Ethnisch profileren in de Amsterdamse Raad

Etnisch profileren is ‘het gebruik door politie van criteria of overwegingen omtrent ras, huidskleur, etniciteit, nationaliteit, taal en religie bij opsporing en rechtshandhaving, zowel op operationeel als organisatorisch niveau, terwijl daarvoor geen objectieve rechtvaardiging bestaat’. (Amnesty International)

We doen nogal wat aan het bestrijden van etnisch profileren bij de politie: bodycams, implicit bias training, spotterstraining, procedurele rechtvaardigheidscontrole, stopformulieren, biculturele politieagenten, publieks/buurt enquetes, reflectie op de politiecultuur, etc.

De conclusie uit het grote literatuuronderzoek naar al deze interventies (Tegengaan van etnisch profileren, Twynstra Gudde, 2018 ) is: 

  1. We weten nagenoeg niets over het effect van deze interventies noch over de aard en omvang van etnisch profileren. Ja, als een lokaal of landelijk politicus ook maar iets verstand heeft van wetenschappelijk onderzoek (statistische methoden en technieken, signaal detectie theorie, ed.) dan zal hij zich niet door het politiek correcte geroep van zijn stemmers laten leiden maar afgaan op de best beschikbare kennis uit onderzoeksresultaten. En die kennis ontbreekt geheel.
  2. Er is meer onderzoek nodig. Ja, dat is een open deur als je niets weet. 
  3. We moeten lering trekken uit elk onderzoek. Ja, waar is het anders voor?

Die discussie in de Amsterdamse Gemeenteraad mbt. etnisch profileren is dus een non-discussie waar non-maatregelen in het politiebeleid uit gaan rollen voor politieagenten die hun best gaan doen om weg te kijken. 

Je zou willen dat wetenschappers eens wat meer een grote mond zouden opentrekken tegenover politici met een grote mond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *