Gezond en pathologisch activisme

Macht is controle hebben over het gedrag van anderen. Absolute macht is controle hebben over het gedrag plus de gedachten en ideeën van anderen. Als het je alleen om de macht gaat heb je maar weinig mogelijkheden. Maar die mogelijkheden kun je wel eindeloos variëren.

Een snelle en effectieve manier om het gedrag van anderen te controleren is direct fysiek geweld te gebruiken. Een minder snelle maar evenzeer effectieve manier is met fysiek geweld dreigen oftewel intimideren. Fysiek geweld gebruiken kan maar op drie manieren: van de sterkere persoon tot de zwakkere persoon (een straatovervaller) Of van een groep tot een persoon, waarbij de eerste natuurlijk vele malen sterker is dan de laatste (een straatbende). Of van de sterkere groep tot de zwakkere groep (een oorlog). Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor dreigen: groepsintimidatie is sterker dan persoonlijke intimidatie. Een uitzondering is natuurlijk terroristisch geweld van een ‘lone wolf’ tegen een bepaalde groep.

Macht uitoefenen op iemands gedachten en ideeën is lastiger, daarvoor moet je het geloofssysteem van de ander afbreken en vervangen door een ander geloofssysteem. Een geloofssysteem omvat de ideeën die het gedrag van iemand sturen: een religie of andere sociale overtuigingen gebaseerd op ‘kennis’. En beide doen een claim op wat waar is, op waarheid. Bij religie is God de alomvattende waarheid. Bij kennis is wetenschap de beperkte en voorlopige waarheid; buiten de beperkte kennis zijn er nog de niet rationele kennis, de metafysica of het mysterie.

Voor de Verlichting was God de waarheid. Sinds de Verlichting werd de waarheid vastgesteld door rationeel onderzoek(vnl. in Frankrijk) of empirisch onderzoek (vnl. in Engeland) en sinds de filosoof Kant door allebei. Als reactie op de Verlichting kwam de rebelse Romantiek, met zijn persoonlijk subjectivisme van de emotie en de ervaring. En daarna tenslotte het huidige Postmodernisme dat elke claim op waarheid als onmogelijk acht.

Dat Postmodernisme, vooral sinds de jaren 60 van de vorige eeuw, was goed nieuws voor machtszoekers want nu was noch het subjectieve noch het objectieve geloofssysteem van de ander immers meer van belang. Je kan het overslaan, het hoefde niet meer in een twistdebat aan de orde te komen, tenminste wat de Postmodernisten betreft. Voor hen gold niet meer de inhoud van ideeën maar alleen de betrekking tot de ander, de machtsverhouding (Foucault). Althans dat was en is nog steeds hun dominante idee. Voor hen is nu alleen nog van belang de instituten van de macht die de Verlichting had meegebracht af te breken. Afbraak of ondermijning van de Kennisinstituten (universiteiten en andere onderzoekscentra) en de Rechtsinstituten (het wetgevende parlement, de wet handhavende politie in de praktische zin en de wet controlerende rechtbank). En, voor zover er nog een vierde macht naast de trias politica te bespelen is: de commerciële Media.

In de bovenstaande zin zijn de pure machtszoekers gemakkelijk te identificeren. Ze hebben een hekel aan kennisdragers, experts, onderzoekers en gaan het debat met hen uit de weg. Vooral complotdenkers onder hen laten zich dus ook niet toetsen, niet overtuigen van een eventueel tegendeel. Verder hebben ze een hekel aan de parlementaire democratie waarin immers een doorlopende ideeënstrijd plaatsvindt. En al helemaal aan een representatieve democratie want ze nemen er immers zelf niet of nauwelijks aan deel. Een hekel ook aan de politie, want wetshandhavers zijn de veruitwendiging van de parlementaire/representatieve democratie. En een hekel aan de rechters en het OM omdat zij niet onafhankelijk zouden zijn; je kan ze niet verwijderen en vervangen, alleen maar wel wraken en intimideren.

De tactieken van pure machtszoekers zijn ook gemakkelijk te identificeren: je kunt de ander onder druk zetten met:

  • fysiek geweld (straatterreur, terreuraanslagen, gijzeling);
  • intimidatie (journalisten/politici/bestuurders bedreigen, anonieme bedreigingen via sociale media, onaangekondigde blokkadeacties);
  • schuldinductie (beschuldigingen van racisme, seksisme, etnische discriminatie, kolonialisme, zonder aanziens des persoons);
  • slachtofferisme (vals medelijden opwekken, ‘safe places’ afdwingen, vergelijkingen met de holocaust maken);
  • polariseren (vnl. buiten de mainstream media, in de sociale media, valse slogans, trollen en desinformatie verspreiden);
  • geen aanspreekbare leiders benoemen (dat zou een kwalijke interne machtsstructuur veronderstellen en voorkomt publieke verantwoording afleggen);
  • nadelig expertonderzoek in twijfel trekken en verdacht maken (onderzoek als subjectief en partijdig labelen);
  • interne groepsdwang (de afwijkende eigen groepsleden vernederen);
  • afvalligen uit eigen groepsrijen verwijderen en demoniseren (publiekelijk ad-hominem ‘vernietigen’, als (ras)verrader aanduiden);
  • institutionele ‘afrekencultuur’ creëren (onwelvalligen ontslaan, degraderen, niet als spreker uitnodigen, boycotten).

Bij ‘gezond activisme’ ontbreken deze tactieken. Bij ‘pathologisch activisme’ van intolerante machtszoekers, zijn bovenstaande tactieken een steeds weerkerend sektarisch patroon. Al eeuwen.

Bij ‘pathologisch activisme‘ komt de waarheid uit de loop van een geweer’ (à la Mao); waarheid zoeken is niet meer de bron van rechtvaardigheid.

Bij ‘gezond activisme’ komt waarheid voort uit het zoeken naar een betere waarheid. Een betere waarheid waaruit een beter niveau van sociale rechtvaardigheid voortkomt.

Gelukkig komt er schoorvoetend een tegenbeweging op gang die het ‘pathologisch activisme’ probeert af te stoppen. In de VS publiceerden een aantal vooraanstaande intellectuelen en kunstenaars: ’A Letter on Justice and Open Debate’, Harpers Magazine, 070720. In Nederland: ‘Open brief ter verdediging van het vrije debat’, Mijn Nieuws, 0720.

Ayaan Hirsi Ali zei het onlangs nog: Do not tolerate the intolerant! Volgens de Engelse filosoof Carl Popper was intolerantie tegenover niet-democratische machtszoekers zelfs een absolute voorwaarde om een democratie in stand te kunnen houden.

Die aardige multimiljonairs

De Volkskrant (130720): Superrijken willen meer belasting betalen voor de gevolgen van de coronacrisis.

Die multimiljonairs en miljardairs voelen de bui al hangen: ‘beter dat we zelf vragen wat meer belasting te mogen betalen dan al die sociale onrust en straks die gelijkheidsrevolutie over ons heen  te krijgen. We sturen gewoon een briefje naar de krant, nog even voor de G7 bij elkaar komt, dan zijn we misschien van het gedonder af’.

Bij het lezen van dat Volksrant berichtje moest ik even denken aan de Duitse filosoof Hegel (1770-1831) die in een passage van zijn ‘Phänomenologie des Geistes’ de symbiotische verhouding meester-slaaf analyseerde aan de hand van de zgn. dialectische methode. Met dit voorbeeld wilde hij laten hij zien dat de vooruitgang in de menselijke geschiedenis verloopt in een voortdurend proces van eerst ideeën, dan tegenideeën en tenslotte nieuwe ideeën: these, antithese en synthese.

In de these en antithese toont zich de symbiose van de kapitalist-meester die evenzeer afhankelijk is van de arbeider-slaaf, als de slaaf van zijn meester. De meester heeft zo goedkoop mogelijke arbeiders nodig. Of nog goedkoper: machines die de slaaf kunnen vervangen, en zo nodig goedkope arbeiders laten migreren of de productiemiddelen verplaatsen naar lage lonen landen. Alleen op die manier kan zo veel mogelijk winst worden gemaakt, kunnen investeerders worden aangetrokken, kan de markt uitgebreid worden en de bedrijfsgroei versneld. Om die machtspositie (these) te behouden had de meester aanvankelijk een knuppel nodig, belangrijke politici in zijn achterzak, en een religieus-, wettelijk- en filosofisch-geloofssystem om de slaaf aan het werk te houden. 

Daartegenover staat de macht van de slaaf (antithese) die aanvankelijk niets kon doen tegen het dagelijkse geweld, maar eenmaal bevrijd kwam de feodale of kapitalistische meester in het nauw. Daarna ontworstelde de arbeider zich in de laatste eeuw steeds verder. Hij kon saboteren en revolteren, en omdat ie in de meerderheid was kon hij zijn bevochten stemrecht gebruiken om zich politiek te verenigen, om vakbonden op te richten, stakingsrecht te krijgen, kortom een meer democratisch staatsbestel afdwingen. Soms was er revolutie voor nodig (de Franse, Russische, Chinese revolutie) om de tegenmacht kracht bij te zetten. Regelmatig schoot ook de slavenmacht door: het schrikbewind onder Robespiere, Stalin en Mao. En soms kwamen er  andersoortige meesters met hun hypernationalisme/fascisme: Hitler, Mussolini, Franco.

In de strijd tussen de these van het kapitalisme versus de antithese van het socialisme lijkt de eerste het te hebben gewonnen, maar er is nog steeds geen werkelijke synthese bereikt. In tegendeel, de strijd laait weer op: tussen the have’s and the have-not’s, tussen blank en gekleurd, tussen etnische groeperingen, tussen de beide seksen, tussen de hetero’s en de rainbow people. Die ‘Hegeliaanse strijd’ speelt zich tegelijkertijd op economisch, cultureel, intellectueel en moreel terrein af.

De Hegeliaanse strijdmiddelen zijn aan beide zijden divers: een polariserende pers, de sociale media, kleine extremistische en activistische groepen. De oorspronkelijke links positieve identiteitspolitiek is inmiddels volledig doorgeschoten naar een geperverteerd slachtofferisme dat de tegenpartij met schuldgevoel probeert te chanteren en monddood te maken. Aan de rechterkant staan de traditioneel conservatieve blanke nationalisten, zwaar bewapend (in de VS), hun vermeende erfgoed al rellend te verdedigen.

Ook overheden doen wereldwijd mee aan de antithese door middel van zgn. ‘affirmative action’:(wettelijke)regelgeving ter bestrijding van discriminatie op sekse, geloof en etnische oorsprong. Maar elk land doet dat weer op zijn eigen vaak schijnheilige en zichzelf bevoordelende manier. In India wordt het kastensysteem niet afgeschaft, in Arabische landen zijn nauwelijks vrouwenrechten, in China worden de Islamitische Oeigoeren met nazipraktijken ‘heropgevoed’ en staat de burger elektronisch onder 24/7 surveillance, etc.

Men kan rustig zeggen dat de Westerse wereld ver voorop loopt met zijn ‘affirmatieve acties’ maar er is beslist nog niet een synthese in zicht, want een synthese veronderstelt een relatief structurele, systemische rusttoestand in een cultuur. Zo’n sprong van Verlichting naar Romantiek naar Modernisme en Postmodernisme wordt niet gemaakt. Zelfs een aanloop daartoe niet, en al zeker niet wat betreft een synthese met een nieuw economisch systeem.

Je vraagt je af wat Hegel zou vinden van die multimiljonairsactie. Ik vermoed dat hij zou zeggen: het is een Paard van Troje, een omgekeerd slachtofferisme, een fopspeen waar ze zelf in hun dagelijks leven geen enkele last van hebben. En als ze de Coronacrisis als achterliggend grootmoedig motief gebruiken komen ze er ook nog mee weg als liefdadigheidshelden. Filantropie in welke vorm dan ook is mooi maar het raakt het wezen van een vigerende economische en culturele ideologie niet, integendeel, het bevestigd die juist. Zoiets.

Natuurlijk moet er gezegd worden dat alleen onder het kapitalistische systeem, in al zijn vormen, vooruitgang is geboekt. Er is wereldwijd meer welvaart (inkomensstijging), meer gezondheid (minder sterfte door investering in medisch technologische middelen), meer welzijn (minder oorlog, kinderarbeid), beter en betaalbaar onderwijs (in vrijwel elk land), meer vrijheid voor burgers, voor specifieke groepen (vrouwen, arbeiders, studenten) en minderheidsgroepen (gendergroepen, etnische groepen). Tegelijkertijd kent het systeem ook vele nadelen, kent ze corruptie en loopt het op tegen de grenzen van rechtvaardigheid, gelijkheid en ecologische limieten. (lees S.Pinker, T.Piketty, F.Fukuyama, ea.)

Niemand weet in welke richting de wereldgeschiedenis zich gaat ontwikkelen maar het lijkt er wel op dat de Corona-crisis toont dat de houdbaarheidsdatum van het kapitalisme/neoliberalisme niet meer ver weg ligt. Bij escalerende spanningen tussen de these en de antithese in de westerse wereld zijn maar een paar uitkomsten mogelijk: burgeroorlog met een daarna blijvend dominante ideologische overwinnaar. Of toch nog een synthese, voortkomend uit een diep besef dat alleen een nieuwe gender-, etnische- en een economische gelijkheidsideologie een ramp kan voorkomen. Die synthese zal iets moeten hebben van een soort ‘sociaal kapitalisme’, met behoud van vrije meningsuiting, individuele waardigheid en het behoud van een gezonde ecologische wereld. Zoiets mag je op hopen, tenminste als je de plicht tot optimisme serieus neemt.

15 Minuten Roem – of alles is IJdelheid

De Sociale media hebben een beeldrevolutie veroorzaakt in foto’s en filmpjes. Niet zozeer technisch maar sociaal. Iedereen kan zichzelf via deze media in de etalage zetten met selfies, met hun doen en laten, met het vloggen van hun leven. Iedereen kan inmiddels een eigen televisiekanaal op YouTube creëren.

Het zijn allemaal vormen van (soms zelfs inkomen verwervende) zelfpromotie. Kijk mij eens. Een laagje dieper is het natuurlijk in werkelijkheid de diepgaande menselijke behoefte om ‘gezien’ te worden. Zonder dat een ander je ziet, besta je immers niet. Dat begint al als baby. Zonder veel ‘likes’ op internet besta je tegenwoordig ook nauwelijks.

Je wordt als mens gedefinieerd door de blik van de ander, niet door een of ander authentiek ‘zelf’. De kijk van de ander vormt de kern van je autobiografisch verhaal, het verhaal dat je jezelf en anderen vertelt, het levensverhaal waarmee je je eigen ‘ik’ vorm geeft. Het verhaal dat van dag tot dag steeds een beetje verandert als je meer ‘verleden’ krijgt.

De presentatie wereldwijd van het zelf in de sociale etalage is vaak diepgaand verslavend. Net als het roken van sigaretten bij gevoelens van stress, moet de zelfpresentatie vaak de gevoelens van individuele eenzaamheid wegduwen. Die eenzaamheid lijkt de laatste jaren in de jongere generaties alleen maar groter geworden door het grote verschil tussen hoe een extravert, bijzonder en succesvol iemand moet zijn, zich voordoet en hoe degene in feitelijk zijn of haar leven ervaart.

Het verschil tussen zijn en willen zijn is volgens mij nog nooit zo groot geweest als in de jongere generaties. Want het gaat niet meer om wat je doet of wat je bezit, het gaat alleen nog puur om je eigen persoon. Ondanks de verschillende feministische golven, is mooi willen zijn volgens de regels (kleding, haar, ogen, lippen, tanden, huid, borsten, schaamstreek) opnieuw weer het opperste streven voor veel jonge vrouwen.

Die wereldwijde trend is mede veroorzaakt door de gevolgde rolmodellen. Want rolmodellen voor jonge mannen en vrouwen vormen tegenwoordig de ‘celebrities’ op wereldschaal. Niet de beste voetballer van het dorp, maar Messi. Niet het mooiste meisje van de klas, maar Madonna.

De kern van de ‘Celebrity-cultuur’ komt voort uit de Muzikale- en de Sportwereld, vooral door de massale commerciële marketing daarvan. En daar ligt ook het kernprobleem van de identificatie: wellicht één op de honderdduizend heeft de capaciteiten en de mogelijkheden om hun dromen en ambities tot navolging ook feitelijk vorm te geven, als ze geluk hebben. Voor de rest van ons is slechts sprake van in de toekomst moeizaam te sublimeren frustraties van niet kunnen zijn. En af en toe bij toeval ´15 minutes of fame’ , plaatselijk, regionaal of nationaal.

De lokale voorbeelden: de voortreffelijke leraar, de kundige timmerman, de sociale maar af en toe strenge politieagent, de kordate verpleegkundige in de operatiekamer  tellen nauwelijks meer mee in deze wereldwijde concurrentie om navolging. Echt ´verdiende’ wereldwijde roem wordt alleen nog beleefd in kleine kringen van kenners: Nobelprijswinnaars, Schrijvers, Ondernemers, Politici. Voor verdiende roem moet je echter veel kunnen en heel veel doen.

Internet roem is altijd eventjes in het heden. Die duizenden foto’s en filmpjes van gisteren en eerder zijn vandaag al niet meer relevant, dat was het oude ‘ik’. Nauwelijks de moeite waard om te bewaren. Het is geen roem om wat je bijdraagt aan de samenleving, maar pure ijdelheid vanuit pure eenzaamheid.

Je bent niet je identiteit

Persoonlijke aanpassing aan een nieuwe wereld lukt niet als je strikt vasthoudt aan je huidige ´peer´ groep: mensen met een vergelijkbare leeftijd, status, materiele welvaart, belang of belangstelling. Dan zal je leven een permanent gevecht worden ‘voor’ of ‘tegen’ omdat je als lid van de groep vanuit een vernauwd perspectief de wereld van de groepen, waar je deel vanuit maakt, als onveranderd wilt zien.

Het extreme individualisme van de afgelopen 30 jaar heeft mensen weggezogen uit hun traditionele groepen binnen een stad of dorp van familie, vrienden en werk naar (vaak virtuele) netwerken van gelijkgestemden op identitaire basis: naar gender en sekse, huidskleur, beroep of andere maatschappelijke basis. Dit is de belangrijkste reden van de maatschappelijke versplintering en de harde extremen ter linker- en rechterzijde.  

Zowel het progressief-identitaire activisme als het identitair nationalistisch populisme ontlenen hun bestaansrecht aan een slachtofferhouding tegenover ´de anderen’. Vaak gaat dit zelfs zover dat men anderen intimiderend willen censureren (mag niet gehoord of gezien worden), zoals kortgeleden Michael Moore overkwam naar aanleiding van zijn recente klimaatfilm. Maar ook alledaags door verkettering van ‘de ander´ via de sociale media. Soms lijkt het wel: hoe groter de geuite haat, hoe hoger de status in de eigen groep. Dergelijke strijd ontmenselijkt de ‘ander’. De internetzwermen doen soms denken aan een roedel hyena’s jagend op een solitaire prooi.

Identitair conservatieven vechten letterlijk om de wereld te houden, zoals die was. Waarin hun belangen, hun bezit, hun status behouden blijft, ze weigeren letterlijk te veranderen ook al is de wereld veranderd. Zij blijven vechten tegen de bierkaai. De tractor-acties van de boeren zijn hier een goed voorbeeld van. Maar het zijn altijd achterhoede gevechten.

Activisten in die identitaire groepen doen zichzelf als mens tekort. Een vrouw bijvoorbeeld, is niet alleen maar een vrouw; jezelf als vrouw daarop qua betekenis als individuele identiteit richten is letterlijk jezelf in een geestelijk korset opsluiten. Het is feitelijk jezelf veilig afscheiden van de wereld binnen een stam, groep, ter onderscheiding van andere groepen waartoe je niet mag, kunt of wilt behoren. De Belgische psychotherapeut Paul Verhaeghe beschreef dit al prachtig in zijn boek ‘Identiteit’ (2012), maar ook in een recente boekbespreking op zijn blog (link) .

Het aanpassen aan een nieuwe wereld zal op eenduidige identitaire basis zeker niet lukken. In een nieuw nummer zingt Bob Dylan: ‘I contain multitudes’. In het nummer verwoordt hij op zachte soms scherpe wijze hoeveel verschillende onverenigbare kanten hij van zichzelf kent, van diep melancholisch tot hard agressief. Ieders persoonlijkheid is uiterst dubbelzinnig. Niemand van ons, hoe uniek we als individu ook zijn als combinatie van persoonlijke beleving en uiterlijk gedrag, heeft een eenduidige consistente identiteit.

De mens is (ik ben) een vat van dubbelzinnigheden. De persoonlijkheid, het karakter, de deugd en de moraal als psychologische netwerkjes (karakter) van ouderlijke geboden, gestolde ervaringen en vastgeroeste gedragspatronen. Een vat vol emoties en gevoelens, waarin niet noodzakelijkerwijs een consistente authentieke eenheid aanwezig is, dus ook niet in de dagelijkse gedragingen. Mijn ik bestaat helemaal niet, maar is slechts een doorlopend steeds veranderend verhaal over mezelf om een stabiele basis te geven aan mijn dagelijkse bestaan. Zelfs al bestaat die stabiliteit alleen nog maar uit het verklaren van een gevoel van waanzin.

Jezelf herpositioneren in de wereld vergt de durf de vele kanten van jezelf te onderkennen. Dan maakt ook de energie vrij om voor een andere levenswijze te kiezen.

Twijfel is eerste vereiste in de informatie-wildernis

Om als volwassenen dagelijks nieuwe of aanvullende diepgaandere kennis te verwerven, om je inbeeldingen teniet te doen, ben je (behalve via cursustrajecten) aangewezen op de oude – en de nieuwe media. En dan loop je direct tegen een groot hedendaags probleem aan. Hoe betrouwbaar zijn de media nog?

Je moet je steeds vaker afvragen of iets de volledige waarheid is en niets dan de waarheid. We worden tegenwoordig gedwongen op het gebied van informatie zowel jury en rechter te zijn over de betrouwbaarheid van informatieverstrekkers. Veel informatieverstrekkers hebben er geldelijke belangen bij om ons iets wijs te maken, vooral Vloggers. Bekende gezichten kramen veel onzin uit om maar hun (goed verdienende) roem in de media op een peil te houden

Journalistieke informatie van degelijke dagbladen (zonder chocoladeletters…) lijkt nog de enige enigszins betrouwbare informatiebron. Maar als je thuis bent in een onderwerp zie je ook in die bladen artikelen die uitblinken in oppervlakkigheid, gebrek aan inzicht en ronduit foute feiten en conclusies.

Zo staat bijvoorbeeld Portugal de laatste weken ´bekend´ om zijn corona-uitbraken. Maar daar is alleen sprake van in de dichtbevolkte buitenwijken van het gebied (20km van / rond) Lissabon en het betreft voornamelijk geteste jongeren. In de Zuidelijke toeristische helft van het land is sedert begin Maart ´slechts´ sprake geweest van circa 1000 besmettingen en 19 doden.

Tegenwoordig wordt veel journalistiek informatie per woord of per muisklik betaald. Dus moeten ook tekstschrijvers (ik noem ze maar geen journalisten meer), bij alles wat ze schrijven, bedenken hoe ze een potentiële lezer over kunnen halen op hun verhaal te klikken en er enige minuten aan te spenderen, terwijl de reclame voorbij flitst. Je inkomen moeten verwerven per aangeklikt verhaal is pure commercie, geen informatieverstrekking.

De commercie vereist kijkers, lezers, luisteraars. Tussen alle media is sprake van enorme concurrentie om de aandacht van de nieuwsconsument. Dus moeten de berichten eenvoudiger, pakkender, ongenuanceerder en als het nodig maar leugenachtig. Nieuwsvoorziening via Internet is grotendeels commerciële onzin geworden. Alleen Wikipedia wordt tenminste enigszins gecontroleerd door collega-kenners, maar is domweg voor de meeste mensen te saai.

De opzet van de journaals en talkshows op de televisie ( en radio) vereisen eenvoud, compactheid en kort benodigde aandachtspanne anders zijn de zappers al weer weg. Ze leunen op vertrouwde gezichten (‘wat speelt er, Ron ?’), bekende Nederlanders voor de leukheid (waar hebben die allemaal wel niet verstand van?) en een goed geprofileerde presentator. Amusement met infantiele informatiewaarde.     

Wetenschappers spelen dit spel mee, ze moeten wel om voor hun faculteit en universiteit een ambassadeursrol te spelen. Of om motieven van persoonlijke roem. Zelfs wetenschappers kramen onzin uit voor roem en geld (Schwaab: Wij zijn ons brein…).

Boekenprogramma´s zijn als entertainment niet meer interessant. Te weinig kijkers. Alleen documentaires kunnen de echte informatievoorziening via het meeleven met ervaringen van anderen nog enigszins benaderen. Wellicht dat daarom Podcasts ook zo populair zijn geworden: geen leestijd van 2 minuten, maar degelijke gesprekken.

Biologisch reageert de mens altijd op signalen van dreiging, op onbekende positieve en negatieve signalen (‘nieuws’ gierigheid), op sociaal groepsgevoel (roddels, spelletjes, humor etc.). De commerciële media leveren hun informatie toegespitst op die menselijke mechanismen. Via Nieuwsapps en Sociale media krijgen we wat we vragen en zijn zelfs verslaafd geraakt aan die virtuele wereld. Virtueel betekent echter tegenwoordig meestal fantasievol.  Het heeft weinig meer met echte werkelijkheid van doen.

Al we ons grotendeels afwenden van de hitsige dagelijkse media, hebben we veel tijd over om zaken die ons echt interesseren af en toe eens uit te zoeken.

The big American meltdown

Nu Trump’s meltdown volop gaande is zou ik de volgende voorspelling willen doen: de ratten van de Republikeinse Partij gaan het zinkende schip voor de verkiezingen in november verlaten. En let es op het soort excuses, de hypocrisie en de drogredenen waarmee ze dat gaan doen (en sinds kort al hebben gedaan) om hun nek te redden. Als je als Republikein gewerkt hebt voor- of publiekelijk steun gaf aan de man die ongetwijfeld de geschiedenis in zal gaan als de Slechtste President ooit en de Meest Gevaarlijke politicus, zal dat kwalijke consequenties opleveren voor de rest van je persoonlijke en politieke leven. Tenminste, als je niet voor de verkiezingen probeert weg te komen met een goeie smoes (bv. met het label RINO (Republican In Name Only).

In de klinische praktijk met narcisten/psychopaten en hun zgn. ‘co-dependant partners’ eindigen de laatsten vrijwel altijd in een psychische ontredderde toestand van verwarring, mentale en fysieke uitputting, ingehouden angst en woede en een pathologisch gevoel van wantrouwen, eenzaamheid en isolement. Geprojecteerd op de Amerikaanse samenleving vindt men datzelfde Trumpistische effect terug: een diep verwarde en verdeelde bevolking, vermoeid en verdeeld over het hele rechts/links politieke spectrum, met een dieper wantrouwen dan ooit tegenover politici en de politiek in het algemeen, stuurloos en gestaag afglijdend naar een nationalistisch isolement tov. bevriende naties. 

Welke richting zal het in november opgaan? Mogelijk (?):

De ’ Bussiness as Usual’-richting: blind doorgaan met Trump en een conservatieve Republikeinse partij op een sterk polariserende koers. Ongetwijfeld een Dystopische optie.

De ‘Refurbished’-richting: de partij laat Trump vallen en komt met een nieuwe gematigde kandidaat die de partij van zijn  onpopulaire, meest rechtse, geronto-conservatieve vleugel ontdoet. 

De Democratische partij die met een gematigde Biden iets dergelijks doet: het zuiveren van de partij door de uiterst linkse identitaire vleugel, die hem gevangen houdt, te verwijderen, zonder haar sociale gezicht te verliezen door het belangrijkste kiezersitem te benadrukken: Sociale veiligheid.

  • inkomensveiligheid (door inkomensongelijkheid- en armoede bestrijding),
  • gezondheidsveiligheid (voor iedereen door revisie van het ziektekosten verzekeringsstelsel),
  • rechtvaardigheidsveiligheid (amenderingen op de Grondwet i.z. het onrechtvaardige kiesstelsel, wapenbeheersing, belastingstelsel; een revisie van het rechtsstelsel en een vertrouwensherstel in onafhankelijke rechtsinstituten).

The Basic Needs Optie, zou je kunnen zeggen.

De ‘New Kid on the Block’-richting: toch nog een onafhankelijke, alternatieve presidentskandidaat (à la Bernie Sanders) die vrij van de besmettelijkheden van de bestaande 2 partijen ‘the best of both worlds’ weet te bieden? Tot slot The New Hope Optie die voor de 2020 verkiezingen niet meer mogelijk is.

Het politieke bedrijf is uitermate complex en nauwelijks te doorgronden voor de gewone burger. Dat maakt dat de doorsnee burger teruggeworpen wordt op zijn gevoelsleven, overgeleverd aan zijn ‘bang, boos en bedroefd’ als baken voor zijn stemgedrag. Er zit vaak weinig redelijks en veel emotie in stemgedrag. Dat heeft de niet voorspelde, uit het niets komende overwinning van Trump wel bewezen. Het politieke bedrijf mag dan complex zijn maar het gevoelsleven van de gemiddelde burger is eenvoudig. Het is afgestemd op vechten, vluchten of bevriezen. Links/rechts-ideologisch vechten, vluchten in afkeer en afzijdigheid, bevriezen in paniek en depressie.  

Take your pick! 

Nav. ‘ Take your pick, Frankie boy’, een songregel uit ‘The ballad of Frankie Lee and Judas Priest’ (Bob Dylan, John Wesley Harding, 1967)

Spinoza: Iedereen gelooft…

Hoe goed opgeleid ook, hoeveel parate kennis iemand ook bij zich draagt, in zijn dagelijks doen en laten vult ieder mens de blanco plekken in zijn kennis, vaardigheden en ervaringen automatisch in met overtuigingen, waarin hij of zij gelooft. ‘Als ik Avocado’s met een sneetje roggebrood eet, blijf ik gezonder’. Door gebrek aan kennis zijn we eigenlijk allemaal bijgelovig op allerlei terreinen.

Als mensen zijn we diep ‘religieus’ ten aanzien van allerlei zaken die we ‘geloven’, onze overtuigingen, zelfs als de (wetenschappelijke) feiten deze overtuigingen tegenspreken. Die laten we niet zomaar los, we zijn vaak niet eens bereid deze los te laten, net als een Moslim zijn geloof in Allah bijna nooit los zal laten, die is diep geworteld in de structuur van zijn gemeenschap. Onze overtuigingen vormen een deel van hoe we onszelf zien, van ons autobiografisch verhaal.

Spinoza noemde die overtuigingen de eerste vorm van kennis . Het zijn ‘ínbeeldingen’ over de wereld. Hij vond dat je je overtuigingen voortdurend moest onderzoeken door rationele kennis (tweede vorm van kennis) te verwerven, door je overtuigingen binnen jezelf ter discussie te stellen. Want discussie daarover met andersdenkenden is erg moeilijk, immers die discussie gaat in wezen feitelijk onderhuids bijna altijd over je zelfrespect en je status ten opzichte van de ander.

Door zelf op grond van kennis je overtuigingen stap voor stap bij te stellen, verwerf je volgens Spinoza een derde soort van kennis, de verworven kennis wordt diepgaand onderdeel van wat je bent, ze wordt bijna intuïtief. Je leert dagelijkse situaties sneller en beter te doorzien en daar veel adequater op te reageren. Waarheid wordt dan eerder  rustgevende ‘ervaren’ waarheid dan een luid verkondigde.

Hiermee raakt Spinoza een belangrijke tweedeling als basis voor het handelen, die in het dagelijks leven nauwelijks tot uiting komt. Enerzijds het al redenerend nadenken van mensen over de wereld om hen heen, anderzijds het ‘ervaren’ van het ‘zijn’ in die wereld. De omstreden Duitse filosoof Heidegger benadrukte dit onderscheid op scherpzinnige wijze in zijn overigens onleesbare boeken.

Het ervaren van het eigen leven vooral op grond van ‘inbeeldingen’ (Spinoza’s eerste vorm van kennis) vormt de basis voor veel sterk gevoelsmatig bepaalde overtuigingen over de wereld en de ander, vooral in de spirituele sfeer en niet-wetenschappelijke benaderingen van de wereldse natuur. Maar ook voor het agressieve populisme, progressief óf rechtsconservatief. 

Een oude wijsheid stelt dat je voor beschaafde vriendelijke omgang met anderen geen discussie aan moet gaan over wat je gelooft of over politiek. Spinoza, een van de eerste voorstanders van vrijheid en democratie in Nederland, publiceerde zijn eerste boek (filosofisch theologische tractaat) in 1670 anoniem. De intolerantie in die dagen in Amsterdam leidde tot een officieel verbod op het boek. Tegenwoordig eisen al die vele versplinterde ‘geloofs’ richtingen op basis van hun inbeeldingen fanatiek opnieuw allerlei geboden en verboden uit naam van de vrijheid. Alsof de overheersing van een ander het enige is wat hun leven enige betekenis geeft.