aan een onderliggend vaag en divers mens/wereldbeeld in plaats van zich op empirische kennis als pijler van handelen in de wereld te baseren? Waarom heeft de wetenschap zich altijd ondergeschikt gehouden en laten gebruiken door de politiek? Zijn er aanwijzingen dat politieke en maatschappelijke machtsspelers er belang bij hebben de wetenschap op een gepaste afstand te houden? Wat dit laatste betreft: zeker wel. Er is overmatig bewijs dat wetenschappers een publicatieverbod kunnen krijgen, dat hun uitspraken op social media verwijderd worden, dat ze niet zelden een spreekverbod krijgen, dat hun onwelvallige onderzoeksresultaten bewerkt of gecensureerd worden, dat ze ad- hominem publiekelijk worden aangevallen, afgeluisterd, gechanteerd, ontslagen of erger. Wie zijn die vijanden van de vrije wetenschap? Ze werden in blog (1) genoemd; in blog (3) meer hierover.

De vijanden van de vrije wetenschap (3)

Heeft een ‘wetenschappelijke politiek’ een mogelijkheid en een recht van bestaan, dat is de voorliggende vraag. De vraag naar de bestaansmogelijkheid is vooral een praktische, de vraag naar een bestaansrecht een ethische vraag. Of een ‘wetenschappelijke politiek’ mogelijk is, zal van veel factoren afhankelijk zijn, met name van 5 belangrijke factoren die in de weg staan om een nieuwe speler in het politieke veld te worden. 

Om te beginnen, hand in eigen boezem, heeft de zwakke maatschappelijke positie van wetenschap het aan zichzelf te danken. Historisch gezien heeft wetenschap diepe wortels in onze cultuur maar de moderne empirische wetenschap (natuurkunde, chemie en biologie) en zeker de technologie, is piepjong. Misschien 100 jaar (de grens is nogal arbitrair). De moderne ‘harde wetenschap’ maakt gebruik van zware wetenschappelijke methoden (bijv. gerandomiseerd dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek), van geavanceerde wiskundige modellen (bijv. in de kleine deeltjesfysica) en van hightech meetapparatuur (bijv. de elektronenmicroscoop). Ze is nog piepjong. Maar ze is ook in die laatste 100 jaar exponentieel gegroeid en uitgesplitst naar tientallen richtingen en sub-disciplines waarvan de meeste uitlopen in een of andere vorm van technologie: bio-, chemo-, nano-, info-, robo-, agro-, medische technologie, etc.

De vraag is: is de moderne empirische wetenschap en technologie nog te onvolwassen om zich op het eeuwenoude terrein van de politiek te gaan bewegen? Dat was ze naar mijn mening 50 jaar geleden zeker. Maar de explosieve groei aan kennis op alle vitale levensgebieden lijkt inmiddels een steviger grond om op te staan en een betere basis om economisch en politiek handelen mee te legitimeren dan welke fluïde ideologie dan ook. Is het bijvoorbeeld niet opvallend dat in deze tijden van een acute pandemische virusbedreiging men onmiddellijk hard terugvalt op wetenschappers? En dat de door de pandemie veroorzaakte economische chaos en maatschappelijke onrust snel zichtbaar maakte dat ons economisch en politiek bestel hard toe is aan een revisie? De media staan elke dag vol van beschouwingen over de noodzaak van een nieuw politiek/economisch systeem door allerlei soorten deskundologen (inclusief ikzelf bij deze).

Daarnaast heeft de empirische wetenschap zijn zwakke politieke machtspositie ook aan zichzelf te wijten. Want er bestaat zoiets als bullshitwetenschap: slecht, niet gereviewd onderzoek, gedreven door publicatiedrift, waarbij zoveel als mogelijk feiten worden aangedragen om ‘een bevinding’ te bewijzen (verificatie) maar waarbij geen pogingen worden gedaan om tegenfeiten aan te dragen (falsificatie). Of er wordt gesjoemeld met de ruwe onderzoekdata. Of men doet onethisch onderzoek (bijv. een genetisch gemanipuleerde mens in China). Of een techwetenschapper leent zijn naam, titel en foto uit aan de reclame voor een onbewezen werkzaam product. Dat schept een gerechtvaardigd wantrouwen. 

Maar pas op: collega-wetenschappers zien daar doorgaans snel doorheen en gecorrumpeerde, frauderende of plagiaat plegende onderzoekers worden door hun reviewers, en op basis van onderzoeks-, ethische- en gedragscodes meestal snel gecorrigeerd waarna niet zelden wetenschappelijke artikelen moeten worden teruggetrokken (zoals onlangs naar aanleiding van een herhalingsonderzoek op hydroxychloroquine). Empirische wetenschap is door het ingebouwde falsificatieprincipe per definitie zelfkritisch en zelfcorrigerend (maar daarbij nooit ethisch waterdicht natuurlijk).

Nee, de kans is groter dat (wetenschaps-)journalisten bullshitwetenschap op het spoor denken te zijn en uit eigen publicatiezucht voorbijgaan aan wat de betreffende wetenschappers zelf over hun onderzoek zeggen: dat het onderzoek beperkt is, dat de onderzoekspopulatie nog te klein is, dat vervolgonderzoek nodig is, dat men de uitkomsten moet nuanceren, etc. Journalisten houden niet van dat soort nuanceringen, dat is te ingewikkeld, het verkoopt niet. Op die manier kan ook goed maar beperkt vooronderzoek als bullshitonderzoek verkocht worden door bullshitmedia. Nog onlangs paste in Duitsland de politiek redacteur (!) van Bild domweg de tekst van een topviroloog aan en beschadigde daarmee zijn reputatie; het werd gelukkig een journalistiek schandaal.

Verder hebben wetenschappelijk onderzoekers de handen vol aan hun projecten, want het is vaak ‘publish or perish’ binnen de universiteiten (wat ook nog eens aanzet tot al te vroegtijdige publicatiezucht). Ze zijn zelden politiek activistisch en komen ook voort uit een eeuwenoude academische traditie waarin activisme uit den boze was. Ze traden hooguit op individuele basis in de schijnwerpers maar hebben zich nooit als collectief geëmancipeerd uit hun afhankelijke institutionele rol. 

Overigens zijn wetenschappers zich wel degelijk bewust van hun zwakke positie want op 10 Nederlandse universiteiten wordt ‘wetenschapscommunicatie’ gedoceerd, een poging om complexe wetenschappelijke zaken op een voor iedereen begrijpelijke manier uit te leggen, om wetenschap te populariseren en voor jonge mensen aantrekkelijk te maken.

Conclusie: wetenschappers staan niet zelden zichzelf in de weg om zich uit de volstrekt financiële afhankelijkheid van overheden, industrieën en andere geldbronnen te emanciperen naar een meer politiek/economische invloedrijke positie (wat dat betreft doen de technische wetenschappen het beter, maar de afhankelijkheid blijft). En in een kist zit er altijd wel een rotte appel.

Volgende keer: De vijanden van de vrije wetenschap: de media (4)