Wat geloven we tegenwoordig?

De moderne Europese mens is niet christelijk religieus meer. Die gelooft misschien wel in een kosmisch iets, maar niet meer in de God van de bijbel. Het zondagse bezoek van een kerk lijkt, ook in andere Europese landen, vooral een sociaal gemeenschappelijk gebeuren te zijn geworden.

We zijn de afgelopen honderd jaar langzamerhand een andere religie gaan aanhangen, een geloof waarbij de mens zelf centraal staat, rond de begrippen: vrijheid, individu, gelijkheid, democratie, vrije markt en werk, waarbij als doel van het leven het streven naar een individueel gelukkig leven centraal staat (1). Voor die religie is geen consistent verhaal beschikbaar of een heilig boek. Een ieder moet dat verhaal op eigen wijze invullen. De vraag is dan natuurlijk wel wat we dan geloven rond die begrippen en wat we als een gelukkig leven beschouwen.

De filosoof Isaiah Berlin definieerde het begrip vrijheid enerzijds in traditioneel negatieve zin: vrij zijn van …. Niet gehinderd worden door machten of krachten buiten jezelf om je eigen leven vorm te geven. Eenvoudigweg: niet beperkt worden door anderen in de samenleving. Maar wel onder de voorwaarde dat je de ander niet in zijn vrijheid beperkt of schaadt. Het traditionele liberale vrijheidsbegrip.

Maar Berlin formuleerde anderzijds het begrip vrijheid in positieve zin: vrijheid waartoe? Wat willen we als mens doen met die vrijheid? Op dit punt lopen de geloofsrichtingen tussen moderne mensen als een waaier uiteen. Want het vorm geven van een vrij leven is gebaseerd op datgene wat we als mens van essentiële waarde achten om een gelukkig leven te kunnen leiden. Maar tussen mensen bestaat een groot verschil in de waarden die ze als waardevol ervaren.

Een tweede pijler in het nieuwe moderne geloof is dat ieder mens een uniek individu is die zijn leven in vrijheid op basis van die volstrekt eigen authenticiteit vorm moet geven. Dat betekent wel dat we die authenticiteit, dat unieke zelf, in onszelf eerst moeten leren ontdekken en daarna een vorm van gelukkig leven moeten leren ontwikkelen die bij die authenticiteit past.

De derde pijler betreft de volstrekte gelijkheid tussen mensen. Op dit punt bestaan aanzienlijke geloofsverschillen. Want wat betekent gelijkheid? Gelijkheid voor de wetten van de gemeenschap, gelijkheid van kansen, gelijkheid bij behandeling door derden of bijvoorbeeld gelijkheid in maatschappelijke positie en inkomen? Het probleem daarbij is dat, als tussen mensen sprake is van verschillen in bezit en macht, er automatisch sprake is van ongelijkheid.

Het vrije, aan anderen gelijke unieke individu kan alleen maar zijn leven vorm geven in een samenleving die de grondrechten van haar burgers garandeert, en dus rechtsbescherming en veiligheid biedt. Dat is alleen mogelijk in een democratie, waarin de burgers hun eigen bestuurders kiezen. Maar al is dat het geval: ook democratieën functioneren feitelijk op heel verschillende wijzen waarbij meerderheden minderheden kunnen benadelen en minderheden zelfs toch hun keuzen kunnen opleggen aan meerderheden. Kortom: er bestaan grote verschillen in opvatting van wat een democratie eigenlijk behelst.

Op deze vier pijlers van het moderne geloof rust de wereld van ons dagelijks leven waarin werk centraal staat, niet alleen om je brood te verdienen maar ook om je plek in de wereld te markeren. Wat voor werk we doen is onze belangrijkste identiteit (wat doe je?..). Dat werk wordt uitgeoefend binnen een inmiddels wereldwijd economisch organisatiesysteem van vrije markten en particuliere ondernemingen. De vrije private markt als enige juiste economische organisatievorm is inmiddels wereldwijd een orthodox absoluut geloofsartikel geworden, ook al vertoont het al enige tijd forse scheuren.    

Tot slot is er de ondergrond voor de geloofspijlers en ons dagelijks werkende leven. Dat is de visie op de kosmische werkelijkheid van wetenschap en technologie, voortgekomen uit de Europese filosofische ideeën van de Verlichting sedert het midden van de 18e eeuw.

Op alle bovengenoemde onderdelen van de nieuwe religie van de moderne Europese mens wil ik in komende artikelen ingaan.

(1). Deze indeling is in belangrijke mate gebaseerd op het nieuwe boek van Andreas Kinnegin: De onzichtbare maat – archeologie van goed en kwaad (2020).

Losse notities week 17

  • De app van de NOS is de afgelopen week ook al in een plaatjesboek veranderd. Titel plus plaatje vormen nu al voldoende nieuws en nodigen niet meer uit tot lezen. Dit soort ‘moderne’ nieuwsbenaderingen ondergraven nog verder de nauwelijks meer aanwezige leesvaardigheid van de jongere generaties.
  • Nationaal en Europees is sprake van eindeloze discussies over Covid-paspoorten om te kunnen reizen. Voor landen met vaccinatieverplichtingen (Gele koorts e.d.) was er Europees al 50 jaar het gele vaccinatieboekje. Een sticker van het vaccin, de datum en een stempel vormden voldoende bewijs (zoals nog steeds wordt gebruikt voor huisdieren). Een Covid boekje hoeft niet meer te omvatten dan 3 pagina’s: vaccinaties, test antigenen (al Covid gehad) en testdata.  Ingewikkelder is het niet, ook niet als app op een telefoon. Maar de meestal falende IT systemen van de overheid zullen zelfs een dergelijk systeem niet aankunnen, want er zullen heel (te) veel extra eisen worden gesteld ten aanzien van de massale verwerking van de data van uitgegeven paspoorten in grote systemen. Plus eindeloos veel privacy bezwaren.
  • Volgens onderzoeksjournalisten van de NRC vormt de Rotterdamse haven ondergronds Europa’s grootste distributie centrum voor harddrugs. Als je het verhaal leest sta je enerzijds versteld van de verfijnde plannings- en besturingstechnieken van de criminele managers – grotendeels gebaseerd op corrupte werknemers en transporteurs in en rond de organisatie van de haven. Treedt daar maar eens tegen op als politie of justitie. Anderzijds is het logisch: ze hebben fantastische voorbeelden aan de wijze waarop het gewone bedrijfsleven werkt.
  • Meten is weten. Maar wat gemeten wordt is vaak te onbetrouwbaar voor wat je wilt weten, de meetgegevens worden nog onbetrouwbaarder door de verwerking en de uitkomsten van de meting worden ook nog eens verkeerd geïnterpreteerd en gepresenteerd. Twee Amerikanen schreven er recent een onthutsend boekje over: ‘Calling bullshit  in a Data driven World’ (Jevin West/ Carl Bergstrom). Nu snap ik waarom het RIVM naar huisartsen verzonden vaccins al als geprikt beschouwde, terwijl bij de huisartsen de koelkasten uitpuilden van de voorraden. En het was geen klein meetfoutje.

Als de Rente stijgt….?

De rente in de Eurolanden is al vele jaren zeer laag. Dat is een gevolg van bewust beleid van de Centrale Bank in Frankfurt. Altijd wordt vanuit Frankfurt gesteld: zolang de inflatie in de Eurozone gemiddeld niet boven de twee procent komt, is er geen aanleiding de rente te verhogen. Maar feitelijk voeren de bestuurders van dé bank deze politiek om een hele andere reden

Er is al jaren weinig aanleiding voor inflatie als het gaat over de wereldwijde vraag naar dagelijkse goederen. Let wel: vraag, niet behoefte. Immers de vraag wordt bepaald door het besteedbaar inkomen van mensen, niet door wat ze nodig hebben. Met een overvloed aan goedkope arbeidskrachten wereldwijd en voortdurend productievere technologie is er ruim voldoende aanbod van door consumenten gevraagde goederen. Alleen als de vraag hoog is en het aanbod laag stijgen de prijzen. Zoals nu in het geval is bij de produktie van computerchips. In Europa worden prijsstijgingen van dagelijkse goederen echter eerder veroorzaakt door de overheden (bijv. btw verhoging) dan door de markt.

Bij het huidige inflatieniveau van 1-2% zou de rente standaard ongeveer 3-4% moeten bedragen. Maar de feitelijke rente in de verschillende financiële markten is bijna nul of zelfs negatief. Dat is het gevolg van een enorme overvloed aan geld/kapitaal in de wereld. Dat heeft drie oorzaken:

Ten eerste. De financiële crisis van 2008 (als gevolg van wereldwijde commerciële financiële speculatie) is overal ter wereld opgevangen door de overheden via zware overheidsbezuinigingen en verhoging van overheidsschulden. Die schulden zijn door de Corona crisis nog eens fors extra gestegen.

De Centrale banken in de economisch hoogontwikkelde landen financieren die overheidsschulden door enerzijds de rente zeer laag te houden en anderzijds dagelijks veel nieuw geld in hun economieën te pompen. De Zuid- en Oost Europese landen, maar ook bijvoorbeeld Engeland, zouden zwaar in de problemen komen als ze op de enorme staatsschulden een hogere rente zouden moeten betalen. Daarom houdt de Europese Centrale Bank de rente laag in plaats van op 2-3% en pompt de bank daarnaast veel geld in de Europese economie.

Maar tegelijkertijd is wereldwijd een enorme overvloed aan spaargelden beschikbaar van een verouderende wereldbevolking. Er is dus geld in overvloed beschikbaar tegen een uiterst lage rente. Echter: er is relatief weinig vraag naar al dat beschikbare kapitaal voor investeringen ten behoeve van de produktie van nieuwe goederen en diensten. Het internationale bedrijfsleven gebruikt dat goedkope kapitaal in plaats daarvan om:

  • de bereikte marktposities verder te monopoliseren door het tegen enorme bedragen overnemen van concurrenten of potentiele toekomstige concurrenten (start-ups).
  • hun schuldpositie goedkoop te verhogen en met dat geld hoge dividenden aan aandeelhouders uit te keren of eigen aandelen tegen hoge prijzen in te kopen om hun aandelenprijs hoog te houden.

In de huidige tijd investeren grote bedrijven, ondanks alle grootspraak, relatief weinig nieuw kapitaal in het risico van het ontwikkelen en produceren van nieuwe goederen en diensten. Het is qua winst interessanter om bestaande goederen en diensten met hogere prijzen uit te melken (farmaceutische industrie) of door verlaging van de kostprijs de winst te verhogen (technologie, flexibele arbeidskrachten etc.).

Zelfs ten behoeve van de gigantische wereldwijde vraag naar vaccins tegen Covid, investeerden bedrijven alleen indien ze daarvoor voldoende overheidsgaranties verkregen. In die zin is er bij grote internationale bedrijven nauwelijks sprake meer van risicovol ondernemen. De overmatig betaalde directies kiezen voor de veiligheid van het uiterst winstgevend exploiteren van marktmacht en houden op die wijze de aandeelhouders tevreden.  

De enorme bedragen beschikbaar in de kapitaalmarkten tegen lage rente worden echter wel gebruikt door particulieren, vooral om woningen in stedelijke gebieden te kopen. Dat heeft in alle Westerse landen door schaarste een sterk prijsopdrijvend effect gehad.

Als de rente zou stijgen komen nu 5 partijen fundamenteel in de problemen:

  1. Overheden met veel te hoge overheidsschulden die als gevolg van de stijgende rente moeten bezuinigen;
  2. Bedrijven met veel te hoge bedrijfsleningen in verhouding tot het eigen vermogen die als gevolg van de stijgende rente hun winsten zien dalen en dus  hun aandelenkoersen;
  3. Particulieren met veel te hoge woningschulden bij dalende woningprijzen als gevolg van die hogere rente;
  4. Banken die wel meer winst kunnen maken door een hogere rente, maar veel van die te hoge leningen aan bedrijven en particulieren niet terug betaald krijgen.
  5. Beleggers die hun winsten van de afgelopen jaren zien verdampen in dalende aandelen- en obligatiebeurzen.

Een recept dus voor economische neergang. Het is derhalve logisch dat de Centrale Banken in de hoog ontwikkelde economieën zo lang mogelijk krampachtig vasthouden aan een lage rente en het scheppen van nieuw geld. Ze hebben geen alternatief meer.

De overgewaardeerde aandelenbeurzen en de enorme schuldposities van overheden, bedrijven en particulieren vormen een uiterst instabiele ondergrond voor de toekomstige economie. Een economische vulkaanuitbarsting net als in 2008 is inmiddels niet langer uit te sluiten, net als een volgende nieuwe virusepidemie.

De logica van de negatieve rente

Als je geld uitleent heb je het zelf niet meer ter beschikking. En je loopt het risico je geld niet meer terug te krijgen. Dus vraag je rente. Als je veel geld hebt, kunt je geld uitlenen als handel beschouwen, maar dan moet je wel de risico’s van je klanten goed onder de loep nemen en de rente die je vraagt op dat risico afstemmen. Het is een praktijk die al sedert de Oudheid bestaat. Voor de grote monotheïstische religies was het vragen van rente een zonde, woeker heette die praktijk, want de rentes waren torenhoog. Daarom joeg Jezus de geldwisselaars uit de tempel. Gelovige moslims nemen nog altijd het woord rente niet in de mond, maar hebben het over administratieve kosten.

Door de eeuwen heen is het risicovrije interestpercentage na aftrek van inflatie circa 2% (*) Dat wil zeggen: als een verstrekker van leningen geen risico van niet terugbetaling loopt, anders komen er een paar (of zelfs heel veel) procenten bij (**). Sedert de financiële crisis van 2008 hebben de wereldwijde onderling verbonden financiële markten echter een andere logica ontwikkeld.

De neoliberale ideologie stelt dat overheden voor het uitoefenen van hun taken zo weinig mogelijk belasting moeten heffen en bij tekorten maar moeten bezuinigen of geld in de financiële markten moeten lenen. Tegelijkertijd moeten de Centrale Banken de rente zo laag mogelijk houden om winstgevende investeringen van bedrijven te faciliteren. Deze beide uitgangpunten van het neoliberale economische geloof dwingen de Centrale Banken al sedert de financiële crisis van 2008 om zoveel geld in omloop te brengen en bij gebrek aan inflatie de rente bijna op nul te houden.

Maar die logica noodzaakt de Centrale Banken ook om commerciële banken te dwingen hun beschikbare spaargelden in de wereldwijde markten uit te lenen en niet werkloos te laten. Werkloos geld wordt namelijk door de commerciële banken bij de Centrale Banken gestald. Tegenwoordig moeten de commerciële banken daarom hiervoor een werkloos-geld premie voor betalen: negatieve rente. En de kapitalistische logica veronderstelt dat je deze kosten aan je klanten doorberekent. Dus ook burgers moeten maar negatieve rente betalen om geld bij hun bank te stallen. Alleen hebben die particuliere spaarders maar twee alternatieven. Of hun spaargeld thuis in een of andere kluis bewaren, of er iets mee kopen dat in de toekomst in ieder geval niet minder waard wordt. Vandaar de run op mogelijke beleggingen waarin je met je spaargeld nog wel wat kunt verdienen: aandelen, bitcoins, huizen, schilderijen e.d.

Vooral oudere spaarders staan onder grote druk van die logica. Immers sedert 2010 zijn hun (verwachte) pensioenen als gevolg van de nul-rente niet meer gestegen. En hun spaargeld levert ook niets op (maar wordt in Nederland wel fiscaal belast omdat de overheid fantasierijk veronderstelt dat spaargeld wel rendement oplevert).

Het is deze logica die al 3-4 jaar de prijzen van schaarse goederen, zoals huizen, opjaagt. De prijzen van dagelijkse goederen mogen dan wel niet stijgen, heel wat andere zaken maken inmiddels enorme prijsstijgingen door, als gevolg van de neoliberale ideologie. De burgers die daarvan meeprofiteren (vooral huizenbezitters) zijn daar maar al te blij mee en steunen die ideologie van harte.

Het fundamentele – en uiterst risicovolle – probleem van deze situatie is: wat gebeurt er economisch als de rente sterk gaat stijgen? En dat kan zomaar! Zie daarvoor ook het artikel van Schmelzing.

In het volgende artikel zullen we daar nader op ingaan.  

(*) Zie publicatie Paul Schmelzing van de Centrale Bank Engeland. Link.

(**) De enigen die tegenwoordig nog enorme ‘rentes’ betalen voor ‘leningen’ zijn de minst gefortuneerden. Rentes van kredieten voor consumenten uit de laagste inkomensgroepen belopen tussen de 8 en 18%. Niet tijdig terug betalen levert administratieve boetes (met de overheid als koploper) en commerciële draconische incassokosten op. Deze burgers betalen op deze manier nog de woekerrentes van de Middeleeuwen: vaak wel 10% per maand.

Hoe korter je slaapt, hoe eerder je dood gaat..

Top slaaponderzoeker Matthew Walker schreef in 2017: ‘Why we sleep’ (*), een bestseller die barst van de weetjes omtrent de functie van onze slaap en dromen, en de effecten van slaaptekort op ons fysiek en mentaal functioneren. Regelmatig minder dan zeven aaneengesloten uren slaap heeft dusdanige gigantische effecten op ons lichamelijk en psychisch functioneren dat het eigenlijk hoogst verbazingwekkend is dat de kwalijke maatschappelijke gevolgen daarvan zo weinig aandacht krijgen. 

Om enkele directe en indirecte kwalijke gezondheidseffecten te noemen die in het boek aan de orde komen: concentratiestoornissen, geheugenzwakte en andere cognitieve functiestoornissen, stemmingsstoornissen, verstoring van het immuun-, stofwisselings- en hormonaal systeem, cardiovasculaire, luchtweg-, neurologische, maagdarmaandoeningen, schadelijke veranderingen in DNA/gen activiteit, bio-ritmische verstoringen, e.a.

Het verband tussen chronisch slaaptekort en fysiek/mentaal disfunctioneren kan lineair causaal zijn (b.v. cognitieve stoornissen, spiercontroleverlies) maar ook sterk correlatief (borst-, prostaat- en darmkanker, obesitas, diabetes, hypertensie, Alzheimer), of uitlokkend en circulair (b.v. drugs-, voedsel- en medicijnverslavingen).

Hoe het ook zij, de maatschappelijke gevolgen van incidenteel en chronisch slaaptekort, direct en indirect, zijn enorm: verkeersongelukken; verminderde arbeidsproductiviteit en werkverzuim; diagnostische, medicatie- en chirurgische fouten; alcohol-, medicijn-, drugs- en voedselverslavingen; burn-out, om er enkele te noemen.

Naarmate de technologie meer in ons dagelijks leven doordringt is ons slaapvolume afgenomen (**) en van patroon veranderd door: vaker computerschermen aan te houden tot vlak voor het slapen; meer nachtelijke licht- en geluidsvervuiling in stedelijke gebieden; de 24-uurseconomie met meer avond- en nachtdiensten; de vervaging tussen werk en vrije tijd; langere woon/werkreistijden; informatie overkill, etc. Allemaal slaapverstorende factoren die niet meer aansluiten met ons paleolithisch brein en de duizenden jaren bestaande levensstijl van onze voorouders, de jagers/verzamelaars. 

Als slaap 1/3 van ons leven uitmaakt dan zal dat niet voor niets een diep evolutionaire gezondheidsfunctie hebben waaraan je niet zomaar zonder consequenties kunt voorbijgaan. Als een gezonde slaap (van 7 tot 9 uur) dus een belangrijke gezondheidspijler is die de laatste halve eeuw onder maatschappelijke en technologische druk staat en we weten dat kwalijke epidemische problemen daarvan het gevolg zijn, wat staat ons dan te doen?

Om te beginnen natuurlijk de slaapbevorderende adviezen serieus nemen:

  • elke dag op een vaste tijd naar bed gaan en opstaan;
  • een uur voor het slapen gaan niet meer achter een scherm gaan zitten;
  • het kamerlicht alvast dempen;
  • een paar uur voor het slapen geen alcohol, koffie, drugs, nicotine of maaltijd nemen;
  • geen fysieke of mentale inspanningen vlak voor het slapen;
  • een koele slaapkamer;
  • een chronisch slaaptekort niet compenseren met slaapmiddelen, melatonine, of middagdutje;
  • reguliere avond/nachtdiensten en overwerk vermijden;
  • overdag regelmatig bewegen, en……
  • problemen in de late avond opschorten, er een nachie over slapen: je brein kan ‘s ochtends met verrassende oplossingen komen!

Maar deze, inmiddels wel bekende slaapadviezen, zijn moeilijk uitvoerbaar als ze niet ondersteund worden door een actief bedrijfs- en overheidsbeleid. Het onderwerp slaap moet dus gepolitiseerd worden (***), d.w.z. er moet beleidsmatig nagedacht worden over:

  1. betrouwbaar toezicht op pauze- en werktijden;
  2. het beperken en afschermen van thuiswerken, in het bijzonder van avond-, weekend- en vakantiewerkmail;
  3. het flexibiliseren van onderwijstijden, met name voor pubers;
  4. verplichte rust- en hersteltijden voor hoogrisicoberoepen;
  5. slaapvoorlichting aan ouders;
  6. slaapvoorlichting met betrekking tot veelvuldig party- en softdruggebruik;
  7. het medisch monitoren van slaapverstorend medicijngebruik;
  8. het afschaffen van zomer/wintertijd;
  9. nachtelijke geluidsbeperking in woongebieden;
  10. fitnessruimtes in alle grotere bedrijven en overheidsinstellingen.

Als we chronisch te weinig slapen en inmiddels weten hoezeer dat schadelijk ingrijpt op vrijwel alle fysieke en mentale functies, als we er ziek van worden, fouten en ongelukken door maken, verslaafd door raken, waarom grijpen we dan niet in?

Als we weten dat het bewaken van de vitale restauratieve functie van slaap absoluut noodzakelijk is voor gezondheid en welzijn, waarom grijpen we dan niet in om deze ‘stille epidemie’ terug te dringen? Waarom geen door de overheid geïnitieerde publieke gezondheidscampagne? 

–                              

* Walker, M. (2017), ‘Slaap: Nieuwe wetenschappelijke inzichten over slapen en dromen’. De Geus. Matthew Walker is professor of Neuroscience and Psychology, and Director of the Centre for Human Sleep Science, University of California, Berkeley.

 ** De gemiddelde slaapduur in 1942 bij volwassenen was 7,9 uur (Gallup-Poll); recent werd dat 6,3 uur. 50% van de Amerikaanse bevolking slaapt minder dan de aanbevolen 8 uur; 30% slaapt 6 uur of minder. Epidemische getallen!

 *** Dat gebeurt weliswaar al via wetgeving, maar nog steeds in beperkte mate en voor zover het de 24-uurs economie niet al te zeer verstoort. Alhoewel, verstoord? De Rand Corporation (2016) berekende dat het effect van slaaptekort op de economie naties 2% van hun bruto nationaal product kost. Een astronomisch bedrag waarmee in de VS het onderwijsbudget verdubbeld en de gezondheidszorgkosten gehalveerd zouden kunnen worden!

De uitstervende mens maakt plaats

Hoe erg zou het zijn als de mens zou uitsterven? Is dat nou zo’n gekke vraag? Nou nee, alle geleerden waarschuwen al decennialang dat we de verkeerde kant uitgaan, dat we de aarde uitputten, uitvreten en uitwonen, en daar zit een end aan, natuurlijk, ook voor ons. Bovendien, het is al zo vaak in de evolutie gebeurd dat allerlei menssoorten uitstierven, weliswaar om andere redenen dan door eigen toedoen, maar toch. Dat wij als enige mensdiersoort nog aan een dun takje van de evolutieboom hangen, tsja, dat is waarschijnlijk meer toeval dan wijsheid. Je kan toch aan je eigen evolutionaire succes ten onder gaan, waarom niet? De menselijke mutant die op de jaarkalender van het aardse bestaan (4.5 miljard jaar) nog maar enkele seconden aanwezig is en zich dan al zo overwoekerend dominant gedraagt over alle dier- en plantensoorten, en met zo’n ongelofelijke snelheid, zoiets geks is nog nooit in de evolutie van miljarden jaren vertoond. 

Het zal de evolutie zelf trouwens een zorg zijn, die heeft geen doel, richting of rechtvaardigheid, dat hebben we van Darwin wel geleerd. De evolutie heeft echt geen boodschap aan een individueel organisme, aan een soort, of aan een ecologisch systeem. De evolutionaire wetten zijn zonder aanzien des persoons, ze zijn genetisch in ons lijf onbemerkt werkzaam, opgeslagen in het DNA-archief van onze evolutie. En via de cultuur passen we ons aan bij een telkens veranderende ‘vijandige’ omgeving. Lukt dat niet tijdig, nou, dan verdwijnt een organisme in de historie, punt uit (*). De mens als tijdelijke ziekte van de aardkorst.

En kom nou niet met God aan, dat soort ouderwets en absolutistisch gezagsdenken hebben we nou wel gehad, hou daar nou eens mee op, het heeft onze zelfverheffende menselijke soort vele malen, en nog steeds, meer kwaad dan goed opgeleverd (**). God is wat de stekel is voor het stekelvarken. En ook het stekelvarken is nu het uitsterven nabij.

Maar goed, we verzetten ons tegen een dreigende ondergang, daar zijn we druk mee bezig. Nou ja, we? De meeste wereldburgers zijn er totaal niet mee bezig, die zijn dagelijks bezig met brood op de plank krijgen en een fatsoenlijk dak boven hun hoofd. Of ze proberen te ontsnappen aan de effecten van ontbossing, vergiftiging, vervuiling, overbevissing, opwarming, noem maar op. Ze hebben helemaal geen tijd, energie, competentie en zin in nadenken over het grote overlevingsplaatje. Dat zou allemaal nog niet zo erg zijn als hun seculiere of religieuze leiders dat voor hen deden, maar helaas, dat doen ze niet. Zelfs de leiders van de (15) belangrijkste westerse democratieën kunnen de overlevingsboodschap maar moeilijk aan de bevolking kwijt, ondanks de snel groeiende wetenschappelijke kennis en technologie die tot hun beschikking staan.

Nee, kennis en technologie heeft ons alleen nog maar succesvoller gemaakt, meer mensen gezonder, minder arm, minder oorlog, maar de rest van het aardse leven gaat als gevolg daarvan er alleen maar hollend op achteruit. En een wereldwijde aanpak, de enige aanpak die zoden aan de dijk zet, dat zit er om allerlei politieke, economische en ideologische redenen niet in. (Zie ook: Ethisch consumeren). Ik moet daarbij altijd denken aan die fraaie uitspraak van Einstein: we kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.

Iedereen denkt natuurlijk wel eens na over zijn eigen dood, ik wel tenminste, dat is vooral het privilege als je ouder wordt en kinderen en kleinkinderen hebt. Als je kinderen hebt is verkrijg je ook het privilege om emotioneel te ervaren dat je zelf minder belangrijk bent dan je kinderen. Je ervaart dan altijd je ondergeschiktheid aan het welzijn van je kinderen. Die dienende positie aan kinderen, aan iets groters dan jezelf, is de diepste en waardevolste existentiële ervaring die je kunt hebben. Want er bestaat geen diepere emotionele relatie dan die tussen ouder en kind. In die zin doe je mee aan het beloop van de evolutie. 

Doodgaan als oudere, als individu, door evolutionair toedoen, daar is niets tragisch aan. Het is een kwestie van plaats maken, van tevreden zijn met je onvermijdelijke lot, het onverschillige evolutionaire lot dat er is ten gunste van de volgende generatie.

Doodgaan als specifieke groep, door menselijk toedoen, bijvoorbeeld door genocide – zoals Assyriërs, Armeniërs, Joden, Rwandezen, Jezidis, etc.(*** ), vechtend tegen je teisterende lot, ja, dat is hoogst tragisch en onder alle omstandigheden hoogst verwerpelijk. Maar genocide blijft in de menselijke geschiedenis een episodisch, lokaal politiek of religieus gestuurd fenomeen. En ook hier: genocide is een gruwelijke kwestie van plaats maken, ditmaal ten koste van andermans generaties.

Doodgaan als mensheid, door de mensheid zelf veroorzaakt, is historisch gezien een volstrekt nieuw fenomeen. Nog nooit vertoond en misschien daarom juist een ver van mijn bed show omdat wij niet gewend zijn vele generaties vooruit te denken. We doorvoelen niet aan den lijve wat dat betekent. Maar ook hier: het is een tragische kwestie van plaats maken, ditmaal ten koste van de mens en ten gunste van al het andere, overblijvende leven.

Hoe erg zou het zijn als de mens zou uitsterven? Dat zou erg zijn want zelfs de laatste mens was liefdevol aan zijn kinderen gehecht en zij aan hem/haar. En tegelijkertijd ook niet erg, want het is plaats maken voor het overgebleven restje leven. Dan wordt er plaats gemaakt voor het Mensloze Leven zelf.

Spijtig, erg spijtig, antropomorfisch gedacht, maar gek genoeg: zit er toch ook niet iets troostends in die gedachte?

* 99% van alle soorten die ooit geleefd hebben zijn nu uitgestorven (Wikipedia).

** Als men ‘seculiere wijsheden’ uit religieuze verhalen kan trekken valt er nog steeds veel te leren van het Christendom, het Jodendom, de Islam, het Hindoeïsme, het Confucianisme, het Taoïsme, het Boeddhisme, etc. Het geloof in een bovennatuurlijke bron, in een ontologische god(en) die de metafysische achtergrond en rechtvaardiging van religies vormt, is geen noodzakelijke voorwaarde om de ‘levensbeschouwelijke teksten’ als cultureel waardevol te bestempelen.

***Zie: Genocideverdrag(1951) en de lijst van genocides (Wikipedia).

Marokko: illegalen als exportproduct

Marokko heeft al jaren een nieuw exportproduct naar Europa. Werkloze kansloze jongeren. Ze komen via allerlei routes zonder papieren of vernietigen die bij aankomst. Ook al verkrijgen ze nergens in Europa de vluchtelingenstatus en wordt na de meestal lange procedures besloten tot uitzetting, dan nog is terugzending  naar Marokko feitelijk onmogelijk. Want Marokko vereist voor terugkeer documenten die bewijzen dat deze jongeren Marokkaan zijn en weigert op basis van andere gegevens nieuwe documenten te verstrekken.

Waarom noem ik deze jongeren een exportproduct. Omdat Marokko belang heeft bij hun vertrek. In de gebieden waar ze vandaan komen zijn ze kansloos en dus potentieel opstandig. Als ze in Europa in de illegaliteit verdwijnen en als illegalen werken sturen ze meestal wel geld naar hun familie in hun vaderland. Zoals bijna alle in Europa aanwezige ook legale migranten geld naar hun familie sturen. Big business voor de overheid van het land van herkomst.

Voor Europa vormen deze jongeren een groot probleem, zowel in de asielzoekerscentra als wanneer ze in de illegaliteit verdwijnen. Niet zelden opereren ze in groepen, veroorzaken veel kleine criminele overlast in de stad- en dorpscentra rond de asielzoekerscentra en sluiten zich in de illegaliteit veelal aan bij criminele bendes.

Iedere vorm van diplomatiek overleg met Marokko over dit probleem blijft zonder resultaat. Nederlandse diplomaten (en zelfs kabinetsleden) worden regelmatig bot geschoffeerd als ze hierover willen overleggen. Dat gaat zover dat overleg op andere gebieden (bijvoorbeeld overdracht van gegevens over bezit van onroerend goed van Nederlanders in Marokko) ook wordt afgehouden.

Wellicht is het goed om als Nederland of als EU maar eens een ultimatum te stellen. Marokko werkt mee aan repatriëring of:

  • Marokkaanse regeringsfunctionarissen krijgen geen visum meer voor Europa.
  • Luchtverbindingen worden verbroken (schaadt ook toerisme)
  • Geldstromen naar Marokkaanse banken van particulieren worden geblokkeerd.

Het wordt tijd de soft power van Europa eens om te zetten in hard power. Wellicht is dit dan ook een goed voorbeeld voor andere landen die heel graag hun kansloze inwoners exporteren in plaats van zelf ontwikkelingsmaatregelen te nemen.