Moet alleen de burger de opwarming van de aarde tegenhouden?

Soms zie je het bos niet, omdat je teveel naar de individuele bomen kijkt. Of omdat je het bos liever niet wilt zien omdat het te groot of te donker is.

De wereldwijde klimaatverandering wordt veroorzaakt door de uitstoot in het verleden van broeikasgassen in de atmosfeer als gevolg van economische activiteiten van de mens. Inmiddels was het in 2020 op aarde gemiddeld warmer dan 12.000jaar geleden.

Om die uitstoot te beperken en de opwarming van de atmosfeer af te remmen, zou je dus de economische activiteiten wereldwijd moeten beperken. Elke dag dat we op de huidige voet doorgaan, betekent een verdere opwarming in de toekomst. Maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat tot zo iets internationaal besloten wordt, wie zou dat moeten beslissen? Zelfs als de belangrijkste Westerse landen een dergelijke aanpak zouden kiezen, dan nog zou de rest van de wereld door blijven gaan om economische groei voor haar arme bevolking te realiseren.

Economische activiteit vergt veel energie. Het energieverbruik in de wereld zal de komende decennia blijven groeien. Klimaatverandering vraagt zelfs om meer energieverbruik, ook door huishoudens in het Westen die bijvoorbeeld vaker airconditioning zullen aanleggen om de hittegolven te kunnen verdragen. De vraag is dan hoe die extra energie kan worden geproduceerd zonder de klimaateffecten te verergeren.

Duurzame energie (voornamelijk wind en zon) zal een snel toenemend maar nog altijd beperkt aandeel in de energieproductie leveren. Het grootste deel van de wereldwijde energieproductie zal nog tientallen jaren voortkomen uit het inzetten van fossiele brandstoffen (kolen, olie, gas en hout). Nederland vormt een goed voorbeeld: hoeveel weilanden en zeegebieden kun je op het relatief kleine nationale landoppervlak opvullen met wind- en zonneparken? Kun je daarmee het gebruik van fossiele brandstoffen inperken bij een groeiend energieverbruik? We kennen het voorbeeld van de datacentra van Google en Microsoft, die in Nederland de laatste jaren ongeveer alle nieuw geproduceerde groene energie ‘opslurpten’.

‘Elektrisch’ is het nieuwe modewoord voor toekomstige energie. Maar elektriciteit wordt wereldwijd voornamelijk geproduceerd door stoomturbines, aangedreven door het verbranden van fossiele brandstoffen, niet door zon of wind. Vanuit deze optiek is het totale onzin om in Nederland het gebruik van aardgas te willen afschaffen. Die stroom voor warmtepompen moet ook ergens vandaan komen… Een ‘verstandig’ land als Duitsland kiest nu zelfs voor de komende decennia voor Gas als belangrijkste toekomstige energiebron (in plaats van kolen en olie).

Nederland is te klein om qua energievoorziening duurzaam autarkisch te zijn. We zullen dus Gas of Stroom moeten importeren, nu we – gelukkig maar – in de toekomst geen kolen  meer willen gebruiken voor stroomproductie. Verbranding van biomassa is  een slecht alternatief (wereldwijde houtkap) en zou zo spoedig mogelijk moeten stoppen.

Bezuinigen op energieverbruik moet wereldwijd (en zeker in Europa) een hoofddoelstelling blijven, maar zal de groei van het wereldwijde energieverbruik slechts beperkt afremmen. Het belangrijkste wereldwijde politieke doel om klimaatverandering door energieverbruik te beperken zal echter vooral moeten zijn: vermindering van uitstoot van broeikasgassen. Daar ligt de crux. We moeten die uitstoot dringend op zo kort mogelijke termijn verminderen, willen we het klimaateffect in de toekomst niet nog veel groter maken

Het merkwaardige (stompzinnige?) van de Nederlandse energiepolitiek (transitie?) is dat de focus voor dit beleid vooral gericht is op de burger en niet op de bedrijven. De burgers moeten energie besparen, daarom worden de consumentenprijzen voor energie steeds verder verhoogd. De burgers betalen gemiddeld inmiddels al bijna 1 euro voor een kuub gas (veruit de hoogste prijs in Europa), terwijl de marktprijs ongeveer 15 cent is. De burgers moeten in zonnepanelen investeren. De burgers moeten van het gas af. De burgers moeten warmtepompen gaan gebruiken in plaats van een CV-ketel. De huren moeten fors omhoog om huurwoningen energieneutraal te maken. De burgers moeten elektrisch gaan rijden. Minder stinkende uitlaten op de weg, maar echter wel meer uitstoot uit de grote schoorstenen van de elektriciteitscentrales. De Gemeenten moeten dit alles maar regelen met de burgers zij het wel gestuurd met de zuinige portemonnee uit Den Haag.

Dit kan niet anders dan pure (on)machtspolitiek zijn van onze overheid in collusie met het bedrijfsleven om bedrijven te ontzien. En juist bij de bedrijven ligt de sleutel voor het beperken van de uitstoot van broeikas gassen. Want 50% van de luchtvervuiling in Nederland wordt veroorzaakt door slechts 10 bedrijven, meer dan 85% door 15 bedrijfssectoren. Wereldwijd veroorzaakten sedert 1988 slechts 100 bedrijven meer dan 70% van de luchtvervuiling in de atmosfeer. De focus zou dus niet moeten liggen op de energietransitie, maar op de vervuilingstransitie. En ja, net als bij andere maatregelen om onze leefomgeving te behouden gaat dit ten koste van economische activiteit en banen. Maar volop inzetten op het niet meer in de atmosfeer brengen van broeikasgassen zal een enorme boost geven aan nieuwe technologieontwikkeling. Daarin zou Nederland voorop kunnen lopen, net als bij watermanagement. De vraag is alleen maar wie dat gaat betalen.

Maar dat is altijd en eeuwig de vraag, want niets mag blijkbaar ten koste gaan van de winsten van bedrijven en het rendement van anonieme aandeelhouders, maar altijd wel ten koste van de beurs van de gewone burgers. En zeker ten koste van verdere externe schade aan de leefomgeving die toch pas op termijn op gaat treden.

Laat duidelijk zijn: Bescherming van onze leefomgeving gaat heel veel welvaart kosten. Daar zullen de kapitaalbezitters ook heel fors aan mee moeten betalen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *