Menselijke binding berust op goed vertrouwen, goed vertrouwen op empirische kennis

Voor het HIV-virus is in 40 jaar nog nooit een vaccin gevonden. En de gangbare, meest optimistische schatting van virologen is dat het 1à 2 jaar kan duren voordat er een Covid19-vaccin is. Maak je borst maar nat dus. Een virusvaccin uitvinden is één ding maar een veilig virusvaccin uitvinden is iets anders. Want het inenten van miljoenen gezonde mensen zonder te weten wat de gezondheidsimpact daarvan is, wat de fysiologische, genetische, etc. bijwerkingen op korte en zo mogelijk op lange termijn zijn, dat zou beslist onverantwoord zijn. Het middel mag niet erger zijn dan de kwaal. We moeten erop kunnen vertrouwen dat vaccins, net zoals alle medicijnen natuurlijk, een goeie bijsluiter hebben. 

Vertrouwen is hier het kernwoord. Vertrouwen op wetenschappers in de eerste plaats. En daar wringt voor veel mensen de schoen want ze zien dat wetenschappers elkaar nogal eens tegenspreken en dat voedt het wantrouwen ten aanzien van hen. Onterecht, want dan maakt men geen onderscheid tussen het vertrouwen in wetenschappers en het vertrouwen in de wetenschappelijke methode als werkwijze om tot betrouwbare empirische kennis te komen. Dat wetenschappers elkaar tegenspreken is bij een complex probleem juist gunstig want alleen botsende inzichten helpen om tot een voortschrijdend inzicht te komen. Zo werkt wetenschap nu eenmaal. En dat sommige wetenschappers ook wel eens ter eigen glorie met data frauderen is een side issue en tegenwoordig uitzonderlijk gezien het aantal controlerende collega’s, commissies en instituten dat men moet passeren alvorens iets te kunnen beweren in een vaktijdschrift. (zie mijn blog: Nepnieuwspreventie). 

Als je geen wetenschappelijke opleiding hebt gehad zijn complexe wetenschappelijke methodieken en technieken zeer lastig te begrijpen. En als je die wel hebt gehad begrijp je die methoden en technieken waarschijnlijk alleen maar voor zover het je eigen vakgebied betreft. En als je cognitieve vermogens niet groot zijn dan ben je overgeleverd aan de complotgoeroes, de Bolsonaro’s of je eigen lege borrelpraat.

Empirische kennis (in dit geval vnl. virologische en epidemiologische kennis), is überhaupt onontbeerlijk om adequaat in de wereld te kunnen handelen en te overleven. De beste kennis geeft over het algemeen de beste overlevingskans, mits de ‘klasse van beleidsmakers’ die expertkennis niet negeren, bagatelliseren, in twijfel trekken, of anderszins voor eigen machtsbelang aan de kant schuiven. En dat gebeurt vandaag de dag en in de geschiedenis van de mensheid voortdurend. 

Terug naar het begrip ’vertrouwen’. Wat is dat eigenlijk: vertrouwen? Dat begrip heeft op zijn minst twee kanten: een persoonlijke kant en een interpersoonlijke kant. Die tussenmenselijke kant van vertrouwen verwijst naar ‘tegen elkaar de waarheid spreken, naar eerlijkheid, betrouwbaarheid, kunnen rekenen op, te goeder trouw zijn’. Oftewel naar de kennis van een ander die mij en mijn geliefden ermee beschermd (en omgekeerd). Zeker in stressvolle situaties zal een kind eerst op de beste zorgkennis van zijn ouders vertrouwen (basic trust), de ouders op elkaar, op hun vrienden en familie.

Die sterke emotionele basisbinding die mensen noodzakelijkerwijs met elkaar hebben berust op het wederzijdse vertrouwen dat de waarheid gesproken wordt, op wederzijdse eerlijkheid, betrouwbaarheid. Men durft op elkaars oordeel, beste inzichten en vaardigheden te rekenen. Men doet zijn uiterste best voor elkaar op grond van de beste kennis en ervaring die men bezit, ook al kan men met zijn kennis en inzichten er naast zitten. 

De vraag is: wie kan ik vandaag de dag vertrouwen, oftewel wie heeft de beste kennis als het er op aan komt? 

Dr. Vogel of dr. Gommers? Ik bedoel, zij die wetenschappers en wetenschappelijke instituten voortdurend proberen te ondergraven zijn bezig met de ontbinding van het meest fundamentele dat mensen bij elkaar houdt: vertrouwen in waarheid spreken, in eerlijkheid, betrouwbaarheid en in de eeuwenoude deugd van ‘het te goeder trouw zijn’. Dit klinkt haast theatraal, zwart-wit, het zij zo. Maar dit zijn tijden van dreigende ontwrichting en ontbinding en dan heb je maar te kiezen tussen the Good (empirische kennis), the Bad (pseudo kennis) and the Ugly (criminele kennis).

Filosofen, wat heb je aan ze in tijden van Corona?

Covid19 is niet onze vijand. Nee, het probeert ons iets te vertellen. Sommigen zeggen dat God ons iets probeert te vertellen, een soort kwaaie boodschap. Anderen zeggen dat de Goede God er niets aan kan doen maar dat het de Duivel is, met een soort pre-apocalyptische boodschap. Weer anderen (de seculiere versie van die beide), die lijden aan het complotsyndroom, zeggen dat het wereldwijde -Geheime Genootschap van de Elite- een stevige, vergiftigingsactie op de zwakken heeft losgelaten. Maar goed, dat zijn de kleintjes. 

De nuchtere Darwinisten zien Covid19 als een nuchtere boodschapper van de evolutiewetten. De economen aan de linkerzijde zeggen dat het neoliberale globalistische vrijemarktmechanisme een noodboodschap uitzendt. De historici zeggen dat het een normale migratieboodschap is en een voorbode van grote sociale veranderingen. De virologen, epidemiologen en microbiologen zeggen dat hun wetenschappelijke waarschuwende boodschapen aan alle overheden al vele jaren door politici zijn genegeerd, en dat Covid19 nu zelf maar weer eens een pandemische boodschap aan hen doorgeeft. 

En dan heb je nog de cultuurcritici, laat ik ze zo maar even samengarend noemen, die zeggen dat Covid19 de boodschap afgeeft dat er iets grondig mis is met onze levensstijl, ons consumentisme, individualisme, globalisme, en het falen van de representatieve democratie.  

Het nogal onbekende Covid19 is nog maar nauwelijks op gang gekomen of er is al een brede beweging opgestaan van mensen die van deze pandemie ‘iets willen leren’. Die denken een heldere of cryptische boodschap te hebben ontvangen, dus moeten ze er ook serieus iets van willen leren. Dat gebeurde ook bij andersoortige, man-made gigarampen: tijdens en na de grote wereldoorlogen, de grote economische depressies (1873 en1929), de nucleaire rampen van Hirosjima/Nagasaki, Tsjernobyl, Fukushima. We willen ervan leren.

Leren van de oorzaken is overigens iets anders dan leren van de gevolgen. Leren van de oorzaken is wetenschap: hoe ontstaat dit type virus, hoe is de werkzaamheid en verloopt de verspreiding ervan, hoe kun je het stoppen en dergelijke. Leren van de gevolgen is speculatie: wat doet een pandemische infectieziekte met de economie, met de gezondheidszorg, de sociale zekerheid, de politieke en culturele waarden etc. En moeten we die zaken langzamerhand niet eens grondig gaan herzien? Is er een nieuw tijdperk aangebroken, komt er een nieuwe wereldorde?

Als je je even beperkt tot de filosofen dan is er voor hen flink werk aan de winkel want er is een grote, wereldwijde existentiële crisis gaande, die om grote, scherpe, ethische en morele vragen vraagt. En in bevragen en doorvragen zijn filosofen erg goed. Toegepaste, praktische ethiekvragen: bedrijfsethiek, gezondheids/medische ethiek, bio-ethiek, media-ethiek, zorg-ethiek.

En hopelijk doen ze het dit keer in koor ( alstublieft): flink hard en activistisch gaan roepen naar de wereldleiders, en daarbij om steun vragen bij de geteisterde wereldbevolking.

Anders kunnen ze net zo goed gaan helpen met mondkapjes naaien of vakken gaan vullen. Kortom: zet ‘m op filosofen.

Wij hebben een virus en we zijn een virus

Ach, in zekere zin zijn wij mensen natuurlijk ook een soort virus en een pandemie als je kijkt naar de definities.

Definitie virus: Een virus is een (microscopisch klein) deeltje erfelijk materiaal, in een (eiwit) omhulsel, dat actief wordt als zij cellen van levende organismen binnendringen, en vervolgens die gastheercellen vernietigen waarvan zij afhankelijk zijn om zich te kunnen vermenigvuldigen.

Dat wij microscopisch klein zijn tov. van onze aardse leefomgeving, nog niet een zandkorrel in het universum, dat zal niemand willen ontkennen. En dat wij een stukje DNA zijn met een omhulsel dat er op uit is volgens de Darwiniaanse wetten zich te vermenigvuldigen al evenmin. Dat wij actief zijn met het binnendringen in het leven van andere organismen, mensen, dieren, planten, dat wij binnendringen in levende ecosystemen, ze vernietigen om onszelf in stand te houden en te vermenigvuldigen, ook dat valt moeilijk te ontkennen. Die totale parasitaire afhankelijkheid is een één op één relatie.

Nu zijn virussen op zich geen probleem, er zijn er enkele duizenden soorten van die in elk levend organisme voorkomen, en evolutionair gewoon hun blinde pad volgen. Het probleem met virale en bacteriologische infectieziekten ontstaat pas, zeker voor de mens, als de schaalgrootte ervan plotseling verandert, dwz. als er een ziekteverwekkende epidemie ontstaat.   

Definitie van een epidemie: Een epidemie is een (besmettelijke) ziekte die in een grotere frequentie voorkomt dan normaal voorkomt.

Het geval is dat de schaalgrootte van de menselijke aanwezigheid op aarde tot voor de landbouwrevolutie van zo’n 20.000 jaar geleden erg klein was. Daniel Dennet (filosoof) berekende dat de mens 10.000 jaar geleden minder dan 0,1% van al het gewervelde leven uitmaakte. Vandaag de dag is dat percentage (incl. vee en huisdieren) 98%!! Die superevolutionaire explosie van ‘het virus mens’ is volstrekt uniek in de aardse geschiedenis. Maar dergelijke snelle en omvangrijke explosies komen wel voor in de wereld van de virussen! En met die superevolutionaire mensexplosie kwamen wereldwijd ook epidemieën, plagen en volksrampen voor. Er zijn volop  documenten uit de Oudheid die van epidemieën onder volkeren verhalen. Wat de wereldwijde explosie van het ‘virus mens’ betreft moeten we dus qua schaalgrootte verder gaan: de pandemie.

Definitie van een pandemie: Een pandemie is een wereldwijde epidemie.

Ook zonder onze moderne schepen, treinen en vliegtuigen, met gebergten en zeeën die de ene samenleving van de andere scheiden, vonden er pandemieën plaats. Ongetwijfeld met een tragere verspreidingssnelheid, maar wel degelijk met dezelfde onvermijdelijkheid en eenzelfde verwoestend effect. De pest, de pokken, de mazelen, lepra, cholera, dysenterie, malaria, (spaanse)griep, tbc, die pandemieën hebben we redelijk goed onder controle gekregen. En idem, in de moderne tijd: Ebola, Hiv, Sars en Q-koorts. En met Covid19 zal het tzt. ook wel weer lukken. 

Maar de pandemie van ‘het virus mens’ met zijn verwoestende effect op de oceanen, bossen, dier- en insecten soorten, op de hele biosfeer en het aardse klimaat, ja, die ‘pandemische infectieziekte genaamd mens’ krijgt de planeet maar niet onder controle. Is dat misschien omdat we onszelf in alle hoogmoed liever zien als hooguit een evolutionair ietwat oversuccesvolle unieke soort? Maar onszelf niet willen zien als een uniek soort pandemie? Als ‘een tijdelijke ziekte van de aardkorst’, om met Nietzsche te spreken. 

Ach, het is al zo vaak gezegd: in het 4,5 miljard jaar bestaan van de aarde is het leven al zo vaak uitgestorven; macro-historisch is de mens nog geen seconde op aarde en hij maakt er al een puinhoop van; de mens is de enige soort die zijn (zelf)vernietiging zou kunnen stoppen maar hij danst nog vrolijk door op de muziek op het dek van de Titanic.

Kijk, wat die coronacrisis betreft, daar komen we met inmiddels teisterend veel leed en diepe ellende wel weer uit, zonder apocalyptische toestanden. Maar je moet ook het grote plaatje kunnen zien: ook wij zijn een soort virus, een pandemisch, parasitair wezen dat niet vaak en hard genoeg gewaarschuwd kan worden.

De tijd van voor de coronacrisis kan maar beter niet terug komen.

Checklist voor waarheidslievenden

Vandaag wil ik niet:

Liegen o
Niet nakomen o
Verdoezelen o
Roddelen o
Verzuimen o
Verdraaien o
Dramatiseren o
Huichelen o
Insinueren o
Verbergen o
Slachtofferen o
Doen alsof o
Bedriegen o
Verraden o
Samenspannen o
Verneuken o
Sjoemelen o
Ontkennen o
Betwijfelen o
Versluieren o
 Afleiden o
Opscheppen o
Speculeren o
Vervalsen o
Overdrijven o
Doen alsof o
Schijn ophouden o
Misleiden o
Bagatelliseren o
Verduisteren o
Achterhouden o
Omkopen o
Smokkelen o
Verzwijgen o
Manipuleren o
(over) Bluffen o
Pretenderen o
Mystificeren o
Frauderen o
Plagiaat plegen o
Kwaad spreken o
Facultatief…… o

Aan de achterkant van de waarheid

Het begrip Waarheid heeft nu wel zijn langste tijd gehad. Het is zwaar verouderd omdat de Waarheid een veel te complex begrip is geworden, omdat de wereld te complex is geworden, omdat er zoveel soorten waarheden en pseudo-waarheden in omloop zijn gebracht. Je weet niet meer aan welke feiten je je vast moet houden, welke betekenis en interpretatie je aan feiten moet geven. Of sterker nog: wat zijn feiten eigenlijk?

Filosofen hebben zich al eeuwen theoretisch en praktisch bezig gehouden met het probleem Waarheid en natuurlijk kwamen die er ook niet uit. Maar hun ideeën erover zijn nog wel redelijk te overzien als je een beetje in de stof bent opgevoed. De gewone man maakte zich er eeuwenlang ook niet al te druk over. Wat waar is werd je door de machthebbers en gezagsdragers voorgehouden, en als je het er niet mee eens was of het allemaal niet begreep dan was er nog altijd het zwaard en het grote oplosmiddel: de Ware God en zijn ondoorgrondelijke wegen. Maar wat moet je, nu God dood is verklaard, de Macht gedemocratiseerd, de Wetenschap verdacht is en de Vrijheid van denken en doen zo groot is dat je het zelf maar uit moet zoeken wat waar of gelogen is?

Nou goed, als je er dan aan de voorkant van de Waarheid niet in kan, dan moet je het eens aan de achterkant van de Waarheid proberen, want daar zit de Leugen. Jah, zeg je, maar als je niet weet wat de Waarheid is dan weet je ook niet wat een Leugen is. Fout! Dat weet je dondersgoed! Of beter gezegd, je voelt het onmiddellijk als je liegt! Waar of niet?

Je weet misschien niet altijd of je het bij het juiste end hebt maar je voelt wel onmiddellijk aan je water dat je iets leugenachtigs zegt of doet. De geleerden hebben trouwens al vaak genoeg vastgesteld dat een mens per dag enkele tientallen malen liegt of iets wat er op lijkt. Ik bedoel, we weten het, we voelen het als we ‘iets onwaars’ zeggen.

Dus wat staat ons te doen als we toch zoveel als mogelijk Waarheid willen spreken? Nou, dat betekent dus zoveel mogelijk de Leugen terugdringen. De wereld zou er wel wat beter door draaien, toch?

Maar hoe doe je dat praktisch, gewoon dagelijks minder leugenachtig zijn en daarmee de wereld wat verbeteren? Da’s niet zo moeilijk, gewoon dagelijks een leugenlijstje aflopen. Een checklijstje boven je bureau, op de koelkast of in je computer hangen. En dan trainen. Wat voor checklijstje?

Zie volgende column!

Neomarxisten, Slachtofferisten, inclusivisten, cultuur-jaloersen, ……

Het probleem is natuurlijk niet dat er mensen zijn die het historische begrip ‘De Gouden Eeuw’ onderuit willen halen. (idem Zwarte Piet, J.P.Coen, M. de Ruijter, etc.) Iedereen mag tenslotte zeggen wat ie wil, niks mis mee.

Nee, het probleem zit bij degenen die niet grondig uitzoeken wie dat nou precies zijn die zoiets willen, wat hun motieven en hun groeps- en persoonlijke belangen zijn. 

Ja, het gaat om inclusiviteit, dat weten we nou wel. Maar is dat het hele plaatje? Boor es wat dieper. De media vooral, die vragen niet door. De intelligentsia spreekt zich niet publiekelijk uit. Sommige historici wel, ja, maar voornamelijk op het historische argument. De argumentatiespecialisten analyseren de drogredeneringen van de ‘inclusivisten’ niet. De politicologen maken geen analyse naar politieke achtergronden en influencers. De psychologen, waar zijn ze? 

Want natuurlijk spelen er ook politieke, bestuurlijke, subsidietechnische, etnische, religieuze en museale belangen die in deze Gouden Eeuw kwestie meeliften. Dat voelt iedere, enigszins doordenker aan, maar durft men dat ook op tv te zeggen? Op straffe van door de cybermob uitgemaakt te worden voor neokoloniaal, racist, nazi, geschiedvervalser, fascist, of vieze…….., inclusief bloederige bedreigingen?

En….,en daar gaat het hier specifiek om, er is nogal wat andersoortige, onderhuidse, heimelijke winst te behalen door de ‘inclusivisten’: speculeren op herstelbetalingen, morele zelfverheffing, klimmen in de eigen tribale pikorde, politieke stemmenwinst, gecamoufleerde reli-reclame, media-concurrentiewinst en het stilletjes luchten van cultuurjaloezie en persoonlijke woede, wrok en rancune. Denk je nu dat ik overdrijf? Ja? Nou good luck met je mensenkennis.

Er sluipt gemakkelijk bewuste en onbewuste Heimelijkheid in de motieven achter de inclusie-argumentatie, vooral in het rascisme- en identiteitsdebat, daar gaat het hier om. Je kan antirascist zijn, antisexist, feminist, veganist, neomarxist, salafist, kapitalist, noem maar op zijn, maar dan wel met een open vizier strijden graag. En eerst op zoek gaan naar je oneigenlijke motieven, jezelf durven ontmaskeren. En niet de gekwetste, verongelijkte slachtofferpartij uithangen maar er openlijk positief en hard tegenaan gaan, zonder bijbedoelingen. En je daarna blootstellen aan een zuiver en evenzeer hard weerwoord, zonder gehuil. Dat is nou eenmaal democratie. Democratie is georganiseerd conflict, zei Spinoza. En wat mij betreft: democratie is een georganiseerd zuiver conflict. Zoveel als mogelijk gezuiverd van de morele verontreinigingen die maar al te vaak aan ons kleven. 

Wat voor kwaad zit in de goeden?

Om onder andere Maxim Februari te parafraseren: stompzinnigheid, oppervlakkigheid, onverschilligheid, angst voor de chef, hypocrisie, leedvermaak, onderlinge concurrentie, zelfzuchtige ambitie, machtsspelletjes, vriendjespolitiek en belangentegenstellingen etc.

Vooral ook binnen de almaar uitdijende organisaties van al die instanties die toezicht horen te houden op de uitvoering van democratische wetten.

Het kwaad zít in de goeden

Toezichthouders zijn de goeie mensen die de kwaaie mensen in bedwang moeten zien te houden. Daar zijn ze voor aangesteld, wettelijk, van overheidswege alleen al in tenminste 50 instituten. En buiten de wettelijke instituten nog eens in honderden beroepsverenigingen, bedrijfscommissies, consumentenwaakhonden, etc. 

Maar wat als die Toezichthouders niet competent zijn, of domweg te nalatig, te laf, te lui, te slordig, te empathisch, te onverschillig om de kwaaien aan te pakken? Dan worden de kwaaien niet teruggezet, dan gaan ze tussen de juridische mazen door, glibberen ze langs hun tuchtcollege, omzeilen ze keuringsbureau’s, gaan ze de doofpot in.  

Ja, en dan stort er een dak van een stadion in, dan lekt je privacy naar de straat, scheurt de muur van je huis, bederft je krant door fake-news, eet je fout vlees, stinken de bonus-graaiers, sijpelt een tbs’er er tussendoor. Ik bedoel, dan worden de goeien het werkelijke kwaad. 

Het Kwaad zelf is niet het probleem, dat is van alle tijden, dat zal er altijd blijven, daar moet je je niet al te druk over maken. Maar als het Kwaad zich nestelt in het Goede, dan moet je oppassen voor je democratie en je veiligheid.

En vooral als falende Toezichthouders ook nog eens gaan draaien en liegen, dan verliest de burger pas werkelijk zijn vertrouwen in zijn democratie van checks en balances. Dan worden ze woedend, of depressief.

Doet me denken aan die ouwe uitspraak, van Aristoteles: het enige wat je met liegen bereikt is niet geloofd worden als je de waarheid spreekt.

Natuurlijk bestaat de vrije wil!

De ‘vrije wil’ is een dubbelzinnig begrip. We bedoelen meestal dat ieder mens van moment tot moment zijn eigen beslissingen neemt. Dat sluit aan bij het gevoel van ieder individu als deze in vrijheid iets kan beslissen.

Op grond van natuurkundige wetten is die vrije keuze natuurlijk gedetermineerd door een groot aantal aan elkaar verbonden psychologische factoren in reeksen van oorzaken en gevolgen. Daarom stellen hersenwetenschappers als Lamme en Schwaab dat de vrije wil niet bestaat.

Toch kun je, zoals Carlo Rovelli, wereldberoemd natuurkundige, doet stellen dat die reeks van split second micro gebeurtenissen in het menselijk brein veel te complex zijn om ooit te voorspellen: “As clarified by Spinoza, free will is real: it is the name we give to our own inner complexity, which is too rich for us to disentangle or predict! Zelfs wetenschappers zal dit nooit lukken.

Graag meer filosofen op tv

Men vergeet nog al eens dat in elk goed debat rechten, plichten en regels gelden. Daarom beroept een slechte debater bij zijn twijfelachtige uitspraken zich maar al te graag op zijn ‘recht op een standpunt’ oftewel zijn zwijgrecht, terwijl hij juist dan de plicht heeft om uit te leggen. Daarom is het vermijden van spreekplicht een nederlaag en een doodzonde. Daarom is het een groot genot om goede debaters bezig te zien, hoe ze zich keurig in bochten wringen om zich aan de regels van de argumentatieleer te houden, om drogreden te voorkomen. Het filosofendebat in de tv-arena, I love it! Waarom hebben we dat in Nederland niet?