Marokko: illegalen als exportproduct

Marokko heeft al jaren een nieuw exportproduct naar Europa. Werkloze kansloze jongeren. Ze komen via allerlei routes zonder papieren of vernietigen die bij aankomst. Ook al verkrijgen ze nergens in Europa de vluchtelingenstatus en wordt na de meestal lange procedures besloten tot uitzetting, dan nog is terugzending  naar Marokko feitelijk onmogelijk. Want Marokko vereist voor terugkeer documenten die bewijzen dat deze jongeren Marokkaan zijn en weigert op basis van andere gegevens nieuwe documenten te verstrekken.

Waarom noem ik deze jongeren een exportproduct. Omdat Marokko belang heeft bij hun vertrek. In de gebieden waar ze vandaan komen zijn ze kansloos en dus potentieel opstandig. Als ze in Europa in de illegaliteit verdwijnen en als illegalen werken sturen ze meestal wel geld naar hun familie in hun vaderland. Zoals bijna alle in Europa aanwezige ook legale migranten geld naar hun familie sturen. Big business voor de overheid van het land van herkomst.

Voor Europa vormen deze jongeren een groot probleem, zowel in de asielzoekerscentra als wanneer ze in de illegaliteit verdwijnen. Niet zelden opereren ze in groepen, veroorzaken veel kleine criminele overlast in de stad- en dorpscentra rond de asielzoekerscentra en sluiten zich in de illegaliteit veelal aan bij criminele bendes.

Iedere vorm van diplomatiek overleg met Marokko over dit probleem blijft zonder resultaat. Nederlandse diplomaten (en zelfs kabinetsleden) worden regelmatig bot geschoffeerd als ze hierover willen overleggen. Dat gaat zover dat overleg op andere gebieden (bijvoorbeeld overdracht van gegevens over bezit van onroerend goed van Nederlanders in Marokko) ook wordt afgehouden.

Wellicht is het goed om als Nederland of als EU maar eens een ultimatum te stellen. Marokko werkt mee aan repatriëring of:

  • Marokkaanse regeringsfunctionarissen krijgen geen visum meer voor Europa.
  • Luchtverbindingen worden verbroken (schaadt ook toerisme)
  • Geldstromen naar Marokkaanse banken van particulieren worden geblokkeerd.

Het wordt tijd de soft power van Europa eens om te zetten in hard power. Wellicht is dit dan ook een goed voorbeeld voor andere landen die heel graag hun kansloze inwoners exporteren in plaats van zelf ontwikkelingsmaatregelen te nemen.  

Informatie privacy (2): Data tien maal beter beveiligen!

Bij semi-overheidsinstellingen en instellingen in de medische- en zorgsector spelen vaak dezelfde problemen, die ik in het eerste artikel beschreef  (denk aan de SVB, het UWV of de GGD’s). Maar bij deze instellingen spelen vaak ook andere zaken zoals: slechte opleiding en gebrek aan ervaring van steeds wisselend tijdelijk personeel in het gebruik van systemen.

In de Medische- en Zorgsector (ziekenhuizen, zorgverzekeraars) is geautoriseerd gebruik van medische gegevens van burgers helemaal van essentieel belang. Een burger heeft hier helemaal geen keus ten aanzien van zijn informatie privacy. Die sectoren verzamelen zelf hun gegevens over de burger (die vaak niet eens weet welke informatie) en dienen dus op en top te regelen dat dossiers niet voor niet-bevoegden te raadplegen zijn. Maar dat gebeurt vaak wel.

Geautoriseerd gebruik vraagt om robuuste IT-systemen (voor wat betreft inlog-procedures, kopiëren van data en noodzakelijke externe datacommunicatie). Maar vooral ook beveiliging tegen het binnendringen van systemen door hackers.

Je kunt alleen maar iets stelen uit een gebouw, als er in een gebouw onvoldoende beveiligde ramen en deuren zitten of als er onvoldoende 24-uurs bewaking aanwezig is. Je moet of systemen met essentiële data qua capaciteit slechts heel beperkt op een open internetverbinding aansluiten en/of op internetverkeer 24-uurs menselijke bewaking instellen. In de cybercrime wereld van vandaag is het niet meer mogelijk van de voordelen van IT systemen gebruik te maken, zonder de kosten te dragen voor zware beveiliging.

Het kern probleem is echter dat de bestuurders vaak generalisten zijn met weinig inhoudelijke kennis van zaken en zeker niet van informatietechnologie. Wie ergens geen verstand van heeft, houdt zich er echter meestal ook niet mee bezig en laat het over aan anderen (consultants..), afgezien van wat algemene instructies. Budgettair is het meestal ook niet erg sexy om daar veel middelen aan te besteden.

Wettelijk gezien zul je dus moeten regelen dat ongeautoriseerd gebruik van systemen op de werkplek direct wordt afgestraft (bijv. zowel boetes voor de werknemer als de werkgever) en moet je hoge eisen stellen aan de beveiliging van systemen (met directe aansprakelijkheid van bestuurders en eventueel onder toezichtstelling door derden). De Autoriteit Persoonsgevens is in deze een papieren tijger. Deze organisatie heeft wel veel bevoegdheden, maar weinig feitelijke  mogelijkheden tot onderzoek en controle.

Wellicht moet je naast de controle van de Jaarrekening, accountants wettelijk ook verantwoordelijk maken voor de jaarlijkse controle van de beveiliging van IT-systemen of daar een aparte certificeringsorganisatie voor opzetten. En organisaties aparte vergunningen verlenen om data van burgers te verwerken, maar pas na certificering van de beveiliging.

Cyberspionage door andere landen brengt vooral enorme maatschappelijke en  economische schade toe. Zie het recente voorbeeld van diepgaande penetratie van overheidssystemen in de Verenigde Staten. In Europees verband zouden afspraken moeten worden gemaakt om internetverkeer uit bepaalde landen te routeren via bepaalde datacentra, zodat dit verkeer bij die centra dag en nacht kan worden gemonitord. We bewaken wel grenzen, waarom bewaken we nauwelijks het internetverkeer over die grenzen?

Informatie Privacy (1): de overheid maakt er een puinhoop van

De persoonlijke gegevens van miljoenen autobezitters in Nederland zijn gehackt, zo werd kortgeleden bekend. Een commercieel bedrijf had de gegevens verkregen via de Rijksdienst voor het Wegverkeer en had die die in zijn eigen systemen onvoldoende beveiligd. Er volgden weer de bekende klaagkoren over het grootschalige aantasting van de privacy en mogelijk criminele gevolgen. Er wordt  dezer dagen weer heel wat over ´privacy’ geschreven, maar echter heel weinig fundamenteel over gedebatteerd, ook niet in het parlement.

In de Nederlandse Grondwet (artikel 10) is privacy omschreven als het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het recht op privacy is een grondrecht. Personen hebben het recht door de staat en door andere personen met rust gelaten te worden.

Privacy van informatie is de afwezigheid van informatie over onszelf bij anderen en bovendien het verbod aan anderen om zonder onze toestemming die informatie te verwerven. Privacy met betrekking tot elektronisch zakendoen, is dus het recht op informationele zelfbeschikking. Dit houdt niet alleen de afwezigheid van informatie over onszelf bij anderen in, maar ook het recht van ieder individu om zelf te bepalen welke informatie over zichzelf hij ter beschikking stelt en welke niet.

Met name de informatie privacy is al vele jaren in het geding. Maar daarbij wordt mijns inziens onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de verschillende partijen, die betrokken zijn bij informatieverwerking van gegevens over burgers. Allereerst moet onderscheid worden gemaakt tussen overheidsinstellingen, gemeenschappelijke instellingen ten behoeve van alle burgers, non-profitorganisaties en commerciële instellingen. We beperken ons in dit eerste artikel tot de overheid.

De overheid vormt het bestuur van de gemeenschap van burgers van een land. Om die taken ten behoeve van burgers en andere aanwezigen in een land uit te voeren, hebben overheidsinstellingen automatisch het bestuurlijke recht om noodzakelijke gegevens van burgers vast te leggen én te gebruiken bij haar dienstverlening en beleidsvoorbereiding.

Die bevoegdheid gaat vrij ver. De overheid mag geverifieerde data vastleggen van inwoners over familie omstandigheden, burgerlijke staat, nationaliteit(en), biometrische kenmerken, woonsituatie en bereikbaarheid, werkgever, belastinggegevens, deelname aan en gebruik van overheidsvoorzieningen e.d. Kortom alle data die nodig zijn in het directe en indirecte ‘transactie’ verkeer tussen inwoner en bestuurlijk orgaan.

Er is geen rationele reden te bedenken, waarom een deel van de overheid, Justitie en Politie, geen gebruik zou mogen maken van de data, welke de overheid tot haar beschikking heeft, om overtreding van wetten en misdaden op te sporen en te vervolgen. Alle bezwaren van burgers over ‘privacy’ in die zin, zijn eenzijdig, in de zin van: ‘ de overheid moet wel…, maar de overheid mag niet …. Waarom zou de politie niet in systemen van de Immigratie en Naturalisatiedienst mogen kijken?

Er is ook geen redelijk motief te bedenken, waarom de overheid niet in al haar systemen zou mogen werken met een burgerservice nummer, om data uit verschillende systemen te kunnen combineren. Het is zelfs in het belang van de burger (zie onder). Nederland is een van de weinig landen, waar het maatschappelijk verzet tegen dergelijke combinatie van gegevens nog altijd groot is. Maar wel met het gevolg dat veel overheidsorganisaties weinig effectief ten behoeve van de burgers kunnen werken, laat staan doelmatig.

De problemen met de informatie privacy rond gebruik van data van inwoners door de overheid liggen grotendeels ergens anders, namelijk op het vlak van de organisatie van die gegevens binnen de overheidsbureaucratieën.

  1. De verschillende overheidsorganen hebben de afgelopen 20 jaren aangetoond volstrekt incompetent te zijn ten aanzien van het ontwikkelen van effectieve IT-systemen om de gegevens van burgers te verwerken. Al jaren worden jaarlijks miljarden uitgegeven aan slecht werkende systemen, ondanks uiterst de inzet van kostbare consultants. Ook op dit terrein heeft de overheid zich volstrekt incompetent getoond (en de consultants ook…).
  2. De beveiliging van de toegang van de overheidssystemen is volstrekt onvoldoende ten aanzien van niet-geautoriseerd gebruik door onbevoegden en ten aanzien van indringers (hackers), hetgeen je dagelijks in het nieuws kunt vast stellen. Waarom niet voor iedere overheidsgebruiker, ook systeembeheerders, een digitale tweetraps beveiliging per eigen mobi wordt ingesteld is mij een raadsel. Dan weet je wie er ingelogd heeft.
  3. Overheidsorganen, zoals de RDW, hebben ten onrechte in het verleden hun gegevens gebruikt als commercieel verkoopbare data, alsof de overheid enig recht heeft gegevens over haar burgers aan derden ter beschikking te stellen. Dat recht heeft ze niet, ook onbetaald niet, zelfs niet aan buitenlandse overheden – zonder uitermate strenge controles. Maar het gebeurt wel.
  4. Juist door de dramatisch slechte informatie huishouding van de overheid zelf, wordt van de burger keer op keer dezelfde informatie geëist bij nieuwe interacties, waarbij inmiddels elektronische formulieren met steeds weer dezelfde gegevens hoogtij vieren.
  5. De beperkingen van de overheidssystemen limiteren tegelijkertijd vaak de gelijke rechten van burgers. Na de toeslagenaffaire zijn er nu bijvoorbeeld weer problemen rond de vaststelling van Covid-steun vooral aan kleinere bedrijven. Minister Koolmees durft zelfs letterlijk te stellen dat hij Covid-steun moet terugvorderen omdat de systemen geen bijzondere situaties aankunnen. Wellicht is het inderdaad aan te bevelen om alleen nog beleid te maken dat of door mensen of door geautomatiseerde systemen op juiste en rechtmatige wijze kan worden uitgevoerd, rekening houdend met de enorme diversiteit in de situaties waarin burgers leven, wonen en werken.
  6. Diezelfde ‘systeem’ beperkingen gelden ook voor controlerende overheidsorganen, alsmede justitie en politie. De fraudeaanpak rond de uitkeringen van toeslagen voor kinderopvang (toeslagen-affaire) was gebaseerd op de zgn. Bulgarenfraude. Vele tientallen Bulgaren vroegen deze uitkering aan, wonend op 1 adres… Ambtenaren signaleerden dit wel, maar geen bestuurlijk manager die actie ondernam. Als je als burger in een huur- of koopwoning de Gemeente vraagt wie er mogelijk nog meer op jouw adres staan ingeschreven, dan is het antwoord: dat mogen wij u niet vertellen in verband met de ‘privacy’. Dan krijg je na betaling een brief met de mededeling of er nog andere mensen op jouw adres staan ingeschreven, niet wie. Die persoon moet zichzelf weer ‘uit’ schrijven….

Als burger moeten we terecht onze informatie privacy aan onze overheid bloot stellen. Het is onze overheid die er bij het gebruik van die data een puinzooi van maakt. 

*definities wikipedia 

Citaten om met Pasen te overdenken

  • The folly of human pride distresses me – that, although we are animals among animals, we believe we have the right to enslave the rest of the living world. This makes us dangerous, and at the same time ridiculous. However much we empower ourselves with increasingly sophisticated technology, we remain comic creatures, like the cat that a child dresses as if it were her doll. It’s urgent that we learn to confront the truth of ourselves, before we’re destroyed by our obstinate determination to become immortal. The animal man has to be self-critical. The future that interests me is a future of absolute openness to the other, to any living being, to everything endowed with the breath of life (auteur Elena Ferrante).
  • Free will is an ambiguous expression. In the commonsense meaning of “being free to decide”, of course there is free will: we do decide. If, instead, by free will you mean that in deciding we violate known laws of physics and their standard causal relations, then no, there is no free will in this sense; the evidence is now overwhelming. What happens in a “decision” is a very complex network of microevents in the brain, which is too complicated to predict. As clarified by Spinoza, free will is real: it is the name we give to our own inner complexity (fysicus Carlo Rovelli).
  • In zijn verhaal ‘Iemand klopt op mijn deur’ haalt László Krasznahorkai (1954)  de schrijver Sándor Márai aan, die zei dat ‘in de pauze van de geschiedenis’ altijd een soort mens uit het riool omhoog kruipt dat ‘ploerterige bekrompenheid en ontembare agressiviteit’ in zich verenigt. Krasznahorkai ziet het nog scherper, want volgens hem loopt dat type mens al veel langer rond. ‘Hij is zelden alleen, draagt altijd ondetermineerbare militaristische kleding, zijn theorie is schimmig, of eigenlijk niet-bestaand, aangezien die slechts een dwangmatige vorm van haat is, want haat is zijn essentie, zijn kompas’. En die haat, vermengd met hebzucht en afgunst, richt zich tegen vluchtelingen, Joden, homo’s en Roma, die naar behoeven uitgescholden en afgetuigd mogen worden. (Michel Krielaars – NRC).

Kan nieuwe technologie onze leefomgeving redden?

Elizabeth Kolbert (1961) is een bekende Amerikaanse prijswinnende journaliste. Ze schrijft buitengewoon uitdagende boeken over de vernietiging van onze aardse leefomgeving.

Kortgeleden publiceerde ze haar nieuwe boek, waarin ze zich buigt over de vraag of nieuwe technologie ons kan redden.

Lees het interview dat de Britse krant the Guardian recent met haar had. De absurditeiten vliegen je om de oren. Ook over de klimaatcrisis valt gelukkig nog wat te lachen.

https://www.theguardian.com/books/2021/mar/06/it-is-the-question-of-the-century-will-tech-solve-the-climate-crisis-or-make-it-worse?

https://en.wikipedia.org/wiki/Elizabeth_Kolbert

Wat gebeurt er op de beurzen?

Iedereen met een paar duizend euro’s op de bank is op zoek naar een of andere vorm van rente. Er wordt gespeculeerd met cryptovaluta – een ‘waarde’ zonder enige basis (behalve schaarste) en zonder bewakende Centrale Bankiers. Velen hebben inmiddels ook kleine belegginkjes in beurstrackers, die  kunnen ook een paar procent opleveren.

Met meer dan een ton op de bank ben je dief van je eigen portemonnee, want bij vele banken moet je dan zelfs rente toebetalen. Dus dan maar naar de beurs of nog liever: beleggen in een huurpandje met hoge huur.

Inmiddels waarschuwt de grootste belegger ter wereld, Warren Buffet, voor de overwaardering van aandelen op de wereldwijde beurzen. De waarde van alle Amerikaanse aandelen zijn inmiddels 228% groter dan het hele Bruto Nationale Inkomen van Amerika. Al een stuk hoger dan tijdens de Internethausse in 2000 – voor de grote beurscrash van 2001.

Als er door de enorme bedragen die landen tijdens de Corona crisis in de economie pompen inflatie ontstaat ( zoals op de huizenmarkt) kan de rente gaan stijgen. En wat er dan gebeurt is totaal onvoorspelbaar, ook in de bankensector. Het is zaak op je financiële tellen te passen.

31 Redenen waarom men wetenschap (te) lastig vindt en wantrouwt

  1. De meeste mensen weten nauwelijks wat wetenschap inhoudt en hoe ze werkt. Onbekend maakt onbemind, vooral als het je beter uitkomt.

2. De meeste mensen weten niet het verschil tussen empirische (harde bèta) wetenschap en niet empirische (zachte alpha en gamma) wetenschap en hun respectievelijke onderzoeksmethoden.

3. De meeste mensen maken geen onderscheid tussen wetenschappelijk onderzoek (kenniswerk in ontwikkeling), consensus-wetenschap (kennis waar geen wetenschapper meer aan twijfelt) en de harde wetenschappelijke methode (het experimenteel testen van hypothesen en die proberen te verwerpen).

4. Moderne wiskunde en statistiek zijn voor de meeste mensen nauwelijks te begrijpen (liever verhalen dan cijfers, liever plaatjes dan formules en curves). Dat maakt wetenschap onpopulair.

5. De meeste mensen hebben grote moeite het verschil te zien tussen pseudo-onderzoek (feiten- en methodenvrij zwammen), correlatief-onderzoek (zoeken naar mogelijke samenhang) en causaliteitsonderzoek (zoeken naar oorzakelijke samenhang).

6. De meeste mensen maken geen onderscheid tussen fundamentele wetenschap (meestal komend uit universiteiten) en toegepaste wetenschap (technologie, die meestal komt uit het bedrijfsleven), waardoor de kwalijke kanten van technologie afstralen op de wetenschap (‘Die natuurkundigen en chemici schepen ons mooi op met nucleair en chemisch afval, biowapens,  biogif en de bom’).

7. Men maakt slecht onderscheid tussen wetenschappelijke kennis en de politieke vertaling ervan. Een slechte politieke vertaling straalt gemakkelijk af op de geadviseerde wetenschappers.

8. Wetenschappelijk gezag (gezag überhaupt) is een moeilijke zaak in een individualistische, egomanische maatschappij (‘Ja, die hoge heren en knappe koppen, ik weet het niet hoor….’).

9. Onwelgevallige wetenschappelijke berichten en waarschuwingen negeert men gemakkelijk (b.v. over alcoholconsumptie, obesitas, vakantievliegen, etc.) of schuift men voor zich uit (b.v. over klimaatopwarming).

10. De wetenschappelijke methode liegt niet, maar een wetenschapper kan soms wel liegen (vanwege subsidie, status, belangenverstrengeling). Men vergeet echter dat wetenschappers aan een serie toetsingsverplichtingen moeten voldoen alvorens zij mogen publiceren. Glippen zij toch door de mazen van het net dan straalt dat negatief af op de wetenschap in het algemeen (‘Die reviewers en commissies vertrouw ik ook niet meer’).

11. Liever esoterie en astrologie (‘Er is meer tussen hemel en aarde…’) dan meteorologie en astronomie (antwoord: ‘Ja klopt, een boel lucht en leegte’). De zogenaamde ‘alternatieve manier van denken’ op gelijke voet stellen met de wetenschappelijke methode is narcistische waanzin.

12. Emotionele logica (op louter gevoel en intuïtie vertrouwen) en verstandelijke logica (zorgvuldig, methodisch nadenken) lopen bij de meeste mensen vaak door elkaar: emotionele logica ‘voelt beter…..kan je niet uitleggen’*.

13. Regressie naar het simpele (liever iets simpels of dogmatisch begrijpen dan tegen het onbegrijpelijk complexe oplopen) voorkomt dat men zichzelf dom vindt.

14. Achterdochtige slachtofferisten zijn een gemakkelijke prooi voor wervende complotdenkers die per definitie anti-wetenschap zijn.

15. Mis- en desinformatie zijn soms moeilijk te onderscheiden van wetenschappelijke kennis.

16. Argumentatieleer (zonder drogredeneringen leren debatteren): ‘Nooit van gehoord’.

17. Denkfouten als ingroup-thinking (wij-denken), cognitieve dissonantie (wegmoffellen van tegenstrijdigheden), observer bias (verwachtingsbevestiging) en confirmation bias (vooroordeelbevestiging) overvleugelen vaak het wetenschappelijk denken, want… je wil er in je groep niet uit liggen.

18. Placebo (positieve nep) en Necebo (negatieve nep) zouden het bewijs zijn van het enorme zelfherstellend of zelfziekmakend vermogen van de mens (‘Ze werken ook, dus wat nou wetenschap?’). Homeopathische goeroes en de gigantische gezondheidsindustrie met hun marketeers houden daarom niet van wetenschap of maken er parasitair misbruik van.

19. Magisch denken en bijgeloof liggen altijd op de loer als je erg ziek of angstig bent (‘Want je kan nooit weten of dit middel misschien helpt, toch?’).

20. Leven met onzekerheid wordt slecht verdragen. Harde en zachte wetenschappers verkeren noodzakelijkerwijs altijd in onzekerheid; twijfel is de motor van voortschrijdend wetenschappelijk inzicht (‘Wat heb je eraan, ze spreken elkaar steeds tegen’).

21. De terechte afbraak van -de mythe van de beheersbaarheid en maakbaarheid- zet onverminderd door (‘Ja, die knappe koppen zullen echt niet overal een oplossing voor vinden!’). Klopt, maar dat is geen reden om je van wetenschap af te keren.

22. Slechte ervaringen met ‘wetenschap’ (‘De dokter zei A maar het was mooi B’).

23. De God geld (economisch eigenbelang) is vele malen machtiger dan de halfgodjes feit, logica en bewijs. De uitspraak ‘kennis is macht’ geldt maar in zeer beperkte mate voor wetenschap, die vrijwel volledig afhankelijk is van de financiering door de belastingbetaler, investeerders, sponsoren en filantropen. Van wetenschap wordt je zelden rijk.

24. De overschatting van ‘de goeie ouwe praktijk’ boven een nieuwe theorie (‘Allemaal theoretisch gelul’). De wetenschap draait het juist om: niets zo praktisch als een goede theorie! Want zonder de quantummechanica geen internet, MRI-scan, smartphone, etc.

25. De fobie voor nadenken (denken is niet inspannend, diep nadenken kost veel moeite, veel tijd en frustratie). Wetenschap bedrijven is monnikenwerk dat veel teleurstellingen en mislukkingen met zich meebrengt*.

26. Analfabetisme, dyslexie, dyscalculie, cognitieve stoornissen en beperkingen (‘Ik snap er allemaal helemaal niks van’) plus ‘de grote ontlezing’ beïnvloeden het begrip voor wetenschap negatief.

27. De persoonlijkheidskenmerken van de Big-Five doen ertoe. Met name hoge scores op neuroticisme, meegaandheid en extroversie, plus lage scores op openheid/nieuwsgierigheid en zorgvuldigheid, beïnvloeden het ‘logisch nadenken’ en het begrip en geduld hebben voor wetenschap negatief.

28. Intelligentie (vnl. probleemoplossend vermogen) is een taboe-onderwerp bij een gelijkheidsideologie (gevolg is een imagoprobleem voor wetenschappers: ‘Boekenwurmen, kamergeleerden, nerds, betweters, wijsneuzen’, etc.).

29. Wantrouwen in de media (‘die zogenaamde onafhankelijke, onpartijdige, objectieve media, (ze kunnen mij nog meer vertellen’). Bovendien, er zijn maar zeer weinig wetenschapsjournalisten met een wetenschappelijke opleiding in vaste dienst bij de mainstream media.

30. Het woke- en genderactivisme geeft je permissie om wetenschap af te doen als ‘een witte mannen uitvinding’. Universitaire docenten zijn zeer beducht om uitgemaakt te worden voor racist, sexist, fascist, micro-agressief, onveilig, e.d. De huidige politisering van universiteiten en onderzoekprogramma’s zetten wetenschap ‘under a dark cloud’**.

31. Religie geeft je de permissie om wetenschap te negeren of te devalueren (het bijbelbeltdenken).

Deze lijst is zeker niet uitputtend maar illustreert hopelijk wel aan welke negatieve krachten de wetenschap en wetenschappers buiten de eigen kring bloot staan. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de kwalijke krachten binnen de eigen kring.

Een aantal items (mn. 9,12, 20, 23, 25) lijken vanuit een neuroscience perspectief een onderliggend mechanisme te hebben dat voortkomt uit de bouw en functie van ons brein. Het beloningscentrum in ons brein reageert veel krachtiger met korte termijn bevrediging (suiker en alcohol, likes, emo-tv, gamen, status- en funaankopen, bonus en beurswinst, e.d.) dan met een bevrediging die men pas op lange termijn ervaart (lange gezondheid, een schoon leefmilieu, zelfredzame kinderen door goede opvoeding, e.d.). Wetenschappelijke bevrediging komt vaak pas na lange periode van monnikenwerk.

* Overigens is het niet zo dat wetenschap louter en alleen bestaat uit logisch, analytisch, methodisch (linker hersenhemisfeer) denken. Goede wetenschap gaat ook gepaard met een dosis intuïtief, synthetisch, creatief out of the box (rechter hersenhemisfeer) denken. Of zoals Einstein het uitdrukte: ‘Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal’. En: ‘Je kunt een probleem niet oplossen met een denkwijze die het heeft veroorzaakt’.

** ‘The Parasitic Mind. How Infectious Ideas Are Killing Common Sense’; Gad Saad, 2020.