Spinoza: de mens handelt meestal niet adequaat

De mens is zijn begeerte (behoeften) schreef de 17e-eeuwse Portugees-Nederlandse filosoof Spinoza. Hij beschreef de 56 ‘affecten’: emoties / gevoelens, die de mens kan ervaren in zijn omgeving en in zijn contacten/handelen met anderen, als afspiegeling van het in positieve of negatieve mate voldoen aan zijn sociale en materiele begeerten

De begeerten, het willen, is in de kern grotendeels gericht op de dagelijkse voedsellusten, op het verwerven van seksuele partners, op status binnen de hiërarchische orde van de groep en op materieel bezit. Wellicht zou je beter kunnen stellen dat buiten de drang tot pure overleving zoals bij andere dieren, voor de menselijke soort status (mede op grond van bezit) de weg naar de meeste en beste seksuele partners mogelijk maken – de ingebakken drang in alle levende wezens in de evolutie.

Ieder mens is dag en nacht bezig is met andere mensen. Zelfs als hij of zij eet of drinkt en slaapt (dromen). De mens handelend als sociaal dier vormt de kern van zijn dagelijks doen en laten. De omgang met wereldse natuur en – materie is in ieders denken volstrekt ondergeschikt aan – en slechts functioneel ten behoeve de relaties en interacties met andere mensen. Menselijke ideeën, filosofieën, kennis- en wetenschap, waarden en normen: niets heeft enige betekenis voor wie dan ook buiten het kader van zijn of haar relatie met andere mensen. Ons handelen, onze kennisverwerving, onze overtuigingen (ook de religieuze!), wat we belangrijk vinden en de normen voor ons handelen, onze politieke opinies, dit alles is volstrekt ondergeschikt aan de regels van de groepen waartoe we (willen)behoren. We zijn vrij, maar niet autonoom.

Spinoza noemde ons dagelijks handelen inadequaat als we merendeels gevoelsmatig handelen op basis van onze momentane materiele en sociale behoeften, hetgeen hij de oorzaak noemde van de meeste dagelijkse menselijke problemen en het menselijk lijden in het algemeen. Door kennis te verwerven en meer volgens de rede (redelijk) te handelen, zo stelde hij, verbeter je je eigen leven (en dat van anderen). Je gaat ´adequater´ handelen en ervaart grotere tevredenheid met je dagelijks doen en laten.

Spinoza’s filosofie vraagt om een ‘sceptische’ levenshouding. Het vraagt om voortdurende twijfel over kennis en waarheden die je worden voorgeschoteld. En tegenwoordig vooral twijfel over zo ongeveer alles wat je als waarheid op internet wordt voorgeschoteld: wie zegt het, waarom wordt dit nu op dit moment gezegd, welke belangen zijn er bij dit ‘nieuws’, deze informatie, voor de auteur in het geding, welke overtuiging wil men mij aansmeren, welke angst wil men zaaien, welke emotie in mij raken. Zeker in deze corona-tijd heb je als mens dagelijks een gezonde dosis scepsis nodig.

Wat is van waarde?

Niemand van ons heeft een ‘objectieve’ kijk op de wereld, ook wetenschappers niet. We observeren onze omgeving en onze relaties met anderen op ieder moment vanuit een perspectief van waarde / waardering, positief of negatief, naargelang de mate waarin de interactie aansluit bij onze persoonlijke behoeften en onderliggende gevoelens en emoties. We kunnen niet anders.

Op de website kritischehouding.nl wordt een overzicht gegeven van 365+ positieve waarden, kwaliteiten, op basis waarvan we onze interactie met de wereld en de mensen om ons heen observeren, beoordelen en (be-) handelen. Link.  De lijst is alfabetisch en bestaat zowel uit kwaliteiten van mensen als waarden welke we in de wereld nastreven. Je kunt alle kwalificaties omkeren naar hun negatieve zijde. Iemand is meer of minder betrouwbaar. De woonomgeving meer of minder veilig.

Jonathan Haidt, een befaamde Amerikaanse sociaal psycholoog, stelde vast hoe de verschillende wereldwijde culturen te vertalen zijn naar kernwaarden, denkbeelden die we maatschappelijk delen en welke de basis vormen voor ons maatschappelijk handelen. Hij komt tot 6 wereldwijde basisbeginselen.

Traditionele waarden:

  • Loyaliteit aan gezin, familie en de groepen waar een mens deel van uitmaakt. De meest duivelse zonde in deze is ‘verraad’.
  • Rechtvaardigheid. Ieder heeft recht op het zijne, op zijn of haar leven, op een waardige behandeling, op een aandeel in de maatschappij. Het kwaad in deze is bedrog en machtsmisbruik. Al in het oude Rome onderwerp van vele wetten.
  • Zorg voor de ander. Empathie. Heb uw naaste lief, help de ander, zorg dat de ander niets kwaads overkomt. Gastvrijheid: neem de vreemdeling op in uw huis.
  • Autoriteit. Gehoorzaamheid aan het gezag dat we zelf boven ons gesteld hebben. Dat gezag mag niet ondermijnd worden.
  • Heiligheid en Traditie. Het onaantastbare. Dat wat niet ter discussie mag staan. Dat wat we gezamenlijk beleven als het hogere. Ontheiliging van het heilige is letterlijk een doodzonde.

Daarnaast zijn de belangrijkste Westerse waarde sedert de Verlichting:

  • Vrijheid om het eigen leven te leven naar eigen overtuiging. De mens met de zijnen moet zelf in vrijheid vorm kunnen geven aan ‘the pursuit of happiness’, evenwel zonder de ander in zijn of haar vrijheid te belemmeren. Onderdrukking is het kwaad. Bestrijd dus het kwaad van de machtigen en de gewelddadigen.

Naar mijn mening dienen er tegenwoordig voor het Westen nog twee waarden aan toe te worden gevoegd, voortkomend uit onze protestants-christelijke historie:

  • Gelijkheid. Ieder mens dient in de groepen, waar hij of zij deel van uit maakt, gelijkelijk als lid van de groep behandeld te worden. De basis voor de democratische Rechsstaat.
  • Werk. Werken voor ons brood in het zweet van ons aanschijn. Voor jezelf en de jouwen behoren te zorgen. Veel geld verdienen. Maatschappelijk nuttig bezig zijn. Want ledigheid is des duivels oorkussen.

Al deze kernwaarden worden vooral in de westerse samenlevingen volgens Haidt verschillend beleefd door groepen van mensen. De praktische invulling zorgt voor de politieke tegenstellingen tussen conservatieven, liberalen, sociaaldemocraten. Werken, voor jezelf zorgen, weegt voor een conservatief bijvoorbeeld zwaar: de maatschappij behoort niemand financiële bijstand te verlenen, tenzij het echt niet anders kan. En dan nog liever hulp van buren dan van de overheid.

In onze postmoderne geïndividualiseerde neoliberale samenleving van de afgelopen 25 jaar ligt de nadruk maatschappelijk vooral op de waarden: vrijheid, gelijkheid en werk. Belangrijke persoonlijke waarden in ons huidige tijdgewricht zijn volgens Kinneging zgn. Vitale waarden: gezondheid en voeding, lichamelijke esthetiek, actief zijn, succes hebben (vaak vertaald als veel geld verdienen), geluk vinden en spiritueel bewustzijn.

Voor een noodzakelijke persoonlijke aanpassing aan een veranderde wereld zullen we ons persoonlijk af moeten vragen welke waarden eigenlijk onze absolute prioriteit hebben.

De menselijke rationaliteit is beperkt

Over Immanuel Kant’s 2e vraag: ‘wat is de mens?’ zijn inmiddels hele bibliotheken vol geschreven. In mijn visie is de mens:

  • Een beperkt rationeel wezen: veelal denkend in oorzaak en gevolg op basis van geobserveerde feiten,
  • Dat fysiek uiterst kwetsbaar is en biologisch bepaald alleen maar in groepen kan leven,
  • Met een enorme verbeeldingskracht omtrent toekomstige mogelijkheden en handelen,
  • Maar ook met  perspectivische inbeelding over de werkelijkheid op basis van verlangens, gevoelens en onderliggende emoties.

Welke beeld je van de mens (en dus van jezelf) hebt is uitermate belangrijk voor je persoonlijke keuzen en handelen. Als je de mens als puur rationeel ziet, dan verwacht je eigenlijk dat anderen ‘net zo rationeel’ als jij zullen handelen. De berekeningen van jouw ‘spreadsheet’ zullen volgen. Maar dat zal bijna nooit het geval zijn.

Beperkt rationele wezens doorzien lang niet altijd de feitelijke oorzaak en gevolg relatie van gebeurtenissen, ook niet bij hun plannen voor de toekomst. Daarvoor heb je enerzijds veel kennis en ervaring nodig en anderzijds moet je je persoonlijke motieven en emoties onderkennen. Beperkte rationaliteit verklaart ook de moeite bij keuzebeslissingen als er teveel keuze alternatieven zijn. Of als keuzen teveel verlies (emotionele pijn) veroorzaken .

Je mens-zijn, je persoonlijkheid wordt gevormd vanuit je genen en de invloeden vanuit je directe sociale omgeving, vanaf je geboorte. Er is zelfs sprake van een wisselwerking tussen je fundamentele externe beïnvloeding en je genen (die gaan uit of aan). Die fundamentele invloeden vertalen zich uiteindelijk zelfs volledig van hoofd tot voeten in je biologische processen: hoe je beweegt, wat je observeert (ziet), wat je perceptie is van de wereld om je heen, hoe je je voelt, wat je spanning bezorgt.

Geen enkel mens heeft dus een ‘objectieve’ blik op de wereld zoals hij of zij die ervaart. Tussen subject en object ligt in de observatie altijd een relatie van waarde / waardering, positief of negatief, naargelang de mate waarin de situatie aansluit bij zijn of haar persoonlijke behoeften en onderliggende emoties. De filosoof Pirsig noemde deze relatie de ‘kwaliteit’ welke een mens aan iedere momentane observatie of ervaring toekent.

Als we ons moeten aanpassen aan een nieuwe wereld zullen we ons dus in de eerste plaats onze eigen beperkte rationaliteit moeten realiseren en onze gevoelsmatig gedreven perspectief van de wereld, dus vooral welke waarden, kwaliteiten, ons leven betekenis geven.

We weten niet wat we niet weten

We gaan als mensheid hoogmoedig prat op de menselijke kennis en de daarop gebaseerde technologie. Maar we beseffen als mensen nauwelijks hoeveel we eigenlijk niet weten, dus komende bij Kant´s eerste vraag: wat kan ik weten?

Een van mijn favoriete filosofische auteurs is de Brit Bryan Magee. Hij schreef prachtige boeken over filosofen, waaronder een beroemd boek over Schopenhauer.

Magee is dit jaar overleden (89). In het jaar voor zijn dood heeft hij nog een klein boekje geschreven: Ultieme vragen. Kleine filosofie van leven en dood. Dit indrukwekkende werkje is zijn levenstestament met prachtig maar eenvoudig geformuleerde uitspraken over wat we kunnen weten.

Magee is altijd een echte Kantiaan gebleven. Wat kun je weten over de werkelijkheid. Wat is waarheid en welke betrekking heeft waarheid op vragen als ´hoe te leven´ en ‘schoonheid’. Hoe moet je tegen Religie aankijken ( ´… geen aandacht aan schenken, behalve antropologisch’). In de tweede helft van zijn leven is hij ook nog een aanhanger van de taalfilosoof Wittgenstein geworden, zij het met de nodige bemerkingen. Overal legt ook Magee relaties tussen kennis en taal.

Magee toont wetenschappelijk methodologisch aan hoe beperkt de huidige kennis van de mensheid over de wereld om hem heen is, ondanks alle verregaande  publieke pretenties van wetenschappers.

De materiele wereld (de aardse en kosmische) zullen altijd maar beperkt onderzocht kunnen worden op grond van het feit dat veel verschijnselen eenvoudigweg door de mens niet observeerbaar zijn. We zien niet wat we niet kunnen waarnemen.

Ook zal de kennis van complexe, door vele oorzaken in wisselwerking interacterende, verschijnselen beperkt blijven omdat het testen van theorieën eenvoudigweg onmogelijk is. Weer en klimaatverschijnselen, het functioneren van het menselijk brein en het menselijk bewustzijn, we kunnen slechts de uiterlijkheden onderzoeken. Juist daarom doorzien we de effecten van menselijk handelen op onze leefomgeving nauwelijks. Ook niet hoe we nieuwe virussen over onszelf afroepen.

Magee’s inschatting is dat we tot op heden nog niet eens 1 procent wetenschappelijke kennis hebben verworven over de aardse en menselijke werkelijkheid. We weten niet wat we niet weten. En dat zal wel altijd zo blijven.

Als we meer doordrongen raken van wat we als mensen allemaal niet echt weten (in plaats van afkeer te tonen voor wetenschappers die het niet met elkaar eens zijn), kunnen we leren onzekerheid over heden en toekomst standaard als onderdeel van ons leven te beschouwen. En die houding hebben we in de komende jaren van crisis zeker nodig.

Durf je eigen verstand te gebruiken!

Immanuel Kant stond in de 18e eeuw als een van de filosofische reuzen aan de basis van de Verlichting. Hij beschreef Verlichting als het menselijk wakker worden uit zelfopgelegde onvolwassenheid. Zijn motto: durf te weten, heb de moed je eigen verstand te gebruiken.

Maar meer dan 200 jaar later is de meerderheid van de mensen nog steeds niet bereid zelf na te denken. Niet over zichzelf en niet over de (sociale) wereld om hem of haar heen. Sociale veiligheid betekent voor de meesten van ons nog altijd het comfortabele aansluiten bij de meerderheidsopvattingen in de groepen en netwerken waar we deel van uitmaken. In grotere bijeenkomsten volgen we bijna altijd als kuddes schapen de leider. In massabijeenkomsten ontstaan bijna altijd zwenkende zwermen, net als bij jonge spreeuwen in het najaar. Tijdens de pubertijd raken we er langzamerhand aan verslaafd net als de anderen te zijn . En de meesten van ons raken die verslaving nooit weer kwijt (citaat Olga Tokarczuk – Nobelprijs winnares).

Ik ben bang dat het jongere generaties steeds meer ontbreekt aan een kritische houding. Sociale media zorgen voor een steeds groter verschil tussen het naar buiten toe geprojecteerde authentieke extraverte creatieve gepassioneerde ‘ik’ en de feitelijke persoon achter het toetsenbordje. Communicatie via die media is uiterst oppervlakkig. Iemand spontaan ‘life’ bellen of zomaar bij iemand langsgaan is ‘not done’, dat moet eerst wel worden afgesproken, zodat de agenda niet wordt verstoord en de nodige voorbereidingen kunnen worden verricht.

Het miserabel ( je moet het zelf leren..) ‘leuke’ onderwijs heeft de basisvaardigheden van velen ernstig beknot. Goed kunnen rekenen om snel allerlei verbanden in de buitenwereld te kunnen doorzien is een vaardigheid die nauwelijks meer wordt verworven. Helemaal slecht gesteld is het met taalvaardigheid. Taal is de muziek van de ziel. Verfijnd taalgebruik vormt de kern van de mogelijkheid om de wereld om ons heen te beschrijven en te begrijpen. Maar schept ook de voorwaarden voor diepgaande emotionele intimiteit met een ander, waar zovelen naar hunkeren.

We kunnen niet nadenken zonder onze emotionele reactiepatronen over de wereld talig te expliciteren. Ons eigen wereldtoneel, waarop we vol verlangens en begeerten onze rollen spelen, wordt geschapen door ons taalvermogen. Ons taalvermogen vormt de harde grens van onze wereld. Nauwelijks (het geduld hebben om) boeken te kunnen lezen sluit je af van al die menselijke verbeeldingen van anderen. De wereld van anderen te kunnen ervaren. Je eigen leven en denken te kunnen toetsen aan dat van anderen.

Gebrek aan taalvermogen maakt je emotionele- en gevoelsmatige binnenwereld uiterst vatbaar voor reclame beroepen op je consumptieve verlangens. Voor politieke propaganda  bij het vormen van je opinies. Voor fake informatie van kwaadwillenden. Inmiddels sluiten de media al lang aan bij het gebrek aan taalvaardigheid met een voortdurende neerwaartse trend naar nog eenvoudiger taalgebruik voor hun kijkers, lezers en luisteraars. Pure infantilisering. Politici weten inmiddels dat ze de meeste impact hebben met zgn. oneliners, waarbij hun standpunt in één regel populair kan worden weergegeven. Terwijl de materiële- en sociale werkelijkheid met geen pen in één eenvoudige regel te vatten is. In de Middeleeuwen was alles wat onverhoopt gebeurde ‘de wil van God’. We zijn inmiddels in de publieke meningsvorming terug bij dat soort bijgelovige simplificaties.

Voor een leven in deze snel- en fundamenteel veranderende wereld moet je jezelf verlichten: durven te weten, de moed hebben je eigen verstand te gebruiken. Zelf te bepalen wat je van waarde acht in je eigen leven. Daaruit zelf steeds weer conclusies te durven trekken ten aanzien van de maatstaven (normen), die je jezelf stelt voor je eigen zijn en handelen. Maar dat kan alleen door de gevoelsmatige beelden in je hoofd talig te expliciteren en te beredeneren.

Hoe relatief is waarheid?

In menselijke groepsverbanden is het kunnen vertrouwen op de leiders en de andere groepsleden fundamenteel van belang. Dat zit letterlijk biologisch in onze soort ingebakken. Betrouwbaarheid, loyaliteit, waarheid tegenover misleiding en verraad vormen biologische kernwaarden in de menselijke beleving.

In de postmoderne samenleving is vooral het begrip ‘waarheid’ relatief geworden. Als individu heeft ieder zijn eigen door hem of haar ervaren waarheid en worden feitelijke observaties ook nog slechts als datasetjes behorende bij een opinie beschouwd. De commercie (inclusief de media) heeft er de laatste tien jaar alles aan gedaan om die opvatting over waarheid winstgevend te benadrukken. De laatste jaren heeft ook de politiek deze opvatting omarmd. Je kan iedere feitelijkheid een andere draai (spin) qua zienswijze geven. In Amerika behoort inmiddels ronduit liegen zelfs tot de standaard gereedschapskist van de politicus.

Karl Popper, vermaard filosoof en wetenschapper definieerde de menselijke relatie tot zijn wereldse werkelijkheid op 3 niveaus.

  1. De relatie tot de levende en dode natuur om hem heen. De materiele wereld.
  2. De relatie tot de mensen om hem heen. De sociale wereld.
  3. De relatie tot de in zijn tijdvak bestaande ideeën over de materiele en de menselijke wereld. De intellectuele wereld.

Kennis en waarheid zijn dus kwalitatief verschillend op de 3 aanrakingspunten tussen mens en wereld.

Onze kennis over de materiele wereld kunnen we met wetenschappelijke methoden verwerven en tijdelijk met consensus tussen wetenschapper als waarheid aannemen, totdat nieuwe methoden en inzichten die kennis vernieuwen en dus de waarheid veranderen. Maar die tijdelijke waarheden kunnen functioneel en materieel toegepast worden. We brachten er mensen mee naar de maan. We proberen er de huidige pandemie te bestrijden.

Tijdens deze levensbedreigende corona-pandemie zijn er nog altijd gekken die de (nog steeds uiterst beperkte) wetenschappelijke kennis over het Covid-19 virus terzijde schuiven. Maar de meesten van ons volgen van minuut tot minuut het nieuws om te weten te komen of de wetenschappers al weer nieuwe feiten over het virus achterhaald hebben. Want de niet-relatieve waarheid van het virus is dodelijk.

Onze kennis over het individuele en relationele functioneren van mensen lijdt aan het gebrek dat de wetenschappelijke methode beperkingen kent bij het onderzoeken door mensen van ander mensen. Zelfs tijdelijke wetenschappelijke waarheden hebben op dit terrein vaak een beperkte geldigheid en toepasbaarheid. Maar zelfs die kennis is nog altijd beter dan allerlei verzonnen onzin.

Kennis over de menselijke ideeënwereld is vooral beschrijvend. Er kan generlei algemeen geldende waarheid aan worden ontleend. Maar juist op terrein van de menselijke ideeën wordt het hardste gestreden over wat waar is en wat niet, terwijl generlei waarheid zelfs maar kan worden bewezen.

Onze ideeën over de wereld en onze kennis over sociale relaties ontlenen we dus vooral aan onze opvoeding, aan onze sociale omgeving, aan wetenschap en filosofie, maar vooral aan onze eigen levenservaringen. En die ideeën zullen we dus zelf dagelijks met een kritische houding moeten onderzoeken.

Menselijke binding berust op goed vertrouwen, goed vertrouwen op empirische kennis

Voor het HIV-virus is in 40 jaar nog nooit een vaccin gevonden. En de gangbare, meest optimistische schatting van virologen is dat het 1à 2 jaar kan duren voordat er een Covid19-vaccin is. Maak je borst maar nat dus. Een virusvaccin uitvinden is één ding maar een veilig virusvaccin uitvinden is iets anders. Want het inenten van miljoenen gezonde mensen zonder te weten wat de gezondheidsimpact daarvan is, wat de fysiologische, genetische, etc. bijwerkingen op korte en zo mogelijk op lange termijn zijn, dat zou beslist onverantwoord zijn. Het middel mag niet erger zijn dan de kwaal. We moeten erop kunnen vertrouwen dat vaccins, net zoals alle medicijnen natuurlijk, een goeie bijsluiter hebben. 

Vertrouwen is hier het kernwoord. Vertrouwen op wetenschappers in de eerste plaats. En daar wringt voor veel mensen de schoen want ze zien dat wetenschappers elkaar nogal eens tegenspreken en dat voedt het wantrouwen ten aanzien van hen. Onterecht, want dan maakt men geen onderscheid tussen het vertrouwen in wetenschappers en het vertrouwen in de wetenschappelijke methode als werkwijze om tot betrouwbare empirische kennis te komen. Dat wetenschappers elkaar tegenspreken is bij een complex probleem juist gunstig want alleen botsende inzichten helpen om tot een voortschrijdend inzicht te komen. Zo werkt wetenschap nu eenmaal. En dat sommige wetenschappers ook wel eens ter eigen glorie met data frauderen is een side issue en tegenwoordig uitzonderlijk gezien het aantal controlerende collega’s, commissies en instituten dat men moet passeren alvorens iets te kunnen beweren in een vaktijdschrift. (zie mijn blog: Nepnieuwspreventie). 

Als je geen wetenschappelijke opleiding hebt gehad zijn complexe wetenschappelijke methodieken en technieken zeer lastig te begrijpen. En als je die wel hebt gehad begrijp je die methoden en technieken waarschijnlijk alleen maar voor zover het je eigen vakgebied betreft. En als je cognitieve vermogens niet groot zijn dan ben je overgeleverd aan de complotgoeroes, de Bolsonaro’s of je eigen lege borrelpraat.

Empirische kennis (in dit geval vnl. virologische en epidemiologische kennis), is überhaupt onontbeerlijk om adequaat in de wereld te kunnen handelen en te overleven. De beste kennis geeft over het algemeen de beste overlevingskans, mits de ‘klasse van beleidsmakers’ die expertkennis niet negeren, bagatelliseren, in twijfel trekken, of anderszins voor eigen machtsbelang aan de kant schuiven. En dat gebeurt vandaag de dag en in de geschiedenis van de mensheid voortdurend. 

Terug naar het begrip ’vertrouwen’. Wat is dat eigenlijk: vertrouwen? Dat begrip heeft op zijn minst twee kanten: een persoonlijke kant en een interpersoonlijke kant. Die tussenmenselijke kant van vertrouwen verwijst naar ‘tegen elkaar de waarheid spreken, naar eerlijkheid, betrouwbaarheid, kunnen rekenen op, te goeder trouw zijn’. Oftewel naar de kennis van een ander die mij en mijn geliefden ermee beschermd (en omgekeerd). Zeker in stressvolle situaties zal een kind eerst op de beste zorgkennis van zijn ouders vertrouwen (basic trust), de ouders op elkaar, op hun vrienden en familie.

Die sterke emotionele basisbinding die mensen noodzakelijkerwijs met elkaar hebben berust op het wederzijdse vertrouwen dat de waarheid gesproken wordt, op wederzijdse eerlijkheid, betrouwbaarheid. Men durft op elkaars oordeel, beste inzichten en vaardigheden te rekenen. Men doet zijn uiterste best voor elkaar op grond van de beste kennis en ervaring die men bezit, ook al kan men met zijn kennis en inzichten er naast zitten. 

De vraag is: wie kan ik vandaag de dag vertrouwen, oftewel wie heeft de beste kennis als het er op aan komt? 

Dr. Vogel of dr. Gommers? Ik bedoel, zij die wetenschappers en wetenschappelijke instituten voortdurend proberen te ondergraven zijn bezig met de ontbinding van het meest fundamentele dat mensen bij elkaar houdt: vertrouwen in waarheid spreken, in eerlijkheid, betrouwbaarheid en in de eeuwenoude deugd van ‘het te goeder trouw zijn’. Dit klinkt haast theatraal, zwart-wit, het zij zo. Maar dit zijn tijden van dreigende ontwrichting en ontbinding en dan heb je maar te kiezen tussen the Good (empirische kennis), the Bad (pseudo kennis) and the Ugly (criminele kennis).

Filosofen, wat heb je aan ze in tijden van Corona?

Covid19 is niet onze vijand. Nee, het probeert ons iets te vertellen. Sommigen zeggen dat God ons iets probeert te vertellen, een soort kwaaie boodschap. Anderen zeggen dat de Goede God er niets aan kan doen maar dat het de Duivel is, met een soort pre-apocalyptische boodschap. Weer anderen (de seculiere versie van die beide), die lijden aan het complotsyndroom, zeggen dat het wereldwijde -Geheime Genootschap van de Elite- een stevige, vergiftigingsactie op de zwakken heeft losgelaten. Maar goed, dat zijn de kleintjes. 

De nuchtere Darwinisten zien Covid19 als een nuchtere boodschapper van de evolutiewetten. De economen aan de linkerzijde zeggen dat het neoliberale globalistische vrijemarktmechanisme een noodboodschap uitzendt. De historici zeggen dat het een normale migratieboodschap is en een voorbode van grote sociale veranderingen. De virologen, epidemiologen en microbiologen zeggen dat hun wetenschappelijke waarschuwende boodschapen aan alle overheden al vele jaren door politici zijn genegeerd, en dat Covid19 nu zelf maar weer eens een pandemische boodschap aan hen doorgeeft. 

En dan heb je nog de cultuurcritici, laat ik ze zo maar even samengarend noemen, die zeggen dat Covid19 de boodschap afgeeft dat er iets grondig mis is met onze levensstijl, ons consumentisme, individualisme, globalisme, en het falen van de representatieve democratie.  

Het nogal onbekende Covid19 is nog maar nauwelijks op gang gekomen of er is al een brede beweging opgestaan van mensen die van deze pandemie ‘iets willen leren’. Die denken een heldere of cryptische boodschap te hebben ontvangen, dus moeten ze er ook serieus iets van willen leren. Dat gebeurde ook bij andersoortige, man-made gigarampen: tijdens en na de grote wereldoorlogen, de grote economische depressies (1873 en1929), de nucleaire rampen van Hirosjima/Nagasaki, Tsjernobyl, Fukushima. We willen ervan leren.

Leren van de oorzaken is overigens iets anders dan leren van de gevolgen. Leren van de oorzaken is wetenschap: hoe ontstaat dit type virus, hoe is de werkzaamheid en verloopt de verspreiding ervan, hoe kun je het stoppen en dergelijke. Leren van de gevolgen is speculatie: wat doet een pandemische infectieziekte met de economie, met de gezondheidszorg, de sociale zekerheid, de politieke en culturele waarden etc. En moeten we die zaken langzamerhand niet eens grondig gaan herzien? Is er een nieuw tijdperk aangebroken, komt er een nieuwe wereldorde?

Als je je even beperkt tot de filosofen dan is er voor hen flink werk aan de winkel want er is een grote, wereldwijde existentiële crisis gaande, die om grote, scherpe, ethische en morele vragen vraagt. En in bevragen en doorvragen zijn filosofen erg goed. Toegepaste, praktische ethiekvragen: bedrijfsethiek, gezondheids/medische ethiek, bio-ethiek, media-ethiek, zorg-ethiek.

En hopelijk doen ze het dit keer in koor ( alstublieft): flink hard en activistisch gaan roepen naar de wereldleiders, en daarbij om steun vragen bij de geteisterde wereldbevolking.

Anders kunnen ze net zo goed gaan helpen met mondkapjes naaien of vakken gaan vullen. Kortom: zet ‘m op filosofen.

Wij hebben een virus en we zijn een virus

Ach, in zekere zin zijn wij mensen natuurlijk ook een soort virus en een pandemie als je kijkt naar de definities.

Definitie virus: Een virus is een (microscopisch klein) deeltje erfelijk materiaal, in een (eiwit) omhulsel, dat actief wordt als zij cellen van levende organismen binnendringen, en vervolgens die gastheercellen vernietigen waarvan zij afhankelijk zijn om zich te kunnen vermenigvuldigen.

Dat wij microscopisch klein zijn tov. van onze aardse leefomgeving, nog niet een zandkorrel in het universum, dat zal niemand willen ontkennen. En dat wij een stukje DNA zijn met een omhulsel dat er op uit is volgens de Darwiniaanse wetten zich te vermenigvuldigen al evenmin. Dat wij actief zijn met het binnendringen in het leven van andere organismen, mensen, dieren, planten, dat wij binnendringen in levende ecosystemen, ze vernietigen om onszelf in stand te houden en te vermenigvuldigen, ook dat valt moeilijk te ontkennen. Die totale parasitaire afhankelijkheid is een één op één relatie.

Nu zijn virussen op zich geen probleem, er zijn er enkele duizenden soorten van die in elk levend organisme voorkomen, en evolutionair gewoon hun blinde pad volgen. Het probleem met virale en bacteriologische infectieziekten ontstaat pas, zeker voor de mens, als de schaalgrootte ervan plotseling verandert, dwz. als er een ziekteverwekkende epidemie ontstaat.   

Definitie van een epidemie: Een epidemie is een (besmettelijke) ziekte die in een grotere frequentie voorkomt dan normaal voorkomt.

Het geval is dat de schaalgrootte van de menselijke aanwezigheid op aarde tot voor de landbouwrevolutie van zo’n 20.000 jaar geleden erg klein was. Daniel Dennet (filosoof) berekende dat de mens 10.000 jaar geleden minder dan 0,1% van al het gewervelde leven uitmaakte. Vandaag de dag is dat percentage (incl. vee en huisdieren) 98%!! Die superevolutionaire explosie van ‘het virus mens’ is volstrekt uniek in de aardse geschiedenis. Maar dergelijke snelle en omvangrijke explosies komen wel voor in de wereld van de virussen! En met die superevolutionaire mensexplosie kwamen wereldwijd ook epidemieën, plagen en volksrampen voor. Er zijn volop  documenten uit de Oudheid die van epidemieën onder volkeren verhalen. Wat de wereldwijde explosie van het ‘virus mens’ betreft moeten we dus qua schaalgrootte verder gaan: de pandemie.

Definitie van een pandemie: Een pandemie is een wereldwijde epidemie.

Ook zonder onze moderne schepen, treinen en vliegtuigen, met gebergten en zeeën die de ene samenleving van de andere scheiden, vonden er pandemieën plaats. Ongetwijfeld met een tragere verspreidingssnelheid, maar wel degelijk met dezelfde onvermijdelijkheid en eenzelfde verwoestend effect. De pest, de pokken, de mazelen, lepra, cholera, dysenterie, malaria, (spaanse)griep, tbc, die pandemieën hebben we redelijk goed onder controle gekregen. En idem, in de moderne tijd: Ebola, Hiv, Sars en Q-koorts. En met Covid19 zal het tzt. ook wel weer lukken. 

Maar de pandemie van ‘het virus mens’ met zijn verwoestende effect op de oceanen, bossen, dier- en insecten soorten, op de hele biosfeer en het aardse klimaat, ja, die ‘pandemische infectieziekte genaamd mens’ krijgt de planeet maar niet onder controle. Is dat misschien omdat we onszelf in alle hoogmoed liever zien als hooguit een evolutionair ietwat oversuccesvolle unieke soort? Maar onszelf niet willen zien als een uniek soort pandemie? Als ‘een tijdelijke ziekte van de aardkorst’, om met Nietzsche te spreken. 

Ach, het is al zo vaak gezegd: in het 4,5 miljard jaar bestaan van de aarde is het leven al zo vaak uitgestorven; macro-historisch is de mens nog geen seconde op aarde en hij maakt er al een puinhoop van; de mens is de enige soort die zijn (zelf)vernietiging zou kunnen stoppen maar hij danst nog vrolijk door op de muziek op het dek van de Titanic.

Kijk, wat die coronacrisis betreft, daar komen we met inmiddels teisterend veel leed en diepe ellende wel weer uit, zonder apocalyptische toestanden. Maar je moet ook het grote plaatje kunnen zien: ook wij zijn een soort virus, een pandemisch, parasitair wezen dat niet vaak en hard genoeg gewaarschuwd kan worden.

De tijd van voor de coronacrisis kan maar beter niet terug komen.

Checklist voor waarheidslievenden

Vandaag wil ik niet:

Liegen o
Niet nakomen o
Verdoezelen o
Roddelen o
Verzuimen o
Verdraaien o
Dramatiseren o
Huichelen o
Insinueren o
Verbergen o
Slachtofferen o
Doen alsof o
Bedriegen o
Verraden o
Samenspannen o
Verneuken o
Sjoemelen o
Ontkennen o
Betwijfelen o
Versluieren o
 Afleiden o
Opscheppen o
Speculeren o
Vervalsen o
Overdrijven o
Doen alsof o
Schijn ophouden o
Misleiden o
Bagatelliseren o
Verduisteren o
Achterhouden o
Omkopen o
Smokkelen o
Verzwijgen o
Manipuleren o
(over) Bluffen o
Pretenderen o
Mystificeren o
Frauderen o
Plagiaat plegen o
Kwaad spreken o
Facultatief…… o