Wat te doen tegen wokies, wappies, whinenies en tokkies?

Natuurlijk bestaan er racisten, seksisten, misagonisten en homofoben. Daar moeten we naturlijk iets mee en daar hebben we ook al veel aan gedaan in de laatste decennia. Maar wat als iemand je daarvan frontaal en publiek beschuldigt zonder enig feitelijk bewijs. Zonder een onderbouwing met kwalijke uitspraken, publicaties of acties waaruit dat zou moeten blijken. Of nog erger: je canceling of ontslag eisen. Menige reputatie en werkplek is voorgoed vernield, voor journalisten, academici, wetenschappers, onderwijskrachten, schrijvers, kunstenaars, uitgevers, politici, en anderen. Wat is dan de beste reactie als je zoiets overkomt? 

De meest natuurlijke reacties op een persoonlijke aanval zijn: vechten, vluchten, bevriezen of onderwerpen.

Vechten. Oftewel de tegenaanval openen lijkt weinig effectief omdat de aanvallen vrijwel altijd komen uit de hoek van links-radicale activisten, van activistische bewegingen met een open of versluierde politieke agenda: radicale postmodernisten, neomarxisten, kritische ras-theoretici, intersectionalisten, woke-people. Rechts reactionaire conservatieven kunnen zich racistisch, antifeministisch of homofoob tonen maar zelden op de plaats waar links-radicalen zich ophouden: binnen de journalistiek, de universiteiten, onderwijsinstellingen, in de kunstwereld, binnen politieke partijen. Men kan absoluut niet verwachten dat links-radicalen bij een tegenaanval het veld ruimen. Dat zou hun ingroup schaden en ze zouden dan hun ingroup moeten verlaten. Of ze worden als ‘ras-, etnische-, of gender-verrader’ betiteld en hun tribe uitgezet, hetgeen hen isolement, status- en gezichtsverlies oplevert. 

Terugvechten door de verdediging in te gaan is nog gevaarlijker. Een bewijs van hun aanklacht vragen, argumenteren, nuanceren en kritische vragen stellen is bij voorbaat al verdacht. Of sterker nog, het is het bewijs dat de radicalist gelijk heeft. (R. DiAngelo, auteur van het vee lverkochte cultboek ‘White Fragility’ stelt dat elke witte man een racist is, en het bewijs daarvoor is zijn ontkenning).

Nog sterker: sommige radicaal activistische bewegingen hanteren hun eigen (Stalinistisch perverse) logica als hen om bewijs van hun beschuldiging gevraagd wordt, want het woord ‘bewijs’ is een ‘witte uitvinding’. Wetenschap überhaupt (zelfs wiskunde en glaciologie) is een ‘repressieve witte mannen uitvinding’! Evenals horloges, lichamelijke handicaps, biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, je kan het zo gek niet bedenken. Een dialoog aangaan is zinloos omdat radicalen de minimale, redelijke dialoog- en argumentatieregels niet met je zullen delen, want dat zijn ‘witte regels’.

Vluchten. Oftewel stoïcijns een beschuldiging negeren, zal de radicalist aanmoedigen om de achtervolging nog verder in te zetten want zoiets wordt gezien als zwakte. En zwakte wekt niet zelden agressie op. 

Bevriezen. Oftewel angstig zwijgen zal geïnterpreteerd worden als een bekentenis, want wie zwijgt stemt toe nietwaar? Ook in dit geval werkt zwakte agressie op.

Onderwerpen is wellicht de gevaarlijkste reactie die je kunt hebben. Onderwerpen door (wel of niet) verplicht mee te doen aan White Fragility Trainingen, Woke-workshops, colleges Critical Race/Gender/Colonial Theory of Incompany Diversity Training. Onderwerpen is ook een verklaring tekenen dat u solidair met BLM, de LGBTQ+ of bij sollicitatie vragen binair moeten beantwoorden: ‘bent u voor of tegen de BLM of #MeToo beweging?’.

Wat te doen?

  • Aangifte doen. Tenminste als er in de zin van de wet sprake is van belediging, smaad of laster, en zeker in het geval van fysieke bedreiging.
  • De werkgever inlichten. Transparante informatie aan de baas geven en om bescherming van de werkplek vragen, liefst publiekelijk of schriftelijk bevestigd. Tenzij de baas al niet zelf een wokie is geworden.
  • Journalisten inlichten. Met name hoofdredacties vragen om (zo mogelijk) fact-checking te doen en de beschuldigers publiekelijk te vragen om onderbouwend bewijs te leveren.
  • Politici inlichten. Hen voorleggen om aan de hand van voorbeelden aandacht te vragen voor de ‘afrekencultuur’ in democratische instituten en bedrijven. Aandacht vragen voor een verandering in wet- en regelgeving waardoor het traceren van anonieme berichten in sociale media mogelijk gemaakt wordt.
  • Follow the money. Onderzoek (laten) doen naar de belanghebbenden die beschuldigers financieren.
  • Humor. Hier ligt een taak voor moedige cabaretiers, standup comedians, politieke cartoonisten, muzikanten (een protestsong doet meer dan een krantenartikel), BNers en andere influencers. 
  • Meldpunten inlichten. De Reclamecode Commissie, Nationale ombudsman kunnen aan de hand van publieksklachten trends inventariseren, hierover publiek mededeling doen en aanzetten tot wettelijke vervolging. (Zie de klachten over het complottijdschrift ‘Gezond Verstand’). Een advocatencollectief zou hetzelfde kunnen doen. 

Critici zijn natuurlijk altijd prima, wat het onderwerp ook is. Tenminste zolang ze zich niet anonimiseren, niet bedienen van drogredenen (vooral van ad hominem argumenten) en bereid zijn hun meningen publiekelijk en met feitelijkheden te onderbouwen en die bij te stellen als er overtuigende tegenargumenten komen.  

Zo niet, dan zal er tegengas gegeven moeten worden om niet terecht te komen in een paranoïde angstcultuur op de werkvloer of überhaupt in een politiek correcte (moreel corrupte) bestuurscultuur waar men niet aan durft te ontsnappen op straffe van persoonlijk leed.

Er is een verschil tussen critici die goed willen doen en critici die goed willen lijken. Die laatsten lijden aan wat filosoof Brandon Warmke* noemt: Moral Grandstanding. Oftewel: zelfverheffende morele opschepperij.

Er is een verschil tussen activistische bewegingen die in hun oorspronkelijke vorm (BLM, 2e generatie feministen, genderactivisten) op veel sympathie konden rekenen en de volledig doorgeslagen, gepolitiseerde, woke-activisten: White Privileges groepen, 3e en 4e generatie feministen, intersectionalisten, Social justice warriors.

Deze laatste groepen lijden aan een extreme en kwaadaardige vorm van identiteitspolitiek, een intimiderende machtspolitiek die een regelrechte ondermijning van de democratische waarden en instituten nastreven, zoals Douglas Murray in zijn boek ‘The Madness of Crowds’** briljant analyseert.

* ‘Grandstanding, the Use and Abuse of Moral Talk’, Justin Tosi & Brandon Warmke, 2020. Ook op youTube: Moral Grandstanding, Prof. Brandon Warmke, 7.18 en 6.51 min.

** ‘The Madness of Crowds’, Douglas Murray, 2020. Aanrader! Ook op YouTube: Douglas Murray

Niet te behappen..

Laatst dacht ik nog es aan dat ouwe filosofische probleem: we voelen ons niet echt thuis in de wereld omdat die niet te behappen is. De wereld is te groot, ze werpt te veel onbeantwoorde vragen op, geeft te veel onbevredigende antwoorden, en laat ons achter met te veel onzekerheden, soms met vertwijfeling. De wereld is te groot om ons op ons gemak te stellen. Te groot voor het lijden en te klein voor geluk. 

Elke diepgaande reflectie op ons bestaan leverde sinds mensenheugenis religies op, filosofische scholen en wetenschap. Maar ondanks dat, werkelijk thuis voelen in de wereld, thuis in dat wat is, dat doet het nog steeds niet. De vraag naar de reden, zin en doel van ons leven, van leven überhaupt, van wat ‘bestaan’ en ‘zijn’ in wezen is, die vragen blijven onveranderd rechtovereind. En het universum zwijgt. 

Als de antwoorden niet te vinden zijn in filosofie, religie en wetenschap dan kun je je nog altijd verdoven voor die existentiële en transcendente vragen, met drank, drugs, tv en shoppen of desnoods een moedwillige dood zoeken. Dieren, planten, organismen en stenen schijnen geen last te hebben van reflectie op hun bestaan, van al te veel bewustzijn. Ze doen gewoon wat ze kennelijk moeten doen. En sinds hun bestaan op aarde doen ze het ook nog aardig goed vergeleken met de mens die nog maar net komt kijken. Nee, dat brein van ons is bepaald geen succes gebleken.

Maar ja, wat moet je? Je kan jezelf niet aan je haren uit het moeras trekken. Dan denk je wel es: hoe zou de wereld van nu er uit zien als we een miljoen jaar geleden nog altijd op die steppe liepen en daarna gewoon waren uitgestorven zoals zoveel menssoorten zijn uitgestorven? Dan zou de wereld wel te behappen zijn.

Narcistische en psychopatische leiders

Beatrice de Graaf (hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen), spreekt in de NRC (4 dec.jl.) over ‘de demonische kracht van het charisma’, over charismatische leiders ‘die vooral van zichzelf houden’, met als voorbeelden Trump, Poetin en Johnson. Indirect verwijst ze naar Baudet en naar Fortuijn, charismatische leiders ‘ter rechts populistische zijde’ en vraagt zich met de historicus David A. Bell af (Men on Horseback, 2020) ‘hoe democratisch dat soort leiders werkelijk zijn’. Volgens Bell zou er sinds eind 18e eeuw een nieuw soort charismatische leider zijn opgestaan: George Washington, Napoleon, Simon Bolivar, heroïsche ‘mannen te paard’, ‘militaire verlossers’. In de meest moderne geschiedenis kan men daar een lange rij aan toevoegen: Mussolini, Hitler, Stalin, Franco, Mao, Pol Pot, Kadhaffi, Saddam Hoessein, Bin Laden, e.a. En minder dodelijk: Erdogan, Berlusconi, Bolsonaro, Loekasjenko, ea.

Zoals goede historici betaamt is hun perspectief op historische leiders analytisch-politiek, met de focus op de maatschappelijke impact van een politieke leiders en hun rol in de internationale machtsverhoudingen. Maar daarmee blijven historici met hun ‘level of analysis’ ook op een abstract niveau hangen. Het drama in de geschiedenis blijft vaak sociologisch conceptueel, het gevloeide bloed blijft statistiek, het geleden slachtofferleed blijft koel en cognitief empathisch beschreven. De beperkte verwijzing naar de persoonlijkheid van dit type heroïsche leiders zit in het woord charisma. Charismatische, populistische leiders die een zeer persoonlijke, betoverende aantrekkingskracht hebben op het volk.

Er is iets aansprekends in hun wijze van speechen, hun taalgebruik, hun lichaamstaal, hun simplistische revolutionaire ideeën en oplossingen voor de grote problemen van hun tijd. Wat er achter dat charisma zit, wat het doet tikken, daar wagen de Graaf en Bell zich niet of nauwelijks aan. En dat is jammer want het is nog altijd de persoonlijkheid en de persoonlijke geschiedenis die in hoge mate bepaalt hoe een mens tegen de wereld aankijkt en daarin handelt. Ook in zijn politieke handelen. In die zin wordt het soort leiderschap in de 19e eeuw niet opnieuw uitgevonden met een opkomend nieuw type charismatisch leiderschap, zoals Bell beweert. Nee, charismatisch/populistisch leiderschap heeft altijd al onder heersers bestaan, alleen de historische context was anders. Men duidde hun gedrag destijds anders omdat er nog geen kennis bestond omtrent persoonlijkheidsleer, psychopathologie en, in het geval van charismatisch /populistische leiders, kennis van de Narcistische en AntiSociale Persoonlijkheidsstoornis(NPS/ASPS) en degenen met sterke trekken daarvan die gewoonlijk worden aangeduid als narcisten en gepsychopatiseerden*.

Moderne historici zouden op zijn minst gebruik kunnen maken van die psychopathologische kennis om inzicht te krijgen in wat een charismatisch populist drijft, onder welke specifieke omstandigheden hij politieke macht kan krijgen, hoe hij zijn hofhouding samenstelt, hoe hij ‘de wonden van het volk’ bespeelt, hoe en met welke middelen hij zijn ingroup- en outgroup-vijanden en als vijandig beschouwde instituten manipuleert, hoe hij zijn persoonscultus ontwikkelt, ed.

Historici doen dat beschrijvende wijze wel maar niet op een verklarende wijze vanuit het psychopathologische mechanisme dat achter het gedrag van de NPS/ASPS-leider steekt: het lege valse zelf, de gecompenseerde minderwaardigheidsgevoelens, het emotioneel-empathisch onvermogen, de ongedifferentieerde en geprojecteerde wrok en wraakgevoelens, het hermetisch onbereikbare en onbeïnvloedbare denksysteem, dat alles wat zijn expressie krijgt in zijn politieke ideeën en handelen. En die ideeën konden wel eens erg weinig te maken hebben met politiek, waarbij politiek alleen het ‘toevallige speelveld’ is waarop de NPS/ASPS zijn psychopathologie uitleeft.

Er zijn vele maatschappelijke velden waarop iemand met een NPS/ASPS kan spelen. Zo zijn er sektarische spirituele leiders (van het type Jim Jones), business leiders (bv. binnen de Lehman-Brothers bank), extreem activistische leiders (bv. binnen de anti-rascisme beweging, zoals R.DiAngelo) die grote persoonlijke en maatschappelijke schade veroorzaakten. En dan is er nog het meer individuele speelveld: het terroristen speelveld, het Hollywood-speelveld, en het speelveld in de kunst-, sport- en mediawereld, elk met hun bekende grandioze iconen. 

Waar Hannah Arendt spreekt van totalitarisme als een politiek systeem zou men met de psychopathologische bril van de NPS/ASPS kunnen spreken van een totalitaire persoonlijkheid met een kwaadaardige politieke spin-off. Waar de Graaf terecht spreekt van het volk als applausmachine voor de charismatisch leider zou men kunnen spreken van het (gewonde) volk in regressie naar de bedrieglijke simpelheid van de NPS/ASPS-leider. Het grandioze, dramatische type NPS/ASPS kan het volk nog wel zien. Maar het ziet niet de andere subtypes: de kwaadaardige gepsychopatiseerde narcist (liegen, bedriegen, stelen, intimideren, manipuleren), de verborgen narcist (‘de wereld ziet mijn voortreffelijkheid niet’) en de communale narcist (‘kijk mij eens goed doen voor de gemeenschap, mensen’). 

De stelling die ik hier verdedig is dat de grootste bedreiging voor de democratie (en misschien wel voor de mensheid) komt van extreem rechts en extreem links, in combinatie met een ‘charismatisch leider’ met een Narcistisch/Antisociale Persoonlijkheidsstoornis of sterke trekken daarvan.

* De taxonomie van de psychopathologie is omwille van het lezersgemak vereenvoudigd. Narcisme kan men zich dimensioneel voorstellen, van gezond narcisme tot het ernstig klinische beeld van de Narcistische persoonlijkheidsstoornis met tussenliggende varianten en mengbeelden. Idem Antisociaal, van lichtelijk onaangepast tot een ernstige Antisociale persoonlijkheidsstoornis.

Zie ook: 

  • Diagnostic and Statistical Manual 5 (DSM5, handboek psychiatrie).
  • Weet je wel wie ik ben? De geschiedenis van de arrogantie’, Ari Turunen, 2011/16, (socioloog, politicoloog).
  • You Tube: Psychiatrist: Donald Trump is dangerous. (dr.L.Cruz,‘A Clear and Present Danger: Narcissism in the Era of Donald Trump).
  • Narcissim vs Narcisistic Personality Disorder (Med Circle).
  • The four Types of Narcissism (dr.R. Durvasula).
  • Webnotities.nl: Trumpgate; Narcistische rovers; Intimiderend en dienend leiderschap.

Onze toekomstige leefomgeving: buiten de grote steden

In tijden van rampspoed vluchten de Rijken naar het platteland. Ook dit jaar ontvluchtten ze de grote steden, toen duidelijk werd dat sprake was van een Corona pandemie op wereldschaal. Overal ter wereld kochten ze goed beschermde buitenverblijven. Maar natuurlijk wel met behoud van hun lifestyle…

De geschiedenis toont echter aan dat ze gelijk hebben. In perioden van grote omwentelingen kunnen mensen zich buiten de grote steden beter handhaven. De ervaring van het afgelopen jaar met de pandemie, de verregaande aantasting van onze aardse leefomgeving, de wereldwijde instabiele politieke en economische situatie, zou voor de vooruitzienden onder ons de aanleiding kunnen vormen proactief ook de grote steden nu al de rug toe te keren en naar de provincie (-steden) te verhuizen.

Ik verwacht sowieso dat de toekomst tot een terugkeer naar kleinere lokale gemeenschappen zal leiden. De grote steden zullen een toenemende bron van sociale chaos gaan vormen. Zoals de Engelse krant de Guardian recent schreef: ‘de pandemie heeft in de grote steden de verarming, de ongelijkheden en de structurele politieke onrust meer dan ooit bloot gelegd’. Teveel mensen, te klein behuisd met te weinig onderlinge sociale verbondenheid. De grote steden zullen in de toekomst daarnaast ook nog gevoeliger worden voor technologische verstoringen, denk aan de elektriciteitsvoorziening, telecom-storingen telefoon en internet, de pin-netwerken van de banken, de afvalverwerking en de distributie en het transport van voedsel.

We zullen in de toekomst allemaal een behoorlijk deel van onze welvaart in moeten gaan leveren binnen een kader van ook nog eens hogere belastingen, minder overheidsvoorzieningen en verdergaande digitale bureaucratisering van de overheid. We kunnen in die situatie buiten de grote steden onze autonomie beter en veiliger behouden, minder consumptief (en minder competitief) wonend en werkend, met een kleinere onvermijdbare ecologische voetprint. Machteloosheid kan dan in ieder geval plaats maken voor actief lokaal handelen.

Ik schets absoluut geen ideaalbeeld, maar een mijns inziens onvermijdbare ontwikkeling. We verkleinen onze eigen leefwereld, maar we krijgen er wel wat voor terug: schonere lucht om te ademen en ruimte om te wonen. We kunnen ons weer vestigen in gemeenschappen met echte mensen om ons heen, in plaats van te leven via beeldschermen in virtuele netwerken. Net als Neo in de film ‘the Matrix’: terugkeren naar een menselijk leven op menselijke schaal in de echte werkelijkheid. Minder individualistisch dat wel. Dat eist echter wel een ruimer denkend toleranter, minder geopinieerd ego en een behoorlijke portie welwillendheid jegens anderen.

De vernietiging van onze leefomgeving (2): Wegkijken kán

Je kunt voor de (toekomstige) werkelijkheid van de wereld, ecologisch en maatschappelijk, steeds weer wegkijken, je ogen helemaal sluiten of over gaan tot de orde van de dag, zodat deze je niet dagelijks lamlegt. Immers, als je te lang in de afgrond kijkt, kijkt de afgrond ook in jou (Nietzsche). Maar door in de afgrond te kijken kun je ook ervaren met welke omstandigheden je in je leven rekening moet houden!

Een aanzienlijke meerderheid van de burgers zal de nieuwe werkelijkheid negeren, ontkennen, lippendienst bewijzen, geen rol in hun dagelijks leven laten spelen of een houding aannemen van: na mij de zondvloed. Kennis leidt niet automatisch tot actie, dat zie je ook tijdens deze Corona crisis. Wat er bijvoorbeeld in de rest van Europa of in Amerika gebeurd speelt nu al nauwelijks een rol in al die semi-lockdown discussies. In Nederland protesteert de horeca nog steeds, in Duitsland gaan zelfs de winkels al weer op slot.

Ten aanzien van de opwarming- en de bedreiging van onze leefomgeving zullen de nationale overheden niet voldoende actie ondernemen (behalve steeds weer nieuwe plannen maken), ook niet in internationaal verband. De macht van de economische partijen en de behoudzucht van de meeste burgers maken dit onmogelijk. De Lobbyisten in hun kostuums, de Boeren met hun tractoren, de Autolobby, de Populisten: iedereen staat klaar om actie te voeren tegen noodzakelijke maatregelen. Moeilijk te reguleren internationale bedrijven zullen marketingtechnisch (pure propaganda) hun straatje groen wassen. Tegen al die behoudzuchtige partijen kunnen geen actievoerders voor een schonere wereld weinig uitrichten.

Tenzij hele drastische maatregelen worden genomen zoals bijvoorbeeld het dreigen met sluiten van de top tien vervuilers in Nederland, zal het grote bedrijfsleven slechts mondjesmaat in technologische oplossingen investeren. En mocht dit te duur worden dan verhuizen die naar een minder ‘veeleisend’ land’. Technologie kan behulpzaam zijn, maar zal ons ook niet redden. Want er is steeds weer de vraag: ‘wie gaat dat betalen’ en de vraag is zelfs of die investeringen zinvol zijn, als er over onze grenzen weinig gebeurd.  

Een bijkomend effect (voer voor populisten) is dat de klimaatverandering en andere vervuiling een permanente extra stroom, nu van klimaatvluchtelingen, op gang zal brengen vooral naar Noord-Europa en Noord-Amerika. De Corona crisis heeft economisch grote gaten geslagen in Zuid Europa. Op dit moment al vertrekken Europese migranten en zelfs geaccepteerde asielzoekers uit het Zuiden naar het Noorden, waar ze werk en betere voorzieningen hopen aan te treffen. De overbevolking in ontwikkelingslanden met klimatologisch escalerende problemen (water- en voedselvoorziening) zal hieraan in belangrijke mate bijdragen. 

We zitten dus als kikkers op een hele grote opwarmende bakplaat. We kunnen persoonlijk daar niet aan ontsnappen, maar wel de hoekjes zoeken waar we nog met enige vreugde en voldoening zelf en met anderen een relatief stabiel leven kunnen proberen te leven. We hebben persoonlijk geen morele plicht om als machteloos slachtoffer de verandering van onze leefwereld te ondergaan.

Vanuit welke optiek dan ook, lijkt de enige mogelijke weg om onze levens in de toekomst vooral in lokale- en regionale gemeenschappen vorm te geven, omdat we alleen op die wijze nog enige rechtstreeks invloed op onze leefomstandigheden zullen kunnen uitoefenen.

Onze leefomgeving (1) – een blik in de toekomst op hoofdlijnen

Vijf jaar geleden sloten de leden van de Verenigde Naties het Klimaatakkoord van Parijs – daarvoor in 1997 het akkoord van Kyoto en in 1992 het akkoord van Rio de Janeiro. In Parijs vloeiden tranen bij hoogwaardigheidsbekleders over de zeer hoge doelen die werden gesteld om de opwarming van de aarde deze eeuw onder de 2 graden te houden. Maar ook ‘Parijs’ zal dit doel niet bereiken. De eensgezindheid tussen de landen is inmiddels verder weg dan ooit. Waar ging het ook al weer over?

Als gevolg van menselijke economische activiteit in de laatste honderd en vijftig jaar vervuilden we als mensen wereldwijd op nauwelijks voorstelbare wijze:

  • de aardse atmosfeer met broeikasgassen en roetdeeltjes;
  • de aardse continenten, het grondwater, de rivieren en de zeeën met afval en kunstmatige chemische stoffen.

We ontbossen de aarde nog altijd en vernietigen overal in de menselijke omgeving op onherstelbare (en onvoorstelbare) wijze de dieren- en plantensoorten op onze planeet.

Door opwarming van de aardse atmosfeer en de afbraak van de ozonlaag met broeikasgassen, hebben we onherroepelijk wereldwijd het aanwezige ecologisch evenwicht van de menselijke leefomgeving verstoord. We zijn wel in staat om dit proces te remmen, maar niet meer om het proces te stoppen.

De uitstoot van broeikasgassen in het verleden (!) zal de komende 50 jaar tot een jaarlijkse gemiddelde temperatuurstijging op aarde (én in de oceanen) leiden die zelfs wel meer dan 3 graden zou kunnen gaan bedragen (lees bijv. Mark Lynas: Zes graden). Alle (politiek al beladen) voorspellingen van wetenschappers zijn constant te laag gebleken. Het blijkt dat de Polen en de ijsgletsjers op de bergen steeds weer sneller smelten dan gedacht. Het smelten van de bevroren toendra’s in Siberië veroorzaakt verdere opwarming van de atmosfeer door vrijkomende methaangassen.  Weerrecords met betrekking tot perioden van warmte, koude, regen, en weer-extremen als orkanen e.d. sneuvelen tegenwoordig jaar in jaar uit.

In gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, zoals in en rond de grote steden, is sprake van constante  luchtvervuiling door uitstoting van industrie en verkeer met fijnstoffen die al ver in de lichamen van mensen, zelfs zuigelingen, zijn doorgedrongen. In die gebieden vormen ook afgesleten rubberdeeltjes van autobanden een continue bron van vervuiling.

In landen met intensieve agricultuur is de grond en het grondwater vervuild met landbouwgiffen en overmatige bemesting van veeteelt. Intensieve dierhouderijen vormen bronnen van specifiek lokale luchtverontreiniging en van ziekteverwekkers in de directe omgeving, vergelijkbaar met de wilde dieren vleesmarkten in China.

Het vasteland en de zeeën worden niet alleen (uitermate zichtbaar) vervuild met plastic, vooral de onzichtbare vervuiling met plastic nano-deeltjes dringt diept door in de grond, het water ( en het menselijk lichaam..) en alle in zee levende organismen.

Olie- en gasboringen, vooral in de vorm van fracking, vervuilen in veel Amerikaanse gebieden het drinkwater van grote delen van de bevolking. Methaan uit de kraan waar je liever geen lucifer bij houdt. De Amerikaanse (en ook de Engelse) overheden garanderen al niet eens meer schoon water uit de waterleiding. Hele gebieden in Afrika en China worden letterlijk vergiftigd (ook de bewoners) door de open delfstofmijnen voor schaarse metalen, nodig voor onze elektronica.

In landen met extensieve agricultuur worden jaarlijks nog miljoenen hectares bos afgebrand voor nieuwe landbouwgebieden. Rond de grote steden in ontwikkelingslanden worden de laatste bomen gekapt voor brandhout, de oorzaak van alles vernietigende modderstromen bij heftige regens. Overal ter wereld wordt de grond qua structuur op een dermate wijze bewerkt dat de biodiversiteit ondergronds verdwijnt. Grond die daarna nauwelijks meer vruchtbaar te maken is zonder kunstmest.

Steeds grotere gebieden in klimatologisch warmere landen hebben te maken met een teveel of te weinig water. In Zuid-Europa, het Noorden van Afrika, het Zuiden van de VS en Australië treft verdroging steeds grotere gebieden. Hetgeen zomers weer de oorzaak is van steeds vaker uitbrekende nauwelijks beheersbare bosbranden.

De stijging van de zeespiegel, stormen en slagregens hebben veroorzaken al frequent grote overstromingen. In Nederland is oppervlaktewaterbeheer altijd een intensieve kerntaak van de overheid geweest, maar zelfs in Westerse landen zijn overheden niet in staat de gevolgen van wateroverlast op te vangen (bijv. aan de kusten van Amerika en de heuvelgebieden in Zuid Engeland)

Door de klimaatveranderingen en de wereldwijde handelsstromen verschuiven de territoria van dieren en raakt ook de ecologie van de micro organismen op drift. Vogels uit Zuid Europa en Afrika trekken nu al naar voedselrijkere opgewarmde leefgebieden in het Noorden. Insectensoorten, bacteriën en virussen uit Zuidelijke en Oosterse gebieden op de wereld verplaatsen zich nu ook naar het Noorden en het Westen.  

Al  je een fotoboek zou maken van 2000 pagina’s om de zich rond de mens ontwikkelende ecologische ramp op volle schaal te tonen, dan nog zijn we als individuele mensen niet in staat te beseffen wat er de komende 50 jaar staat te gebeuren. Je ziet dat aan de verbijsterde gezichten van burgers bij hun afgebrande woningen in Californië en Australië.

In internationaal verband lijken bovenstaande ontwikkelingen in onze leefomgeving niet meer te stoppen. De vraag is dan: hoe moet je je  als individu tegenover deze bijna apocalyptische ontwikkeling verhouden?