Spinoza: de mens handelt meestal niet adequaat

De mens is zijn begeerte (behoeften) schreef de 17e-eeuwse Portugees-Nederlandse filosoof Spinoza. Hij beschreef de 56 ‘affecten’: emoties / gevoelens, die de mens kan ervaren in zijn omgeving en in zijn contacten/handelen met anderen, als afspiegeling van het in positieve of negatieve mate voldoen aan zijn sociale en materiele begeerten

De begeerten, het willen, is in de kern grotendeels gericht op de dagelijkse voedsellusten, op het verwerven van seksuele partners, op status binnen de hiërarchische orde van de groep en op materieel bezit. Wellicht zou je beter kunnen stellen dat buiten de drang tot pure overleving zoals bij andere dieren, voor de menselijke soort status (mede op grond van bezit) de weg naar de meeste en beste seksuele partners mogelijk maken – de ingebakken drang in alle levende wezens in de evolutie.

Ieder mens is dag en nacht bezig is met andere mensen. Zelfs als hij of zij eet of drinkt en slaapt (dromen). De mens handelend als sociaal dier vormt de kern van zijn dagelijks doen en laten. De omgang met wereldse natuur en – materie is in ieders denken volstrekt ondergeschikt aan – en slechts functioneel ten behoeve de relaties en interacties met andere mensen. Menselijke ideeën, filosofieën, kennis- en wetenschap, waarden en normen: niets heeft enige betekenis voor wie dan ook buiten het kader van zijn of haar relatie met andere mensen. Ons handelen, onze kennisverwerving, onze overtuigingen (ook de religieuze!), wat we belangrijk vinden en de normen voor ons handelen, onze politieke opinies, dit alles is volstrekt ondergeschikt aan de regels van de groepen waartoe we (willen)behoren. We zijn vrij, maar niet autonoom.

Spinoza noemde ons dagelijks handelen inadequaat als we merendeels gevoelsmatig handelen op basis van onze momentane materiele en sociale behoeften, hetgeen hij de oorzaak noemde van de meeste dagelijkse menselijke problemen en het menselijk lijden in het algemeen. Door kennis te verwerven en meer volgens de rede (redelijk) te handelen, zo stelde hij, verbeter je je eigen leven (en dat van anderen). Je gaat ´adequater´ handelen en ervaart grotere tevredenheid met je dagelijks doen en laten.

Spinoza’s filosofie vraagt om een ‘sceptische’ levenshouding. Het vraagt om voortdurende twijfel over kennis en waarheden die je worden voorgeschoteld. En tegenwoordig vooral twijfel over zo ongeveer alles wat je als waarheid op internet wordt voorgeschoteld: wie zegt het, waarom wordt dit nu op dit moment gezegd, welke belangen zijn er bij dit ‘nieuws’, deze informatie, voor de auteur in het geding, welke overtuiging wil men mij aansmeren, welke angst wil men zaaien, welke emotie in mij raken. Zeker in deze corona-tijd heb je als mens dagelijks een gezonde dosis scepsis nodig.

Wat is van waarde?

Niemand van ons heeft een ‘objectieve’ kijk op de wereld, ook wetenschappers niet. We observeren onze omgeving en onze relaties met anderen op ieder moment vanuit een perspectief van waarde / waardering, positief of negatief, naargelang de mate waarin de interactie aansluit bij onze persoonlijke behoeften en onderliggende gevoelens en emoties. We kunnen niet anders.

Op de website kritischehouding.nl wordt een overzicht gegeven van 365+ positieve waarden, kwaliteiten, op basis waarvan we onze interactie met de wereld en de mensen om ons heen observeren, beoordelen en (be-) handelen. Link.  De lijst is alfabetisch en bestaat zowel uit kwaliteiten van mensen als waarden welke we in de wereld nastreven. Je kunt alle kwalificaties omkeren naar hun negatieve zijde. Iemand is meer of minder betrouwbaar. De woonomgeving meer of minder veilig.

Jonathan Haidt, een befaamde Amerikaanse sociaal psycholoog, stelde vast hoe de verschillende wereldwijde culturen te vertalen zijn naar kernwaarden, denkbeelden die we maatschappelijk delen en welke de basis vormen voor ons maatschappelijk handelen. Hij komt tot 6 wereldwijde basisbeginselen.

Traditionele waarden:

  • Loyaliteit aan gezin, familie en de groepen waar een mens deel van uitmaakt. De meest duivelse zonde in deze is ‘verraad’.
  • Rechtvaardigheid. Ieder heeft recht op het zijne, op zijn of haar leven, op een waardige behandeling, op een aandeel in de maatschappij. Het kwaad in deze is bedrog en machtsmisbruik. Al in het oude Rome onderwerp van vele wetten.
  • Zorg voor de ander. Empathie. Heb uw naaste lief, help de ander, zorg dat de ander niets kwaads overkomt. Gastvrijheid: neem de vreemdeling op in uw huis.
  • Autoriteit. Gehoorzaamheid aan het gezag dat we zelf boven ons gesteld hebben. Dat gezag mag niet ondermijnd worden.
  • Heiligheid en Traditie. Het onaantastbare. Dat wat niet ter discussie mag staan. Dat wat we gezamenlijk beleven als het hogere. Ontheiliging van het heilige is letterlijk een doodzonde.

Daarnaast zijn de belangrijkste Westerse waarde sedert de Verlichting:

  • Vrijheid om het eigen leven te leven naar eigen overtuiging. De mens met de zijnen moet zelf in vrijheid vorm kunnen geven aan ‘the pursuit of happiness’, evenwel zonder de ander in zijn of haar vrijheid te belemmeren. Onderdrukking is het kwaad. Bestrijd dus het kwaad van de machtigen en de gewelddadigen.

Naar mijn mening dienen er tegenwoordig voor het Westen nog twee waarden aan toe te worden gevoegd, voortkomend uit onze protestants-christelijke historie:

  • Gelijkheid. Ieder mens dient in de groepen, waar hij of zij deel van uit maakt, gelijkelijk als lid van de groep behandeld te worden. De basis voor de democratische Rechsstaat.
  • Werk. Werken voor ons brood in het zweet van ons aanschijn. Voor jezelf en de jouwen behoren te zorgen. Veel geld verdienen. Maatschappelijk nuttig bezig zijn. Want ledigheid is des duivels oorkussen.

Al deze kernwaarden worden vooral in de westerse samenlevingen volgens Haidt verschillend beleefd door groepen van mensen. De praktische invulling zorgt voor de politieke tegenstellingen tussen conservatieven, liberalen, sociaaldemocraten. Werken, voor jezelf zorgen, weegt voor een conservatief bijvoorbeeld zwaar: de maatschappij behoort niemand financiële bijstand te verlenen, tenzij het echt niet anders kan. En dan nog liever hulp van buren dan van de overheid.

In onze postmoderne geïndividualiseerde neoliberale samenleving van de afgelopen 25 jaar ligt de nadruk maatschappelijk vooral op de waarden: vrijheid, gelijkheid en werk. Belangrijke persoonlijke waarden in ons huidige tijdgewricht zijn volgens Kinneging zgn. Vitale waarden: gezondheid en voeding, lichamelijke esthetiek, actief zijn, succes hebben (vaak vertaald als veel geld verdienen), geluk vinden en spiritueel bewustzijn.

Voor een noodzakelijke persoonlijke aanpassing aan een veranderde wereld zullen we ons persoonlijk af moeten vragen welke waarden eigenlijk onze absolute prioriteit hebben.

Het verraad aan de rede in kafkaiaanse tijden (2)

Het gaat goed mis met het vrije denken en de vrije meningsuiting. Nog even en bij elk ‘verkeerd woord’ of ‘foute grap’ word je uitgemaakt voor racist, seksist, misogynist, xenofoob, homofoob en doe je aan micro-agressie, haatpraat, exclusiviteit, marginalisering, etc. De straf die er op staat is met de nek aangekeken worden, publieke vernedering, fysieke bedreiging, uit je werkpositie geplaatst worden, zelfs ontslag. 

Van huis uit ben ik nogal nuchter van aard maar de bovenstaande alarmerende feitelijkheden vinden dagelijks en op grote schaal plaats in de VS, Canada, Engeland, Australië en in toenemende mate ook in allerlei niet-Engelstalige landen. Verontrustend. Het is aan de orde van de dag binnen universiteiten en andere onderwijsinstellingen, binnen grote en kleine bedrijven, binnen de kunst-, de journalistieke en politieke wereld. En ik maak me sterk dat ook in Nederland onder de radar iets dergelijks gaande is. In minder extreme vorm weliswaar, maar toch, het komt niet zelden voor: je mond niet meer open durven doen, je afzijdig houden, geen kritische vragen stellen, je terugtrekken binnen de eigen gelijkgestemde kring uit angst de hel over je heen te krijgen van je kennissen of collega’s. En niet te vergeten: je wordt op Twitter, Facebook en in de reguliere media afgebrand, zeker als je een publieke functie heeft. Enigszins herkenbaar?

Als je de ontwikkelingen in de VS volgt, dan spreken veel intellectuelen van ‘een dreigende burgeroorlog, een bizarre (bijna Maoïstische) culturele revolutie, een frontale aanval op de redelijkheid en genuanceerdheid, op waarheidsvinding, op feitelijkheid, op het gezonde verstand’. Kortom op de logica, de wetenschap en het kritisch denken zelf. Nog niet overtuigd? Ok, dat is prima want als kritische denker moet je je nooit te snel laten overtuigen. Eerst gaan onderzoeken, erop studeren en vooral met empirische ogen blijven observeren naar wat mensen in dit verband meemaken. 

Wat is er toch gaande, waar komt al die sociale onrust, die rellerigheid vandaan? 

Het eigenlijke probleem gaat een paar lagen dieper dan de kwesties racisme, seksisme, en klassendiscriminatie. Die kwesties zijn een symptoom geworden van een onderliggende zgn. post modernistische filosofie die sinds enkele tientallen jaren voet aan de grond lijkt te krijgen. Ze heeft haar diepste wortels in de zgn. Frankfurter Schule (Adorno, Marcuse, Horkheimer, ea.), een filosofische stroming uit de jaren 30 van de vorige eeuw (en eigenlijk nog dieper, bij Hegel, Marx, Weber, ea.).

Het idee ontstond dat er geen objectieve werkelijkheid buiten ons bestaat, dat er slechts taal bestaat waarmee wij alle werkelijkheid in ons hoofd construeren. Begrippen als waarheid, werkelijkheid, realiteit en feiten zijn slechts een sociaal construct, een taalbedenksel. En als de werkelijkheid slechts gezien wordt als een taalproduct, losgeweekt van de empirische wereld, dan heeft dat ingrijpende consequenties: degenen die als groep er in slagen een dominante taalcultuur neer te zetten oefenen daarmee macht uit op andere groepen die daar niet in slagen.

Macht wordt daarmee het centrale meta-filosofische begrip, het dogma, de enig juiste lens waardoor alle sociale verhoudingen gezien moeten worden. De verhouding man/vrouw, blank/gekleurd, hetero/LHBTQ, staat/burger, wetenschapper/gelovige, het is allemaal een kwestie van onderdrukker versus onderdrukte. En dus zullen de onderdrukten de dominante begrippen, geconstrueerd door de witte heteroseksuele dominante man in zijn witte dominante westerse cultuur, moeten deconstrueren. En vervolgens worden nieuwe contrabegrippen in een eigen vocabulaire aangelegd om een tegenmacht te ontwikkelen. En dat doen ze ook: ‘white supremacy, white privilege, diversity, misogyny, gender inequality, toxic masculinity, equity, white fragility, patriarchal hierarchy, social justice’, etc. En daarnaast moet het niet bij woorden blijven. Er is activisme nodig, strategisch en tactisch activisme. En dus wordt er door de Social Justice Warriors fel geprotesteerd, binnen de universiteiten, voor de rechtbanken, politiebureaus, musea, overheidsgebouwen, kortom overal waar de ‘systems of power’ zichtbaar zijn. En de Twitter en Facebook-platforms zijn een snel en machtig communicatiemiddel om geslachtofferde mensen op de been te krijgen. 

Wat we historisch zien is een transformatie van de oorspronkelijke filosofische ideeën van de Frankfurter Schule (1930) naar de zgn. Post Moderne Filosofische School van de deconstructivisten (mn. Derrida, Foucoult, 1960) en nog later naar de huidige school van de zgn. Kritische Theoretici.

Vervolgens splitsen de Kritische Theoretici zich weer uit ten behoeve van een onderdrukte doelgroep: Critical Race Theory, Post Colonial Theory, Intersectional Theory, Radical Feminism and Gender Theory, Queer Theory, White Fragility Theory, etc. Die studiegebieden worden inmiddels gedoceerd op vele Amerikaanse en Europese universiteiten. En soms als volstrekt gecorrumpeerde fake-wetenschap ontmaskerd (YouTube: ‘The Grievance Study-Affair’; Lindsay, Pluckrose & Boghossian, 2020).

Wat is het doel van deze activisten? Dat is zelfs de meeste linkse en rechtse critici van deze stroming (bijv. B.Shapiro, J.Peterson, J.Lindsay, B&E. Weinstein, S.Harris, H.Pluckrose, ea.) onduidelijk omdat alle ‘power structures’ weliswaar afgebroken moeten worden maar er wordt geen enkel nieuw alternatief opgebouwd. Wat wel duidelijk is dat de activisten (hun altijd ontzegde) macht willen, en tegelijkertijd een volstrekt egalitaire, democratische samenleving zonder machtsverhoudingen waarvoor eerst de bestaande samenleving volledig moet worden afgebroken. Dat doet vermoeden dat er een onduidelijke cultureel-revolutionaire agenda bestaat, van een neomarxistische snit, zoals die er ook al was bij de Frankfurter Schule en de vroege Kritische Theoretici. Sommige critici spreken daarom van ‘een paard van Troje’-beweging. Een activistische beweging die ver voorbijgaat aan het gewone, nuttige racisme-, gender- en discriminatiedebat.

Wordt er tegengas gegeven aan deze activisten? Jawel, maar dat is wel uitermate moeilijk als je al snel gestigmatiseerd wordt als racist, seksist, etc. en gebullyed en getwittermobt wordt zodra je een kritische vraag stelt. Sinds Robin DiAngelo (sociologe en witte frontrunner van de Amerikaanse antiracismebeweging) in haar bestseller-cultboek ‘White Fragility’ stelt dat elke blanke per definitie een racist is, en elke tegenspraak daarvoor het bewijs is, moet je erg oppassen voor je reputatie, je werkplek, je baan en je hypotheek.  

George Orwell schreef in 1945 ‘Animal Farm’ en Franz Kafka in 1915 ‘Der Process’, geniale romans die een huiveringwekkende paranoïde, dystopische sfeer ademen. Met een profetische blik?!

Het verraad aan de rede in tijden van chaos

Eigenlijk kun je beter zeggen: het verraad aan de Redelijkheid omdat het begrip Rede vaak te zeer geassocieerd wordt met ‘verstand, als pure logica, zonder gevoel’. Redelijkheid is meer geassocieerd met ‘verstandigheid, als de uitkomst van verstand en gevoel’, als paard en ruiter in samenwerking. 

Een voorwaarde om ‘redelijk’ te zijn verondersteld in de eerste plaats ‘eerlijkheid’ bij het ‘waarheid spreken’. En de waarheid spreken veronderstelt dat men uitgaat van ‘de feitelijkheid van iets’, en hier zit de knoop. Men kan een kaal feit, bv. het huidige weer (zonnig, 25 graden), altijd op verschillende niveaus bekijken: die van de boer, die van de vakantieganger, de terrasexploitant, de meteoroloog, etc. Waarheid spreken betekent dus bereid zijn bij eenzelfde geobserveerd feit ‘het niveau van analyse’ (of betekenisgeving, interpretatie) duidelijk aan te geven. En bij een meningsverschil over wat waarheid is, het niveau van analyse van een opponent als legitiem te erkennen.

In het meest ideale geval is een waarheidsspreker iemand die zelf in staat is zijn mening over wat waarheid is op alle denkbare niveaus van analyse aan te geven, om daarmee zijn mening zo volledig mogelijk te onderbouwen. Maar dat blijft een ideaal: een boer is immers niet tegelijk ook nog een terrasexploitant, meteoroloog en piloot. Sterker nog, het is zelfs een ideaal om te veronderstellen dat een expert een volledige waarheidsspreker kan zijn, vooral als zijn terrein uitermate complex of controversieel is.

Dat is een reden waarom men op complexe kennisgebieden in teams werkt, om zoveel mogelijk nuttige analyseniveaus te genereren en om blinde vlekken, autoriteitsdenken en kennismisbruik door een enkele expert te voorkomen. Wetenschapsteams, en de wereldwijde wetenschappelijke gemeenschap waarin ze zijn ingebed, hebben een ingebouwd zelfcorrigerend vermogen dat dwingt tot redelijkheid. Een expert kan hooguit een gerespecteerde, gezaghebbende woordvoerder van die gemeenschap zijn maar zal in zijn eentje het hele complexe veld (met soms honderden wetenschappelijke publicaties per dag) niet kunnen overzien. Wat de expert wel kan is eerlijk zijn, eerlijk over datgene waarover in binnen die wetenschappelijke gemeenschap consensus bestaat en die dus door de buitenwereld uiterst serieus genomen moet worden.

Maar wat een discussiant redelijkerwijs niet kan doen is die andere de mond snoeren om hun mening uit te spreken (bv. over het klimaat, racisme, seksisme, globalisme etc.). In een redelijk debat mag men dus niet ‘de zonde van het weglaten’ begaan. De imperatief van een redelijke discussie is niet alleen de waarheid spreken, maar de waarheid te spreken, de hele waarheid en niets dan de waarheid.

Redelijkheid in een serieuze conversatie is de optelsom van eerlijk zijn, de feiten kennen, de context van de feiten kennen en het niveau van analyse van de feiten kunnen benoemen en andere mogelijke niveaus van analyse noch bij zichzelf noch bij een opponent willen uitsluiten of weglaten. De waarheid mag dan meervoudig zijn, maar de eerlijkheid is enkelvoudig. En de waarheid claimen is iets anders dan de waarheid spreken.

Dit als intro voor het volgende probleem dat mi. één van de grootste bedreigingen van onze tijd is: de polarisering van opvattingen over ‘de werkelijkheid’ cq. ‘de waarheid’ en het schreeuwende gebrek aan een ‘redelijke discussie’ in de publieke mediale ruimte.

Die polarisering speelt zich op een zeer breed terrein af:

  • populistisch-links tegenover populistisch-rechts (politiek niveau);
  • zwart tegen blank (cultureel niveau);
  • gelijkheid tegenover ongelijkheid (ideologisch niveau);
  • have tegenover have-not’s (economisch niveau);
  • religie tegenover atheïsme (filosofisch niveau);
  • aangeboren tegenover aangeleerd (wetenschappelijk niveau);
  • klimaatontregeling tegenover ontkenning van klimaatontregeling (wetenschappelijk niveau);
  • inclusiviteit tegenover exclusiviteit (niveau identiteitspolitiek);
  • hoge cultuur tegenover lage cultuur (ideologische niveau);
  • hetero tegenover LHBTQ (niveau identiteitspolitiek).

Het polariseringsgevaar is nog betrekkelijk onschuldig wanneer die zich afspeelt als felle discussie in de media maar niet meer als ze daadwerkelijk fysieke consequenties heeft in de buitenwereld. In Amerika is dat het duidelijkst zichtbaar: rellen met miljoenen schade (bv. Charlottesville, Minneapolis, Seattle, NY, LA); het opheffen en ombouwen van het politieapparaat (bv. Minneapolis-, Baltimore-PD), het verwijderen van universitaire docenten (bv. het Evergreen-college incident), het staken van wetenschappers (bv. #ShutdownSTEMacademia-beweging); het ontslag van journalisten (bv. NY Times), tienduizenden vermijdbare Covid19 doden en het fysiek bedreigen van gezondheidswerkers (anti-lockdown beweging), ed. Dat snijdt erin.

Opgeteld lijkt het een aanhoudende aanval op vrijwel alle overheidsinstituten, de wetenschap, de journalistiek, sommige kunst en cultuurinstituten en ze is zichtbaar langs het hele links/rechts politieke spectrum. Deze protest trend is in de VS begonnen en de eerste tekenen dat die overwaait naar het Europese continent zijn al zichtbaar:

  • verbodsovertredende actievoerders tegen de Corona noodwet en het RIVM (viruswaanzin-beweging);
  • het bekladden van musea, standbeelden en straatnamen (antiracisme beweging);
  • het framen van politieoptreden (contextloze videobeelden op sociale media);
  • het ernstig bedreigen van openbare bestuurders (burgemeesters, gemeente ambtenaren, politici);
  • het bedreigen en denigreren van wetenschappers (P.C.Emmer, J.Peterson, ea.);
  •  het beschadigen van 5G masten waarbij obstructie van hulpdiensten, ed. 

Het voorliggende probleem is niet dat er veel maatschappelijke, zeer hete hangijzers zijn, maar het fenomeen polarisatie zelf. Oftewel de vervuiling van de ‘redelijke discussie’ waardoor de hete hangijzers oeverloos en onoplosbaar worden en in geweldadigheid uitmonden. Als het redelijke gesprek verdwijnt, dan blijft de confrontatie in de straat over. En die confrontatie van op zich vredige demonstranten, tegendemonstranten en politie kan zeer snel en zeer gewelddadig escaleren (en is niet alleen simpelweg te wijten aan relschoppers).

Je vraagt je af: wat is een ‘redelijke discussie’, zijn daar ‘redelijke regels’ voor? (Ja) Welke factoren kun je aanwijzen die ‘de redelijkheidsregels’ in de weg staan? (Ja, minstens tien). Daarover de volgende keer meer. 

Zwart-,wit-,geel-,rood- en gemengd-racisme

Ga me nou niet vertellen dat er geen racisme onder moslims bestaat in Nederland (lees: H.Cengiz, de Correspondent, 300620). En dat er gelukkig geen grootschalige slavenhandel meer bestaat (zoals in het islamitische Mauritanië; Google NRC/Standaard/CNN/VPRO). Dat er geen Hindoestaans racisme onder creoolse Surinamers zou bestaan, geen Japans racisme tav. Koreanen, geen Chinees racisme tav. Afro-Amerikanen, geen racisme tussen de Zuid Amerikaans-inheemse volkeren en de Spaans-Amerikaanse bevolking, enz. En vertel me ook niet dat racisme uitsluitend een postkoloniaal effect is. Lees (en huiver)!

Een gewone algemene ontwikkeling en culturele belangstelling, enige historische kennis en de buitenlandse politiek een beetje volgen, plus niet meer dan 5 minuten Googlen en u weet: racisme is van alle tijden, van alle volken, op alle continenten, tot en met vandaag de dag (voor een aardig overzicht lees: M.Peulen, Vrij Links,140620). En, wat mij betreft, als je binnen één minuten niet 10 verschillende vormen van discriminatie kan opnoemen wordt het tijd om bij te scholen.

We hebben in Nederland zeker wat te doen aan racisme en discriminatie maar bedenk tegelijkertijd wel dat Nederland een van de minst racistische landen ter wereld is. Het antiracismedebat is inmiddels een platvorm geworden waarop allerlei ideologische en commerciële groeperingen zich luidruchtig verdringen om er hun voordeel mee te doen:

  • Black Live Matters. Oorspronkelijk een sympathieke Amerikaanse antiracisme beweging die inmiddels gekaapt dreigt te worden door Black Transgender Women beweging, (volg: -Dark Horse Podcast- van Dr.B.Weinstein/Dr.H.Heyen, die met een scherp analytisch mes de identiteitsideologie binnen de wetenschaps-, politieke-, kunst- en onderwijswereld zichtbaar maken). Inmiddels is BLM een volledig amorf ‘alt-left’ gepolitiseerd propagandabedrijf geworden waar vele zwarte intellectuelen afstand van nemen.
  • Bedrijven en adverteerders. Bedrijven die met goede maar ook opportunistische bedoelingen zich afficheren als antiracistisch waardoor andere bedrijven impliciet gedwongen worden hetzelfde te doen want zwijgen, negeren of genuanceerd reageren is op straffe van beschuldiging van racisme geen optie meer.
  • Musea. De museale wereld staat bedrijfsmatig onder grote druk, zeker na de coronacrisis. Meegaan met de politiek correcte mainstream is een elegante manier om te overleven. Goede of slechte bedoelingen doen daarbij helemaal niet ter zake, elk teken van twijfel of nuancering omtrent de historische, culturele of politieke betekenis van hun ‘koloniale/racistische/ discriminatoire collecties’ kan je de kop kosten.
  • Kunst. Standup comedians (de kanaries in de maatschappelijke mijn) kunnen zich grappen op en over de rand niet meer permitteren. Hardop zeggen wat grote delen van de bevolking niet meer durven zeggen is taboe en kost je je carrière. Hetzelfde mechanisme geld in de filmindustrie, de podiumkunsten, de beeldende kunst en de muziekwereld. Opnieuw: goede of slechte bedoelingen doen niet ter zake, het activistische racismedebat houdt de kunst in gijzeling, zeker in de VS. En wat in de VS gebeurt waait vroeg of laat over.
  • Politieke partijen. Er is geen politieke partij die zegt zich soms aan racisme te bezondigen, zelfs niet de PVV, DENK, FvD. Prima, daar zullen we hen aan houden. Ik geef toe niet erg nauwgezet de Kamerdebatten te volgen maar krijg wel de indruk dat het aan een gebalanceerde racisme/discriminatie discussie ontbreekt. En dat er taboe-onderwerpen zijn: de roep om koloniale herstelbetalingen, het ophitsende gevaar van het framen van zgn. politiegeweld op YouTube, het hardop benoemen van politiek racistische landen waarmee contact wordt onderhouden, een gedetailleerde rapportbespreking over het volstrekt gecorrumpeerde overheidssysteem in de overzeese gebiedsdelen en de chanterende ‘antikoloniale houding’ van hun bestuurders, ed.
  • Antiracisme Influencers. Popartiesten en andere BN’ers, gekleurd en blank, spelen via de reguliere en de social media een belangrijke en vaak wel sympathieke beïnvloedingsrol in het racisme debat. Vrijwel altijd speelt een mediagesprek met gekleurde deelnemers zich op een louter emotioneel en zeer eenzijdig en persoonlijk niveau af. Is men bang dat nuancering, contextkennis en hand in eigen boezem steken een verkettering van de eigen gekleurde peergroep oplevert? Ik denk het wel, want een uitsluiting door de eigen gekleurde identiteitsgroep is vele malen pijnlijker dan die van de ‘blanke tegenparij’.

Peergroup-bias, peergroup-pressure, cognitieve dissonantie, het Dunning-Kruger effect (geen weet hebben van eigen incompetentie), racisme en schuldprojectie, het zijn allemaal psychologische mechanismen die aan beide zijden van de zwart-wit discussie de redelijkheid in de weg staan en die tot zeer ongewenste overshoot-reacties leiden.

  • Media. Over de rol van de media wil ik kort zijn omdat er in deze -Webnotities- al vaak genoeg over geschreven is. Onafhankelijke media bestaan niet en dat is op zich ook geen probleem zolang men maar niet beweert het wel te zijn. Maar meer en minder objectieve media bestaan wel. Media worden door de dagelijkse (onderbuikse) online polarisatie en de mediaconcurrentie gedwongen een zeer korte reactietijd te hanteren, want elke twitterstorm en viraal gegane YouTube video is nieuwswaardig. Weg objectiviteit, weg factchecking, hoor en wederhoor, contextonderzoek, degelijke redactiediscussie. Geen tijd. Dat is wat klokkenluiders van de dagbladmedia langzamerhand over hun journalistieke cultuur naar buiten durven brengen.

In dit verband een aanrader om te lezen, over de grensvervaging tussen de social media, technologie en politiek, over de complexiteit en ‘de nieuwsfabricatie’ in de journalistiek: ‘Antisocial, Online Extremists, Techno-Utopians, and the Hijacking of the American Conversation’, Andrew Marantz, 2019. (Marantz is een journalist bij The NewYorker)

  • Onderwijshervormers. Niks mis mee dat lagere en middelbare schoolboekjes meer aandacht besteden aan de horror’s van de koloniale tijd en de na-effecten ervan in de huidige tijd. Ik hoop alleen dat het hele slavernijprobleem door de eeuwen en alle continenten heen in al zijn aspecten genuanceerd neergezet wordt (inclusief de vele doden die vielen onder de witte voorvechters van de afschaffing van de slavernij).

Een ander mi. uiterst verontrustend fenomeen is de aanval van links extremistische bewegingen op wetenschapsinstituten. Vele universiteits-besturen en docenten in de VS moeten de laatste jaren voor hun baan vrezen als ze niet een cursus antiracisme doorlopen (de zgn. witte wasstraat) om zich ‘te bevrijden van hun onbewust racisme’ en publiekelijk hun ‘wit racistische schuld’ bekennen. Onderwijsprogramma’s moeten nauwgezet op racistische bewoordingen worden doorgelicht, herschreven of verwijderd en allerlei gender-specialistische studies werden toegevoegd (waarbij gender gezien wordt als een non biologisch, non evolutionair, sociaal construct, oorspronkelijk bedacht door patriarchaal dominante witte wetenschappers). Sterker nog, de moderne wetenschap zelf zou racistisch zijn, evenals de Verlichting waarin ze haar historische wortels heeft. Een bizarre ontwikkeling, het einde van de vrije wetenschap, het vrije denken en spreken en onderzoeken. En het begin van sektarische zuiveringen die doen denken aan de tijden van Mao.

De diepe onderliggende filosofische laag bij deze ontwikkeling (die sinds de jaren 70 van de vorige eeuw gaande is) wordt briljant weergegeven in een korte YouTube video(s) door Helen Pluckrose: ‘Fighting Postmodernism from the Left’. Aanrader! Kortom: de wereld zit heel wat ingewikkelder in elkaar dan de Critical Race and Gender Activists je willen doen geloven. Ik maak me zorgen omdat ik ditmaal niet denk dat het allemaal wel weer over zal waaien. En zeker niet als het kritisch denken aan zelfcensuur gaat doen

Woke en Woorden

Via ‘Woke’ acties moeten we allemaal wakker worden, ons bewust worden van ons eigen discriminatieve denken en handelen. Van onze eigen gedragingen waarbij we als witte mensen bijvoorbeeld discrimineren naar huidkleur, geslacht, etnische achtergrond en  seksuele voorkeur. Waarbij we ons bewust moeten worden van onze koloniale – en patriarchale geschiedenis en daarvoor alsnog verantwoording moeten afleggen.

Over discriminatie en racisme schreef ik eerder twee artikelen (link). Over de ´Woke’ acties nog niet. Ik heb daar geen enkel probleem mee, zolang ze niet op rellen, vernieling en plundering uitdraaien. Maar zoals bij soortgelijke maatschappelijke acties, vraag ik me af hoe effectief deze zijn. Behalve enige demonstraties in de buitenlucht, lopen de acties vooral via Internet. In mijn beleving een uiterst passief actiemiddel. Want het is iets te gemakkelijk om het woke-geloof te belijden via enige getypte woorden van bijval. Je hoort er dan wel bij, maar je hoeft er verder niets voor te doen.

Verder zie ik dat veel van die internet acties zich concentreren op het fanatiek tot stand brengen van censuur via internetzwermen en virtuele heksenprocessen. Wat anderen niet meer mogen denken, zeggen, schrijven of onderwijzen. Wie goed is of slecht. Wie uit de geschiedenis moet worden verwijderd (Note bene: Woodrow Wilson, de grondlegger van de Verenigde Naties, de Volkenbond in de jaren twintig). Een materiele maar vooral virtuele beeldenstorm, zoal in België en Nederland in de 16e eeuw en Byzantium in de 7e eeuw.

Wie censuur predikt, zal onvrijheid oogsten. Maar precies omgekeerd aan de verwachting. Zie in het verleden het Duitsland van Hitler, het Rusland van Stalin. Zie alle autoritaire ontwikkelingen om ons heen in de Oost Europese landen, Turkije, Rusland etc.  en in Amerika en China.

Effectieve Woke acties vereisen geen censuur. Dat gaat alleen maar over de vorm en de woorden. Ze vereisen goed georganiseerde maatschappelijke acties met concrete doelen en eisen. Binnen de Gemeenten en de Provincies, binnen de maatschappelijke organisaties en politieke partijen en richting het parlement. En dat is domweg heel veel ondankbaar werk en duurt jaren. Kijk naar de arbeidersbewegingen in het begin van de twintigste eeuw. De gevestigde maatschappelijke- en economische machtsorde krijg je niet echt in beweging via internet, behalve voor de vorm. Behalve via goedkope belijdenissen met de mond, via een incidentele persverklaring of advertentie, of een weggehaald beeld. En via zelfcensuur. Want ieder bedrijf dat wat aan de Woke generatie wil verdienen houdt zichzelf wel in, is opperst voorzichtig met reclame-uitingen.

Ik ben bang dat dit weer de zoveelste kortdurende ‘rave’ zal worden, wegens gebrek aan tijd en werk van drukbezette momentane activisten. Maar die censuur, daar zit ik wel over in en over de ´newspeak´ die van ons allen vereist wordt.  Puur Orwelliaans. All these little internetbrothers are watching you.

Die is gek (2)

Ik ben maar gestopt met het doorspitten van al die artikelen rond Willem Engel (leidsman van de #viruswaanzin beweging). Gestopt met het verzamelen van al die bizarre uitspraken, verdachtmakingen, hyperbolen, doodoeners en bedekte zelfverheffingen. Ze passen perfect in het profiel van complotdenkers en kwaadaardige narcisten. Je kan om ze lachen maar toch zijn het gevaarlijke mensen die zeer veel persoonlijke en maatschappelijke schade en onrust teweeg kunnen brengen (neem Trump maar als iconisch voorbeeld).

Een gemakkelijke tegenwerping is dat je iemand nooit op zijn persoon(lijkheid) moet bestrijden (het ad-hominem verbod); altijd op de bal en niet op de persoon blijven spelen. Met die grondregel ben ik het hardgrondig eens want drogredeneringen (en dat zijn er opgeteld nogal wat) versluieren, misleiden en zetten je op het verkeerde been, ook al is er niet altijd sprake van een bewuste bedrieglijke intentie.

Met het ‘psychiatriseren van personen’ als middel om iemands geloofwaardigheid te ondermijnen moet je erg oppassen, zelfs als je denkt: die kon wel eens dement, psychotisch of verslaafd zijn. In die gevallen heb je een expert nodig die onderzoek doet om vast te stellen of iemand toerekeningsvatbaar, wilsbekwaam of gewoon crimineel is. Een narcist/psychopaat zal zo’n onderzoek nooit toestaan, tenzij door justitie gedwongen en zelfs dan kan geweigerd worden. En ook al heeft iemand een vastgestelde psychiatrische diagnose dan maakt dat hem/haar nog niet direct ongeschikt voor het uitoefenen van een beroep of onverantwoordelijk voor zijn/haar uitspraken.

Toch zou ik een uitzondering willen maken op het ad-hominem verbod voor in ieder geval twee diagnoses: de Narcistische en de Antisociale Persoonlijkheidsstoornis (in de volksmond: psychopaat). En dan wel in een context waarbij er sprake is van een publieke functie of een leiderschap met grote verantwoordelijkheden voor werknemers of volgelingen van welk soort dan ook.

De reden daarvoor is dat een belangrijk kenmerk van narcisten en psychopaten hun structurele bedrieglijkheid, misleiding en manipulatie is, en dat is niet gemakkelijk zichtbaar als je er geen neus voor hebt. Er zijn meerdere typen narcisten: het ‘groteske-type’ en het ‘criminele-type’ herken je achteraf nog wel. Maar op het ‘covert- en het bestuurders type’ moet je echt even studeren en een neus voor ontwikkelen. Zelfs de neus van de gezaghebbende psychopatenspecialist psycholoog R.D. Hare liet hem in een onbewaakt ogenblik wel eens in de steek (lees: ‘Snakes in Suits’, P. Babiak, R.D.Hare, 2016)

Het is psychiaters en psychologen verboden om een psychiatrische diagnose te stellen als je een persoon niet in onderzoek hebt gehad. Maar in de VS negeerden ze het wettelijke en het beroepsverbod massaal in het geval Trump, omdat ze het hun maatschappelijke verantwoordelijkheid vonden de bevolking te waarschuwen tegen de rampen die Trump nationaal en internationaal zou gaan veroorzaken (lees:‘The dangerous case of Donald Trump’ Bandy X. Lee, ea.,2017). Er werd niet naar hen geluisterd (zoals er zo vaak niet geluisterd wordt naar experts die al jarenlang waarschuwen voor klimaatverandering, lucht-, grond- en watervervuiling, ontbossing, virusuitbraken, ed.)

De narcist en de psychopaat vertonen een gesloten denksysteem, een fort met een groot arsenaal aan leugens en halve waarheden, brainwashtactieken, schuldprojectie, (emotionele) chantage, etc. Een onneembaar fort, zelfs voor forensische behandelexperts in het geval een narcist/psychopaat veroordeeld wordt. Als je het fort binnengaat ben je reddeloos verloren. Er zijn heel wat mensen die psychisch, financieel en maatschappelijk kapot zijn gegaan aan maligne narcisten/psychopaten, en niet zelden ook letterlijk dood.

En er zijn heel wat volken die onder een narcistisch/psychopathisch leiderschap uitgeroeid, gemarteld, uitgeput en uitgebuit zijn. Het heeft geen enkele zin, sterker nog het is gevaarlijk om met hen in gesprek te gaan, zoals je ook geen kaartspelletje speelt met een notoire valsspeler. Door gedurende langere tijd te letten op iemands emotionele reacties, denkpatronen, zijn intieme gedrag, publieke daden en uitspraken kan wel degelijk het profiel van een narcist/psychopaat zichtbaar worden. En dan moet je wel op de man spelen en niet meer op de bal. Of nog beter…. waarschuwen niet aan het spel te beginnen want u gaat niet alleen verliezen maar u blijft met een gebroken arm achter. Op het Malieveld. En denkt dan later….die rattevanger was gek.

De menselijke rationaliteit is beperkt

Over Immanuel Kant’s 2e vraag: ‘wat is de mens?’ zijn inmiddels hele bibliotheken vol geschreven. In mijn visie is de mens:

  • Een beperkt rationeel wezen: veelal denkend in oorzaak en gevolg op basis van geobserveerde feiten,
  • Dat fysiek uiterst kwetsbaar is en biologisch bepaald alleen maar in groepen kan leven,
  • Met een enorme verbeeldingskracht omtrent toekomstige mogelijkheden en handelen,
  • Maar ook met  perspectivische inbeelding over de werkelijkheid op basis van verlangens, gevoelens en onderliggende emoties.

Welke beeld je van de mens (en dus van jezelf) hebt is uitermate belangrijk voor je persoonlijke keuzen en handelen. Als je de mens als puur rationeel ziet, dan verwacht je eigenlijk dat anderen ‘net zo rationeel’ als jij zullen handelen. De berekeningen van jouw ‘spreadsheet’ zullen volgen. Maar dat zal bijna nooit het geval zijn.

Beperkt rationele wezens doorzien lang niet altijd de feitelijke oorzaak en gevolg relatie van gebeurtenissen, ook niet bij hun plannen voor de toekomst. Daarvoor heb je enerzijds veel kennis en ervaring nodig en anderzijds moet je je persoonlijke motieven en emoties onderkennen. Beperkte rationaliteit verklaart ook de moeite bij keuzebeslissingen als er teveel keuze alternatieven zijn. Of als keuzen teveel verlies (emotionele pijn) veroorzaken .

Je mens-zijn, je persoonlijkheid wordt gevormd vanuit je genen en de invloeden vanuit je directe sociale omgeving, vanaf je geboorte. Er is zelfs sprake van een wisselwerking tussen je fundamentele externe beïnvloeding en je genen (die gaan uit of aan). Die fundamentele invloeden vertalen zich uiteindelijk zelfs volledig van hoofd tot voeten in je biologische processen: hoe je beweegt, wat je observeert (ziet), wat je perceptie is van de wereld om je heen, hoe je je voelt, wat je spanning bezorgt.

Geen enkel mens heeft dus een ‘objectieve’ blik op de wereld zoals hij of zij die ervaart. Tussen subject en object ligt in de observatie altijd een relatie van waarde / waardering, positief of negatief, naargelang de mate waarin de situatie aansluit bij zijn of haar persoonlijke behoeften en onderliggende emoties. De filosoof Pirsig noemde deze relatie de ‘kwaliteit’ welke een mens aan iedere momentane observatie of ervaring toekent.

Als we ons moeten aanpassen aan een nieuwe wereld zullen we ons dus in de eerste plaats onze eigen beperkte rationaliteit moeten realiseren en onze gevoelsmatig gedreven perspectief van de wereld, dus vooral welke waarden, kwaliteiten, ons leven betekenis geven.

We weten niet wat we niet weten

We gaan als mensheid hoogmoedig prat op de menselijke kennis en de daarop gebaseerde technologie. Maar we beseffen als mensen nauwelijks hoeveel we eigenlijk niet weten, dus komende bij Kant´s eerste vraag: wat kan ik weten?

Een van mijn favoriete filosofische auteurs is de Brit Bryan Magee. Hij schreef prachtige boeken over filosofen, waaronder een beroemd boek over Schopenhauer.

Magee is dit jaar overleden (89). In het jaar voor zijn dood heeft hij nog een klein boekje geschreven: Ultieme vragen. Kleine filosofie van leven en dood. Dit indrukwekkende werkje is zijn levenstestament met prachtig maar eenvoudig geformuleerde uitspraken over wat we kunnen weten.

Magee is altijd een echte Kantiaan gebleven. Wat kun je weten over de werkelijkheid. Wat is waarheid en welke betrekking heeft waarheid op vragen als ´hoe te leven´ en ‘schoonheid’. Hoe moet je tegen Religie aankijken ( ´… geen aandacht aan schenken, behalve antropologisch’). In de tweede helft van zijn leven is hij ook nog een aanhanger van de taalfilosoof Wittgenstein geworden, zij het met de nodige bemerkingen. Overal legt ook Magee relaties tussen kennis en taal.

Magee toont wetenschappelijk methodologisch aan hoe beperkt de huidige kennis van de mensheid over de wereld om hem heen is, ondanks alle verregaande  publieke pretenties van wetenschappers.

De materiele wereld (de aardse en kosmische) zullen altijd maar beperkt onderzocht kunnen worden op grond van het feit dat veel verschijnselen eenvoudigweg door de mens niet observeerbaar zijn. We zien niet wat we niet kunnen waarnemen.

Ook zal de kennis van complexe, door vele oorzaken in wisselwerking interacterende, verschijnselen beperkt blijven omdat het testen van theorieën eenvoudigweg onmogelijk is. Weer en klimaatverschijnselen, het functioneren van het menselijk brein en het menselijk bewustzijn, we kunnen slechts de uiterlijkheden onderzoeken. Juist daarom doorzien we de effecten van menselijk handelen op onze leefomgeving nauwelijks. Ook niet hoe we nieuwe virussen over onszelf afroepen.

Magee’s inschatting is dat we tot op heden nog niet eens 1 procent wetenschappelijke kennis hebben verworven over de aardse en menselijke werkelijkheid. We weten niet wat we niet weten. En dat zal wel altijd zo blijven.

Als we meer doordrongen raken van wat we als mensen allemaal niet echt weten (in plaats van afkeer te tonen voor wetenschappers die het niet met elkaar eens zijn), kunnen we leren onzekerheid over heden en toekomst standaard als onderdeel van ons leven te beschouwen. En die houding hebben we in de komende jaren van crisis zeker nodig.