Landbouw en Dierteelt verzieken onze leefomgeving grondig

Waar we voorlopig uitermate pessimistisch over kunnen blijven zijn maatregelen om wereldwijd de landbouw en dierteelt fundamenteel aan het behoud van de leefomgeving aan te passen. Arme landen zijn te arm en hebben de inkomsten dringend nodig (en blijven dus bossen platbranden in Zuid Amerika en Zuidoost Azië). In rijke landen hebben bedrijven en boeren teveel geïnvesteerd (zeer afhankelijk van de banken) om maatregelen überhaupt te accepteren. Een handjevol reusachtige mondiale bedrijven die kunstmest, gifstoffen en zaden leveren of grootschalig rauw voedsel verwerken hebben voldoende macht om welke regering dan ook af te stoppen bij het nemen van radicale maatregelen.

Nederland is in dit opzicht een goed voorbeeld. We hebben in een minuscuul landje in grote industrieachtige dierhouderijen de meeste koeien, varkens, geiten, kippen en andere dieren per m2 ter wereld. We hebben ook per m2 de hoogste high-tech produktie van voedselgewassen, planten en bloemen. In 2013 lag er al een lijvig rapport van de commissie Nijpels over de noodzaak tot dringende veranderingen in de landbouw- en dierteeltsector in verband met de stikstofuitstoot. De Rechter dwong vorig jaar de regering uiteindelijk tot actie. De boeren stopten de maatregelen af met hun tonnen kostende trekkers.

De huidige technologische manier van grootschalige bedrijfsvoering heeft de aardse leefomgeving met name in de rijke landen diepgaand aangetast. Monocultuur (1), genetische aanpassingen, kunstmest en gif tegen onkruid hebben de variëteit van de natuurlijke flora grootschalig aangetast en de leefomgeving voor de fauna teruggedrongen naar kleinschalige natuurgebiedjes. De nuttige insectenstand (voedselketen, onderlinge bestrijding, bevruchting van planten) loopt overal ter wereld schrikbarend terug. Alleen de, ook voor de mens, kruipende en vliegende agressieve soorten overleven de oorlog van de boeren tegen het land, zoals sprinkhanen.

De boeren moeten wel, want de wereldwijde oligopolie’s van voedselbedrijven sturen slechts op inkoopprijs bij een bepaalde kwaliteit. ‘Want dat doet de consument ook…’, stellen deze.  Juister gesteld: dat hebben die bedrijven de consumenten geleerd. In werkelijkheid streven de bedrijven door lage prijzen naar marktaandelen met uiterst winstgevende marktmacht. De werkelijke prijs (inclusief de zeer hoge externe kosten) kennen de meeste consumenten niet. Goedkoop voedsel is ook voor politici van levensbelang, zeker omdat de afgelopen generatie de gemiddelde inkomens van de burgers (na inflatiecorrectie) nauwelijks zijn gestegen. Hogere voedselprijzen krijgen politici altijd direct op hun brood.

Nee, het afstoppen van de agrarische sector en de voedselindustrie om onze leefomgeving te beschermen zal niet van regeringen komen. Dat kunnen alleen consumenten door een ander voedselpatroon te kiezen: weinig vlees en veel minder bewerkt voedsel. Maar wereldwijd hebben arme mensen weinig te kiezen.

(1) Een aardig voorbeeld: er is feitelijk op de wereld nog maar sprake van één soort bananen. Een nieuwe bananenziekte zou eenvoudig de hele wereldproductie van bananen weg kunnen vagen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *