Over onafhankelijke, onpartijdige en kritische journalistiek (2)

De journalist wordt van boven getrapt, van onder geschopt en van binnenuit gepushed. Hij is niet vrij maar moet werken binnen de parameters van zijn vak. Die parameters bestaan gedeeltelijk uit een journalistieke gedragscode waarmee hij getoetst kan worden door de Raad van de Journalistiek. De R.v.J. bestaat echter voor de helft uit journalisten en kan geen beroepssancties opleggen. De slager keurt zijn eigen vlees. Bovendien, niet alle dagbladen hebben zich aangesloten bij de procedures van de R.v.J. (b.v. het Parool).

De andere parameters bestaan uit ongeschreven regels die ook maken dat de rol van journalist als ‘onafhankelijk, onpartijdig, kritische weergever van de realiteit’ een mythe is:  

  1. Bijt niet de hand die je voedt.

Mediaorganisaties zijn bedrijven. Bedrijven hebben een hiërarchische organisatie: journalisten, redacteuren en een hoofdredacteur. De journalist schrijft, de redacteur bepaalt of het goed genoeg is. De redacteur kan opdracht geven over een bepaald item te schrijven en niet over een ander. De hoofdredacteur heeft de eindbeslissing. Je bent niet vrij te schrijven wat je wilt, je gaat door filters (1). Politieke, commerciële en smaakgekleurde redactionele filters. Er zijn links en rechts gekleurde filters. Hot news is commercieel altijd beter dan slow news. Het aantal clickbaits bepaalt mee wat de waarde van een journalistiek artikel c.q. onderwerp is. Soms ook hoeveel de journalist betaald krijgt voor zijn artikel. Teveel spanningen binnen een journalistiek team over het wel of niet plaatsen van een artikel, en te veel kritiek op elkaar en vooral op de redactiebaas (laat staan de vuile was buiten hangen), het zal onvermijdelijk leiden tot canceling en uiteindelijk tot ontslag (nemen). Er is ongetwijfeld veel journalistieke vrijheid binnen een team, maar er zijn ongeschreven filters en grenzen aan de zogenaamde ‘onafhankelijke journalistiek’.

  • Vergeet nooit wie je broodheer is.

Grote mediabedrijven zijn vaak financiële clusters van kleinere bedrijven die afhankelijk zijn van mediatycoons en investeerders maar allereerst van adverteerders. Redacteuren en journalisten kijken wel uit om publiekelijk al te kritisch op hen te zijn. De mediatycoons zitten aan tafel bij politici van wie ze feed voor en feedback op hun beleid krijgen. En de investeerders en adverteerders kunnen dreigen zich terug te trekken. De abonnementslezers ook, alhoewel, zij hebben geen directe invloed op het nieuwsbeleid. Tv-kijkers veel meer, via dalende kijkcijfers. 

  • Hou je vrienden dichtbij en je vijanden nog dichter.

Als een waakhondjournalist een nieuwsfeit ‘van boven’ haalt, bij de politici, de machtige CEO’s, bestuurders, grote investeerders, etc., dan krijgt hij natuurlijk alleen toegang als hij een vriendelijke werkrelatie met hen onderhoudt. Een kritisch interview mag, maar niet te kritisch, anders is het eens en nooit weer, exit. De ’bazen van boven’ weten natuurlijk ook wel dat waakhond-journalisten een dubbele agenda hebben, net zo als zijzelf ook niet het achterste van hun tong laten zien. Het is een spel van vertrouwen en wantrouwen maar het netto-effect op de journalist is vriendelijke terughoudendheid ten behoeve van toegankelijkheid. Vooral kritische buitenlandse correspondenten en reportagemakers die nog eens terug willen keren naar een niet al te democratisch land moeten pappen en nathouden.

  • Jij kiest niet altijd het nieuws, het nieuws kiest jou ook.

Dit punt ligt in het verlengde van het vorige punt. Als een politicus of bestuurder etc. de krant belt weet je dat het om eigenbelang of propaganda gaat. Als een nieuwsbron belt die een ongemakkelijk feit heeft te vertellen waarbij hijzelf betrokken is, zal hij altijd geneigd zijn een vriendelijke waakhond uit te kiezen voor een interview, niet een bijter. Zo kan het nieuws gemasseerd worden. Als een tipgever ook nog geheimhouding eist dan wordt ‘het schandaal’ gedempt en vertraagd. Lopende een diepgaand journalistiek onderzoek botst de journalist niet zelden op tegen ernstige fysieke bedreiging, of advocaten van de tegenpartij, wat hem of zijn redactie kan doen besluiten met het ‘dure onderzoek’ te stoppen.

  • Goed is wat de kudde samenhoudt, slecht is wat haar ontbindt (Nietzsche).

De mainstream media hebben geen enkel belang bij polarisering en verdeeldheid van het volk, want dat kost lezersabonnementen en advertentie-inkomsten. De mainstream media zullen om die reden het contact met de ‘mainstream massa’ niet willen verliezen, want het lezersvolk vormt zijn inkomen, niet de elite. De ‘amateur journalisten’ en ‘YouTube tv-zenders’ op de social media hebben dat polarisatiebelang wel. Zij kunnen zich een feitenvrije journalistiek permitteren. Het verdacht maken van de reguliere media is een propagandastrategie die er toe heeft geleid dat vak-journalisten over hun schouder zijn gaan kijken, de stickers van hun auto’s halen, beveiligers meenemen en hun dure  camera’s op afstand van de mob houden. De zelfcensuur van de individuele journalist kan hij voor zichzelf houden, maar op de redactievergadering is het een doorlopend onderwerp van gesprek.

  • Je kan alleen liegen als je de feiten kent (M.Heidegger).

Maar soms besluit de journalist toch dat het beter is de feiten niet (volledig) te kennnen, dan kun je toch nog een verhaal verkopen. Dat gebeurt als journalisten niet factchecken, niet minstens twee betrouwbare bronnen gebruiken, geen hoor en wederhoor toepassen. Halve waarheden opschrijven is ook een vorm van liegen. Valse analogieën gebruiken, uitspraken en videobeelden uit hun context halen, overdrachtelijke uitdrukkingen, hyperbolen of framing gebruiken, het hoort er allemaal bij (zie de uitspraken van de R.v.J.). Want waar rook is moet wel vuur zijn, zo redeneert men kennelijk. Nee Heidegger, je kan ook liegen juist als je de feiten niet kent.

Het voordeel van de mediacrisis is dat binnenshuis en buitenshuis een zelfkritische mediadiscussie op gang is gekomen. Dat heeft geleid tot allerlei initiatieven en suggesties om de ‘vrije nieuwsgaring’ te verbeteren. In willekeurige volgorde: geef elk(e) dagblad/omroep/zender een ombudsman; gebruik regelmatig lezer/luisteraar/kijker- enquêtes; organiseer platforms of loketten voor kritische mediagebruikers en publiceer daarover; organiseer podcasts waarin gezaghebbende politici, wetenschappers, technologen, economen etc. met elkaar debatteren; plaats geen triviaal nieuws; plaats bij elk artikel een bronvermelding; gebruik algoritmes voor het opsporen van drogredeneringen in artikelen; redacteuren: maak de diversiteit van het nieuws evenwichtiger; evalueer regelmatig het functioneren van redacteuren; zorg voor meer funding voor degelijke onderzoeksjournalistiek; zoek naar advertentievrije funding (2).

Tenslotte. Journalistiek is een product van zijn tijd. Net zoals filosofie, wetenschap en kunst. De tijd is voorbij om de mythe in stand te houden dat journalistiek objectief, onafhankelijk en onpartijdig is. Die vlag hoog willen houden heeft eerder een paradoxaal effect op de nieuwszoeker en de inmiddels armlastige ‘kwaliteitsmedia’. Er zal een next level journalistiek moeten worden uitgevonden om niet te verzuipen in het huidige mediamoeras. Dat is hard nodig want een democratie kan niet bestaan zonder een vrije pers die de burger een oriëntatie op de wereld geeft. Hoe die next level journalistiek er uit moet gaan zien weten we niet, maar het begint in ieder geval met een grondige zelfreflectie en een hulpvaardige kritiek van buitenstaanders. Één ding weten we wel: journalistiek zal altijd en in de eerste plaats de Grote Factfinder en Factchecker moeten zijn. 

(1) ‘Manifacturing Consent’; N.Chomsky & E. Herman, 1988. De lijn van Chomsky’s vijf filters is in het bovenstaande enigszins aangehouden.

(2) In Nederland heeft de digitale krant ‘de Correspondent’ (70.000 leden) veel van deze initiatieven verwerkt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *