Ayaan Hirsi Ali’s nieuwste boek: ‘Prooi’

Ayaan Hirsi Ali’s nieuwste boek ‘Prooi’ (2021) is interessant omdat het een taboe bespreekt. Kleine en grote taboes zijn altijd interessant: je ziet ze niet maar je ruikt ze wel. En hoe groter het taboe hoe harder de tanden uit de bek van de ‘taboeverrader’ geslagen moeten worden. 

Het boek gaat over de mislukte integratie van moslims in de Westerse wereld. Meer specifiek over het seksuele geweld (m.n. publieke groepsverkrachting) van voornamelijk jonge moslims tegen westerse en niet-westerse vrouwen. Haar benadering van het ‘islamprobleem’ is breed: gruwelijke anekdotische verhalen, socioculturele beschouwingen, wetenschappelijk onderzoek, cross-culturele vergelijkingen, analyses van mislukte hulpverlening aan moslimvluchtelingen en immigranten, ed. Enfin, te veel om op deze plek over uit te weiden; ik raad u aan het boek eens te lezen. 

Het boek zelf zal ook weer taboe worden, zowel binnen de moslimwereld als daarbuiten, bij degenen die aan hun eigen populistische vooroordelen en politieke correctheid willen vasthouden. Wat dat betreft is niet alleen de inhoud van het boek interessant maar ook hoe binnenkort de recensenten uit de journalistieke, religieuze, culturele, politieke en wetenschappelijke wereld er op gaan reageren. Let dan vooral op de drogredeneringen, bijvoorbeeld:  ‘Ik twijfel aan haar intelligentie en analytisch vermogen’. Of: ‘AHa komt met ondoordachte oplossingen’. Of: ‘jonge mannen gebruiken hun energie soms voor gedrag dat ongepast en soms strafbaar is’. Of: ‘AHa bedoelt ze dat iedereen moet denken zoals zij’ (1). En de psychologische afweermechanismen uit de Moslimwereld , b.v. de ontkenning van medeplichtigheid aan eremoord door familieleden en het projecteren van onverdraagzaamheid en hypocrisie op de westerling. En allerlei vormen van afgedwongen groepsdenken die er toe dienen man en paard niet te benoemen.

Er zijn uiteraard verschillende categorieën taboes:

  • universeel transculturele taboes (incest, seksuele ontrouw van vrouwen, ongeritualiseerde lijkbehandeling);
  • traditioneel culturele taboes (het merendeel m.b.t. seksueel gedrag en de asymmetrische man/vrouw verhouding;
  • specifieke subcultuur gerelateerde taboes, zowel binnen de politieke ‘vijandige’ salafistische groeperingen, als binnen de liberale, ‘aangepaste’ islamitische groepen en de ‘afzijdige’ islamitische groepen binnen Europa.

De instandhouding van niet-westerse taboes berust op een strenge sociale afwijzing en uitsluiting, waarbij er een verband lijkt te zijn tussen de grootte van het taboe en de mate waarin taboe-opleggers fysiek en sociaal geweld gebruiken. Binnen de islam, die uiteraard geen monocultuur is, is er m.b.t. moslima’s sprake van een glijdende schaal, die loopt van (on)wettig doden en vogelvrij verklaren, via huiselijk fysiek geweld, genitale verminking, uithuwelijken, binnenshuis blijven met meerdere kinderen, verbod op werken en taalintegratie, tot aan intimiderende waarschuwingen en schuldinducerende opmerkingen (2). 

Een belangrijk aspect daarbij is in hoeverre het spreken over een taboe (en zelfs denken erover) op zichzelf al verboden is of dat alleen het grensoverschrijdende taboegedrag verboden is, hetgeen bij seculiere of religieuze wetgeving of traditie geïnstitutionaliseerd is. In de westerse wereld is er eigenlijk geen taboe meer dat onbesproken is. In de islamitische wereld is de seksualiteitsbeleving, seksueel gedrag en opvoeding vrijwel onbespreekbaar. Dat maakt dat culturele zelfkritiek en dus hervormingen op het punt van de seksuele moraal onmogelijk is. Laat staan dat kritiek vanuit een andere cultuur getolereerd wordt. Het maakt dat elke cross-culturele dialoog over botsende waardesystemen niet tot stand kan komen. Zelfs niet in een brede zin van een waarden/normen-discussie omdat daarbij direct de asymmetrische verhouding tussen mannen en vrouwen aan de orde is. En daarbij kan het onderwerp seksualiteit natuurlijk niet onbesproken blijven.

Buiten het Westen kan die culturele clash wel onbesproken blijven maar wanneer de schaal van massamigratie, vooral naar de grote Noord-Europese steden, zo groot wordt dat er problematische parallelle samenlevingen ontstaan, dan kan het westen zijn ogen en oren niet meer sluiten en die cultuurdialoog uit de weg gaan. En dat is wel wat ze doet, want er is weinig statistiek (vanwege het verbod op etnisch/religieus registreren) en geen diepgaand publiek debat gaande met belangrijke islamvertegenwoordigers. 

 AHa waarschuwt tegen de westerse politieke correctheid, tegen het cultureel relativisme en de naïeve ideologie van een multiculturele samenleving. Ze is daarmee niet van een afvallige moslima een islamofobe seculier geworden. Ze schrijft genuanceerd en toont wel degelijk ook compassie met de jonge islamitische mannen en vrouwen van wie men niet kan verwachten dat zij binnen een generatie een snelle cultuuraanpassing ondergaan (3).

Een cultuurverandering waar westerlingen honderden jaren over hebben gedaan: rationalisering, individualisering en secularisering. Ze wijst erop dat migratie, etnische en religieuze discriminatie, armoede, criminaliteit, werkeloosheid, krappe behuizing, e.d. niet in de eerste plaats een Europees politiek probleem is, maar een uitvloeisel van een diepgeworteld cultureel waardenprobleem dat hoognodig geadresseerd moet worden om te voorkomen dat er grote sociale onrust ontstaat en de moeizame verworvenheden van de vrije liberale samenleving in het nauw komen. 

Het probleem met de islam is dat het vrijwel altijd geweld gebruikt om het taboe op seksualiteit en de patriarchale man/vrouw-verhouding in stand te houden. Iets wat bijvoorbeeld onder Chinezen, Vietnamezen, Sikhs en Hindoes in Europa, Amerika, Canada en Australië in veel mindere mate voorkomt.

Het probleem met de Westerse cultuur is dat ze voor het taboe op misogynie en misogyn geweld teveel respect heeft. Waarschijnlijk voortkomend uit een misplaatst koloniaal schuldgevoel (alle belangrijke culturen waren wreed koloniaal en tegenwoordig zacht neo-koloniaal). Of een misplaatst schuldgevoel over hun slavernijgeschiedenis (alle expansieve culturen hielden slaven en buiten Europa leven nog steeds zo’n 45 miljoen mensen in verborgen slavernij (4). Of een zeer racistisch oorlogsverleden (zoals in Duitsland: ‘wir schaffen das’). Dubbelzijdige vermijding: een sleutel-op-slot-situatie.  

AHa verwacht niet dat de oplossing voor de culturele waardenclash van de moslimmannen zal komen, zij zullen hun dominante positie niet opgeven. Ze schrijft: ‘Het is inmiddels een waarheid als een koe geworden dat ‘vrouwen de oplossing zijn voor het integratieprobleem. Ik ben het daar mee eens’. En daar ben ik het weer mee eens. Onze West-Europese geschiedenis laat telkens zien dat het de vrouwenemancipatiebewegingen waren die de doorslag hebben gegeven tot een meer egalitaire man/vrouw-verhouding.

Misogynie vindt men in vrijwel elke cultuur, maar het minst in de westerse, en dat gegeven is door westerse vrouwen duur bevochten. De westerse overheden en maatschappelijke instanties zouden er goed aan doen om vooral jonge islamitische vrouwen en kinderen tegen geweld te beschermen, om seksuele voorlichting verplicht te stellen, om hun onderwijscarrière sterk te stimuleren, om hun economische onafhankelijkheid te ondersteunen, en hun geëmancipeerde rolmodellen in de kunst, wetenschap, sport en techniek te promoten. 

Tenslotte komt AHa met een aantal suggesties voor Europese leiders om het asiel- en vluchtelingensysteem te hervormen. Onderwerpen als asielprocedures, taal-en inburgeringsscholing, repatriëringspolitiek, ontwikkelingshulp, grensbewaking, straf- en staatsrechtelijke aanpassingen, sociale bijstandspolitiek, e.d. komen aan de orde. 

Wat u er ook allemaal van vindt: een goed, perspectivisch boek, om ter harte te nemen.

(1) NRC, 24 febr 2021. Hirsi Ali’s ‘oplossingen’ zijn ondoordacht. De recensent (godsdienstwetenschapper) gebruikt herhaaldelijk drogredenen: ad hominem (spelen op de man/vrouw i.p.v. het argument), stroman (het standpunt van de tegenstander anders of minder genuanceerd voorstellen dan er staat). 

(2) In een interview met de VK vertelt de schrijfster Lale Gül aan welk sociaal geweld uit haar moslimgemeenschap ze onderhevig is sinds de publicatie van haar debuutroman ‘Ik ga leven’. Ze besloot zich noodgedwongen volledig terug te trekken uit de publiciteit. (VK, 26 febr. 2021, Interview: ‘Lale Gül schreef een boek over haar streng-Islamitische opvoeding en werd verketterd: ‘Ik wordt een nestbevuiler genoemd’.

(3) Zie ook een recent interview met AHA op YouTube.

(4) Walk Free Foundation; Global Slavery Index 2016: wereldwijd 45,8 miljoen slaven waarvan 58% in India, Pakistan, China, Bangladesh, Oezbekistan. Definitie moderne slavernij: als een persoon onder de controle staat van een ander persoon die geweld en dwang toepast om die controle in stand te houden, en als doel van die controle uitbuiting is (dwangbarbeid, seksslavernij, schuldslavernij, mensenhandel, kindslavernij, huishoudelijke slavernij, e.a.).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *