Het publieke debat (2) en het monster van het systeemdenken

U kent natuurlijk ook wel zo’n beetje de geschiedenis van de communicatie. Eerst waren er alleen maar kreten, van pijn, van angst, van verbazing en blijdschap. Die kreten breidden zich uit tot woorden: ‘kijk daar, dat is gevaarlijk, ga zoeken’, e.d. Uiteindelijk werd de woordenschat uitgebreid tot een complete taal. Die taal maakt overdraagbare verhalen mogelijk waarin ideeën verwerkt werden over hoe de werkelijkheid en het universum in elkaar steken (religie), hoe er het best samengeleefd kan worden (ethiek), hoe, wanneer en waar gejaagd moet worden (territoriumclaims), over moed, kracht en vruchtbaarheid (overlevingswijsheden). De verhalen werden gecondenseerd tot symbolen (b.v. de totempaal met z’n verschillende ‘verhaalgezichten’) en rituelen (b.v. offer- en vruchtbaarheidsrituelen). 

Maar, het beperkte zich nog altijd tot de verbale, face to face communicatie in kleine gemeenschappen. Totdat de letters, het schrift uitgevonden werd. Deze revolutionaire uitbreiding van het dagelijkse dorpsgesprek en de ‘local oral history’ ging het leven definitief veranderen. Alle belangrijke ideeën worden uit de hoofden losgeweekt en buiten de hoofden in steen en perkament neerlegd, eerst voor een beperkte, lezende groep weliswaar. Maar dat duurt niet lang want de boekdrukkunst maakte de ‘buitenhoofdse ideeën’ voor een breed publiek toegankelijk. En dan ging het snel: brieven, kranten, tijdschriften, maar allemaal nog op papier met een betrekkelijk langzame verspreiding. Dan volgen de electrische (telefoon/tv) en electronische revolutie (internet) waarbij niet alleen de verspreidingssnelheid van ideeën maar ook de schaal, de vorm en de patronen van communicatie alle voorgaande communicatiemiddelen definitief overtreffen. 

Het is de verdienste van de Canadeese filosoof Marshal Mc Luhan* om te laten zien dat in feite elke extensie van het menselijk lichaam te beschouwen is als technologie. De vuist wordt een knuppel wordt een hamer, etc. De nagel wordt een mes wordt een zwaard, etc. Maar ook muren, het wiel, de wegen, dijken, auto’s, microscopen, electrische apparaten, vliegtuigen, computers, het zijn allemaal extensies van onze huid, benen, ogen, oren, stem, hersenen. Al deze ‘extensie- technologie’ beinvloedt onze dagelijkse omgang met de wereld, onze ingrepen op het milieu en het klimaat. En omgekeerd: de technologie verandert ons: onze directe waarneming van de wereld, onze levensstijl en onze filosofische kijk op onszelf. Mensen maken machines en machines maken mensen. 

In de 20e eeuw explodeert de technologie exponentieel, het is niet meer bij te houden, vooral de communicatietechnologie. Wat oorspronkelijk een pratend dorp was is een chattend ‘global village’ geworden. Deze communicatietechnologie verandert ook de verhouding tussen de burger en de overheid definitief. Vandaag de dag merken we dat onmiddellijk als het misgaat. D.w.z. als de communicatietechnologie niet meer behulpzaam voor maar sturend, dominant over de burger wordt. Men kan niet meer tweezijdig communiceren met de belastingdienst (de toeslagenaffaire). De opsporingsinformatiesystemen van justitie en politie zijn lek en chaotisch, ze communiceren internationaal slecht (terroristen ontsnappen over de grenzen). Datalekken bij de GGD, UWV, Justitie, worden niet tijdig gedicht (direct privacygevaar voor de burger).

Men zou al helicopterend kunnen zeggen: overal waar (algoritmisch aangestuurde) systemen niet verzekerd zijn van een feedbackloop waarmee de kwalijke impact van het systeem gecorrigeerd kan worden, hetzij intern (door ingebouwde veiligheidsparameters), hetzij extern, (door het burgerprotest), daar falen systemen omdat het onbeïnvloedbare, gesloten systemen zijn geworden. En ja, dan wordt de burger boos (demonstraties), wantrouwend tegenover zijn bestuurders (complotdenken), of depressief platgeslagen (burnoutepidemie). Mensen maken systemen, en falende, onaanspreekbare, gesloten systemen maken mensen…. bang, boos en bedroefd. Hoe vaak hoort u het niet zeggen: ‘ik wil niet met een computer praten maar met een mens’?

De afgelopen weken werd weer eens helder hoezeer het ‘systeemdenken’ binnen de overheid(sinstanties) domineert over de menselijke maat.  De menselijke maat komt tot stand als ambtelijke systeembouwers, beheerders en uitvoerders, plus hun opdrachtgevers, de ministers en staatssecretarissen, zich realiseren dat je de menselijke maat niet in een machine kunt stoppen en een machine niet in de menselijke maat. Probeer je dat wel, dan wordt de machine in een democratie wat een knuppel is voor een totalitaire staat**.

En dan is er natuurlijk het probleem van de media, de vierde macht. Die zou op zijn best de communicatie tussen de publieke opinie en het politieke beleid moeten onderhouden. Een bufferlaag waar het ‘publieke debat’ zou moeten plaatsvinden. Maar dat doet ze niet (zie de vorige blog). De sociale media zijn inmiddels tot de belangrijkste, volstrekt gekleurde nieuws- en opiniebronbron geworden. Maar vooral verworden tot polariserings- en radicaliseringsmachines.

Al met al: de alsmaar groter wordende afstand van de burger tot de overheid wordt in belangrijke mate veroorzaakt door het systeemdenken waarop het publieke debat niet of nauwelijks greep heeft.

* ‘The Extensions of Man’ en ‘Now The Media is the Massage’; M. Mc Luhan, 1967. (De ‘a’ in massage was een typefout die hij vrolijk liet staan; het werd een cult-bestseller)

**Die stelling is een parafrasering van de vooraanstaande linkse intellectueel Noah Chomsky: ‘propaganda is voor een democratie is wat de knuppel is voor een totalitaire staat’.  Met propaganda bedoelde hij zowel de staatsberichten als de mainstream media, die hij beide fileerde in de klassieker ‘Manifacturing Consent; N.Chomsky & E. Herman, 1988. (Zie ook YouTube). Overigens moet ‘de menselijke maat’ niet verworden tot een ‘al te menselijke maat’ waarbij elke burger zich het recht aanmeet om altijd als een volstrekt uniek individu behandeld te willen worden. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *