Over onafhankelijke, onpartijdige en kritische journalistiek (1)

De journalistiek heeft het de laatste jaren zwaar. Van boven getrapt, van onder geschopt en van binnenuit gepushed. Het publieksvertrouwen in de Nederlandse journalistiek zou het hoogste van Europa zijn (1). Dat is mooi, maar toch, met die prijs kan je twee kanten op. Die beoordeling kan betekenen dat het publiek vertrouwen heeft, maar ook dat het publiek misschien te goedgelovig is.

Net zoals wantrouwen kan betekenen dat men wantrouwt maar ook dat men wellicht overmatig kritisch is. Terecht of misplaatst vertrouwen of wantrouwen, je kan er niet zoveel mee, daarvoor zijn de begrippen vertrouwen/wantrouwen te complex en te gelaagd en te tijds- en onderwerp gebonden. Als psycholoog die 37 jaar dagelijks met cliënten werkte ben je wel een beetje met dat fenomeen bekend.

De crisis in de journalistiek wordt omschreven als ‘vertrouwenscrisis, gezagscrisis, legitimiteitscrisis, objectiviteitscrisis’ wat m.i. in de kern betekent dat de crisis draait om wat een feit eigenlijk wel of niet is. Journalistiek draait om het weergeven van de feiten, hoe men die kan duiden en in een context plaatsen. Een simpel voorbeeld geeft Bas Heijne (2): ‘je kunt een banaan beschrijven (geel, gekromd, zacht, etc.), of als symbool interpreteren (racisme, aap)’. Of contextualiseren (caloriehoudend, exportproduct, camouflage voor coke, etc.). Een feit is een ingewikkeld ding. 

Op zijn allerbest moet een feit m.i.:

1) een betekenis hebben in de zin van wat het betreffende feit precies inhoudt (een definitievorm);

2) verifieerbaar zijn of als zeer aannemelijk worden vastgesteld;

3) voorzien zijn van een betrouwbare bronvermelding;

4) gewogen zijn met de vraag of- en voor wie het feit eigenlijk van belang is om te vermelden;

5) van een ideologische, morele of ethische (nieuws)waarde voorzien worden en

6) in een culturele, historische of wetenschappelijke context begrepen kunnen worden.

Ga er maar aan staan. Voor de dagelijkse nieuwsberichten gaan die hoge kwaliteitseisen nauwelijks op. Voor columns, korte opiniestukken, commentaren en talkshowtafels evenzeer. Voor ongeknipte, wat langere diepte-interviews en essays gaat het al beter. Achtergrondsjournalistiek, langere reportages, documentaires en vooral onderzoeksjournalistiek, waarbij men de tijd en moeite neemt om het onderwerp in de breedte en diepte neer te zetten, die doen het het best. Maar wie leest of bekijkt die nog sinds de Grote Ontlezing en de Netflix Hap?  

De kernvraag die men aan de journalistiek kan stellen is dus: ‘als de journalist claimt ons een objectieve, feitelijke kijk op de wereld te geven, kan hij dan onafhankelijk, onpartijdig en kritisch genoeg zijn?’ Onmogelijk natuurlijk, omdat alleen al een feit weergeven is afhankelijk van de ‘level of analysis’ van de journalist, hoe ver hij wel of niet inzoomt op een kwestie. Kortom hoe diep zijn ‘journalistieke resolutie’ reikt. 

  • De keuze van zijn nieuwsfeit zal ook nog eens samenhangen met de journalistieke rol waarin hij zichzelf ziet. Als waakhond van de democratie? OK, en blaft hij dan alleen naar de elitecultuur van de politici, de CEO’s, de bestuurders en de Big-Techbonzen? Durft hij ook te blaffen naar de massacultuur: de twittermob, de hashtagactivisten, de populistische aanhang, het dorre hout, de comfortabele babyboomers, Henk en Ingrid op de bank (alles lekker, leuk en gemakkulluk)?
  • Of in de rol van doorgeefluik, als mediator tussen de beleidsmakers en de publieke opinie, als onpartijdige aanjager van het publieke debat?
  • Of in de rol van louter observator en informatieverstrekker van wat er omgaat in de wereld van de wetenschap, de kunst, de mode, de sport, de amusementswereld, onafhankelijk van die gecommercialiseerde en gepolitiseerde werelden?

Hoe het ook zij, de journalist heeft, naast zijn formele, professionele gedragscode, altijd te maken met een aantal informele, dwingende regels waarbinnen hij moet functioneren. Dat zijn de ongeschreven, onzichtbare regels waaraan hij niet kan ontsnappen, op straffe van ontslag. Daarover de volgende keer meer.

(1) Volgens het jaarlijks Digital News Report, gebaseerd op onderzoek door het Reuters Institute, Oxford, GB. Zie ook: The World Press Freedom Index staat Nederland op de vijfde plaats van 182 landen.

(2) ‘Mens/onmens’; Bas Heijne, 2020.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *