Black block: demonstratie tactiek van wokie, wappie en tokkie

Als men een niet wettelijk toegestane demonstratie wil organiseren, waarbij men een geweldsconfrontatie niet uit de weg wil of kan gaan, dan zijn de tactieken daarvoor gemakkelijk op het internet te vinden. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor een wel toegestane demonstratie die militante organisatoren stiekem uit de hand willen laten lopen (zoals Trump en de Trumpisten). 

Binnen 15 minuten googelen had ik 24 in de praktijk beproefde suggesties genoteerd, toen ben ik maar gestopt. Je leest hoe de voorbereiding georganiseerd en gefinancierd moet worden, hoe je zoveel mogelijk normale en militante demonstranten op de been moet krijgen en mixen, welke vermomming effectief is ( b.v. zwarte kleding, vandaar Black Block*), welke niet verboden wapens je kan inzetten, welke lichaamsbescherming nuttig is, hoe je een snelle communicatie tussen front- en flankdemonstranten onderhoudt, welk uitlokkend gedrag tegenover de politie effectief is, hoe de aanwezigheid van pers gebruikt of afgehouden kan worden, wat je kunt doen bij arrestatie, e.d. 

De goed getrainde en goed uitgeruste rellenpolitie kent die tactieken natuurlijk ook, maar zij worden nog altijd aangestuurd door lokale bestuurders die bepalen of en hoe en met welke beperkende middelen ze in actie mogen komen; in Nederland door de driehoek OM, politiechef en burgemeester. En bestuurders hebben andere publieke en politieke belangen dan de ME en inlichtingendiensten. 

Zo hield de uiterst linksliberale burgemeester van Portland, Oregon vol, ondanks de maandenlange dagelijkse heftige rellen waarbij veel gewonden vielen en grote materiële schade werd veroorzaakt, dat het slechts een zeer kleine groep relschoppers betrof. Pas na zijn herverkiezing, nog kortgeleden, gaf hij met excuus toe dat goed georganiseerde ‘anarchistische groepen’ achter de gewelddadigheden zaten. Nederland is Amerika niet natuurlijk. Of Hong Kong of Israël. Maar dat neemt niet weg dat dezelfde Black Block tactieken wel degelijk in Nederland te zien zijn. Het Museumpleinprotest is er een goed voorbeeld van. 

  • In de voorbereidingsfase is de strategie om bij het publiek het imago op te roepen dat de demonstranten vredelievende, goedbedoelende mensen zijn, maar allereerst…slachtoffers. Het slachtofferimago is wellicht het belangrijkste wapen waarmee de emotie van het publiek gegijzeld kan worden. Het gaat er niet om of het slachtofferschap gerechtvaardigd is of niet, dat staat immers niet ter discussie. Het gaat erom de woede en angst bij het publiek op te roepen en die voortdurend te prikkelen. De strategie is: als je het met de Rede niet kunt winnen probeer je het met de Emotie. Wie het spel niet kan winnen (van wetenschappelijk onderzoek, rechters, kritische onderzoeksmedia) kan nog altijd vals spel spelen of proberen de regels van het spel verdacht te maken (d.m.v. desinformatie en complottheorieën).
  • Bij het gebruik van social media zijn protestplatforms, bloggers, vloggers en een eigen amateur ‘journalistiek tv-station’ op YouTube effectieve emotionele sfeermakers.
  • Zeer belangrijk is dat een inschatting wordt gemaakt hoeveel boze mensen de organisatoren op de been kunnen brengen. One-issue demonstraties (b.v. stikstofbeleid bij boeren) hebben voldoende volume. Bij een te verwachten klein volume is het zaak zo veel mogelijk one-issue organisatoren onder één noemer te krijgen door allereerst een social-platform te creëren waarbij ze zich als deelnemer kunnen aanmelden. Daarna kan men onder een zeer algemeen issue een demonstratie-(serie) plannen: tegen de regering, het systeem, de media, het fascisme, etc.
  • Crowdfunding, anonieme donaties en eigen geld zijn in de voorbereidingsfase van organisatoren uiteraard belangrijk.
  • Bij het spel om demonstratietoestemming bij de gemeente of desnoods bij de rechter te krijgen staan organisatoren meestal op winst. Bij een ‘ja’ kan de planning verdergaan, bij een ‘nee’ kan de organisator zich, onder protest, neerleggen en zichzelf daarmee van zijn wettelijke verantwoordelijkheid voor eventuele gewelddadigheden vrijpleiten. De oproep van de organisator aan potentiële demonstratiegangers om ‘geen rotzooi te maken’ is vals spel want hij weet dat bij een groot volume opgeroepen demonstranten er altijd genoeg over zijn die het demonstratieverbod zullen negeren. Bovendien, wel of geen toestemming levert altijd publiciteit op, publiciteit die complotdenkers gebruiken als een bevestiging van hun gelijk.
  • Eventuele eigen ‘ordediensten’ zullen zich ook terugtrekken en ervaren ‘beroepsdemonstranten’ kunnen tijdens de illegale demonstratie het voortouw nemen. De organisator kan als niet-deelnemer aan een clandestiene demonstratie in de zijlijn nog steeds aanwezig zijn.

U kunt de feitelijke gebeurtenissen uiteraard op YouTube zien en uw voorzichtige conclusies trekken. Voorzichtig, want het analyseren van live videoverslagen is een vak apart.

Het demonstratierecht is een belangrijk recht omdat het een voelspriet voor de democratie is, een onderdeel van ‘de tegenmacht’ die voor een gezonde democratische dynamiek nodig is. Wat mij betreft is zelfs een zekere mate van burgerlijke ongehoorzaamheid in bepaalde omstandigheden en in beperkte mate goed moreel verdedigbaar. Maar de grens zal altijd bij het gebruik van geweld liggen. Op die begrenzing moet de burger kunnen vertrouwen om zijn geloof in een overheid en in de democratie te kunnen bewaren. Te veel vals spel van de burger en te veel tolerantie van de overheid kan een democratie niet verdragen. En het omgekeerde is trouwens ook waar. 

* zie recente foto’s: Antifa in Portland, 20-01-21.

Hyperpolarisatie op je kussen, daar slaapt de duivel tussen!

Vroeger was het geen probleem als er verschillende politieke opvattingen binnen een huwelijk, gezin, familie of vriendenkring bestonden. Het kon er heet aan toegaan, maar daar bleef het meestal wel bij. Even goeie vrienden. Nu lees je dat, vooral in de VS, huwelijken stuk lopen op hyperpolarisatie, dat kinderen hun ouders niet meer willen zien, dat binnen families en vriendenkringen onoverkomelijke breuklijnen ontstaan.

Het gaat daarbij niet alleen om Trump vs anti-Trump sentimenten of Democratisch dan wel Republikeins stemmen, maar ook over Qanon, Proud Boys, Antifa, Neonazis, antikapitalistische anarchisten, kortom complotsympathieën en antipathieën die het sociale weefsel ‘binnenshuis’ afbreken. Het deed me denken aan wat de filosoof Kant schreef over de dimensies van vriendschap*. Niet de vriendschap die ontstaat uit behoefte, uit nut of nood of persoonlijk belang, nee, de zuivere vriendschap die een diep emotionele binding is, nogal zeldzaam, met aan de ene kant de liefde en aan de andere kant het respect voor elkaar. 

De vriendschappelijke liefde is er een van welwillendheid, het geluk van de ander willen, het voluit toegenegen zijn. Het respect bestaat uit een diep vertrouwen waarin men elkaar geheimen toevertrouwt. Dat wil zeggen elkaars heimelijke idealen en ideeën over zichzelf delen; elkaar beschermen tegen ieders demonen. Men deelt elkaars visie op anderen en de wereld, visies die men publiekelijk niet uit, zonder het met die visie van de ander eens te hoeven zijn. Het respect toont zich vooral in de wederzijdse waardering voor de eigenheid van de vriend, in de wil zijn morele waardigheid te steunen, zonder er iets voor terug te verlangen. Een soort onvoorwaardelijke liefde, onvoorwaardelijk respect, een mix van liefdevolle toenadering en tegelijkertijd respectvolle afstand**. 

Beide aspecten, de liefdevolle toenadering tot- en het respectvolle begrip voor de vriend, dreigen door de hyperpolarisatie om te slaan naar een morele afkeer, naar walging en wantrouwen. Wat er dan overblijft is wrok en rancune die het eigen gelijk onophoudelijk blijft voeden. Het sociale weefsel scheurt, en er zit niets anders op dan zich beiderzijds op te sluiten in de echokamers van gelijkgestemden. Het lijkt haast op een oorlogssituatie waarin men elkaar ‘binnenshuis’ beschuldigt een NSB’er te zijn.

Misschien overdrijf ik, maar ik vrees dat een dergelijke dramatische situatie de geestelijke gezondheid van burgers zal aantasten. Men ontleent zijn gevoel van veiligheid, van een zekere geborgenheid nu eenmaal het sterkst aan zijn partner, familie en vrienden. Op die plek zit de menselijke binding het diepst, voorbij aan politiek, religie en alle andere wereldse zaken. Als op die plek een zwaar verlies geleden wordt, dan verliest men ook het ‘thuisgevoel’, het basisvertrouwen in de ander. Het gevoel altijd op tenminste iemand te kunnen rekenen maakt plaats voor het vage gevoel van ontheemd, verweesd te zijn. 

Als de corona-economie en de coronaquarantaine ons iets heel duidelijk heeft laten zien is het wel de enorme kracht van de lijfelijke bindingsbehoefte die zich uit in de drang naar terrassen, naar school, naar festivals, kroeg, clubs, theater. Maar dat is de binding ‘buitenshuis’. Als nu ook nog de binding ‘binnenshuis’ wordt aangetast door hyperpolarisatie dan dreigt er een epidemische depressie, een epidemische angst en een epidemische, publieke woede van existentiële aard.

Het is niet voor niets dat onder de dekking van vredige protestgangers gewapende milities zich roeren. Niet voor niets dat links- en rechtsextremistische groepen in de VS zich opmaken voor ‘de revolutie’. Niet een revolutie met een goed georganiseerde, grondig doordachte opbouwende ideologie (zoals die van de Founding Fathers in 1776) maar een chaotische ‘onderbuik revolutie’ die voortkomt uit veelsoortige identiteitsgroepen wier doel niets meer lijkt te zijn dan met rauwe emotie ‘het systeem’ bij de grond afbreken ‘en dan zien we wel verder’. 

Terugkomend op de breuken in de ‘binnenhuise vriendschap’: broeit zoiets ook in Nederland vroeg ik me af? Dat zou ik wel eens willen weten.

 

*  ‘Kritiek van de praktische rede’, E.Kant, oorspronkelijk in1788 gepubliceerd. ** Emeritus hoogleraar wijsbegeerte Donald Loose schreef: ‘Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant’. Uitgeverij Vantilt, 2019. Winnaar van de Socratesbeker 2020.

Bestorming van de democratie?!

Nou ja, kijkend naar de bestorming van het Capitool, laat ik het nog maar es zeggen: de meest gevaarlijke bestuurders, in de overheid en daarbuiten, zijn de figuren met een Narcistische en/of Antisociale persoonlijkheidsstoornis*. Bibliotheken over volgeschreven. De persoonlijke, financiële, economische en politieke gezondheidsrampen die zij veroorzaken zijn gigantisch en hadden voorkomen kunnen worden als de directe medewerkers van deze gemankeerde bestuurders, en vooral de verdienmedia, zich tijdig hadden verdiept in en geconcentreerd op de psychopathologie van deze lieden. Het probleem is zelden de narcist/psychopaat zelf, maar degenen die hem in het zadel houden, die de conflictinteractie met hem blijven onderhouden, die uit eigen belang, misplaatste loyaliteit of lafheid geen afstand nemen: de opportunisten, de toleranten, de wegkijkers. 

Als mensen die solliciteren naar maatschappelijk zeer verantwoordelijke bestuursfuncties eerst standaard psychologisch getest zouden worden, met name op de mate van narcisme en psychopathie, als een uitvoerig psychologisch profiel en trackrecord van hun carrière gemaakt zouden worden, inclusief informatie van ex-medewerkers, dan kan heel wat ellende voorkomen worden. 

Bestuurlijke narcisten/psychopaten houden zich graag op waar chaos heerst (d.w.z. waar weinig regels en controle en veel onzekerheid en achterdocht is) omdat die context zich gemakkelijk leent voor manipulatie waar mee weg te komen is. De narcist/psychopaat zal die chaos dus ook onderhouden. Vooral door aanvallen op elke autoriteit die hem in de weg staat (democratische instituten, rechterlijke macht, wetenschappers, de mainstream media, ed.). Hyperpolariseren is daarbij een belangrijk strijdmiddel. Hyperpolariseren door complotdenkers openlijk of bedekt te ondersteunen (bv. Qanon in de VS), door links- en rechtsextremistische activisten tegen elkaar op te zetten (b.v. Charlottesville, Portland), door het verspreiden van desinformatie (b.v. twitterleugens), door niet ingrijpen bij crisis (b.v. geen federaal Covidbeleid) etc.

Kan wat in de VS gebeurt ook in Nederland gebeuren? Dat zal wel meevallen, maar het narcistisch/psychopatisch mechanisme wordt er niet anders om, elk land heeft met dergelijke lieden te maken. Het Binnenhof zal niet zo gauw vollopen en met mestvorken en rieken worden afgebroken. Maar als het wel gebeurt kunt u wel raden uit welke hoek de ellende komt en onder wiens vlag.

Willem Engel wil in de politiek. Thierry Baudet bouwt weer aan zijn partij. De PVV kan gemakkelijk ‘narcistisch/psychopathisch radicaliseren’ (Wilders zelf schat ik niet in als narcist/psychopaat). En de complotdenkers (anticorona/lockdownbeweging, antivaxxers, 5G wappies, radicale BLM-ers, sommige FDF-leden, e.a.) moeten erg oppassen niet nog meer gebruikt, geannexeerd en gepolitiseerd te worden door narcistische/psychopatische leidersfiguren. 

Anderzijds, de bewakers van de democratie (allereerst het OM, rechters, burgemeesters en politiechefs, de media) die tegenover pro-complotbewegingen een te grote tolerantie aan de dag leggen, die niet anticiperen op protesterende of rellende wetsovertreders, worden de ‘enablers’ van geweld. Hun tolerantie lokt de intolerantie van pro-complotleiders en volgers uit: het Kwaad zit in de Goeden. Ja, we kunnen wel wat leren van de VS.

*Eerdere webnotities over dit onderwerp: Narcistische en psychopathische leiders/Trump is het verdienmodel van de     media/ The big American meltdown/Trumpgate/Die is gek(2&3)/ De media en de bruine smurrie/Narcistische rovers/Het Kwaad zit in de Goeden

Complotdenkers: beterweters en betweters

Complotdenkers zeggen in feite: ‘ik ben slimmer dan jij !!’ Het komt hier op neer: ‘ik zie achter de feiten, jullie zijn dom, jullie hebben het niet door, ik wel, dat bewijs van jullie klopt helemaal niet, jullie zijn goedgelovig, ik zie er echt wel doorheen, ik laat me niet belazeren, jullie wel, ik weet wel beter’. Het zijn de beterweters.

Complot-denken is een perfecte manier om de vernederende ervaring van het niet erg geslaagd zijn in het leven, je nooit erg gewaardeerd voelen, je slechte cijfers op school, het niet allemaal kunnen snappen wat er gezegd en geschreven wordt, eigenlijk nergens verstand van te hebben, tot een gemarginaliseerde groep te behoren, en nog al eens bedonderd te zijn of te voelen, kortom… een perfecte manier om van die underdogervaringen af te komen. Met je complotgedachten ben je, hup, in één slag niet meer de mindere en minstens op gelijke voet met de ander. En je hoort ook nog eens ergens bij, al was het alleen maar virtueel, op social media. Voelt heel goed.

En dan heb je de groep die deze minderbegaafden en minderbedeelden graag leiding geven, die ook hunkeren naar bewondering, erkenning en status, die aanhang en applaus zoeken. Ze zijn wat slimmer dan de beterweters, verbaal begaafder, hebben zich wat meer in de stof ingelezen, en wekken daarmee de indruk dat de beterweters aan hen een bekwaam woordvoerder hebben. Ze bespelen daarmee de emoties van de beterweters. Ze geven hen een thuis, en het gevoel dat ze gehoord en erkend worden. Maar dan wel in ruil voor bewonderende aanhang, op het schild getild en gevoed worden met hartstochtelijke aanmoedigingen om vooral door te gaan met ‘de strijd tegen…..’. Het zijn de betweters. Beterweters zijn niet alleen slachtoffers van zichzelf maar ook nog eens het slachtoffer van de betweters.

Niet zelden verzamelen de betweters zich in occulte organisaties of zelfverklaarde ‘prestigieuze societies’ waarvan de ‘gezaghebbende’ leden ‘Bullshit with a Phd’ prediken*. Zo sluiten de minderwaardigheidsgevoelens van de beterweters naadloos aan op de meerderwaardigheidsgevoelens van de betweters. Verenigd in wantrouwen.

Eigenlijk verschillen complotdenkers gradueel maar niet essentieel van sektariërs: ze vormen:

  1. een afscheidingsbeweging met
  2. een niet falsificeerbare kernboodschap met
  3. eigen elitaire waarheids-ideeën waarmee ze
  4. vijandig staan tov. hun omgeving, waarbij
  5. afwijkende ideeën in de groep streng gecontroleerd worden en
  6. overtreders en uittreders geëxcommuniceerd worden. 

Complotdenkers moet men onderscheiden van complotonderzoekers. Complotonderzoekers verzamelen voldoende en overtuigend empirisch bewijs alvorens ze van een complot spreken. Complotdenkers verzamelen warrige gedachten (zien bv. patronen in random data) en warrige medestanders. Het is het verschil tussen Watergate-onderzoekers en Pizzagate-wappies. Het verschil tussen een parlementaire onderzoekscommissie en Willem Engel van de viruswaanzin beweging. Het verschil tussen de RIVM-onderzoekers en de Kinder biblebelt gelovigen.

Complotonderzoekers hebben geen medestanders nodig, integendeel, die verstoren hun onderzoek alleen maar. Complotdenkers ‘evangeliseren’ medestanders rond een issue (WTC, JFK, NSA, CIA, KGB, Mossad). Ze hebben een vlag, logo en megafoon (of pannetjes) nodig, anders verdwijnen ze in het niets.

In tijden van grote existentiële onzekerheid bloeit het complotdenken op, dat is altijd zo geweest. Complotdenken bloeit op vanuit de oer-behoefte aan zekerheid en veiligheid, vanuit de behoefte aan het gevoel van verbondenheid en het betekenis zoeken in verwarrende tijden. Complotdenken gaat niet over feiten maar over emoties. Sinds de afwijzing van de gevestigde religie (God is dood) en de wetenschap (de Waarheid is dood) fragmenteerde die oerbehoefte aan ‘het grote verhaal’, het verhaal waarin vertelt wordt waar we vandaan komen, waar we naar toe moeten en wat en wie we zijn. Die fragmentatie uitte zich tenslotte in het huidige zgn. Postmodernisme.

De scherven van die kapotgeslagen ‘grote verhalen’ vormen weer opnieuw ‘kleine verhalen’: het geloof in de Vooruitgang (neoliberalisme en technologie), in Identiteitspolitiek (Woke, BLM, LHBTQ+), en complottheorieën (Qanon, viruswaanzin, 5G waanzin, antivaxxers, etc.**). Die ‘kleine verhalen’ hebben de neiging ‘grote verhalen’ te willen worden. Ze trekken een te grote broek aan door hun issues te gaan politiseren, door activistische bewegingen rond een issue (bv. Etnische- en seksediscriminatie) politiek te annexeren.

Door mensen voor te schotelen dat men de wereld moet zien als een enkelvoudige strijd tussen gekleurd en wit, tussen het patriarchale mannenwereld en de onderdrukte vrouwenwereld, tussen de machtselite en het armzalige volk. Het ontbreekt hen aan bescheidenheid die voorschrijft dat de wereld heel wat complexer, gelaagder en ondoorzichtiger in elkaar zit dan zich op het eerste gezicht laat aanzien. Zelfs Marx zal achteraf moeten toegeven dat de strijd tussen kapitaal en arbeid een te simpele analyse van de historisch-materialistische werkelijkheid is geweest.

Beterweters en betweters kunnen levensgevaarlijke mensen zijn. Het zijn de superspreaders in de kinderbiblebelt die geloven dat God hen beschermd. Maar wanneer Hij dat niet doet, dan natuurlijk wel de bedden in het Harderwijkse Ziekenhuis bezetten zodat het ziekenhuis zijn deuren moest sluiten? Hoe passief-agressief kun je tegenover andersdenkenden zijn?

Het zijn de coronatestweigeraars die, terugkomend vanuit ‘oranje landen’, de rechter dwingen dat zij een beroep kunnen doen op het Grondrecht van de lichaamsintegriteit. Te beroerd om zich even te laten testen of in quarantaine te gaan waardoor ze mogelijk geen levensgevaar voor medeburgers zijn? Hoe agressief-principieel kun je tegenover medeburgers zijn?

Het zijn de klimaatontkenners die hun handen in onschuld wassen toen wetenschappers berekenden dat de komende decennia door opwarming de allergrootste broeikasgasvervuiling kan gaan plaatsvinden: de uit ijs loskomende CH4, CO2, N2O, ea. in arctische gebieden en zeeën***. Hetgeen gigantische stromen klimaatvluchtelingen en doden tot gevolg zal hebben.  

Het zijn de antilockdownknuffeldemonstranten (3x woordwaarde) die door de Haarlemse burgemeester niet beboet en verspreid worden waardoor de zorgbelasting nog weer zwaarder wordt en er nog weer meer doden vallen.

Het zijn de bestormers van het Amerikaanse Congres, daartoe aangemoedigd door de complotdenker Trump, die de grootste democratie ter wereld een ogenblik deden wankelen.

De huidige uitbraak van complottheorieën vraagt om een pushback, een zeer forse pushback, van moedige wetenschappers, integere politici en kundige researchjournalisten. Niet dat zij de waarheid in pacht hebben maar omdat zij de onzin kunnen knijpen uit de bet- en beterweters uit Gekkiestan. Dat mag je hopen tenminste. 

*De Groene, 20-12-20. **Lees ook VK-Special, 03-07-20 : ‘Waar eindigt kritisch nadenken en begint de complottheorie’. ***Er bestaan vele wetenschappelijke tijdschriften waarin arctisch onderzoek naar opwarmingseffecten gerapporteerd worden, oa.: ‘Geosciences’ en ‘The Cryosphere’ (abstracts in Nederlands).

Ethisch consumeren

Ethisch consumeren is minder of niet kopen. U weet wel, consuminderen: minder vlees, schoenen, shirtjes, tropisch hardhout, vliegvakanties, etc. en meer gerecyclede spullen, Fair Trade koffie en ‘eerlijke’ noten en sinaasappelen, etc. Van die dingen die ook de magere derdewereld boeren, Sweatshop Bangladesh-vrouwen, Indiase vuinisbergkinderend plus hun vissen, vogels en bossen sparen. En als de Big-Companies dan ook nog meedoen, dan gaan we in de goeie richting om de planeet te redden. 

Wat een onzin, consuminderen, dat gaat niet gebeuren. Ethisch consumeren is een sympathieke gedachte die voornamelijk in de Westerse wereld voorkomt, onder een kleine high class bevolkingsgroep, en onder een nog minisculere groep minimalisten. Ze zijn zich zeer bewust van de kwetsbaarheid van de wereld direct om hen heen en bewust van het grotere perspectief van de gekwelde aardbol. 

Maar 99% van de westerse bevolking leeft er niet naar. En daarbuiten al helemaal niet. Ook de Big-Companies niet, ondanks de dure in-company cursus ‘ethisch ondernemen’. Ze zijn op zijn best wat groener geworden maar die groenheid lijkt over het algemeen meer op een reclamebord dan dat je veel groen terugvindt in hun businessmodel.

Er zijn honderd redenen te noemen waarom ethisch consumeren en ethisch ondernemen niet van de grond komen. Redenen die te maken hebben met onze groei-economische ideologieën, ons geopolitieke systeem, ons blind geloof in technologische oplossingen, ons individualistische waarden/normensysteem en de zelfverslavende werking van ons brein. Groen produceren en consumeren raakt in essentie aan het probleem dat de politieke instrumentalisten van het wereldorkest niet dezelfde ethische partituur spelen. Het is een Jostiband.

Dat zal allemaal wel, zal u zeggen, maar wat ondertussen onafwendbaar doorgaat is de ontbossing, de lucht-, zee- en grondvervuiling, het uitsterven van grote zoogdieren tot kleine bio-organismen, van complete ecosystemen op wereldschaal. Alle weldenkende mensen en scherpdenkende experts/wetenschappers zullen het erover eens zijn dat er een mondiale, radicale en fundamentele aanpak nodig is om een dystopische toekomst te vermijden. Niet een westers deltaplan maar wereldwijd… duizend deltaplannen! En ethisch consumeren/produceren speelt daarbij een centrale rol.

Maar wat mogen we dan verwachten van overheden, van boven af? Of van onderaf, van het volk? Van de weinige echte democratieën* in de Westerse wereld valt weinig te verwachten omdat ze door hun aard altijd met belangenpartijen moeten polderen om te kunnen bestaan. Daadkrachtige, fundamentele, ethische gedragsveranderingen kunnen ze bij producenten en consumenten nauwelijks afdwingen. Sinds de Club van Rome (1972) is er door democratieën wel een maatschappelijk milieubewustzijn gecreëerd maar geen breed en diep doorvoeld burgerbewustzijn dat tot relevante gedragsverandering heeft geleid.

Van de landen die zich een democratie noemen, maar dat in staatsrechtelijke en parlementaire zin beslist niet zijn, hoeft men nog minder te verwachten. Laat staan van de autocratieën, oligarchieën, theocratieën en andere kleptocratieën. 

Kan men van de burger zelf, van onderaf, een ethische gedragsverandering** verwachten? Het coronatijdperk is misschien niet een goed voorbeeld maar het laat wel zien dat de burger gedragsbeperkingen uit innerlijke of afgedwongen solidariteit niet lang volhoudt, ook al krijgt ze dagelijks de cijfers van besmettingsgraad en het aantal directe en indirecte doden voor de neus. Zelfs een botsing met deze harde realiteit van dood en verderf zet niet aan tot gedragsverandering, zoals het dat ook niet doet bij het zien van dierenleed in varkens-, kippen-, runder-, en nertsfabrieken.

Ecologische oorlogsmisdaden zou men ze kunnen noemen. De wereldburger wil wel zijn waarden behouden (vrijheid, gelijkheid en broederschap zeg maar) maar niet de zelfopoffering die bij alle waarden altijd is ingebouwd: gedragsbeperking, matiging, versobering. De burger zal zijn bereikte staat van welzijn niet willen opgeven, en er desnoods oorlog voor willen voeren. 

Bovendien: systemen zijn altijd sterker dan individuen. De uitzondering daarop zijn revoluties waarbij burgers de politieke en economische orde om ver halen en een systeemswitch veroorzaken die met geleidelijkheid, compromis en samenwerking niet bereikt had kunnen worden (de Franse, Russische, Duitse, Aziatische en twee Amerikaanse revoluties zijn er een voorbeeld van, ten goede en ten kwade). Van ‘consumentenrevoluties’ heeft nog niemand ooit gehoord.

Is er een uitweg? Nee. De afgelopen 50 jaar milieubewustzijn en de decennialange kritiek op de groei-economische ideologie heeft nauwelijks iets opgeleverd ten gunste van milieubehoud, biodiversiteit, klimaatbehoud, etc. Het heeft ons rijker en gezonder gemaakt, zeker, maar dat keert zich nu wel tegen ons. Rijker aan wat, vraag je je af. Aan spullen? En gezonder? In de top drie van doodsoorzaken staan leefstijlziektes: cardiovasculaire ziektes, kanker, longziektes, en tel daar maar bij op: diabetes-, obesitas-, alcohol- en drugs gerelateerde aandoeningen, verkeersongelukken, e.a.

Is er een uitweg? Nee. Tenzij we een diep emotioneel besef ontwikkelen (en dat vooral ook dagelijks aan onze kinderen overdragen), en bij alles wat we kopen bedenken… dat Genoeg wel Genoeg is.  

*Volgens de ‘Democracy Index van de Economist Intelligence Unit’ leeft in 165 landen slechts 5% van de bevolking in een sterke democratie.  ** ‘De Mythe van de groene consument’, J.Tielbeke, De Groene, 24-06-20, nr. 26

Wat te doen tegen wokies, wappies, whinenies en tokkies?

Natuurlijk bestaan er racisten, seksisten, misagonisten en homofoben. Daar moeten we naturlijk iets mee en daar hebben we ook al veel aan gedaan in de laatste decennia. Maar wat als iemand je daarvan frontaal en publiek beschuldigt zonder enig feitelijk bewijs. Zonder een onderbouwing met kwalijke uitspraken, publicaties of acties waaruit dat zou moeten blijken. Of nog erger: je canceling of ontslag eisen. Menige reputatie en werkplek is voorgoed vernield, voor journalisten, academici, wetenschappers, onderwijskrachten, schrijvers, kunstenaars, uitgevers, politici, en anderen. Wat is dan de beste reactie als je zoiets overkomt? 

De meest natuurlijke reacties op een persoonlijke aanval zijn: vechten, vluchten, bevriezen of onderwerpen.

Vechten. Oftewel de tegenaanval openen lijkt weinig effectief omdat de aanvallen vrijwel altijd komen uit de hoek van links-radicale activisten, van activistische bewegingen met een open of versluierde politieke agenda: radicale postmodernisten, neomarxisten, kritische ras-theoretici, intersectionalisten, woke-people. Rechts reactionaire conservatieven kunnen zich racistisch, antifeministisch of homofoob tonen maar zelden op de plaats waar links-radicalen zich ophouden: binnen de journalistiek, de universiteiten, onderwijsinstellingen, in de kunstwereld, binnen politieke partijen. Men kan absoluut niet verwachten dat links-radicalen bij een tegenaanval het veld ruimen. Dat zou hun ingroup schaden en ze zouden dan hun ingroup moeten verlaten. Of ze worden als ‘ras-, etnische-, of gender-verrader’ betiteld en hun tribe uitgezet, hetgeen hen isolement, status- en gezichtsverlies oplevert. 

Terugvechten door de verdediging in te gaan is nog gevaarlijker. Een bewijs van hun aanklacht vragen, argumenteren, nuanceren en kritische vragen stellen is bij voorbaat al verdacht. Of sterker nog, het is het bewijs dat de radicalist gelijk heeft. (R. DiAngelo, auteur van het vee lverkochte cultboek ‘White Fragility’ stelt dat elke witte man een racist is, en het bewijs daarvoor is zijn ontkenning).

Nog sterker: sommige radicaal activistische bewegingen hanteren hun eigen (Stalinistisch perverse) logica als hen om bewijs van hun beschuldiging gevraagd wordt, want het woord ‘bewijs’ is een ‘witte uitvinding’. Wetenschap überhaupt (zelfs wiskunde en glaciologie) is een ‘repressieve witte mannen uitvinding’! Evenals horloges, lichamelijke handicaps, biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, je kan het zo gek niet bedenken. Een dialoog aangaan is zinloos omdat radicalen de minimale, redelijke dialoog- en argumentatieregels niet met je zullen delen, want dat zijn ‘witte regels’.

Vluchten. Oftewel stoïcijns een beschuldiging negeren, zal de radicalist aanmoedigen om de achtervolging nog verder in te zetten want zoiets wordt gezien als zwakte. En zwakte wekt niet zelden agressie op. 

Bevriezen. Oftewel angstig zwijgen zal geïnterpreteerd worden als een bekentenis, want wie zwijgt stemt toe nietwaar? Ook in dit geval werkt zwakte agressie op.

Onderwerpen is wellicht de gevaarlijkste reactie die je kunt hebben. Onderwerpen door (wel of niet) verplicht mee te doen aan White Fragility Trainingen, Woke-workshops, colleges Critical Race/Gender/Colonial Theory of Incompany Diversity Training. Onderwerpen is ook een verklaring tekenen dat u solidair met BLM, de LGBTQ+ of bij sollicitatie vragen binair moeten beantwoorden: ‘bent u voor of tegen de BLM of #MeToo beweging?’.

Wat te doen?

  • Aangifte doen. Tenminste als er in de zin van de wet sprake is van belediging, smaad of laster, en zeker in het geval van fysieke bedreiging.
  • De werkgever inlichten. Transparante informatie aan de baas geven en om bescherming van de werkplek vragen, liefst publiekelijk of schriftelijk bevestigd. Tenzij de baas al niet zelf een wokie is geworden.
  • Journalisten inlichten. Met name hoofdredacties vragen om (zo mogelijk) fact-checking te doen en de beschuldigers publiekelijk te vragen om onderbouwend bewijs te leveren.
  • Politici inlichten. Hen voorleggen om aan de hand van voorbeelden aandacht te vragen voor de ‘afrekencultuur’ in democratische instituten en bedrijven. Aandacht vragen voor een verandering in wet- en regelgeving waardoor het traceren van anonieme berichten in sociale media mogelijk gemaakt wordt.
  • Follow the money. Onderzoek (laten) doen naar de belanghebbenden die beschuldigers financieren.
  • Humor. Hier ligt een taak voor moedige cabaretiers, standup comedians, politieke cartoonisten, muzikanten (een protestsong doet meer dan een krantenartikel), BNers en andere influencers. 
  • Meldpunten inlichten. De Reclamecode Commissie, Nationale ombudsman kunnen aan de hand van publieksklachten trends inventariseren, hierover publiek mededeling doen en aanzetten tot wettelijke vervolging. (Zie de klachten over het complottijdschrift ‘Gezond Verstand’). Een advocatencollectief zou hetzelfde kunnen doen. 

Critici zijn natuurlijk altijd prima, wat het onderwerp ook is. Tenminste zolang ze zich niet anonimiseren, niet bedienen van drogredenen (vooral van ad hominem argumenten) en bereid zijn hun meningen publiekelijk en met feitelijkheden te onderbouwen en die bij te stellen als er overtuigende tegenargumenten komen.  

Zo niet, dan zal er tegengas gegeven moeten worden om niet terecht te komen in een paranoïde angstcultuur op de werkvloer of überhaupt in een politiek correcte (moreel corrupte) bestuurscultuur waar men niet aan durft te ontsnappen op straffe van persoonlijk leed.

Er is een verschil tussen critici die goed willen doen en critici die goed willen lijken. Die laatsten lijden aan wat filosoof Brandon Warmke* noemt: Moral Grandstanding. Oftewel: zelfverheffende morele opschepperij.

Er is een verschil tussen activistische bewegingen die in hun oorspronkelijke vorm (BLM, 2e generatie feministen, genderactivisten) op veel sympathie konden rekenen en de volledig doorgeslagen, gepolitiseerde, woke-activisten: White Privileges groepen, 3e en 4e generatie feministen, intersectionalisten, Social justice warriors.

Deze laatste groepen lijden aan een extreme en kwaadaardige vorm van identiteitspolitiek, een intimiderende machtspolitiek die een regelrechte ondermijning van de democratische waarden en instituten nastreven, zoals Douglas Murray in zijn boek ‘The Madness of Crowds’** briljant analyseert.

* ‘Grandstanding, the Use and Abuse of Moral Talk’, Justin Tosi & Brandon Warmke, 2020. Ook op youTube: Moral Grandstanding, Prof. Brandon Warmke, 7.18 en 6.51 min.

** ‘The Madness of Crowds’, Douglas Murray, 2020. Aanrader! Ook op YouTube: Douglas Murray

Niet te behappen..

Laatst dacht ik nog es aan dat ouwe filosofische probleem: we voelen ons niet echt thuis in de wereld omdat die niet te behappen is. De wereld is te groot, ze werpt te veel onbeantwoorde vragen op, geeft te veel onbevredigende antwoorden, en laat ons achter met te veel onzekerheden, soms met vertwijfeling. De wereld is te groot om ons op ons gemak te stellen. Te groot voor het lijden en te klein voor geluk. 

Elke diepgaande reflectie op ons bestaan leverde sinds mensenheugenis religies op, filosofische scholen en wetenschap. Maar ondanks dat, werkelijk thuis voelen in de wereld, thuis in dat wat is, dat doet het nog steeds niet. De vraag naar de reden, zin en doel van ons leven, van leven überhaupt, van wat ‘bestaan’ en ‘zijn’ in wezen is, die vragen blijven onveranderd rechtovereind. En het universum zwijgt. 

Als de antwoorden niet te vinden zijn in filosofie, religie en wetenschap dan kun je je nog altijd verdoven voor die existentiële en transcendente vragen, met drank, drugs, tv en shoppen of desnoods een moedwillige dood zoeken. Dieren, planten, organismen en stenen schijnen geen last te hebben van reflectie op hun bestaan, van al te veel bewustzijn. Ze doen gewoon wat ze kennelijk moeten doen. En sinds hun bestaan op aarde doen ze het ook nog aardig goed vergeleken met de mens die nog maar net komt kijken. Nee, dat brein van ons is bepaald geen succes gebleken.

Maar ja, wat moet je? Je kan jezelf niet aan je haren uit het moeras trekken. Dan denk je wel es: hoe zou de wereld van nu er uit zien als we een miljoen jaar geleden nog altijd op die steppe liepen en daarna gewoon waren uitgestorven zoals zoveel menssoorten zijn uitgestorven? Dan zou de wereld wel te behappen zijn.

The war on drugs is over!…we lost!!

Vroeger, toen alles een stuk simpeler was (nou ja, leek) had je eigenlijk alleen alcohol-, tabaks- en gokverslaving. In de jaren zestig kwam de verslaving aan softdrugs zoals marihuana. Toen de harddrugs: heroïne, methamfetamine, cocaïne, XTC, GHB etc. Inmiddels zijn deze allemaal opgenomen in de Opiumwet. Tel daarbij op de medicatie- en eetverslaving (suiker, vetten, ed.). En daar tussendoor nog allerlei privé-verslavinkjes zoals aan sporten, boeken, kleren, puzzels, antieke dit en dat. Maar laten we die maar niet meetellen. En in dit laatste decennium kennen we de ‘digitale verslaving’: aan social media (appen, twitteren, facebooken, etc.), gamen, porno, online shoppen. Als je de onderzoekers mag geloven (oa. Adam Alter, ‘Superverslavend’, 2017) mag je gerust spreken van een digitale epidemie, van een crisissituatie, vooral bij jongeren.

Eén ding maakt auteur Alter duidelijk: er is een te beperkte opvatting van het begrip verslaving. Het zijn niet alleen de verslavende chemische stoffen die we in ons brein laten binnenkomen, het brein zelf is evenzeer in staat sterk verslavende stoffen te produceren. Het ‘beloningscentrum’ in ons brein doet dat ook. En dat maakt dat je gamers hebt die met een luier aan, in een haptonomisch feedback pak, uitsluitend aan huis bestelde pizza’s etend, 20 uur per dag achter het scherm zitten en tenslotte aan uitputting bezwijken. Dat zijn de excessen natuurlijk, maar hetzelfde neurofysiologische mechanisme schuilt achter elke verslaving. Voeg daarbij de gewone ‘chemische verslaving’ de ‘digitale verslaving’ (de helft van de westerse bevolking), erken dat alle soorten verslavingen wereldwijd alleen maar toenemen, dan wordt het pijnlijk duidelijk: The war on drugs is over!……We lost!! (zoals de Amerikanen zeggen).

Bij de digitale verslaving aan smartphones, tablets, PC’s, videogameboxes, wearables, etc. speelt een grote rol dat het beloningssysteem in de hersenen direct en doorlopend gestimuleerd wordt, wat niet het geval is bij de ‘chemische verslaving’. Bij de chemische verslaving (ook bij de eet- en privéverslavinkjes trouwens) dooft het effect van het middel langzaam uit, krijgt men onthoudingssymptomen, cravinggedrag en moet er opnieuw ‘een pilletje’ gekocht en geslikt worden. Op het gebruik zit tenminste nog een onderbreking, een stop.

Bij de digitale verslaving blijf je ‘bingen’. De spelletjes hebben een aaneensluitend, eindeloos aantal levels. De afleveringen van Netflixseries worden direct en naadloos met cliffhangers achter elkaar door gestreamed als je ze niet stopzet. De gamevideos worden 7×24 in gamegemeenschappen dwars door alle wereldtijdzones gespeeld. Aanmoedigende piepjes, likes en emojis komen vele malen per dag (en nacht) op de mobieltjes. Als je een scheet dwars zit kun je 7×24 anoniem twitteren. Als je wat hypochonder bent aangelegd kun je je bloeddruk, hartslag, hartritme en zuurstofsaturatie de hele dag door checken. Het houdt niet op, je blijft kijken, er is geen tijdslot, je bent genadeloos verslaafd*.

De onderzochte effecten van een ‘digitale gedragsverslaving’ zijn sluipend en ernstig: concentratiestoornissen, geheugenstoornissen, slaapstoornissen, angststoornissen en depressie, vooral bij meisjes die egostrelende likes en moordende dislikes krijgen (zie J.Haidt, The Coddling of the American Mind), veroorzaken schulden, werk- en schooluitval, relatie problemen, seksuele dysfunctie, sociaal terugtrekkingsgedrag en vereenzaming. 

De gedragseffecten zijn inmiddels epidemisch maar lang niet altijd zichtbaar zoals meestal wel het geval is bij ‘chemische verslaving’. U ziet het smartphonegebruik wel in het openbaar vervoer, in publieke ruimtes en vooral in de buurt van jongeren maar niet in de slaapkamer, de werk- en studeerkamer, op plekken waar mensen zich terug kunnen trekken. De gedragssymptomen worden pas echt zichtbaar als de verslaving al langere tijd in het verborgene bestaat. En dan is het te laat. 

Wat te doen? De GGZ-verslavingszorg heeft inmiddels hulpverleningsprogramma’s voor digi-junks: social media-, game-, seks- en online gokverslavingen. Maar alles begint natuurlijk bij preventie. Bij verstandige ouders die het onuitgegroeide, kwetsbare brein van hun kinderen al heel jong moeten beschermen. Door ze voor te lichten en, tegen de stroom van vriendjes en andere onverstandige ouders in, schermpjes te verbieden of te rantsoeneren. Hetzelfde geldt voor lagere scholen (op het gevaar af dat je ruzie krijgt met verslaafde ouders).

Adam Alter** beschrijft in zijn boek ‘Superverslavend’ een aantal trucs om een digi-verslaving tegen te gaan. En ook een aantal prachtige anekdotes over Steve Jobs en andere digitechnocraten, spelletjes en gamebouwers die publiekelijk hun waar als onschuldig vermaak aanprijzen, maar thuis hun kinderen streng bij de verslavende schermpjes weghouden.

*In de Diagnostic Statistical Manual 5 (DSM5) wordt het begrip middelen-verslavinguitvoerig omschreven. Vrijwel alle (9) punten gaan ook op voor een digitale verslaving.

** Adam Alter wordt uitvoerig geïnterviewd door de ’s werelds meest gevolgde podcaster Joe Rogan (The Joe Rogan Experience, YouTube, #1564, nov.2020). Aanrader!

Moeten we het kapitalisme resetten? (2)

De opmerkzame lezer zal in het voorgaande artikel (deel 1) elementen van de oude Marxistische Conflict Theorie herkennen. Maar men hoeft geen Marxist te zijn om zijn analyses toch te waarderen. In de actuele versie: de economische elite exploiteert willens en wetens de lagere arbeids- en middenstandklassen, ze benadeelt hen door het beperken van hun welvaart en welzijn, door ze als consument verslaafd te houden, door hen kennis en betrouwbare informatie te onthouden wat – alles opgeteld – een grootschalige milieuschade aan ieders leefomgeving oplevert en op de lange termijn een klimaatramp veroorzaakt. Het ziet er niet goed voor ons uit als we zo doorgaan, ondanks het feit dat het kapitalisme ook veel goeds heeft gebracht, dat moet gezegd (zie de welvaartscijfers van S.Pinker, B.Lomborg, T. Piketty, ea.).

Als we de kwalijke kanten van het kapitalisme kwijt willen dan zal allereerst het roofkapitalisme opgeruimd moeten worden. Onder roofkapitalisme kan verstaan worden: het agressief exploiteren van mensen, grondstoffen en ecosystemen met als enige oogmerk financiële winst te maken, zonder daarbij de verantwoordelijkheid te nemen voor de negatieve sociale en ecologische impact. 

In welke richting zouden we kunnen denken om het bestaande kapitalisme te resetten?

  • Het wereldwijde roofkapitalisme moet plaats maken voor een milieu/klimaat kapitalisme. Dat zal alleen gaan als vooral de grote internationale monopolistische bedrijven via wetgeving gedwongen worden hun winsten niet meer weg te sluizen naar safe taxhavens en ze gedwongen worden zeer fors te investeren in wereldomvattende milieuprojecten en innovatieve groene technologie. (Zon en windenergie dragen tot nu toe slechts enkele procenten bij aan de oplossing van het wereldenergieprobleem, B.Lomborg, 2020).
  • Het roofkapitalisme moet plaatsmaken voor een moreel kapitalisme. Dat zal alleen gaan als het sociale rechtvaardigheidsprincipe mbt. de verdeling van welvaart en welzijn als uitgangspunt wordt geaccepteerd. Een faire winstdeling, een faire politieke en economische machtsdeling en een zekere mate van medebezit van productiemiddelen, die moeten in een redelijke verhouding door samenlevingen worden afgedwongen. Zo niet dan wordt een te grote economische ongelijkheid ook een gevaarlijke ongelijkheid in het waardigheidsgevoel: de elite en de deplorables. En dat zal leiden tot wrok en wraak op het politieke systeem (zoals in de VS is gebeurd).
  • Het roofkapitalisme moet plaatsmaken voor een ethisch kapitalisme. Dat zal alleen gaan als markten waarden-gestuurd zijn ipv. louter winst- of consumentistisch gestuurd. Ethisch kapitalisme stuurt op de productie van nuttige goederen en services, niet op onnodige luxegoederen en geldhandel. Ethisch kapitalisme stuurt op gezondheid, zorg en welzijn van iedereen, vooral voor de nu vastgelopen lagere- en middenklasse. Ethisch kapitalisme doorbreekt de macht van oligarchieën en meritocratieën en ze fundeert de macht van sociale democratieën.
  • Het loonslaafkapitalisme moet plaatsmaken voor onderwijskapitalisme. Dat gaat alleen als men kan ontsnappen aan armoede en ongeletterdheid door alle wereldburgers toegankelijk onderwijs te bieden waardoor zij de mogelijkheid krijgen te klimmen op de sociaaleconomische ladder.
  • Fake-infokapitalisme moet plaatsmaken voor factkapitalisme. Dat zal alleen gaan als de mis- en desinformatie bestreden wordt die de crisis hebben veroorzaakt in de journalistiek, het wantrouwen in de wetenschap, en de bizarre polarisering in de politiek. Het vermijden van een info-dystopie zal alleen gaan als het huidige verdienmodel achter de BigTech info-industrie verdwijnt en de anonieme online radicalisering op social media wettelijk en technologisch wordt tegengegaan. Want waarheid moet geen tribaal verdienmodel zijn maar voortkomen uit een vrije markt van concurrerende, op feitelijkheid en logica getoetste ideeën. We moeten goed op de hoogte blijven over van alles en nog wat.

De opmerkzame lezer zal al snel onder alle bovenstaande kwesties één doorslaggevende dimensie ontdekken: een mondiale ethische dimensie. Het komt allemaal neer op ethiek: ecologische ethiek, sociale rechtvaardigheid, waardenethiek, kennisethiek, media-ethiek.

Als politiek, en dus ook economie, in essentie toegepaste ethiek is, hoe groot is dan de kans dat er een mondiale ethische benadering toegepast gaat worden om het kapitalisme te resetten? Ik vermoed wat uw antwoord is. Maar pas op: hebben we niet de plicht om optimistisch te zijn?

*Voor een snel overzicht van een mondiale ethische benadering van de meest nijpende kwesties zou u op YouTube kunnen gaan naar: ‘Introduction to Global Ethical Issues’ (12 min.). 

*Wilt u meer tijd besteden aan elk van de afzonderlijke issues dan moet u bij de echt knappe koppen zijn, zoals: Francis Fukuyama (politiek en de menselijke waardigheid), Adam Alter (technologie en technoverslaving), Noam Chomsky (politieke economie en mediamisleiding), Douglas Murray (identiteitspolitiek en activisme), Michael Sandel (meritocratie en rechtvaardigheid), Bjorn Lomborg (economie, gezondheid en klimaathysterie), Peter Boghossian, David Lindsay, Bret Weinstein (mediapolarisatie en radicaal activisme), om enkele actuele denkers te noemen. 

De Media en de bruine smurrie

Ja hoor, daar gaan we weer. We, dat is de smakkende en slurpende media die zich volvreten met Baudet. De media die de onwelriekende geur van ‘de bruine smurrie’ (FvD senator Beukering) om hem heen diep opsnuiven om vervolgens de dikke middelvinger diep in de keel te steken en het braaksel over ons heen te spugen. 

Over narcisten in de politiek en het bedrijfsleven zijn al bibliotheken volgeschreven. Hoe je ze kunt herkennen, wat hun destructieve gedragspatroon is, hoe ze hun aanhang en hofhouding verwerven en behandelen, hoe hermetisch en oncorrigeerbaar hun gedachtenwereld is, hoe het beloop is van hun juigende populariteit tot aan de joelende ontmaskering, en wat je kan doen om achteraf niet te hoeven zeggen: ‘wir haben es nicht gewüst’. Volstrekt voorspelbaar. Tenminste als je de moeite neemt je er enigzins in te verdiepen. Maligne narcistische politieke leiders vind je altijd gemakkelijk, aan de meest rechtse en linkse kant van het politieke spectrum, want in het meer genuanceerde midden kunnen ze zich niet handhaven. Vraag het de historici.

Nee, Baudet is niet het probleem, het Kwaad is nooit het probleem omdat het er altijd zal zijn. Het Kwaad zit in de (zelfverklaarde) Goeden die er op een of andere manier een persoonlijk, politiek of bedrijfsmatig belang bij hebben het Kwaad niet terug te dringen door zich een tijdje in die bibliotheek op te sluiten en te ontdekken dat achter het masker een toxische man (of vrouw) met een kroontje zit. Daar zijn de media toch voor?! Om zich in de persoon te verdiepen, patronen te herkennen, voor te lichten, te voorspellen en tijdig te waarschuwen om grote maatschappelijke schade te voorkomen of op zijn minst te beperken. Daar heb je geen tien deskundologen, columnisten, politiek analisten, etc., met tien perspectieven voor nodig. Maar goed, het verkoopt wel.