Onze leefomgeving: Kunnen we mobiliteit terugdringen?

Om uitstoot van broeikasgassen, luchtvervuiling en vervuiling van rivieren, zeeën en oceanen terug te dringen lijkt het fors verminderen van de intensieve dagelijkse verplaatsing van goederen en mensen in/over de wereld dringend wenselijk. Behalve hier en daar lokaal in grote steden en regio’s, lijkt dit echter nauwelijks haalbaar.

De wereldwijd ontstane logistieke keten (van medicijnen uit India tot goedkope Chinese plasticproducten) zal stap voor stap wel enigszins krimpen omdat bedrijven na de pandemie weer kiezen voor produktie in de buurt van hun markten. De prijs voor lange ‘just in time’ aanvoerlijnen is bij verstoringen te hoog gebleken. Maar de komende jaren blijven de Chinese containerschepen en die van Maersk (die gezamenlijk bijna een wereldwijd monopolie hebben) nog wel varen. 

De uitstoot van het vrachtverkeer zullen we slechts op enige termijn in beperkte mate kunnen terugbrengen. Nieuwe trans-Europese spoorwegen zijn niet zomaar aangelegd, zelfs niet eens een besluit daartoe. Vrachtwagens zijn op enige termijn ook niet gemakkelijk te elektrificeren. De benodigde Pk’s komen eenvoudigweg niet uit accu’s. De Rotterdamse Haven vereist veel vrachtverkeer en daar is in Nederland zelf weinig aan te doen. Maar ook Europees zullen de wegen overal de komende jaren nog – vaak in lange files aan de rechterzijde – gevuld zijn met vrachtverkeer.

De Nederlandse automobiliteit zelf (woon-werkverkeer) kan en zal worden beperkt door Rekeningrijden, daar is geen ontkomen aan, VVD! Maar door het gebrek aan beltaalbare woningen (ook direct  gevolg van VVD-beleid) zal tolheffing alleen de mobiliteitskosten verhogen. Gelukkig heeft de Corona epidemie de mogelijkheden van thuiswerken aangetoond, dus daar liggen kansen. Behalve voor kleinbehuisde ouders met kleine kinderen in de grote steden. De grote steden zouden de ruimte moeten krijgen (opnieuw: van de VVD) om autogebruik (en parkeren) in de binnensteden zeer fors te beperken om de leefomgeving (roetdeeltjes!) te sparen.

Verbazingwekkend zijn nog altijd de miljarden die het Amerikaanse bedrijfsleven blijven steken in zelfrijdende auto’s. Behalve mogelijk meer verkeersveiligheid in de verre toekomst (maar dan moeten de landen weer veel geld in de digitale infrastructuur van wegen steken om die auto’s te sturen..) zijn er geen voordelen, wel nadelen: meer onkundige- en incapabele automobilisten. Alles wat je aan menselijke handelingen automatiseert verlaagt het IQ en de vaardigheden van burger (dat begon al met lezen en rekenen). Als al die miljarden van die Amerikaanse miljardairs nu eens in milieutechnologie (uitstoot industrie) gestoken zouden worden.

Het vliegverkeer zal zich na het onderdrukken van de epidemie voor een groot deel wel weer herstellen. Vliegen is goedkoop. Een enkeltje Barcelona goedkoper dan een autoritje van Amsterdam naar Groningen. De externe kosten van de luchtvervuiling worden al sinds het ontstaan van de luchtvaart afgewenteld op de omgeving. Kerosine is wereldwijd belastingvrij en wee het land dat eenzijdig belasting invoert. Hier helpen alleen Europese maatregelen, alhoewel dat weinig effect op het luchtverkeer in de rest van de wereld zal hebben. Boeing kondigt nu al vliegtuigen aan die op biobrandstof zullen vliegen. Economisch voordelig voor Brazilië, dat nog meer Amazone gebieden zal platbranden om van suiker en soja brandstof te produceren.

Diepgaand op wereldschaal ingrijpen in het volume van transport en mobiliteit zal niet echt haalbaar blijken. Blijven over: lokale en regionale maatregelen. De enige manier om (goederen-) mobiliteit en dus de uitstoot van het verkeer in Europa op enige termijn terug te dringen is volop in te zetten op:

  • Lokale produktie voor lokale markten;
  • Klein elektrisch goederentransport in stedelijke agglomeraties;
  • Het aanleggen van een veel omvangrijker netwerk van spoorwegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *