Weeklog 49: Dom, Kwaadaardig of Calculerend Behoudend

Buiten de eigen ‘bubble’ vormt politiek veelal geen onderwerp meer voor een zinvolle serieuze discussie met anderen. Onder politiek versta ik dan zo ongeveer alle maatschappelijke onderwerpen waarover je verschillende opinies kunt hebben.

Over welk onderwerp dan ook is sprake van radicaal tegenover elkaar staande groepen (vaak beter te kenschetsen als: stammen), met twijfelende tussengroepen, die de neiging hebben naar de ene of andere kant over te hellen. Deze harde polarisatie vormt een ernstige bedreiging voor de op Westerse leest geschoeide democratische Rechtsstaten. En als u de lijst van 196 landen, die lid zijn van de VN, doorloopt kunt u constateren dat er op de wereld nog maar relatief weinig goed functionerende democratische Rechtsstaten bestaan.     

Je kunt de ‘stammen’ op verschillende wijzen kenschetsen:

  1. De wrokkigen. Ze ervaren dagelijks hun feitelijke ongelijkheid in een wereld die de overmatig (althans formeel) de nadruk legt op gelijkheid. Hun maatschappelijk positie leidt tot voortdurende  wraakgevoelens jegens de overheid en andere burgers. Hiertoe behoren ook vele burgers uit grote etnische groepen.
  2. De libertijnen. Ze staan voor absolute individuele vrijheid zonder enige sturing door overheden en steunen (met geld of actie) de afbraak van de bestaande maatschappelijke orde, op welk terrein dan ook, zelfs tijdens deze Corona pandemie. Je treft ze aan onder de superrijken, maar ook in intellectuele (meestal goed verdienende) kringen en onder laaggeschoolde jongeren.
  3. De arrogant individueel egocentrisch identitairen (dit vind ik..), meestal niet eens laag opgeleid. Emotioneel agressieve bestrijders van wetenschappelijke kennis (gebaseerd op feiten) en maatschappelijke ervaring. Anti-vaxxers, ontkenners van klimaatverandering, veganisten,  noem maar op.
  4. De morele absolutisten die al hun oordelen toetsen aan hoe de wereld zou moeten zijn en die iedere werkelijkheid, geschiedenis en wetenschap afwijzen die niet aan hun ‘kritische theorie ‘ voldoet. Je vindt ze in al die vele anti-groepen, waaronder fanatieke atheïsten.
  5. De machtszoekers, zoals Baudet cum suis en zelfs reguliere politici, die pogen via die stammen hun persoonlijke doeleinden te realiseren door bovengenoemde groepen als aanhang te mobiliseren.. 

Binnen deze groepen treft je heel veel ‘sociale’ meelopers aan, maar ook volgers-beluste Vloggers en – YouTubers, voor wie de onderwerpen minder ter zake doen dan de aandacht en dus de inkomsten.

En dan hebben we het nog niet gehad over de enorme criminele onderwereld in Nederland, economisch opererend in de bovenwereld, naar schatting 10-15% van onze economie. Gewetenloze profiteurs met hun grof betaalde bovengrondse helpers, in het klein en het groot. Van drugshandel, cybercrime, onroerend goed handel tot grootschalige oplichting. 

Met betrekking tot deze groepen kun je mijns inziens spreken van een maatschappelijke kwaadaardige inslag (en natuurlijk voor een deel pure domheid). Eigenlijk kun je beter maar niet met hen in discussie gaan over wat dan ook, kwaadaardigheid en domheid vormen geen basis voor welke gesprek dan ook. Juist deze groepen zouden geen dagelijks voer voor reguliere politici en de maatschappelijke media horen te zijn, ze hebben immers hun eigen onderlinge kanalen wel. Ze willen allemaal aandacht, maar ze verdienen onze aandacht absoluut niet, want ze willen helemaal geen zinvolle discussie. Kritische opmerkingen over hun absolute gelijk leidt onmiddellijk tot de kreet ‘demonisering’, waar ze overigens zelf uiterst goed raad mee weten. Ze wisselen moeiteloos tussen hun rollen als aanklager, rechter, slachtoffer en pseudo-journalistiek verslaggever.

Het bedreigende is dat tegen deze relatief kleine maatschappelijke groeperingen veel grotere calculerende behoudende groepen burgers aanleunen die zich in hun belangen bedreigd voelen:

  • Ouderen die zich bedreigd voelen in baanzekerheid, inkomen, pensioen, gezondheidszorg en oudedagsvoorzieningen;
  • De lager betaalde beroepsgroepen als verplegenden, onderwijzers, politieagenten die dagelijks moeten vechten tegen de beleidsluimen van de bureaucratische piramides waarbinnen ze moeten werken;
  • Kleinere ondernemers (waaronder de Boeren) die zich dagelijks zorgen maken om het voortbestaan van hun bedrijf;
  • Het circuit van makelaars, advocaten, fiscalisten, lobbyisten e.d die een dikke boterham verdienen aan het voortdurend opzoeken van de randen van de wet en daardoor de gemeenschap ondermijnen.
  • Managers van grotere ondernemingen die vechten tegen welke vorm van nieuwe regelgeving ook om de winstgevendheid van hun onderneming ten behoeve van hun aandeelhouders (hun salarisbazen) te waarborgen.

Het overgrote deel van bovenstaande groepen bevindt zich in het rechtse spectrum van de politiek (VVD, CDA, en rechtser). Ze vormen een kleine meerderheid binnen het aantal kiesgerechtigden. Het zijn de Brexiteers in Engeland en de Republikeinse kiezers in Amerika (ook al stemdevan hen een deel niet op Trump). En daar ligt het grote gevaar voor de democratische rechtsstaat. Een 50/50 verdeeld maatschappelijk moeras, een modderpoel van gebrek aan adequate politieke sturing en een op veel fronten falende bestuurstechnocratische overheidsbureaucratie.

En dat in een situatie waarin de Corona pandemie niet eens de grootste externe maatschappelijke bedreiging vormt. De echte reeds acute bedreiging vormt onze radicaal veranderende ecologische leefomgeving.

De maatschappelijke situatie lijkt net zo instabiel en chaotisch te worden als het interbellum (1920-1940) tussen de twee Wereldoorlogen.

Moeten we het kapitalisme resetten? (2)

De opmerkzame lezer zal in het voorgaande artikel (deel 1) elementen van de oude Marxistische Conflict Theorie herkennen. Maar men hoeft geen Marxist te zijn om zijn analyses toch te waarderen. In de actuele versie: de economische elite exploiteert willens en wetens de lagere arbeids- en middenstandklassen, ze benadeelt hen door het beperken van hun welvaart en welzijn, door ze als consument verslaafd te houden, door hen kennis en betrouwbare informatie te onthouden wat – alles opgeteld – een grootschalige milieuschade aan ieders leefomgeving oplevert en op de lange termijn een klimaatramp veroorzaakt. Het ziet er niet goed voor ons uit als we zo doorgaan, ondanks het feit dat het kapitalisme ook veel goeds heeft gebracht, dat moet gezegd (zie de welvaartscijfers van S.Pinker, B.Lomborg, T. Piketty, ea.).

Als we de kwalijke kanten van het kapitalisme kwijt willen dan zal allereerst het roofkapitalisme opgeruimd moeten worden. Onder roofkapitalisme kan verstaan worden: het agressief exploiteren van mensen, grondstoffen en ecosystemen met als enige oogmerk financiële winst te maken, zonder daarbij de verantwoordelijkheid te nemen voor de negatieve sociale en ecologische impact. 

In welke richting zouden we kunnen denken om het bestaande kapitalisme te resetten?

  • Het wereldwijde roofkapitalisme moet plaats maken voor een milieu/klimaat kapitalisme. Dat zal alleen gaan als vooral de grote internationale monopolistische bedrijven via wetgeving gedwongen worden hun winsten niet meer weg te sluizen naar safe taxhavens en ze gedwongen worden zeer fors te investeren in wereldomvattende milieuprojecten en innovatieve groene technologie. (Zon en windenergie dragen tot nu toe slechts enkele procenten bij aan de oplossing van het wereldenergieprobleem, B.Lomborg, 2020).
  • Het roofkapitalisme moet plaatsmaken voor een moreel kapitalisme. Dat zal alleen gaan als het sociale rechtvaardigheidsprincipe mbt. de verdeling van welvaart en welzijn als uitgangspunt wordt geaccepteerd. Een faire winstdeling, een faire politieke en economische machtsdeling en een zekere mate van medebezit van productiemiddelen, die moeten in een redelijke verhouding door samenlevingen worden afgedwongen. Zo niet dan wordt een te grote economische ongelijkheid ook een gevaarlijke ongelijkheid in het waardigheidsgevoel: de elite en de deplorables. En dat zal leiden tot wrok en wraak op het politieke systeem (zoals in de VS is gebeurd).
  • Het roofkapitalisme moet plaatsmaken voor een ethisch kapitalisme. Dat zal alleen gaan als markten waarden-gestuurd zijn ipv. louter winst- of consumentistisch gestuurd. Ethisch kapitalisme stuurt op de productie van nuttige goederen en services, niet op onnodige luxegoederen en geldhandel. Ethisch kapitalisme stuurt op gezondheid, zorg en welzijn van iedereen, vooral voor de nu vastgelopen lagere- en middenklasse. Ethisch kapitalisme doorbreekt de macht van oligarchieën en meritocratieën en ze fundeert de macht van sociale democratieën.
  • Het loonslaafkapitalisme moet plaatsmaken voor onderwijskapitalisme. Dat gaat alleen als men kan ontsnappen aan armoede en ongeletterdheid door alle wereldburgers toegankelijk onderwijs te bieden waardoor zij de mogelijkheid krijgen te klimmen op de sociaaleconomische ladder.
  • Fake-infokapitalisme moet plaatsmaken voor factkapitalisme. Dat zal alleen gaan als de mis- en desinformatie bestreden wordt die de crisis hebben veroorzaakt in de journalistiek, het wantrouwen in de wetenschap, en de bizarre polarisering in de politiek. Het vermijden van een info-dystopie zal alleen gaan als het huidige verdienmodel achter de BigTech info-industrie verdwijnt en de anonieme online radicalisering op social media wettelijk en technologisch wordt tegengegaan. Want waarheid moet geen tribaal verdienmodel zijn maar voortkomen uit een vrije markt van concurrerende, op feitelijkheid en logica getoetste ideeën. We moeten goed op de hoogte blijven over van alles en nog wat.

De opmerkzame lezer zal al snel onder alle bovenstaande kwesties één doorslaggevende dimensie ontdekken: een mondiale ethische dimensie. Het komt allemaal neer op ethiek: ecologische ethiek, sociale rechtvaardigheid, waardenethiek, kennisethiek, media-ethiek.

Als politiek, en dus ook economie, in essentie toegepaste ethiek is, hoe groot is dan de kans dat er een mondiale ethische benadering toegepast gaat worden om het kapitalisme te resetten? Ik vermoed wat uw antwoord is. Maar pas op: hebben we niet de plicht om optimistisch te zijn?

*Voor een snel overzicht van een mondiale ethische benadering van de meest nijpende kwesties zou u op YouTube kunnen gaan naar: ‘Introduction to Global Ethical Issues’ (12 min.). 

*Wilt u meer tijd besteden aan elk van de afzonderlijke issues dan moet u bij de echt knappe koppen zijn, zoals: Francis Fukuyama (politiek en de menselijke waardigheid), Adam Alter (technologie en technoverslaving), Noam Chomsky (politieke economie en mediamisleiding), Douglas Murray (identiteitspolitiek en activisme), Michael Sandel (meritocratie en rechtvaardigheid), Bjorn Lomborg (economie, gezondheid en klimaathysterie), Peter Boghossian, David Lindsay, Bret Weinstein (mediapolarisatie en radicaal activisme), om enkele actuele denkers te noemen. 

De Media en de bruine smurrie

Ja hoor, daar gaan we weer. We, dat is de smakkende en slurpende media die zich volvreten met Baudet. De media die de onwelriekende geur van ‘de bruine smurrie’ (FvD senator Beukering) om hem heen diep opsnuiven om vervolgens de dikke middelvinger diep in de keel te steken en het braaksel over ons heen te spugen. 

Over narcisten in de politiek en het bedrijfsleven zijn al bibliotheken volgeschreven. Hoe je ze kunt herkennen, wat hun destructieve gedragspatroon is, hoe ze hun aanhang en hofhouding verwerven en behandelen, hoe hermetisch en oncorrigeerbaar hun gedachtenwereld is, hoe het beloop is van hun juigende populariteit tot aan de joelende ontmaskering, en wat je kan doen om achteraf niet te hoeven zeggen: ‘wir haben es nicht gewüst’. Volstrekt voorspelbaar. Tenminste als je de moeite neemt je er enigzins in te verdiepen. Maligne narcistische politieke leiders vind je altijd gemakkelijk, aan de meest rechtse en linkse kant van het politieke spectrum, want in het meer genuanceerde midden kunnen ze zich niet handhaven. Vraag het de historici.

Nee, Baudet is niet het probleem, het Kwaad is nooit het probleem omdat het er altijd zal zijn. Het Kwaad zit in de (zelfverklaarde) Goeden die er op een of andere manier een persoonlijk, politiek of bedrijfsmatig belang bij hebben het Kwaad niet terug te dringen door zich een tijdje in die bibliotheek op te sluiten en te ontdekken dat achter het masker een toxische man (of vrouw) met een kroontje zit. Daar zijn de media toch voor?! Om zich in de persoon te verdiepen, patronen te herkennen, voor te lichten, te voorspellen en tijdig te waarschuwen om grote maatschappelijke schade te voorkomen of op zijn minst te beperken. Daar heb je geen tien deskundologen, columnisten, politiek analisten, etc., met tien perspectieven voor nodig. Maar goed, het verkoopt wel. 

Moeten we het kapitalisme resetten? (1)

Dacht het wel. Want nu wereldwijd het kapitalistische systeem c.q. de neoliberale economie tegen zijn desastreuze milieugrenzen aanloopt zal het op de schop moeten om een existentiële ramp voor onze kinderen te voorkomen. Daar hebben we niet veel tijd meer voor. Vijftig jaar misschien? Het probleem is dat er geen alternatief is voor het kapitalisme. De communistische, socialistische, neoliberale, ultraconservatieve en fascistische politieke ideologieën in al hun varianten bleken niet te werken, ze waren historisch niet houdbaar. Zelfs de huidige gematigde Europese sociaal democratieën, met name in Engeland, Duitsland en Frankrijk, vertonen forse haarscheuren in hun democratische instituties. En een van de oudste democratieën, die van de VS, staat sinds Trump zwaar onder druk, volgens sommigen bijna tot aan een burgeroorlog toe. Op de een of andere manier zal er gezocht moeten worden naar alternatieve sociale, politieke, economische en filosofische fundamenten waarop democratische systemen moeten staan.

Alle politieke systemen berusten op ten minste drie vooronderstellingen over:

  1. de aard van de menselijke natuur;
  2. de aard van de werking van markten;
  3. de machts- en bezitsverhoudingen.

Alle drie vooronderstellingen claimen een hoge mate van voorspelbaarheid want zo niet, dan zou elk politiek systeem sociaal en economisch vroeg of laat gevaarlijk instabiel worden. Echter….

Over de aard van de menselijke natuur valt met de huidige kennis van zaken nauwelijks iets zinnigs te zeggen. De klassieke vraag wat de mens wezenlijk is werd door filosofische, politieke en economische systeembouwers van de laatste eeuwen (Adam Smith, Kant, Mill, Marx, Berlin, Keynes, Friedman en vele 21e eeuw-ers) slechts met een vooringenomen religieus of gepolitiseerd mensbeeld beantwoord. Hun reductionistische mensbeelden (‘zo is de mens nou eenmaal’ of ‘zo behoort een godvruchtig of humaan mens zich te gedragen’) lijken eerder een excuus, een ad-hoc rechtvaardiging of een geclaimde waarheid die hun gepropageerde systeem moeten ondersteunen dan een empirische vaststelling waar niemand omheen kan.

Enig empirisch houvast over de aard van de menselijke natuur biedt het Darwinisme: de mens wordt gedreven door de wetten van natuurlijke en seksuele selectie, waarmee hij zijn voedsel, onderdak, en bescherming van familie en stam veiligstelt. In de Darwiniaanse zin is de mens in zijn individuele en tribale gedrag behoorlijk voorspelbaar. Maar op basis van zoiets algemeens als gedragsgenetica bouw je geen coherent en duurzaam politiek systeem. En zelfs geen ethisch systeem van mensenrechten dat zegt: iedereen heeft recht op leven, voedsel, onderdak en beschermende affectieve relaties, hoe voor de hand liggend dat in theorie ook moge zijn. De historische praktijk blijkt anders. Er bestaat geen ethisch universalisme. Kortom, de voorspelbaarheid van de menselijke natuur op grond waarvan men een politiek, economisch, ethisch of transcendentaal geloofssysteem zou kunnen funderen en rechtvaardigen is een illusie.

De voorspelbaarheid van elk marktsysteem, de maatschappelijke productie, handel en verdeling van goederen en diensten, vertoont in zijn hele spectrum – van een volledig vrije vraag- en aanbodmarkt tot aan een volledig staat gestuurde markt – evenzeer grote tekortkomingen. Alle marktsystemen zullen hun voorspellingen telkens moeten aanpassen aan de actuele omstandigheden waarin ze werkzaam zijn: klimaatverandering, pandemieën, voedseltekorten, uitputting van grondstoffen, oorlog, technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen zoals verregaande robotisering die massale werkloosheid veroorzaakt. Marktmechanismen kunnen daarbij te traag (USSR), te snel (China), of niet (N-Korea) reageren op die bedreigende, destabiliserende omstandigheden. En de voorspelling van een noodzakelijk geachte marktcorrectie kan gemakkelijk een foute over- of ondercorrectie zijn, met zeer ingrijpende sociale en milieugevolgen. Dat zou bijvoorbeeld ook nu tijdens de Corona crisis het geval kunnen zijn. 

Wellicht een van de meest remmende factoren op een noodzakelijke aanpassing aan de telkens veranderende omstandigheden betreft de handel in waardepapieren (aandelen, obligaties, valuta, grondstoffen, ed.). Die ‘papieren geldhandel’ is een economie op zich die de ‘gewone markteconomie’ domineert. Ze beïnvloedt de anonieme aandeelhouders die competitieve bedrijven dwingen tot een productie die uitsluitend aangestuurd wordt door financiële rendementsverwachtingen en de dwingende noodzaak tot groei. Dergelijke bedrijven passen zich slecht aan want ze sturen louter op het korte termijn winstaandeel van de aandeelhouders en ze jagen het verslavende consumentisme meedogenloos aan (zie ook de blog van Jack Pheifer: ‘Rentseeking’, juli 2019 en ‘Geld en informatiehandel’, mei 2020).

Kortom, het gaat er niet om welk marktsysteem men kiest maar om de mate van voorspelbaarheid, bestuurbaarheid en duurzaamheid van een systeem. Ook hier leert geschiedenis dat de fundamenten van de politieke economie zwak en zeker niet duurzaam zijn. Economen waarschuwen daarom vaak genoeg: economie is geen wetenschap, economische wetten zijn fluïde, markten hebben hooguit korte termijn trends, ongeacht het politieke systeem waaronder ze functioneren. 

De voorspelbaarheid van de werking van de maatschappelijke verhoudingen qua macht en bezit lijkt misschien nog het best mogelijk. Wie de brute fysieke macht bezit en die ook langdurig kan financieren bepaalt onbetwist wat de burger krijgt, wanneer en in welke vorm (bv. Noord-Korea, Rusland).

De bescherming tegen brute economische en politieke macht is democratie. Maar dat ‘democratische bestuurssysteem’ is historisch gezien telkens weer hoogst kwetsbaar gebleken. De oudste en langstdurende democratieën zijn Engeland en de VS (350 jaar en 250 jaar.) Er hoeft maar weinig te gebeuren en het vergt maar een kleine groep om democratische instituten te verlammen. Kleine verschuivingen in het democratische machtssysteem van ‘checks- en balances’ zijn al voldoende om een democratie uit balans te brengen. (Zie de VS: asymmetrie in het hoge gerechtshof, trage wetgeving door het Congres als gevolg van het twee partijensysteem, een roekeloos presidentieel leiderschap die het volk tot op het bot verdeeld, aanhoudende activistische aanvallen op wetshandhavers, een in toenemende mate volstrekt scheve verdelingspolitiek van welvaart en welzijn, ed.)

Als bovendien de vierde macht, de Publieke Media (vooral de sociale media) geen controle meer hebben over betrouwbare informatieverstrekking, wat historisch gezien een unieke en ongekende tragedie is van het laatste decennium, dan verwordt informatie, en daarmee elke waarheidsclaim, tot niets meer dan een verdienmodel in een info-dystopische wereld.

Alles opgeteld: als het voorspellend vermogen van politieke en economische systemen niet meer ontleend kan worden aan ideeën over de menselijke natuur, de marktwerking en de machts-en bezitsverhoudingen, wat dan wel? Niemand weet het, niemand heeft een oplossing. Wat we hooguit weten is de richting van een oplossing: de noodzaak voor het zeer grondig resetten van het kapitalisme.

Zie vervolgartikel.

Keek op ‘de week van het leven’ van prolifers

Dat de Staat of Kerk de baas is over je lichaam heb ik altijd vreemd gevonden. Dat iemand ook maar de baas zou kunnen zijn over het meest eigene wat je je kunt bedenken, je lijf, zoiets stamt toch uit de tijd van de lijfeigenen en de slavernij en van voor de tijd dat Kerk en Staat gescheiden werden? 

Nu is de kwestie van de scheiding tussen Kerk en Staat een nogal ingewikkelde. In de West-Europese landen is die scheiding verschillend aangebracht. Van diepgaand gescheiden werelden in wettelijke en politieke zin (secularisme/laïcisme in Portugal en Frankrijk) tot aan een verregaande verknoping (staatsgodsdienst in Engeland en Denemarken). Nederland zit in de middenmoot waarbij Kerk en Staat elkaar via de politiek wel, maar toch beperkt beïnvloeden. Uiteindelijk heeft de staat grondwettelijk het laatste woord: je mag geloven wat je wil ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’. Dus Prolife-activisten: hou je daaraan. Dus Staat: stuur die intimiderende, moreel chanterende, opruiende schreeuwers weg voor de deur van abortusklinieken.

Sinds de scheiding van Kerk en Staat (in 19e eeuw) blijven de christelijke kerken proberen om het zonder wetsregels maar met hun moralistische kerk- en bijbelregels de baas te blijven over het lijf van een ieder. Maar ja, de ‘baas in eigen buik-beweging’ heeft natuurlijk een zwaarwegend punt: het lijf is de eerste soevereiniteit van het individu (de Nederlandse abortuswet bestaat sinds 1984).

Het is de staat die het individu moet beschermen waarbij de vraag is, in het geval van abortus: moet ze het leven beschermen (prolife) of het lijf van het individu (baas in mijn buik)? Allebei natuurlijk: het leven en lijf van het ongeboren kind en het leven en lijf van de zwangere vrouw. Het leven beschermen is iets anders dan het lijf beschermen, dat zijn twee verschillende perspectieven. ‘Het leven’ is een generalistisch perspectief, geldig voor iedereen. ‘Het lijf’ is een specifiek perspectief, dwz. specifiek geldig voor een bepaalde vrouw, die zwanger is en in bepaalde specifieke omstandigheden verkeert. 

‘Het leven’ is een abstractie. ‘Het leven beschermen’ is een principe. ‘Het lijf’ van een ongeborene en van een zwangere vrouw is concreet en praktisch en aan te wijzen als levensvatbaar of niet (vanaf 24 weken). 

De wet is generalistisch en volgt democratisch afgesproken wettelijke principes en maakt uitzondering voor het bijzondere, specifieke geval, bijvoorbeeld bij abortus, actieve en passieve euthanasie, ernstig suïcidale mensen met een psychiatrische aandoening. En dan nog alleen na overleg en consensus tussen rechters en medici in het concrete geval. Het rammelt wel eens, ok, maar over het algemeen werken wet- en regelgeving goed. Dat komt omdat er een zekere balans aanwezig is tussen het generalistisch abstracte denken en het specifieke concrete ervaren van alle dag. 

Bij de religieuze moraliteit in zake abortus is die balans er niet ,want het principe van de bescherming van het leven kent geen concreet aanwijsbaar lijf. Dat doen principes, dogma’s, leerstellingen en doctrines niet. Die religieuze moraliteit maakt dat er in de meeste niet westerse landen nauwelijks of niet een onderscheid wordt gemaakt tussen leven- en levensvatbaarheid, tussen verschillende persoonlijke omstandigheden, leeftijden, gezondheidstoestanden, erfelijke ziektes, noodtoestanden, zoals de westerse wetten dat wel doen (zie Wikipedia, wereldoverzicht abortuswetgeving).

Ze maakt ook geen onderscheid tussen religieuzen en seculieren. En dat laatste is misschien wel het meest ergerlijke: prima prolifer, als jij geen abortus wil, maar vertel me niet dat je boven de moraliteit staat van een seculier en boven een 36 jaar bestaande wet die in alle westerse landen vergelijkbaar is (Polen en Malta uitgezonderd). Die morele superioriteit en neerbuigendheid naar andersdenkenden wordt natuurlijk schaamteloos ontkent, al eeuwen. Hulp aan ongewenste zwangeren wordt door prolifers ‘liefdevol’ geboden. Zegt men (‘we haten de zonde maar niet de zondaar’). Hulp? Ja natuurlijk, maar stilletjes ook in de vurige hoop een verloren ziel te bekeren. 

En nog geen halve eeuw geleden, in Ierland bijvoorbeeld, wat minder liefdevol: ‘uit zonde geboren kinderen’ werden vermoord (Tuam klooster), gemarteld/medische experimenten (Secret Heart Klooster), verwaarloosd, uitgebuit, misbruikt, vernederd, weg-geadopteerd. Hun ‘zondige moeders’ werden als ‘moreel gevaar voor de gemeenschap’ als slaaf behandeld, mishandeld, verkracht, van naam veranderd (in de zgn. Magdalene kloosters). Het is nog steeds een nationaal trauma, temeer omdat ook de Ierse Staat volop samenwerkte met de kloosternonnen en weet had van de grootschalige institutionele misstanden. Mooie scheiding van Kerk en Staat. En u denkt dat zoiets tegenwoordig wel wat meevalt? Klopt, in de westerse wereld dan. Maar in de rest van de wereld? Niet dus.

Waar het om gaat is de verborgen, ontkende, hypocriete arrogantie van de Prolife beweging. Christenen, die maar niet willen leren van de gruwelijke geschiedenis die religieuze dogma’s hebben veroorzaakt tav. ongewenste zwangeren, hun kinderen, homofielen (etc), en andersoortige gelovigen. Het dogmatisch denken is het zelfde kwaad dat ruimte gaf aan de Nazi’s, aan de Rwandese genocideplegers, Zuid-Amerikaanse criminele dictators, pedofiele bisschoppen en priesters, moet ik nog doorgaan? 

Simpel gezegd: er is niets mis mee als mensen er morele principes op na houden mits die niet claimen goddelijke eeuwigheidswaarde te hebben en mits die principes zich onder democratische wetten plaatsen. Maar er zijn ook principes die er mensen op na houden. En die zijn het meest gevaarlijk, omdat ze valse tolerantie, onderhuidse repressie en verborgen morele superioriteit prediken en lang bestaande democratische wetten ondergraven. Prolifers behoren tot die groep. 

Nee, de wereld is niet abstract, maar (soms verschrikkelijk) concreet. En Kerk en Staat zijn nog steeds niet gescheiden.

Weeklog 47: Geen sociale moraal meer in de publieke ruimte

Al 2500 jaar (vanaf de oude Grieken) zijn in de Westerse beschaving beschouwingen geschreven en discussies gevoerd over maatschappelijke moraal, persoonlijke ethiek en hoe te leven. Maar het heeft geen zin om op deze plek daar nu een discussie over te beginnen. Want het grote verschil tussen nu en nog maar 15 jaar geleden, laat staan met de vroegere menselijke historie, is de directe momentane wereldwijde verbinding tussen mensen via 24 uur online internet.

Het individu werd qua publiek gedrag tot voor enige jaren sterk ingeperkt door de sociale moraal in zijn geografisch lokale omgeving. Social media hebben die inperking grotendeels opgeheven. Je hoeft je op straat en public zelfs helemaal niet meer te bekommeren om je sociale omgeving. Met je koptelefoon op en je telefoon in de hand kun je lopend of op de fiets iedere sociale publieke interactie mijden.

Iemands publieke wereld is nu voor een groot deel virtueel. Daar wordt sociale goedkeuring of – afkeuring gevonden. Maar afkeuring (en dus schaamte) kun je mijden door je alleen binnen virtuele netwerken van gelijkgestemden op te houden. En in die netwerken is het niet de afkeuring, maar te weinig goedkeuring (likes) die al tot stress leiden. Juist daarom blijft men daar strikt binnen de regels van de ‘bubble’.

De ‘ laatmoderne, navelstaarderige, snel gepikeerde, post-ironische, identiteitgeobsedeerde mens’ (citaat columiste Floor Rusman) leeft zijn leven autonoom, zelfverwerkelijkenden en concurrerend. Die heeft geen boodschap meer aan de niet met hen verbonden medeburgers in de publieke ruimte, virtueel of fysiek. Ongewenste interacties op straat leiden al vaak tot botte bejegening. Op internet bestaan in deze helemaal geen remmen. We zijn allemaal gelijk en mijn opinie is de enige juiste, fuck you. Of zoals Tommy Wierenga in de NRC stelde: ‘…de hedendaagse Nederlandse discussietechniek kun je wel zo’n beetje samenvatten in 4 termen: bedreigingen, intimidaties en grove beledigingen’.

‘ ..Tel daar voor de jeugd een, volgens socioloog Gabriël van den Brink, assertieve leefstijl bij op, waarin men zich snel gekrenkt voelt, weinig zelfcontrole heeft. Maar wel hoge eisen stelt. Daarbij hoort instant genieten, met algemeen beschikbare en goedkope roesmiddelen als lachgas, alcohol en wiet. Dat leidt tot ontremming, lagere impulscontrole, zelfoverschatting of minder angst. Dan is het daarna met z’n allen ‘chaos zetten’. Op iedere spoedeisende hulp van ziekenhuizen weten ze al jaren precies wanneer de kroegen sluiten, ongeacht het seizoen.’ (citaat)

Het is moeilijk niet pessimistisch te zijn over deze situatie. Door opvoeding en online sociale verbindingen, bestaat er geen algemene publieke ruimte meer met een voor alle burgers geldende sociale moraal. Het is ondoenlijk om wettige regulerende maatregelen te bedenken om die te herstellen.

Tegenstellingen tussen die doof en blind van elkaar gescheiden online netwerken cancelen enig publiek debat, virutele heksenjachten zijn aan de orde van de dag. Tom-Jan Meeus schreef in NRC: ‘..als je elk thema verheft tot strijd, en elke opponent of verdachte tot vijand, ontmenselijk je uiteindelijk alle mensen met een andere opvatting of levenshouding, van welke kleur dan ook’. Dit is hét recept voor democratische aftakeling. 

Opnieuw de auteur Tommy Wieringa citerend: ‘…Democratie gedijt niet goed onder extreme omstandigheden, zoals de huidige verdeeldheid; ze vraagt een gemeenschappelijke overtuiging en vertrouwen in de werkzaamheid van democratische processen en instituten; daarzonder verdwijnt het fundament en glijdt het huis reddeloos de helling af.

Bonus-Malus (2)

Op juridische gronden maakt de overheid het weer mogelijk dat bonussen en dividenten door multinationals worden uitgekeerd terwijl zij tegelijkertijd corona staatsondersteuning krijgen. Dat is de juridische werkelijkheid die zich boven de sociale werkelijkheid stelt. Bedenk wel bonus/dividenttrekkers: dat de scheve verdeling tussen de toenemende rijkdom van weinigen en de afnemende welvaart/welzijn van velen demoralisering, wrok en wraakgevoelens in de samenleving veroorzaakt. 

Je mag hopen dat zij (en de overheid) op een of andere manier duur gaan betalen voor hun gewetenloos en schaamteloos gebrek aan morele verantwoordelijkheid.