De wereldeconomie op drift

Wereldwijd is de economie op drift, vooral de prijzen. Planbureaus doen voorspellingen, maar die blijken achteraf steeds weer weinig realistisch. Wie voorspelde de bizarre stijging van de prijzen van olie en gas?

De standaard economische modellen werken in de huidige situatie niet. De inflatie-indexen zijn sowieso al jaren ’te laag’ ingesteld. Ze meten een lage inflatie die weinig met de werkelijkheid van de burger te maken hebben, bijvoorbeeld de kosten van wonen. De werkloosheidsindexen daarintegen meten burgers als niet-werkloos als ze voor enige uren per week een of ander flexbaantje hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar in de huidige situatie zeggen al die standaard ‘indicatoren’ nauwelijks nog iets.

De mondiale economie was erop ingericht om zo weinig mogelijk voorraden aan te leggen. Voor voorraden heb je kapitaal nodig voor gebouwen en de investeringen in de voorraden zelf. De logistieke ketens werden om reden van winstmaximalisatie superefficiënt ‘just in time’ ingesteld. Bedrijven wenden liever zoveel mogelijk kapitaal aan om aandeelhouders (en topmanagers) te belonen.

De Coronapandemie heeft de wereldwijde logistieke ketens ontrafeld. De produktie van grondstoffen, halffabricaten en eindproducten is tijdens de lockdowns fors afgeschaald. Het opnieuw op gang brengen van produktie en vervoer bleek minder eenvoudig dan gedacht, mede door de ontregeling van havens in China en India. De politieke spanningen tussen China en Amerika hebben de produktie- en wereldwijde levering van goederen tegelijkertijd nog verder ontregeld. Rusland en de Opec-landen proberen daarnaast hun economische schade van de afgelopen twee jaar in te halen door de olie- en gasprijzen hoog te houden.

Het transport per zee wordt gedomineerd door twee grote containermaatschappijen: het Deens Maersk en het Chinese Cosco. Met steeds grotere zee-reuzen verzorgen deze het zeetransport tussen India, het Verre Oosten en de Westerse wereld. De prijs van zeevervoer per container is in een jaar meer dan vertienvoudigd. Door gebrek aan grondstoffen, halffabricaten (micro-chips!) en eindproducten zijn veel produkten ook nog eens niet leverbaar, waardoor onder andere de autoproductie in Europa bijna is stil gevallen.  Maar bijvoorbeeld ook het verschijnen van nieuwe boeken door gebrek aan papier.

De onduidelijke economische situatie is voer voor speculanten die met bijna gratis geleend geld dit voorjaar termijncontracten afsloten voor zeevervoer en olie/gas. En op dit moment hun onvoorstelbare winsten kunnen uittellen. Energie-slurpende bedrijven (bijv. aluminium) leggen hun productie nu al stil. Speculanten droegen in de geschiedenis altijd al bij aan chaotische economische taferelen. Zoals al jaren regeert dus de financiële sector ook in deze situatie met een overvloed aan geld de echte economie.

We weten dus dat sprake is van grote tekorten in het aanbod en een grote inhaalvraag naar produkten, terwijl in Europa als gevolg van de pandemie tevens sprake is van ontregelde arbeidsmarkten, onder andere door het vertrek van arbeidsmigranten en de Brexit.

Veel economen proberen ons gerust te stellen dat slechts tijdelijk sprake is van een  hogere inflatie, dat die grijze neushoorn met langdurige hoge inflatie echt niet komt aanstormen. Ze vergeten dat het kapitalistisch systeem in het verleden altijd onevenwichtigheden uitbuitten om woekerwinsten te behalen. En dat prijzen van consumentengoederen bijna nooit dalen. Er is zeker een behoorlijke kans dat gedurende enige tijd sprake zal zijn van hoge inflatie, maar hoe lang dat gaat duren? 

Hoe erg de prijsstijgingen de komende maanden en jaren zullen worden is niet te voorspellen. Ongeacht ‘koopkrachtplaatjes’ zullen burgers in het Westen hun uitgavenpatroon drastisch zien veranderen. Burgers met vaste inkomsten in de vorm van pensioenen of andere uitkeringen zullen hun eerste levensbehoeften nauwelijks meer kunnen vervullen,  hetgeen zeker in Zuid- en Oost Europa sociale onrust zal gaan oproepen. De politici roepen om maatregelen, maar zullen uiteindelijk waarschijnlijk water naar de zee blijken te dragen.

Nog geen peil te trekken op het verloop van de pandemie

De eerste onzekerheid die nationaal en internationaal nog steeds een enorme invloed heeft op het verloop van toekomstige (inter) nationale gebeurtenissen is de Corona-pandemie. Hoe deze zich verder ontwikkelt is simpelweg niet te voorspellen, ook niet door wetenschappers.

Er zijn wel mogelijke scenario’s gemaakt en de Westerse landen bereiden zich voor op een derde vaccinatieronde dit najaar en de komende winter. Maar het overgrote deel van de wereld beschikt niet eens over de vaccins om haar bevolking überhaupt in te enten. Het risico is nog levensgroot aanwezig dat nieuwe virus varianten (zoals bij de derde golf de Delta variant) tot ontwikkeling komen en zich wereldwijd verspreiden. Zelfs ‘eilanden’ als Australië en Nieuw Zeeland bleken de grenzen niet absoluut af te kunnen dichten.

Er zijn wel een aantal factoren aan te wijzen die nog enige jaren aan de heroplevingen van de pandemie kunnen bijdragen:

  • De winterperiode is in aantocht waarin de bevolking in Noord-Europa en Amerika zich meer binnenshuis- en gebouwen beweegt zonder voldoende ventilatie.
  • Er is sprake van maatschappelijke vermoeidheid om persoonlijk gedrag in te perken om verspreiding van het virus te voorkomen. Velen gaan weer terug naar het ‘oude’ normaal. Veilige gedragingen: het fysiek afstand houden, het gebruik van mondkapjes en regelmatig testen, beginnen al af te nemen.
  • Een nieuwe golf onder jonge kinderen en gebruikelijke maar nu heftiger winterse influenza uitbraken zullen extra bijdragen aan sociale- en economische verstoringen.
  • De overheden hebben veel van hun financiële ruimte verbruikt en zullen niet gemakkelijk weer nieuwe economische steunprogramma’s optuigen.
  • De bedrijven, ook de reisindustrie, oefenen permanent zware druk uit om Corona beperkingen op te heffen.
  • Landen nemen heel verschillende Corona maatregelen op verschillende tijdstippen vooral gericht op economisch herstel; in Europa is al sprake van grote verschillen (Oost Europa en Groot Brittannië). Zo loopt onder andere de vaccinatiegraad in Engeland en de Verenigde Staten ver achter bij West-Europa.

Uiteindelijk zal het enige criterium voor nieuwe maatregelen nog slechts de overbelasting van de nationale gezondheidszorg worden. Oversterfte door Corona (en niet behandelde ziekten!) zullen op de koop toe worden genomen.

We weten dus niet wat ons nog te wachten staat de komende jaren in de nog steeds voortwoekerende wereldwijde pandemie. We weten wel dat fysiek zwakkere- en oudere burgers maar het best zo goed mogelijk op zichzelf moeten blijven passen, ondanks hun verlies aan ‘vrijheid’. De rest van de bevolking zal qua Corona overkomen wat ze overkomt, ook de anti-vaxxers.

Wel kun je concluderen dat – zolang de pandemie voortwoekert- er sprake zal blijven van grote wereldwijde economische verstoringen. En die verstoringen blijken al veel groter te zijn dan algemeen verwacht.

De toekomst is uiterst onzeker (1)

In de huidige fase van de menselijke geschiedenis ontbreekt enige stabiliteit in te rechtvaardigen verwachtingen omtrent de toekomst, zowel maatschappelijk als persoonlijk.

Die onzekerheid wordt veroorzaakt door de gevolgen van het in het verleden losgeslagen kapitalistisch liberalisme, van het Westerse ideologische individualisme, de wereldwijd ontstane nieuwe maatschappelijke  chaotiserende rol van de sociale media, alsmede de gevolgen van de Covid-pandemie. Die vier factoren hebben nu wereldwijd enorme politieke, economische en sociale gevolgen, waarvan de uitkomsten op geen enkele wijze door analyses op feitelijke basis kunnen worden voorzien.

Politicologen (*)  karakteriseren tegenwoordig mogelijke toekomstige ingrijpende gebeurtenissen met dierennamen:

  • De olifant in de kamer, waar we omheen blijven kijken alsof die niet bestaat;
  • De aanstormende grijze neushoorn, die we niet willen zien aankomen;
  • De zwarte zwaan die onverwachts landt en chaos creëert;
  • De drakenkoningen die plotseling als vanuit de hemel een vernietigend vuur over (een deel van de) wereld storten.

Wetenschappelijke analyses en toekomstvoorspellingen hebben alleen enige validiteit als sprake is van een doorwrochte theoretische basis en de mogelijkheid risico’s in relatie tot de toekomst te kwantificeren. Maar de menselijke wereld is inmiddels een groot mondiaal netwerk waarin gebeurtenissen worden veroorzaakt door non-lineaire niet kwantificeerbare verbanden en door de effecten van natuurlijke- en sociale entropie (de altijd aanwezige kracht naar wanorde en chaos). Daarnaast: grote gebeurtenissen vinden meestal niet vaak plaats en zijn bijna nooit te voorspellen.

Even wat voorbeelden:

  • De olifant die we al lang in de kamer hadden kunnen zien staan is de maatschappelijke vernietigende invloed van de sociale media, gerund door op winst beluste economische monopolistische tech-machten.
  • De aanstromende grijze neushoorn, waar wetenschappers al jaren voor waarschuwden was een wereldwijde pandemie van nieuwe virussen.
  • De financiële crisis van 2008 werd gezien als een ‘blackswan’ gebeurtenis. Wellicht dat de huidige volstrekt onduidelijke economische chaotische situatie wereldwijd, in de toekomst ook als zodanig zal worden gekarakteriseerd.
  • Las Palmas werd korgeleden het slachtoffer van een drakenkoning. De uitbarsting van de Cumbre Vieja vulkaan (na 50 jaar in ruste) maakt de hele toekomst van het eiland volstrekt onzeker.

In de komende columns wil ik verder ingaan op de huidige onzekerheden in de toekomstige wereldwijde gebeurtenissen.          

 (*). Zie onder andere het boek ‘Rampspoed’ van de Engelse historicus Niall Ferguson.

Wat we geloven bepaalt de toekomst – Slot

De filosofie van de op technologie en winst gerichte wetenschap van de Verlichting, de rationele nuttigheidsfilosofie over menselijk geluk (= maximeren plezier minus pijn; leuk-niet-leuk), de Ik-gerichte filosofie van de Romantiek en de ontwikkeling van het wereldwijde neoliberale kapitalisme is een uitermate giftige cocktail gebleken. Letterlijk, want we hebben onze aardse leefomgeving ermee verpest. We hebben 2500 jaar Europese beschaving achter ons gelaten als niet relevant. Immers ons leven is maakbaar en plan-baar als je maar genoeg je best doet. Wij zijn immers niet meer – als de generaties voor ons – regelmatig onderhevig aan zwaar menselijk lijden. Althans niet in ons land.

Een waardenloze vrijheid heeft het zielloos volgen van de menselijke begeerten van het individu tot norm voor geluk gemaakt. De erotische begeerten: bezit en vermogen, lifestyle huizen, gewenst uiterlijk (fysieke operaties en kleding), ervaringen (reizen etc.) en seks: alles te vertalen in geld in een ongekend consumentisme. De thymotische begeerten: status, roem en grote macht over anderen. Alleen nog vertaalt in geld. Er is geen  enkele norm of voorbeeld meer tot matiging van die begeerten. Vrijheid betekent dat alles is toegestaan, zolang het niet letterlijk in strijd met de wet. De menselijke neiging tot conformiteit zorgt ervoor dat iedereen dezelfde richting uit blijft uit rennen.

De 7 Christelijke hoofdzonden van weleer, het gedrag waarmee mensen zelf het kwaad in de wereld brengen: Hoogmoed, Hebzucht, Wellust, Gulzigheid, Afgunst, Woede en Onverschilligheid zijn ideologisch goedgekeurd onderdeel van onze hedonistische levensstijl geworden. ‘ Greed is good’ is de filosofie van de would-be miljardairs geworden. Het hoogste Christelijke gebod van de vroeger normerende beschaving: de Liefde en de Naastenliefde (Heb uw naaste lief als uzelf) is ouderwijds ‘gezeik’ geworden. 

Voor onze neoliberale overheid, de commerciële bedrijven en de sociale media zijn wij mensen nog slechts een ‘homo economicus’, die makkelijk verleid  kunnen worden tot…… Mensen met alleen maar verlangens naar materiele goederen en opwindende ervaringen en diensten. Mensen die volgens onze bestuurlijke technocraten tot het kwade geneigd zijn: door hebzucht en fraude, tot achterbakse misleiding van anderen, die anderen als middel gebruiken tot…, door pure kwaadwilligheid jegens anderen. Doodgewoon respect voor enigerlei menselijke waardigheid is verloren gegaan, zoals bij de Belastingdienst, of bij de NAM in het aardbevingsgebied van Oost-Groningen.

We zijn in termen van Spinoza’s ethiek teruggevallen op pure egocentrische emotionele inbeelding over het goede van onze eigen handelingen, en het kwade van het gedrag van anderen. Onze ego-identiteit staat geen kritiek meer toe. Waarheid is relatief en persoonlijk geworden. Kennis en verstand spelen persoonlijk nog maar een kleine rol, laat staan een waar inzicht in het Zelf en de Anderen om ons heen.  

Onze kernwaarden zijn individuele vrijheid en gelijkheid in een democratische samenleving. Maar vrijheid waartoe (behalve doen waar je zin in hebt)? Gelijkheid in welk opzicht, op wat voor manier (behalve de abstracte eis op zich)? Democratie? Leiden onze rechten en verkiezingen nog tot enige verandering? Naar een samenleving die meer gestoeld is op sociale rechtvaardigheid? Naar het accepteren van de urgente acties die nodig zijn om ook nog wat aardse leefruimte voor toekomstige generaties te behouden?

Door wat we geloven, wat we als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen, zijn we de afgelopen 25 jaar heel veel kwijt geraakt. Ethiek en moraal is tegenwoordig een specialisme van deskundologen of van supermoralisten. We worden opgejaagd door radicale uitersten, daarbij de ervaringen van de dodelijke 20e eeuw vergetend. Zoals de schrijfster Renate Rubinstein noteerde: waar een radicaal collectief is, is er ook altijd een volkscommissaris om mensen uit die groep in een mal te dwingen.

Ieder van ons is als mens uniek,  maar als mensen, als de soort homo sapiens, zijn we allemaal dieren die op dezelfde wijze functioneren. Alleen onze ideeën over de wereld verschillen en die ideeën hebben tegenwoordig vooral betrekking op onszelf: het verlangen naar datgene wat in ons leven ontbreekt. De genetische ingebouwde moraal van de kleine groepen jagers verzamelaars van weleer past niet meer in een groot stedelijke omgeving, maar we conformeren ons net als toen nog wel grotendeels aan anderen.

Volgens Aristoteles is het recept om met weinig stress gelukkig te kunnen leven: voldoende inkomen, een goede partner, een paar goede vrienden, een betekenisvolle dagbesteding, een redelijke gezondheid. Maar om je gelukkig te kunnen voelen moest je, volgens de oude Griekse filosoof, jezelf wel trainen in het beheersen van je menselijke begeerten: door matig te zijn in je fysieke lusten (eten, drinken, seks), in je begeerte naar bezit en in je streven naar roem en status. Moet je leren om respectvol om te gaan met andere mensen en anderen rechtvaardig te behandelen. Om matig en rechtvaardig te leren zijn en evenwichtig te blijven in stressvolle situaties heb je kracht nodig. En dit alles lukt je slechts als je via je verstand en je ervaringen de wijsheid verwerft, die een dergelijke volwassen levenshouding vereist. Maar zijn eeuwenlang gevolgde recept is losgelaten.

Mensen veranderen hun gedrag pas als de gevoelde emotie tot verandering sterker en diepgaander is dan de emotie tot behoud wat van wat is. Dat stelde de Nederlandse filosoof Spinoza in de 17e eeuw. Maar ik zie die verandering nog niet komen. Wij willen onze lifestyle behouden, ook al is die voor een groot deel van de wereld niet bereikbaar en ook al zal die materieel ook nooit meer voor al die anderen bereikbaar zijn, de aardse leefomgeving laat dat niet meer toe. Een relatief klein aantal kan alleen nog pogen naar het rijke Westen te migreren, desnoods zwemmend.

In Europa heerste in de periode 1950-2000 meer dan 50 jaar vrede – na 2 wereldoorlogen en de grootste moorddadigste dictaturen ooit. Die periode leek een toppunt van groeiende beschaving met hoge verwachtingen. Maar dat tijdvak bleek een afwijking, een uitzondering. De geschiedenis gaat nu gewoon door daar waar ze gebleven was in 1914. Dansend op de vulkaan, nu tijdens dance-events, terwijl vele nieuwe bedreigingen de hele wereld letterlijk in lichter laaie zullen kunnen gaan zetten.

We wonen in een gaaf land (wat we geloven 10)

Velen geloven in deze uitspraak van onze eerste minister. Wat er niet zo gaaf aan is, willen we liever niet horen of lezen of klikken we weg.

In de afgelopen 25 jaar zijn er een aantal zaken maatschappelijk diepgaand veranderd. Voor de jonge generaties is het allemaal niet zo tof, tenzij je ouders hoogopgeleid, goed verdienend en redelijk vermogend zijn. Dus als je uit een geprivilegieerde achtergrond komt.

  • We voeden al die kleine authentieke ikjes niet meer op, want ze moeten zichzelf ontwikkelen. Hun gedragsvoorbeelden vinden ze daardoor nu grotendeels op de sociale media. Terwijl jonge sporttalenten eindeloos moeten trainen, zijn we vergeten dat alle kinderen en jonge mensen training nodig hebben, training om frustraties te overwinnen, door te zetten, met verdriet en tegenslag om te gaan, in respectvolle sociale omgang, noem maar op.
  • Het gebrekkige onderwijs heeft jonge mensen beroofd van hun taligheid, hun rekenend inschattingsvermogen en hun parate kennis over de wereld, theoretisch en praktisch. Diploma’s zijn alleen nog gericht op de verwachte beroepspraktijk, die steeds meer nieuwe extra gespecialiseerde sub-diploma’s vragen. Dit mede omdat in het secundair en hoger onderwijs de normen kwalitatief steeds lager zijn geworden wegens financiële eisen aan het onderwijsrendement.
  • Het hoger onderwijs is voor jongeren inmiddels ook tot bedrijfsmatige investering verklaard. Met een studielening als investering moet je je toegang tot de veel-verdienende klasse zelf maar zeker zien te stellen.
  • De rolmodellen voor jongeren zijn virtuele gemarkete reclamebeelden geworden van superrijke megasterren en – sportmensen. De beelden op het internet hebben de individuele verbeelding van jongeren omgezet in weinig realistische inbeeldingen van wat blijkbaar voor iedereen mogelijk moet zijn, ook voor hen (o.a. een goed gebeeldhouwd lijf). Sywert van Lineden was wat dat betreft geen uitzondering: succes begint allereerst in de Media.
  • Jongeren worden geperst in een extravert, creatief en vooral assertief keurslijf. Want  ze moeten succesvol worden in hun werk op basis van hoge prestatiemaatstaven door bereid zijn hard en al concurrerend te werken vanuit een positieve ambitieuze levenshouding. Een langere periode van economische onzelfstandigheid moet ze daar rijp voor maken, rijp voor vele jaren: ‘druk, druk, druk’. De ‘verlengde’ pubertijd dient meestal dan ook niet voor extra vorming (hooguit een tussenjaartje reizen), maar voor het nieuwe hedonisme: feesten, alcohol en drugs.
  • Jonge mannen zien al vroeg het voorbeeld van de superrijken. Ze hebben weinig intellectuele interesses meer en geen andere ambitie dan veel geld verdienen. Ze kijken bij voorbaat al neer op een gewone baan en spreken al vroeg over verdienmodellen. Ze hoeven geen verantwoordelijkheid als man meer te dragen. De niet bekende ander is concurrent of als middel in te zetten voor eigen doelen. Vaste relaties met een partner worden zo lang mogelijk vermeden, want mogelijk zijn er nog betere partners te vinden om een ‘powercouple’  mee te kunnen vormen.
  • Jonge vrouwen zijn bevrijd van het paternalistische juk van hun grootmoeders, vrij om economisch zelfstandig te zijn. Maar meer dan voorheen opnieuw slaaf gemaakt van een maakbaar operabel uiterlijk, van mode, feministische ideologie en weinig stabiele relaties. Er wordt van hun verwacht dat ze een moederschap feilloos kunnen combineren met werk en dan niet half time. En daarna nog met de mantelzorg voor familieleden.
  • Het krijgen van kinderen wordt inmiddels gemiddeld al zo lang uitgesteld, dat überhaupt op een gewone manier kinderen krijgen steeds problematischer is geworden door de met de leeftijd afnemende vruchtbaarheid van vrouwen en mannen. Volgens een recente studie is de kwaliteit van het sperma van mannen in stedelijke samenlevingen door allerlei oorzaken sinds 1985 gehalveerd…
  • Het vergrote ego van ouders is inmiddels aanleiding tot vele dure, langdurige en vernietigende vechtscheidingen rond bezit en rechten. Een uiterst slecht voorbeeld voor hun lijdende kinderen. 
  • Wonen op meer dan 25 m2 is een kostbare investering geworden, die concurrerend moet worden verworven met schulden, die de binding met het economisch systeem in beton gieten.
  • De geïnflatteerde authentieke ego’s hebben via internet de maatschappij gespleten in oppervlakkige netwerken van gelijkgestemden zonder tegenspraak. Van progressieve supermoralisten tot duistere criminele verbanden. Het maatschappelijk middenveld is verdwenen. Alles wat voorheen vanuit vrijwilligersorganisaties werd geregeld is nu alleen nog op zakelijke wijze mogelijk: ‘professioneel’ en met noodzakelijke geldschieters.
  • Een relatief klein maar uiterst luidruchtig deel van de bevolking lijdt aan supermoraliteit. Ze voeren cultuuroorlogen over maatschappelijke  opvattingen, seksuele oriëntatie, huidskleur en wit privilege, vooral tegen oudere witte mannen. We moeten inmiddels onszelf censureren op taalgebruik en onze opvattingen. We moeten onze geschiedenis met andere ogen bekijken. Kunst, cultuur en hoger onderwijs zijn er inmiddels geheel van doordrongen. Ze vechten tegen discriminatie, tegen ongelijkheid: maar welk soort gelijkheid willen ze eigenlijk bereiken? Immers ook voor de minderheden vormen de economische, niet de culturele discriminatie de grootste hindernis.
  • Rechts reageert agressief op deze ‘cultuur-marxisten’ en vecht letterlijk voor vrijheid. Vrijheid om niet lastig te worden gevallen met progressiviteit en migranten. Maar voor welke positieve vrijheid strijden ze eigenlijk?
  • De individualistische maatschappij van nu kent weinig gemeenschappelijke verbindende waarden meer. Een gezamenlijke moraal in de publieke ruimte is strijdig met vrijheid. En dus is er de dagelijkse opwinding, aangejaagd door de media, van schandalige tweetjes (ook al zijn ze 15 jaar oud), boven water gekomen ‘feiten’ over beroemdheden, of over auteurs wiens boeken of stukken niet eens gelezen of begrepen zijn. Het cancelen gaat dag en nacht door.
  • De verliezers van de concurrentie staan er vaak alleen en verloren voor. Burn-out, depressie, eenzaamheid alom. Met als oplossing: internet therapie, horden beschikbare commerciële coaches en mindfulle spiritualiteit. Er is weinig empathie meer, buiten het eigen gelijkgezinde netwerk. Meelevendheid is voornamelijk virtueel geworden, een seconden like-je of een minuutje tweeten of mailen.
  • Mensenrechten wereldwijd staan al helemaal niet meer in de belangstelling, behalve met wat goedkope afkeurende berichtjes, terwijl wereldwijd grote moordpartijen aan de gang zijn en de gevangenissen en kampen zich vullen. Terwijl door de vernietiging van de leefomgeving mensen overal ter wereld op drift raken. Zelfs van de schrijnende arbeidsomstandigheden van migranten in eigen land word gewoon weggekeken.
  • Noch de bestuurders van dit gave land, noch de geprivilegieerde elite blijken bereid (en al helemaal niet in staat) om afdoende en tijdig de noodzakelijk urgente maatregelen te nemen tegen de escalerende problemen in onze leefomgeving. De moraal wordt voldoende gesteund met een gas-loze keuken, een warmtepomp of een belasting gesubsidieerde Tesla voor de deur. Ze geven daarmee het maatschappelijk voorbeeld, waardoor ook de beneden modale burgers zullen weigeren klimaat maatregelen te accepteren.

Nee, we lijken niet meer op het land van 25 jaar geleden. Maar toen hadden we wellicht ook nog niet marketeers die ons wilden laten denken dat we in een gaaf land woonden.

Wat we met werk verdienen, dat ‘verdienen’ we ook (wat we geloven 9)

De belangrijkste van de verschillende dagelijkse rollen van een individu binnen zijn verschillende maatschappelijke netwerken vormt zijn of haar Werk binnen een economisch systeem van private ondernemingen en vrije markten.

Werk heeft in Noordwest Europa een andere geloofslading dan in Zuid- en Oost Europa. Vanuit onze protestants-christelijke achtergrond is werk je dagelijkse plicht, (in het zweet van je aanschijns), je moet nuttig bezig zijn, je eigen brood verdienen, productief zijn. Want ledigheid is des duivels oor kussen.

Progressief ideologisch moet ook een vrouw economisch zelfstandig zijn en dus werken. Parttime werk voor vrouwen wordt afgekeurd omdat het een echte carrièreontwikkeling hindert. Kinderopvang dient in deze soelaas te bieden. Zo nodig moeten beide partners dan maar parttime werken. 

Vanuit de neoliberale achtergrond is de druk op economisch maatschappelijk productief actief zijn de afgelopen jaren een stuk groter geworden. De sociaaldemocratische vangnetten van bijstand en zorg zijn fors ingekrompen. Wie kan werken moet werken. Zorg en bijstand moeten maar verleend worden door familie en buren. De overheid springt alleen bij als het niet anders kan op basis van je ingeschatte arbeidsvermogen.

Het kapitalisme heeft op het gebied van verdienen  en ‘verdienen’ (1) alle remmen los gegooid. Wie succesvol is mag bijna eindeloos veel malen meer verdienen dan de middelmatigen. De economische ongelijkheid qua inkomen en vermogen neemt in die zin de laatste jaren sterk toe. In de tegenwoordig economische wereld van monopolistische marktposities, financiële kracht en politieke steun, hebben managers zichzelf daarmee een vrijbrief verschaft ten aanzien van hun eigen verdiensten als ze na succesvolle persoonlijke concurrentie op het pluche zijn aangekomen. Dit geldt ook voor de dienstverleners om hen heen: hun eerstelijns managers, de lobbyisten, de advocaten, accountants, medici etc. Ze hebben er naar hun mening allemaal recht op.

Dat beeld is doorgesijpeld naar de middenklassen. Qua werk en inkomen is nu sprake van winnaars en verliezers. Wie het hardste kan lopen verdient de prijs, die heeft de concurrentie achter zich gelaten. Wie zich een maatschappelijke positie en een goed inkomen heeft verworven, heeft dat zelf voor elkaar gekregen. De verliezers hebben het aan slechts zichzelf te wijten. Men heeft zijn sociaaleconomische positie bereikt op basis op zijn of haar verdiensten (merites). Zij vormen de nieuwe aristocratische klasse.

Het is een uitermate egocentrische visie die geen rekening houdt met ongelijke verdeling in de sociaaleconomisch vaak – geprivilegieerde -achtergrond van de ouders en hun netwerken, met ongelijkheid in talenten, kansen en omstandigheden. En de factor toeval en geluk die vaak een grote rol speelt. De beroemde filosoof John Rawls schreef in 1971 ‘a Theory of Justice’, een beschouwing over sociale rechtvaardigheid. Overtuigend toonde hij aan dat een ‘winner takes all’ houding niet te rechtvaardigen is zonder rekening te houden met de niet-winnaars. Speel zijn spel met ‘de sluier van onwetendheid’ maar eens en je beseft onmiddellijk waarom er in de sociale lagen onder de mediane inkomens zoveel afkeer tegen de ‘elite’ bestaat.(2). Juist daar moet je nu ook concurreren, maar wel om relatief laagwaardig werk met een laag inkomen. Juist daar is echt sprake van neerbuigende discriminatie.        

Hetzelfde principe geldt ook voor de bestuurstechnocraten. Ze verdienen dan wel geen kapitale bedragen, maar in plaats daarvan hebben ze macht. Ze hebben het recht verworven om de minder succesvolle andere burgers te besturen, te beoordelen en beslissingen over hen te nemen. Plannen te maken achter bureaus en schermen, die anderen maar moeten uitvoeren. Regels te stellen waaraan anderen zich maar moeten houden.

Het is daarnaast opmerkelijk hoe in nog geen 25 jaar de Amerikaanse hiërarchische bestuurscultuur ook in Nederland is doorgedrongen: succesvol zijn, betekent letterlijk de baas zijn en de baas spelen. De minder succesvolle burgers zijn nu eenvoudigweg de in te zetten arbeidsmiddelen voor de succesvollere burgers geworden. En als er geen burgers beschikbaar zijn voor laagwaardig werk, dan zijn er nog altijd voldoende arbeidsmigranten via schimmige uitzendbureautjes.

Waarom noemde ik in het begin de protestants achtergronden van Noord Europa? Omdat in Zuid Europa de meritocratie nog niet echt is doorgedrongen. Werk heeft daar geen ideologische lading. Werk is iets wat je doet voor je brood, om je familie (in uitgebreide zin)  te ondersteunen. Want geen werk betekent, zoals nu tijdens de pandemie, voor velen domweg honger lijden. Werk is een aantal uren per week, maar wel heel veel uren en lange dagen (6 dagen is beslist geen uitzondering). Werk is een beroep. Arbeidsproductiviteit speelt maar een beperkte rol. Voor hoge posities binnen bedrijf of overheid ben je nog altijd – net als honderd jaar geleden – afhankelijk van het netwerk van je familie. Nepotisme viert nog altijd hoogtij (trouwens overal ter wereld). En hoe hoger je functie hoe minder je feitelijk hoeft te werken en hoe meer je je dagelijks binnen je kringen met anderen op je werk mag verpozen. Daar tijdens een lange lunch. In Nederland via eindeloze vergaderingen.

In Oost Europa is door 50 jaar communisme iedere maatschappelijke moraliteit verdwenen. De machthebbers zijn net als de communisten vóór hen, door en door corrupt. Voor werk en opbouw van vermogen moet je in West Europa zijn om met het verdiende geld in eigen land een leven op te bouwen in en rond je uitgebreide familie. Arbeidsmigranten dus, waar we allemaal graag in het geheim gebruik van maken, als werkster, loodgieter, aardbeienplukker of kippenslachter.

(1) Het Engelse ‘earn’ tegenover ‘deserve’

(2) Lees over de uitwassen van de meritocratie het boek van Michael Sandel  ‘De tirannie van verdienste’, gepubliceerd in 2020.

Mensen hebben rechten (wat we geloven 8)

Hoe vaak wordt door mensen in allerlei persoonlijke en maatschappelijke discussies wel niet aangegeven dat ze rechten hebben, recht hebben op.., dat hun rechten worden geschonden, dat ze niet krijgen waar ze recht op hebben, dat ze naar de rechter zullen gaan om hun recht te halen. Enerzijds kan daarmee bedoeld worden dat ze door anderen niet rechtvaardig behandeld worden. Maar meestal is de klacht gericht tegen de overheid die hun rechten als burgers schendt.

Vaak wordt dan vergeten dat je helemaal geen rechten hebt, tenzij een ander je die rechten heeft verleend én die ander bereid en in staat is die rechten ook de facto te verwezenlijken.

Een goed voorbeeld is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, welke tot stand kwam via de Verenigde Naties. Bijna alle landen ter wereld tekenden destijds die verklaring. Maar overal ter wereld vinden dagelijks de meest grove schendingen plaats van Mensenrechten, omdat landen:

  • niet van plan zijn zich ook maar iets gelegen laten liggen aan dit internationale verdrag als dit strijdig wordt geacht met het nationale belang of het belang van de machthebbers (bijv. China, Rusland of Turkije);
  • deze rechten feitelijk niet willen toekennen (Midden-Oosten  – vrouwen)
  • Bestuurlijk simpelweg niet in staat zijn die rechten in de praktijk te garanderen (bijv. in Mexico);
  • die rechten wel erkennen, maar in de praktijk om politieke redenen die rechten ondergraven (Europa – vluchtelingen).

Zelfs in een klein land als Nederland is recht hebben zeker nog niet recht verkrijgen. Rechten worden ons door de overheid wettelijk verleend, maar dat betekent nog niet dat die rechten ook in de praktijk zullen worden gerealiseerd (bijv. recht op wonen), dat wordt uiteindelijk toch politiek bepaald. We kunnen bij geschillen recht hebben op een gang naar de rechter, maar in de praktijk kan ons dat financieel onmogelijk worden gemaakt door hoge kosten van advocaten. We kunnen recht hebben op vrijheid, maar tijdens een noodsituatie kan een overheid die vrijheid niet meer garanderen.

En dan is er nog de sociale gemeenschap zelf. Je kunt wettelijke rechten hebben (bijv. geen overlast van je buren). Maar het realiseren van dat recht tegenover een andere burger kan een schier onmogelijke taak zijn, zelfs via de rechter. Tegenover een groot bedrijf sta je met je rechten als burger meestal machteloos.

Iets wat de laatste jaren steeds meer optreedt, is dat ‘rechten’ van burgers  onderling strijdig zijn. De vrijheid van vereniging en vergadering kan strijdig zijn met de bescherming van de burger (criminele motorclubs) of van de democratie (neonazi’s). De vrijheid van onderwijs kan strijdig zijn met de rechten van het kind op een brede maatschappelijke ontwikkeling. De vrijheid van religie kan strijdig zijn met het algemeen belang van de volksgezondheid (vaccineren).

Het meest in het oog springend is het recht op de vrijheid van meningsuiting Tegenwoordig ontbreekt het volledig aan enigerlei moraal over onderlinge omgang in de publieke ruimte, waar internet een belangrijk onderdeel van is geworden. Relatief anoniem kun je onder het kopje ‘mening’ anderen voorliegen, bedriegen, beschimpen, belasteren en beschuldigen, hetgeen in de openbare fysieke ruimte of face to face nooit zou gebeuren. Het recht op ‘onschuldig, tenzij’ wordt inmiddels vaak op groffe wijze geweld aan gedaan, zeker door de virale zwermen op internet die wel klokken hebben horen luiden, maar…. Dit alles onder het motto: waar rook is, is vuur. Een vorm van animale primitiviteit, die we in de geschiedenis nog niet eerder in deze massale vorm zijn tegengekomen. Als goedwillende burger kun je niet anders dan daar ver bij uit de buurt blijven om zelf geen roedel internet hyena’s achter je aan te krijgen.     

We willen vrij zijn, maar wel met rechten. We willen individuele autonomie én rechten die anderen ons moeten verlenen. De nadruk op je rechten en op rechten in het algemeen leiden veelal tot grote frustratie en gevoelens van slachtofferschap. Je stelt je daarmee wel uiterst afhankelijk op van die ander, het bedrijf of de overheid en verliest je zelfstandigheid. Het is altijd beter realistisch de feitelijke situatie te beoordelen en in te schatten of en hoe je je ‘rechten’ ook feitelijk kunt realiseren en anders maar gewoon doorgaan met je leven.

We zijn allemaal authentieke individuen – vervolg (wat we geloven 7)

Wij zijn niet ons brein. Ons bewustzijn is niet eens beperkt tot ons brein, maar verspreid over ons hele lichaam. De beweringen van wetenschappers als Dick Schwaab staan verre van enige werkelijkheid,  ook al kun je er wel leuk boekjes mee verkopen. Kennisverwerving aan de randen van de huidige wetenschappelijke kennis is vele malen complexer dan populaire wetenschappers ons vertellen. We weten niet wat we niet kunnen weten door ons beperkte kenvermogen. We weten niet waarom er ooit een oerknal was. We weten niet hoe uit dode materie leven ontstond. We weten niet hoe in dierlijke breinen bewustzijn ontstond.

We kunnen wel enigszins speculeren op basis van allerlei soorten onderzoek, zoals de beroemde Portugees-Amerikaanse neurowetenschapper Antonio Damasio al jaren doet (1). Enigszins plastisch kun je stellen dat er veel verschillende bewustzijns-lagen als gestapelde en door elkaar heen interactief werkende softwareprogramma’s in het neurologische netwerk van ons lichaam functioneren. Ons brein verschaft de functies van taal en tijd, ruimte, oorzaak en gevolg en abstracte beeldvorming en werkt met verschillende soorten geheugens.

Een van die geheugens is het ‘autobiografisch geheugen‘. Het is het dag en nacht doorgaande en steeds weer bijgestelde verhaal van wie we waren, wie we nu zijn en waar we naar toe denken te gaan. Dit geheugen heeft als belangrijkste functie ons als persoon al reagerend stabiliteit te verlenen in de enorme wirwar van signalen uit het lichaam, zintuigelijke waarnemingen uit de omgeving en tijdens interacties met anderen. Het vormt ons permanente referentiekader.

Dat referentiekader is dus niet een ‘Zelf’, maar een eindeloos doorlopend verhaal. Een Zelf als authentieke kern is eerder een oud Middeleeuwse opvatting over de kern van het bewustzijn, de homunculus. Volgens de filosoof Descartes zetelde die in de pijnappelklier.

Hoe ontstaat dat autobiografische verhaal over het Zelf? Door persoonlijke interpretatie van de eigen ervaringen, van het eigen gedrag, van het gedrag van anderen en door interacties met anderen. Ons diepe onderbewuste wordt daarbij allereerst gestuurd door de genen van onze voorouders. Wil je weten wie je bent: kijk dan allereerst naar de persoonlijkheden en het gedrag van je ouders, je grootouders en andere directe familie. Zij bepaalden onze potentiele talenten en ons temperament. Als kind wordt ons verhaal vooral bepaald door voorbeeldgedrag van ouders, andere kinderen en andere volwassen mensen om ons heen: observeren, luisteren, interpreteren en reageren. Onderwijs biedt ons de tools om de werkelijkheid om ons heen talig en berekenend te benoemen. Als puber zijn we totaal gericht op de peergroep waar we deel van uitmaken. Keer op keer wordt het verhaal over het Zelf verder uitgewerkt of bijgesteld. En zo rond je twintigste ontstaat een patroon van vaste denkwijzen en gedragingen. Naarmate die vastigheid zich dieper in je bewustzijn ingraaft kun je spreken van je karakter.

Er bestaat dus geen oorspronkelijk authentiek zelf, maar slechts een persoon die door zijn genetische kenmerken en de invloeden van opvoeding en de omgeving tijdens zijn ontwikkeling zo rond zijn twintigste opeens zelfbewust in de wereld staat (of zoals de Franse existentialisten stelden: zich opeens in de wereld geworpen zag). 

De mythe van het authentieke individu heeft grote invloed gehad op opvoeding en onderwijs van de jongste generaties. En in veel opzichten zeker niet ten goede. Het heeft een inflaterend effect gehad op het ego van jongere mensen, een volstrekte overfocus op het eigen zijn en de eigen momentane begeerten. We hebben ze niet meer geleerd (getraind) wat een mens nodig heeft om zelfstandig een volwassen leven samen met anderen te leiden op basis van klassieke basiswaarden als persoonlijke integriteit, eigen kracht, gezond verstand, matigheid in verlangens en verwachtingen en respect /rechtvaardigheid voor anderen.

(1) Zie schema Damasio uit een eerder artikel. Link.

We zijn allemaal authentieke individuen (wat we geloven 7)

Van de vroege geschiedenis tot de romantische rebellie van de jaren zestig in de vorige eeuw was maatschappelijk geen sprake van individualiteit, in de zin dat iedereen als persoon een specifieke maatschappelijke erkenning vroeg voor zijn of haar bestaan als persoon. Een specifiek individu was je slechts tussen je familie en je vrienden.  Je hoorde als persoon automatisch bij een maatschappelijke groep qua werk, opleiding, geloofsrichting, dorp, stad etc. Je was vrouw van.., kind van.. Je status werd bepaald door je maatschappelijke klasse. Als je op de universiteit had gezeten en Drs. voor je naam mocht zetten had je automatisch meer gezag.

De jaren zestig vormden de opmaat voor een verdere focus op het persoonlijke individuele in de jaren zeventig. Jongeren gingen massaal in therapie. Transactionele  analyse (I am ok, you are ok), Gestalt Therapie, Fort (radicaal feministische therapie) etc. Dit waren de jaren van de emancipatie van het persoonlijke individu zou je kunnen stellen.

De feitelijke maatschappelijke emancipatie van de vrouw (via onderwijs en werk) in de jaren tachtig van de vorige eeuw leidde binnen de economie naar een beweging tot maatschappelijke individualisering. Niet meer de man, niet meer het gezin, maar de individuen (eventueel in een gezamenlijke huishouding) werden afzonderlijk gezien als economische eenheden. De politiek sloot zich hier bij aan. In een vloed van wetsontwerpen werden de maatschappelijke rechten en plichten geïndividualiseerd, o.a. individuele belasting- en pensioenheffingen (binnen gezinnen samen wel hoger dan voorheen natuurlijk..). Werkgevers zagen kansen vrouwen als nieuwe goedkope arbeidsbronnen aan te boren. De commercie kon het aantal doelen voor reclame verdubbelen. Het wrange economische feit is echter wel dat de materiele welvaart van traditionele man/vrouw huishoudens nu met twee werkenden niet veel hoger is dan in 1980, toen veelal nog sprake was van kostwinnende mannen. Als je partner toen ook werkte, had je een luxueus leven. 

De filosofische Romantische beweging kreeg door de individualisering een extra stimulans. Vrouwelijke waarden (zoals bijv. conflictmijding, empathie, non-agressief gedrag) begonnen een steeds grotere rol te spelen, met name in de Opvoeding en het Onderwijs, de Zorg en bijvoorbeeld de Rechtspraak. Het Romantische beeld van de grote Liefde, de monogame relatie en het Huwelijk bleven echter volop bestaan. Ondanks de dappere verdediging van hun ‘lifestyle’ lijken de vele alleengaanden in de huidige tijd niet echt los te kunnen komen van het biologisch/culturele patroon dat in onze menselijke genen is opgeslagen, getuige de enorme datingcultuur op internet.  

Het ‘authentieke’ individu ontstond pas in de jaren negentig via spirituele New Age achtige bewegingen. Het individu was maatschappelijk al los gemaakt van zijn maatschappelijke groepen. Nu moest hij of zij zichzelf nog ontdekken en op eigen authentieke fundamenten zijn of haar leven vorm gaan geven (1). Deze beweging heeft in de optimistische jaren negentig – na de val van de muur in 1989 – een enorme invloed gehad op de opvoeding van jonge kinderen en pubers door ouders, alsmede op het onderwijs. De kinderen moesten zelf ontdekken, zelf ontwikkelen, zelf leren op basis van hun authenticiteit. Opvoedproblemen werden geweten aan verstoorde ontwikkeling en sedertdien specialistisch gemedicaliseerd. 

Dat we allemaal unieke individuen zijn, daarover bestaat geen twijfel, ook al hebben we biologisch volstrekt dezelfde bouw. Dat we individuen zijn met een  authentieke kern, die we moeten ontdekken en daarna op basis daarvan pas een gelukkig leven kunnen ontwikkelen, is als regelrechte onzin  te bestempelen. Er zijn weinig argumenten die een dergelijke stelling rechtvaardigen, daarvoor is het menselijk bewustzijn biologisch veel te gecompliceerd, vele malen complexer dan al die simpele schemaatjes, als boven aan dit artikel. Zie het vervolg.

(1) E was in de jaren negentig publiekelijk nog geen sprake van de verschillende genderidentiteiten lhbtiq+

Wij moderne mensen zijn heel anders dan mensen van vroeger (wat we geloven 6)

De eerste mensachtigen ontstonden al enige miljoenen jaren geleden. Onze soort, homo sapiens, naar we nu weten rond 150.000 jaar geleden. Bij een generatietijd van 20 jaar, betekent dit dat er sedertdien circa 7.500 generaties mensen elkaar hebben opgevolgd. Even ter vergelijking: tussen ons en de oude Grieken van 500 voor Christus zijn dat ‘slechts’ circa 130 generaties.

Waarom deze getallen? Omdat bij iedere beschouwing over de mens duidelijk moet blijven dat de recente moderne Europese mens van na de Tweede Wereldoorlog miljoenen jaren biologische evolutie, meer dan honderdduizend jaar culturele ontwikkeling en meer dan 2500 jaar maatschappelijke ontwikkeling achter de rug heeft. Die biologische en culturele ontwikkelingen zijn diep ingekerfd in onze genen.

Mensen zijn sociale groepsdieren met een uiterst verfijnd gevoel (gebaseerd op onderliggende fysieke emoties) voor onderlinge verhoudingen binnen de groep. Aanvankelijk was die groep niet erg groot, omdat ze rondzwervend al jagend en plukkend dagelijks in hun onderhoud moesten voorzien, circa 20 – 50 personen. Pas circa 12.000 jaar geleden ontwikkelde zich de landbouw en daarmee vaste woonplaatsen. Vanuit de menselijke biologische evolutie gezien is dat maar een uiterst korte periode: onze genetica, onze lichamen en onze emotionele bedrading, zijn nog altijd die van die van de kleine zwervende groepen mensen.

In ’the Goodness paradox’ beschrijft Richard Wrangham de laatste wetenschappelijke stand van antropologisch onderzoek naar de leefwijze van onze jagende en verzamelende voorouders. Hij beschrijft hoe er in die kleine groepen sprake was van:

  • het overheersende belang van eenheid binnen de groep voor de overleving van een ieder;
  • volstrekte gelijkheid tussen mannen en vrouwen, ook in de zorg;
  • een bijna stilzwijgende sociale controle: de regels voor de onderlinge omgang  waren volstrekt duidelijk, overtredingen werden nauwelijks getolereerd en leidden tot gevoelens van verlegenheid en schaamte;
  • weinig passieve agressie onderling;
  • een vanzelfsprekende taakverdeling tussen mannen en vrouwen op fysieke kracht en verfijnde motoriek, alsmede tussen maken(gereedschap) en zorg (geneeskunde);
  • volstrekte monogamie, immers buitenechtelijke relaties waren te bedreigend voor de eenheid van de groep (al zal er best wel eens een stiekem nummertje gemaakt zijn);
  • opvoeding van kinderen alleen door voorbeeldgedrag; zorg voor de kinderen vanzelfsprekend door de hele groep;
  • absoluut respect voor de oudere leden van de groep, die de meeste overlevingservaring hadden, en automatisch een zwaardere stem hadden in groepsbeslissingen;
  • Gemeenschappelijk gedeelde ‘waarheden’: dat wat zichzelf bewezen had als goede overtuiging;
  • harde dodelijke geplande agressie door mannen, maar alleen af en toe gericht op leden van andere groepen: wij versus zij.

De tien geboden van de bijbel (meer dan 3000 jaar geleden vastgelegd) geven een goed beeld van de regels in die kleine rondtrekkende clans, behalve die over God, want mensen waren in die tijd animistisch: de geesten van de wereld woonden rondom hen.

He leven in die tijd was om met de filosoof Thomas Hobbes te spreken: ‘poor, nasty, brutish, and short’. Maar het leven was ook goed en feestelijk. Er werd maar een relatief klein gedeelte van de tijd ‘gewerkt’. Werk in het zweet uw aanschijns werd pas de regel in de vaste woonplaatsen rond de landbouw. Toen ontstond voor het eerst een heersende klasse gebaseerd op grondbezit, geweld en dwang.  

Door de geschiedenis heen vinden we volgens de fameuze sociaal psycholoog Jonathan Haidt overal op aarde de algemene menselijke waarden, die nog terug te voeren zijn op het leven in die kleine groepen:

  1. Autoriteit. Gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan de Groep, aan God of een ander gezag dat boven ons gesteld is.
  2. Loyaliteit aan gezin, familie en de groep waar een mens deel van uitmaakt.
  3. Rechtvaardigheid. Ieder heeft recht op het zijne, op zijn of haar leven, op een waardige behandeling, op een aandeel in de samenleving.
  4. Zorg voor de ander. Empathie. Gastvrij voor vreemden.
  5. Respect voor de wijsheid van ouderen.
  6. Heiligheid. Het onaantastbare. Dat wat niet ter discussie mag staan. Traditie. Dat wat we gezamenlijk beleven als het hogere.

En dus vormde het aan die waarden gerelateerde kwaad: de ondermijning van de groep of het gezag, verraad naar de familie en de groep, bedrog en machtsmisbruik, gebrek aan medeleven en gastvrijheid, gebrek aan respect en ontheiliging van het heilige.

Waarom dit betoog? De vraag is of wij als moderne mensen werkelijk zoveel verschillen van mensen 12.000 jaar geleden. Tot ver in de twintigste eeuw was geen sprake van individualisme. We waren een persoon die bij een bepaalde groep hoorde.

Wellicht zijn we door onze huidige bewuste overtuigingen wel ver afgedreven van wat als mens in ons onderbewustzijn via onze genen is ingebouwd. En vormt dat onderdeel van de altijd weer dubbelzinnige of zelfs gespleten identiteit van de moderne Europese mens.