Moet de kunst op dieet?

Communiceren is zo dicht mogelijk langs elkaar heen praten. De taal zit immers vol met misverstanden, misvattingen en wanbegrip. Taal speelt zich op zijn minst af op drie niveaus:

  • Er is de taal waarin wij denken, onszelf iets duidelijk maken, met onszelf communiceren (denktaal);
  • de taal waarin we met elkaar praten, de ander face to face iets duidelijk proberen te maken (spreektaal);
  • de taal waarin wij schrijven, de ander op afstand iets duidelijk willen maken (schrijftaal). 

De denktaal is meestal vluchtig, brokkelig, nogal onsamenhangend, associatief, en ze verdwijnt gemakkelijk uit het geheugen. 

De spreektaal is samenhangend, preciezer, doelgerichter, en blijft meestal wel in het geheugen hangen. En ze wordt onvermijdelijk begeleid met allerlei non-verbaal gedrag dat betekenis moet geven aan de inhoud van het gesprokene. Maar bij het verbale betoog kan het non-verbale gemakkelijk ook niet congruent zijn met de woorden, hetgeen bij de luisteraar het verwarrende gevoel opwekt: hier klopt iets niet, dat glimlachje past niet bij die zware woorden, die ja-woorden passen niet bij het nee-schudden, e.d. 

De schrijftaal lijkt nog de meest precieze vorm van communiceren; men schrijft en schrapt weer om tot het meest heldere, samenhangende betoog te komen. Maar ook bij de schrijftaal moet de lezer goed op de hoogte zijn van allerlei onuitgesproken contexten en paradigma’s waarin het geschrevene staat om het goed te kunnen begrijpen. Zelfs in de meest zuivere talen, b.v. die van de formele logica of de wiskunde, is dat het geval (*). 

Je zou kunnen zeggen: het denken maakt de onderdelen, het spreken kiest de beste uit en legt ze in een begrijpbare volgorde, het schrijven monteert ze stevig aan elkaar. Zoiets. Kortom, denken, spreken en schrijven is een glibberige bezigheid; er zit uiteindelijk niks anders op dan je best doen om zo dicht mogelijk langs elkaar heen te communiceren. 

En dat brengt ons bij de taal van de kunst, de kunst zonder woorden: de klanktaal van de muziek, de beeldtaal van de beeldende kunst, lichaamstaal van de dans. Het lijkt het domein waarin de emotie het allereerst wordt aangesproken. Maar in tweede instantie zal het daar niet bij blijven, ook de emotie, de sfeer, de toon zal zich vroeg of laat in taal gaan ‘vertalen’. Het is deze taal die om een interpretatie vraagt. De emotie die zich verwoordt. Of de taal heeft zich allang esthetisch vertaald, d.w.z. de emotie is al voorgeprogrammeerd, bijvoorbeeld: ‘Oh ja, Bach, dat is….., Mahler is….., Picasso is…., Hopper is…., Béjart is……,’ etc. Het is de taal van de kunst die zich al in het culturele geheugen heeft gevestigd, en daarmee sturing geeft aan de emotie. De geframede emotie die ook al te lezen is in de museum- of concertfolder (**).

Dat brengt je bij de vraag: is de zgn. Vernieuwende Kunst de kunst ‘die nog niet vertaald is, die nog geen verwoording heeft gekregen, nog geen culturele interpretatie heeft gevonden?’ (of misschien de nog bredere vraag wat het onderscheid is tussen kunst en geen kunst) 

Ik ben geen kunstkenner en kom dus voorlopig niet veel verder dan dit: vernieuwende (of scheppende) kunst is niet iets nieuws maken, niet iets dat nooit eerder vertoond is, dat volstrekt uniek is. Ja, denk je dan, dat is er zoveel, dat is mijn smartphone ook. Nee, vernieuwende kunst is niet iets nieuws maken maar iets nieuws maken in het hoofd van de kijker/luisteraar. Iets nieuws wat hem definitief verandert: misschien verandert zijn gebruikelijke gevoels- of zintuigelijke waarneming, zijn vaste belief-system, zijn normen, zijn gedrag (***)? 

Het verandert in ieder geval ten diepste zijn denktaal, in de manier waarop hij zichzelf iets nieuws, een ontdekking, probeert duidelijk te maken. En ditmaal zal de nieuwe ontdekking niet in het geheugen verdwijnen. 

Het verandert bijgevolg ook zijn spreektaal, hij zal over zijn nieuwe ontdekking praten op een wijze zoals hij nog nooit eerder gedaan heeft. En een dergelijk gesprek zal ook door zijn gesprekspartner(s) waarschijnlijk goed herinnerd blijven. En daarmee verandert het ook zijn schrijftaal wanneer hij zijn enthousiasme (of afkeer) vastlegt, mailt of publiek maakt. Zoiets zal er dan gebeuren, zoiets zeer ingrijpends. 

Tsja, maar met dit idee zou heel wat zogenoemde en zogenaamde Vernieuwende Kunst op dieet moeten (zoals Nietzsche het uitdrukt). Dat moet dan maar.

(*) Het idee dat de taal van wiskunde steriel, abstract en beperkt is tot getallen en methodes is een groot misverstand. Alle wiskunde is visueel te maken, kan in woorden of verhalen worden uitgedrukt, of in fysieke (bewegende) objecten. En ook wiskundeproblemen kunnen met intuïtief denken benaderd worden (Jo Boaler, professor of mathematics education, Stanford University, VS). De alpha’s en beta’s liggen veel dichter tegen elkaar dan ze zelf denken.

(**) Overigens heeft de ‘vernieuwende kunstenaar’ zich meestal zelf al een plek in het domein van de kunst toebedeeld door, vaak als collectief, een manifest te schrijven waarin staat hoe de kunstconsument hun werk moet interpreteren. Of men laat dat over aan de kunstcriticus die hun werk ‘vertaald’, verwoord. Bv. bij het Surrealisme, Bauhaus, De Stijl, Abstract Expressionisme, e.a.

(***) Voorbeeld: Ik kan nooit meer een veld klaprozen zien of ik zie Monet. Of: Sommige straatgrafitti is beslist geen vandalisme, Bansky is prachtig, iets voor woningbouwverenigingen en bedrijven. Of: Alle bebop (jazz) die ik beluister gaat terug naar de eerste keren dat ik Charley Parker hoorde spelen, ik was hopeloos verkocht, de reden dat ik een saxofoon heb gekocht.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *