Weeklog 34: Elitaire democraten

  • Een stabiele diepgewortelde democratie heeft meestal als basis een relatief homogene bevolking, niet al te grote verschillen in inkomen en vermogen tussen rijk en arm en kwalitatief hoogwaardige gemeenschapsvoorzieningen (gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, oudedagsvoorziening en sociale vangnetten). Denk hierbij aan de Scandinavische landen en Zwitserland. Indien deze voorwaarden ontbreken is het relatief eenvoudig om een democratie op enige termijn te  destabiliseren. We zien dit overal in de wereld om ons heen gebeuren, zelfs in de bakermat van de parlementaire democratie: Engeland of in de vroegere kampioen voor de democratie: Amerika.
  • Zodra in een land alleen nog geldt dat de meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen bij verkiezingen (al is het maar 1% verschil) voldoende is om de volstrekte wetgevende macht uit te oefenen, dan staat tegenwoordig de democratische rechtsstaat al onder grote druk. Denk aan de werkwijze van de autocraten in Oost Europa (Polen, Hongarije) die de ‘democratie’ wettelijk naar hun hand hebben gezet. Maar ook aan de Conservatieven onder Boris Johnson. Die regelen tegenwoordig hun zaakjes ook ‘wettelijk’ om de zakelijke belangen van hun rijke sponsors te dienen.
  • De Nederlandse bestuurlijke elite (waaronder de parlementaire en ambtelijke  bureaucratie) functioneert al jaren zeer slecht. Denk aan de bestuurlijke aanpak van bijvoorbeeld  de Toelagen Kinderopvang, de Stikstof problematiek en de boeren (maatregelen deze week ook al weer ingetrokken), het Duurzame energiebeleid, het herstel van huizen in aardbevingsgebied Groningen of de problematiek van de Politie of de Geestelijke gezondheidszorg. Of kijk vandaag de dag naar de GGD organisaties die een organisatorische puinhoop maken van het opsporen en testen van Corona.

Besturen betekent in Nederland: eindeloos traag stroperig overleg in bestuurlijke kringen en uitstel van beslissingen door commissies in te stellen. En het voortdurend op de rem trappen van werkgevers, werknemers en vele andere belangengroepen (boeren..) om genomen besluiten af te zwakken en te traineren.

Echte parlementaire controle ontbreekt doordat fracties gebonden zijn aan regeerakkoorden. Er worden altijd veel plannen aangekondigd en gemaakt, maar er is meestal sprake van  beperkte en miserabele burgeronvriendelijke  implementatie van die plannen, overmatige focus vooraf op kostenbeheersing (maar bijna nooit achteraf bij forse budget overschrijdingen). Het kerncriterium voor beleid is bijna altijd efficiency (kosten/baten), niet of de beleidsdoelen überhaupt haalbaar zijn of welke kwaliteit (welke waarden!) gewaarborgd dienen te worden.

Er was een uitzondering in het afgelopen jaar. Als noodmaatregel om aan een uitspraak van de hoogste rechter te voldoen werd – in verband met de stikstof problematiek – plotseling en zelfs bijna geruisloos (nauwelijks publieke discussie) de maximum snelheid op de snelwegen verlaagd naar 100 km per uur. Wat een rust opeens om je heen als je op die wegen rijdt.

Weeklog 33: Euro wellicht gesplitst in Neuro en Zeuro?

  • Wellicht slaagt de bevolking van Wit Rusland erin dictator Alexander Lukashenko te verdrijven. Maar Rusland zal nooit toestaan dat de bevolking van Wit Rusland een eigen toekomstrichting kiest. Poetin zal eerder streven naar een politieke- en economische ‘unie’ met Rusland, als verkapte vorm van annexatie. Poetin kan volgens de nieuwe grondwet nog zeker 15 jaar aan de macht blijven. Zijn streven zal er op gericht blijven Rusland opnieuw tot een wereldspeler te maken door het oude Russische rijk tenminste als politieke unie te herstellen.
  • De Euro zou de komende jaren wel eens kunnen verdwijnen. Indien de Noordelijke landen een eigen Neuro in zouden voeren, zou die ongeveer 1,70 oude euro’s waard zijn. Een eigen Zeuro voor de Zuidelijke landen ongeveer 0,70 oude euro’s. Nederland zou zijn gigantische handelsoverschot (veel meer export dan import) snel zien verdwijnen omdat Nederlandse producten in het buitenland een stuk duurder worden. Zuidelijke landen zouden eindelijk hun producten goedkoper kunnen exporteren. Bij de invoering van de Euro in 2001 werd al duidelijk gewaarschuwd dat een muntunie zonder politieke unie bij voorbaat ten dode is opgeschreven. Er waren toen al voorbeelden te over uit de geschiedenis. De grote profiteurs van de euro al die afgelopen jaren waren vooral Duitsland en Nederland. Daar zou wel eens een einde aan kunnen komen met enorme negatieve economische gevolgen voor onder meer Nederland.

Weeklog 32: Corona Hemd en Rok

  • Het hemd is nader dan de rok, zo blijkt maar weer overduidelijk. Publiciteitsgeile narcistische individuen en economisch direct belanghebbenden verzetten zich tegen anti-Corona maatregelen binnen de samenleving. Er wordt zelfs gesteld dat het virus de samenleving bevrijdt van ‘dor hout’ dat toch al aan het afsterven was. We moeten maar hopen dat de media ons verschonen van de meningsuitingen door dit soort maatschappelijk abjecte individuen.
  • Tussen Europese landen is inmiddels sprake van concurrentie rond gepubliceerde coronacijfers en toeristische veiligheid. De gegevens van de publieke dashboards worden bewust verdraaid voor politieke doeleinden (bijv. aantal besmettingen en oversterfte). Dat duidt er nu al op dat er in de toekomst wereldwijd ook sprake zal zijn van concurrentie bij het aankondigen en verkrijgen van vaccins.
  • Algemeen wordt een corona vaccin gezien als panacee. De internationale race is in volle gang. Wie bekend is met de noodzakelijke lange testprocedures van nieuwe vaccins (ook in verband met bijwerkingen) zal zeker niet de eerste zijn om zich met een snel beschikbaar, nauwelijks uitgetest vaccin te laten behandelen. Daarvoor hoef je zeker geen anti-vaxxer te zijn. Te rekenen op een goed werkend vaccin voor het einde van het jaar is politieke dromerij.    
  • De huidige nauwelijks gereguleerde situatie in de openbare ruimte maakt duidelijk dat burgers voor wie besmetting een levensrisico vormt, zichzelf noodzakelijkerwijs tegen besmetting door anderen moeten blijven beschermen, zoveel als ze zelf kunnen. Zelf altijd afstand houden van anderen, slechts kortdurend ergens naar binnen gaan met mondkapje, alleen (eventueel met partner) met de eigen auto reizen, na iedere activiteit in de publieke ruimte weer handen wassen, zoveel mogelijk de grote steden mijden en zo mogelijk langdurig op het platteland verblijven. En je lot accepteren mocht je ziek worden en vermijden om op een IC opgenomen te worden. Sterven lijkt dan verre te verkiezen boven overleven.

Gezond en pathologisch activisme

Macht is controle hebben over het gedrag van anderen. Absolute macht is controle hebben over het gedrag plus de gedachten en ideeën van anderen. Als het je alleen om de macht gaat heb je maar weinig mogelijkheden. Maar die mogelijkheden kun je wel eindeloos variëren.

Een snelle en effectieve manier om het gedrag van anderen te controleren is direct fysiek geweld te gebruiken. Een minder snelle maar evenzeer effectieve manier is met fysiek geweld dreigen oftewel intimideren. Fysiek geweld gebruiken kan maar op drie manieren: van de sterkere persoon tot de zwakkere persoon (een straatovervaller) Of van een groep tot een persoon, waarbij de eerste natuurlijk vele malen sterker is dan de laatste (een straatbende). Of van de sterkere groep tot de zwakkere groep (een oorlog). Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor dreigen: groepsintimidatie is sterker dan persoonlijke intimidatie. Een uitzondering is natuurlijk terroristisch geweld van een ‘lone wolf’ tegen een bepaalde groep.

Macht uitoefenen op iemands gedachten en ideeën is lastiger, daarvoor moet je het geloofssysteem van de ander afbreken en vervangen door een ander geloofssysteem. Een geloofssysteem omvat de ideeën die het gedrag van iemand sturen: een religie of andere sociale overtuigingen gebaseerd op ‘kennis’. En beide doen een claim op wat waar is, op waarheid. Bij religie is God de alomvattende waarheid. Bij kennis is wetenschap de beperkte en voorlopige waarheid; buiten de beperkte kennis zijn er nog de niet rationele kennis, de metafysica of het mysterie.

Voor de Verlichting was God de waarheid. Sinds de Verlichting werd de waarheid vastgesteld door rationeel onderzoek(vnl. in Frankrijk) of empirisch onderzoek (vnl. in Engeland) en sinds de filosoof Kant door allebei. Als reactie op de Verlichting kwam de rebelse Romantiek, met zijn persoonlijk subjectivisme van de emotie en de ervaring. En daarna tenslotte het huidige Postmodernisme dat elke claim op waarheid als onmogelijk acht.

Dat Postmodernisme, vooral sinds de jaren 60 van de vorige eeuw, was goed nieuws voor machtszoekers want nu was noch het subjectieve noch het objectieve geloofssysteem van de ander immers meer van belang. Je kan het overslaan, het hoefde niet meer in een twistdebat aan de orde te komen, tenminste wat de Postmodernisten betreft. Voor hen gold niet meer de inhoud van ideeën maar alleen de betrekking tot de ander, de machtsverhouding (Foucault). Althans dat was en is nog steeds hun dominante idee. Voor hen is nu alleen nog van belang de instituten van de macht die de Verlichting had meegebracht af te breken. Afbraak of ondermijning van de Kennisinstituten (universiteiten en andere onderzoekscentra) en de Rechtsinstituten (het wetgevende parlement, de wet handhavende politie in de praktische zin en de wet controlerende rechtbank). En, voor zover er nog een vierde macht naast de trias politica te bespelen is: de commerciële Media.

In de bovenstaande zin zijn de pure machtszoekers gemakkelijk te identificeren. Ze hebben een hekel aan kennisdragers, experts, onderzoekers en gaan het debat met hen uit de weg. Vooral complotdenkers onder hen laten zich dus ook niet toetsen, niet overtuigen van een eventueel tegendeel. Verder hebben ze een hekel aan de parlementaire democratie waarin immers een doorlopende ideeënstrijd plaatsvindt. En al helemaal aan een representatieve democratie want ze nemen er immers zelf niet of nauwelijks aan deel. Een hekel ook aan de politie, want wetshandhavers zijn de veruitwendiging van de parlementaire/representatieve democratie. En een hekel aan de rechters en het OM omdat zij niet onafhankelijk zouden zijn; je kan ze niet verwijderen en vervangen, alleen maar wel wraken en intimideren.

De tactieken van pure machtszoekers zijn ook gemakkelijk te identificeren: je kunt de ander onder druk zetten met:

  • fysiek geweld (straatterreur, terreuraanslagen, gijzeling);
  • intimidatie (journalisten/politici/bestuurders bedreigen, anonieme bedreigingen via sociale media, onaangekondigde blokkadeacties);
  • schuldinductie (beschuldigingen van racisme, seksisme, etnische discriminatie, kolonialisme, zonder aanziens des persoons);
  • slachtofferisme (vals medelijden opwekken, ‘safe places’ afdwingen, vergelijkingen met de holocaust maken);
  • polariseren (vnl. buiten de mainstream media, in de sociale media, valse slogans, trollen en desinformatie verspreiden);
  • geen aanspreekbare leiders benoemen (dat zou een kwalijke interne machtsstructuur veronderstellen en voorkomt publieke verantwoording afleggen);
  • nadelig expertonderzoek in twijfel trekken en verdacht maken (onderzoek als subjectief en partijdig labelen);
  • interne groepsdwang (de afwijkende eigen groepsleden vernederen);
  • afvalligen uit eigen groepsrijen verwijderen en demoniseren (publiekelijk ad-hominem ‘vernietigen’, als (ras)verrader aanduiden);
  • institutionele ‘afrekencultuur’ creëren (onwelvalligen ontslaan, degraderen, niet als spreker uitnodigen, boycotten).

Bij ‘gezond activisme’ ontbreken deze tactieken. Bij ‘pathologisch activisme’ van intolerante machtszoekers, zijn bovenstaande tactieken een steeds weerkerend sektarisch patroon. Al eeuwen.

Bij ‘pathologisch activisme‘ komt de waarheid uit de loop van een geweer’ (à la Mao); waarheid zoeken is niet meer de bron van rechtvaardigheid.

Bij ‘gezond activisme’ komt waarheid voort uit het zoeken naar een betere waarheid. Een betere waarheid waaruit een beter niveau van sociale rechtvaardigheid voortkomt.

Gelukkig komt er schoorvoetend een tegenbeweging op gang die het ‘pathologisch activisme’ probeert af te stoppen. In de VS publiceerden een aantal vooraanstaande intellectuelen en kunstenaars: ’A Letter on Justice and Open Debate’, Harpers Magazine, 070720. In Nederland: ‘Open brief ter verdediging van het vrije debat’, Mijn Nieuws, 0720.

Ayaan Hirsi Ali zei het onlangs nog: Do not tolerate the intolerant! Volgens de Engelse filosoof Carl Popper was intolerantie tegenover niet-democratische machtszoekers zelfs een absolute voorwaarde om een democratie in stand te kunnen houden.

Die aardige multimiljonairs

De Volkskrant (130720): Superrijken willen meer belasting betalen voor de gevolgen van de coronacrisis.

Die multimiljonairs en miljardairs voelen de bui al hangen: ‘beter dat we zelf vragen wat meer belasting te mogen betalen dan al die sociale onrust en straks die gelijkheidsrevolutie over ons heen  te krijgen. We sturen gewoon een briefje naar de krant, nog even voor de G7 bij elkaar komt, dan zijn we misschien van het gedonder af’.

Bij het lezen van dat Volksrant berichtje moest ik even denken aan de Duitse filosoof Hegel (1770-1831) die in een passage van zijn ‘Phänomenologie des Geistes’ de symbiotische verhouding meester-slaaf analyseerde aan de hand van de zgn. dialectische methode. Met dit voorbeeld wilde hij laten hij zien dat de vooruitgang in de menselijke geschiedenis verloopt in een voortdurend proces van eerst ideeën, dan tegenideeën en tenslotte nieuwe ideeën: these, antithese en synthese.

In de these en antithese toont zich de symbiose van de kapitalist-meester die evenzeer afhankelijk is van de arbeider-slaaf, als de slaaf van zijn meester. De meester heeft zo goedkoop mogelijke arbeiders nodig. Of nog goedkoper: machines die de slaaf kunnen vervangen, en zo nodig goedkope arbeiders laten migreren of de productiemiddelen verplaatsen naar lage lonen landen. Alleen op die manier kan zo veel mogelijk winst worden gemaakt, kunnen investeerders worden aangetrokken, kan de markt uitgebreid worden en de bedrijfsgroei versneld. Om die machtspositie (these) te behouden had de meester aanvankelijk een knuppel nodig, belangrijke politici in zijn achterzak, en een religieus-, wettelijk- en filosofisch-geloofssystem om de slaaf aan het werk te houden. 

Daartegenover staat de macht van de slaaf (antithese) die aanvankelijk niets kon doen tegen het dagelijkse geweld, maar eenmaal bevrijd kwam de feodale of kapitalistische meester in het nauw. Daarna ontworstelde de arbeider zich in de laatste eeuw steeds verder. Hij kon saboteren en revolteren, en omdat ie in de meerderheid was kon hij zijn bevochten stemrecht gebruiken om zich politiek te verenigen, om vakbonden op te richten, stakingsrecht te krijgen, kortom een meer democratisch staatsbestel afdwingen. Soms was er revolutie voor nodig (de Franse, Russische, Chinese revolutie) om de tegenmacht kracht bij te zetten. Regelmatig schoot ook de slavenmacht door: het schrikbewind onder Robespiere, Stalin en Mao. En soms kwamen er  andersoortige meesters met hun hypernationalisme/fascisme: Hitler, Mussolini, Franco.

In de strijd tussen de these van het kapitalisme versus de antithese van het socialisme lijkt de eerste het te hebben gewonnen, maar er is nog steeds geen werkelijke synthese bereikt. In tegendeel, de strijd laait weer op: tussen the have’s and the have-not’s, tussen blank en gekleurd, tussen etnische groeperingen, tussen de beide seksen, tussen de hetero’s en de rainbow people. Die ‘Hegeliaanse strijd’ speelt zich tegelijkertijd op economisch, cultureel, intellectueel en moreel terrein af.

De Hegeliaanse strijdmiddelen zijn aan beide zijden divers: een polariserende pers, de sociale media, kleine extremistische en activistische groepen. De oorspronkelijke links positieve identiteitspolitiek is inmiddels volledig doorgeschoten naar een geperverteerd slachtofferisme dat de tegenpartij met schuldgevoel probeert te chanteren en monddood te maken. Aan de rechterkant staan de traditioneel conservatieve blanke nationalisten, zwaar bewapend (in de VS), hun vermeende erfgoed al rellend te verdedigen.

Ook overheden doen wereldwijd mee aan de antithese door middel van zgn. ‘affirmative action’:(wettelijke)regelgeving ter bestrijding van discriminatie op sekse, geloof en etnische oorsprong. Maar elk land doet dat weer op zijn eigen vaak schijnheilige en zichzelf bevoordelende manier. In India wordt het kastensysteem niet afgeschaft, in Arabische landen zijn nauwelijks vrouwenrechten, in China worden de Islamitische Oeigoeren met nazipraktijken ‘heropgevoed’ en staat de burger elektronisch onder 24/7 surveillance, etc.

Men kan rustig zeggen dat de Westerse wereld ver voorop loopt met zijn ‘affirmatieve acties’ maar er is beslist nog niet een synthese in zicht, want een synthese veronderstelt een relatief structurele, systemische rusttoestand in een cultuur. Zo’n sprong van Verlichting naar Romantiek naar Modernisme en Postmodernisme wordt niet gemaakt. Zelfs een aanloop daartoe niet, en al zeker niet wat betreft een synthese met een nieuw economisch systeem.

Je vraagt je af wat Hegel zou vinden van die multimiljonairsactie. Ik vermoed dat hij zou zeggen: het is een Paard van Troje, een omgekeerd slachtofferisme, een fopspeen waar ze zelf in hun dagelijks leven geen enkele last van hebben. En als ze de Coronacrisis als achterliggend grootmoedig motief gebruiken komen ze er ook nog mee weg als liefdadigheidshelden. Filantropie in welke vorm dan ook is mooi maar het raakt het wezen van een vigerende economische en culturele ideologie niet, integendeel, het bevestigd die juist. Zoiets.

Natuurlijk moet er gezegd worden dat alleen onder het kapitalistische systeem, in al zijn vormen, vooruitgang is geboekt. Er is wereldwijd meer welvaart (inkomensstijging), meer gezondheid (minder sterfte door investering in medisch technologische middelen), meer welzijn (minder oorlog, kinderarbeid), beter en betaalbaar onderwijs (in vrijwel elk land), meer vrijheid voor burgers, voor specifieke groepen (vrouwen, arbeiders, studenten) en minderheidsgroepen (gendergroepen, etnische groepen). Tegelijkertijd kent het systeem ook vele nadelen, kent ze corruptie en loopt het op tegen de grenzen van rechtvaardigheid, gelijkheid en ecologische limieten. (lees S.Pinker, T.Piketty, F.Fukuyama, ea.)

Niemand weet in welke richting de wereldgeschiedenis zich gaat ontwikkelen maar het lijkt er wel op dat de Corona-crisis toont dat de houdbaarheidsdatum van het kapitalisme/neoliberalisme niet meer ver weg ligt. Bij escalerende spanningen tussen de these en de antithese in de westerse wereld zijn maar een paar uitkomsten mogelijk: burgeroorlog met een daarna blijvend dominante ideologische overwinnaar. Of toch nog een synthese, voortkomend uit een diep besef dat alleen een nieuwe gender-, etnische- en een economische gelijkheidsideologie een ramp kan voorkomen. Die synthese zal iets moeten hebben van een soort ‘sociaal kapitalisme’, met behoud van vrije meningsuiting, individuele waardigheid en het behoud van een gezonde ecologische wereld. Zoiets mag je op hopen, tenminste als je de plicht tot optimisme serieus neemt.

15 Minuten Roem – of alles is IJdelheid

De Sociale media hebben een beeldrevolutie veroorzaakt in foto’s en filmpjes. Niet zozeer technisch maar sociaal. Iedereen kan zichzelf via deze media in de etalage zetten met selfies, met hun doen en laten, met het vloggen van hun leven. Iedereen kan inmiddels een eigen televisiekanaal op YouTube creëren.

Het zijn allemaal vormen van (soms zelfs inkomen verwervende) zelfpromotie. Kijk mij eens. Een laagje dieper is het natuurlijk in werkelijkheid de diepgaande menselijke behoefte om ‘gezien’ te worden. Zonder dat een ander je ziet, besta je immers niet. Dat begint al als baby. Zonder veel ‘likes’ op internet besta je tegenwoordig ook nauwelijks.

Je wordt als mens gedefinieerd door de blik van de ander, niet door een of ander authentiek ‘zelf’. De kijk van de ander vormt de kern van je autobiografisch verhaal, het verhaal dat je jezelf en anderen vertelt, het levensverhaal waarmee je je eigen ‘ik’ vorm geeft. Het verhaal dat van dag tot dag steeds een beetje verandert als je meer ‘verleden’ krijgt.

De presentatie wereldwijd van het zelf in de sociale etalage is vaak diepgaand verslavend. Net als het roken van sigaretten bij gevoelens van stress, moet de zelfpresentatie vaak de gevoelens van individuele eenzaamheid wegduwen. Die eenzaamheid lijkt de laatste jaren in de jongere generaties alleen maar groter geworden door het grote verschil tussen hoe een extravert, bijzonder en succesvol iemand moet zijn, zich voordoet en hoe degene in feitelijk zijn of haar leven ervaart.

Het verschil tussen zijn en willen zijn is volgens mij nog nooit zo groot geweest als in de jongere generaties. Want het gaat niet meer om wat je doet of wat je bezit, het gaat alleen nog puur om je eigen persoon. Ondanks de verschillende feministische golven, is mooi willen zijn volgens de regels (kleding, haar, ogen, lippen, tanden, huid, borsten, schaamstreek) opnieuw weer het opperste streven voor veel jonge vrouwen.

Die wereldwijde trend is mede veroorzaakt door de gevolgde rolmodellen. Want rolmodellen voor jonge mannen en vrouwen vormen tegenwoordig de ‘celebrities’ op wereldschaal. Niet de beste voetballer van het dorp, maar Messi. Niet het mooiste meisje van de klas, maar Madonna.

De kern van de ‘Celebrity-cultuur’ komt voort uit de Muzikale- en de Sportwereld, vooral door de massale commerciële marketing daarvan. En daar ligt ook het kernprobleem van de identificatie: wellicht één op de honderdduizend heeft de capaciteiten en de mogelijkheden om hun dromen en ambities tot navolging ook feitelijk vorm te geven, als ze geluk hebben. Voor de rest van ons is slechts sprake van in de toekomst moeizaam te sublimeren frustraties van niet kunnen zijn. En af en toe bij toeval ´15 minutes of fame’ , plaatselijk, regionaal of nationaal.

De lokale voorbeelden: de voortreffelijke leraar, de kundige timmerman, de sociale maar af en toe strenge politieagent, de kordate verpleegkundige in de operatiekamer  tellen nauwelijks meer mee in deze wereldwijde concurrentie om navolging. Echt ´verdiende’ wereldwijde roem wordt alleen nog beleefd in kleine kringen van kenners: Nobelprijswinnaars, Schrijvers, Ondernemers, Politici. Voor verdiende roem moet je echter veel kunnen en heel veel doen.

Internet roem is altijd eventjes in het heden. Die duizenden foto’s en filmpjes van gisteren en eerder zijn vandaag al niet meer relevant, dat was het oude ‘ik’. Nauwelijks de moeite waard om te bewaren. Het is geen roem om wat je bijdraagt aan de samenleving, maar pure ijdelheid vanuit pure eenzaamheid.

Je bent niet je identiteit

Persoonlijke aanpassing aan een nieuwe wereld lukt niet als je strikt vasthoudt aan je huidige ´peer´ groep: mensen met een vergelijkbare leeftijd, status, materiele welvaart, belang of belangstelling. Dan zal je leven een permanent gevecht worden ‘voor’ of ‘tegen’ omdat je als lid van de groep vanuit een vernauwd perspectief de wereld van de groepen, waar je deel vanuit maakt, als onveranderd wilt zien.

Het extreme individualisme van de afgelopen 30 jaar heeft mensen weggezogen uit hun traditionele groepen binnen een stad of dorp van familie, vrienden en werk naar (vaak virtuele) netwerken van gelijkgestemden op identitaire basis: naar gender en sekse, huidskleur, beroep of andere maatschappelijke basis. Dit is de belangrijkste reden van de maatschappelijke versplintering en de harde extremen ter linker- en rechterzijde.  

Zowel het progressief-identitaire activisme als het identitair nationalistisch populisme ontlenen hun bestaansrecht aan een slachtofferhouding tegenover ´de anderen’. Vaak gaat dit zelfs zover dat men anderen intimiderend willen censureren (mag niet gehoord of gezien worden), zoals kortgeleden Michael Moore overkwam naar aanleiding van zijn recente klimaatfilm. Maar ook alledaags door verkettering van ‘de ander´ via de sociale media. Soms lijkt het wel: hoe groter de geuite haat, hoe hoger de status in de eigen groep. Dergelijke strijd ontmenselijkt de ‘ander’. De internetzwermen doen soms denken aan een roedel hyena’s jagend op een solitaire prooi.

Identitair conservatieven vechten letterlijk om de wereld te houden, zoals die was. Waarin hun belangen, hun bezit, hun status behouden blijft, ze weigeren letterlijk te veranderen ook al is de wereld veranderd. Zij blijven vechten tegen de bierkaai. De tractor-acties van de boeren zijn hier een goed voorbeeld van. Maar het zijn altijd achterhoede gevechten.

Activisten in die identitaire groepen doen zichzelf als mens tekort. Een vrouw bijvoorbeeld, is niet alleen maar een vrouw; jezelf als vrouw daarop qua betekenis als individuele identiteit richten is letterlijk jezelf in een geestelijk korset opsluiten. Het is feitelijk jezelf veilig afscheiden van de wereld binnen een stam, groep, ter onderscheiding van andere groepen waartoe je niet mag, kunt of wilt behoren. De Belgische psychotherapeut Paul Verhaeghe beschreef dit al prachtig in zijn boek ‘Identiteit’ (2012), maar ook in een recente boekbespreking op zijn blog (link) .

Het aanpassen aan een nieuwe wereld zal op eenduidige identitaire basis zeker niet lukken. In een nieuw nummer zingt Bob Dylan: ‘I contain multitudes’. In het nummer verwoordt hij op zachte soms scherpe wijze hoeveel verschillende onverenigbare kanten hij van zichzelf kent, van diep melancholisch tot hard agressief. Ieders persoonlijkheid is uiterst dubbelzinnig. Niemand van ons, hoe uniek we als individu ook zijn als combinatie van persoonlijke beleving en uiterlijk gedrag, heeft een eenduidige consistente identiteit.

De mens is (ik ben) een vat van dubbelzinnigheden. De persoonlijkheid, het karakter, de deugd en de moraal als psychologische netwerkjes (karakter) van ouderlijke geboden, gestolde ervaringen en vastgeroeste gedragspatronen. Een vat vol emoties en gevoelens, waarin niet noodzakelijkerwijs een consistente authentieke eenheid aanwezig is, dus ook niet in de dagelijkse gedragingen. Mijn ik bestaat helemaal niet, maar is slechts een doorlopend steeds veranderend verhaal over mezelf om een stabiele basis te geven aan mijn dagelijkse bestaan. Zelfs al bestaat die stabiliteit alleen nog maar uit het verklaren van een gevoel van waanzin.

Jezelf herpositioneren in de wereld vergt de durf de vele kanten van jezelf te onderkennen. Dan maakt ook de energie vrij om voor een andere levenswijze te kiezen.