Duizenden meningen, ja, maar die mensen gaan daar niet over!

Er kunnen nog zoveel meningen in een democratie zijn, er zal een keer gehandeld moeten worden op grond van consensus of compromis. De plek waar de meeste meningen vrij vergaard kunnen worden en waar consensus en compromis de meeste onderhandelingsruimte krijgen is in de 20 sociaal-democratische rechtsstaten die de wereld kent (van de +/- 200 landen). Dat feit alleen al zou de Europeaan tevreden moeten stemmen maar nog lang niet tevreden genoeg, want het kan altijd beter. ‘Beter’ betekent in de eerste plaats beter t.o.v. wat je nu hebt, een politiek systeem dat je niet omver wil werpen of ondergraven zodat de weg naar ‘beter’ open gehouden kan worden. Tenzij je gelooft dat er een niet-democratisch politiek en rechtsfilosofisch alternatief voorhanden ligt. Iemand? Iemand die over wil gaan naar de groep van 90% landen met een andere staatsinrichting? Retorische vraag.

‘Beter’ betekent ook: meer in de richting van het democratisch ideaal waarvan elke burger weet dat het onbereikbaar is, mocht het al duidelijk zijn wat dat ideaal precies is. Er zit dus niets anders op dan het bestaande middel democratie te gebruiken om het te verbeteren, te evolueren. En niet te laten degenereren, omdat afbraak de weg naar het onbereikbare ideaal blokkeert. En ‘beter’ betekent vooral: slagvaardiger in beslissen en handelen, want we hebben niet meer veel tijd bij het voorkomen van een klimaatramp, ecologische vergiftiging, technologische (cyber) oorlogsvoering en een aanval op de democratie.   

Dit actuele probleem, hoe het met onze belaagde democratie verder moet, deed me denken aan Jürgen Habermas (1929- ), een van de meest invloedrijke nog levende rechtsfilosofen die al zijn leven lang sleutelt aan fundamentele ideeën over hoe de democratie te verbeteren is. Hij staat op de schouders van een groot aantal invloedrijke filosofen die hij briljant weet te integreren in zijn rechtsfilosofische opvattingen; voor mij een hoogst bewonderingswaardige man.

Habermas was zich al vroeg bewust van de spanning tussen het ‘systeemdenken’ en het ‘communicatief denken’. Oftewel het gevaar van te veel ‘systeemdenken’: het rationele, cognitieve, instrumentele, middel-doel denken, b.v. van een economisch systeem (vrijemarkteconomie of communisme) of een blind bureaucratisch systeem (b.v. ons belastingsysteem) of een oncontroleerbaar algoritmisch-techsysteem (b.v. Google). Dit ‘systeemdenken’ overschaduwt de alledaagse communicatie, het gesprek van mens tot mens en het publieke debat, over wat van waarde is, wat normatief is toegestaan of niet, wat (on)rechtvaardig is. Kortom, het middel-doel denken wint het te vaak van het waarde-normdenken. Dat het evenwicht tussen het economisch denken en het sociaal denken heden ten dage duidelijk verstoord is zal niemand nog ontkennen. Centen gaat maar al te vaak voor fatsoen, om het maar eens plat te zeggen.

Als Habermas het heeft over communicatie, dan bedoelt hij : 1) je moet beiden wel weten waarover je het hebt, d.w.z. je uitspraken moeten wel waar zijn, kloppen met vastgestelde feiten, 2) je moet beiden wel weten wat recht en krom is, d.w.z. wel binnen een gedeelde moraliteit van waarden/normen praten, 3) je moet beiden wel oprecht spreken, d.w.z. geen dubbele agenda hebben, niet retorisch manipuleren. Kortom, communicatie is: wat je zegt moet waar, rechtvaardig, en eerlijk gemeend zijn. 

Een democratie verbeteren betekent dan, bij ‘waar’: harder sturen op maatschappelijk relevante kennis, investeren in kennisbanken en deugdelijke wetenschap, en harder sturen op het terugdringen van gepolitiseerde desinformatie en complotonzin. 

De verbetering op ‘rechtvaardigheid’: de ongelijkheid in welvaart, welzijn en kansen harder bestrijden. Bijvoorbeeld het principe dat de verschillen in geld, gezondheid en status ook gebruikt worden ten bate van de minst bedeelden. Het principe van de ‘gerechtvaardigde ongelijkheid’*. Dat ongelijkheid op zich niet slecht is maar wel altijd politiek, economisch en filosofisch/ethisch publiekelijk gerechtvaardigd moet worden.

De verbetering op ‘eerlijk’: een zeer hoge integriteit en een wettelijke persoonlijke aansprakelijkheid eisen van bestuurders en personen op de hoogst verantwoordelijke maatschappelijke posities. 

Tenslotte, een democratie berust in hoge mate op het bereiken van consensus en compromis alvorens een bestuurlijk besluit wordt genomen. En daarin zit tevens de achilleshiel van een democratie: het bestuurlijk model. Een goed voorbeeld van die bestuurlijke zwakte toont zich in het hanteren van de Coronacrisis door virusexperts (lees de Volkskrant van 23-01-21). In hun rol van virologische deskundigen (e.a.) hebben zij niet zozeer last van wetenschappelijke meningsverschillen over de inhoud van het probleem, het virus, dat probleem zijn ze als wetenschappers wel gewend. Nee, ze hebben last van de besturing van het probleem. Oftewel de druk van politici, de media, de publieke opinie, de schaduwadviseurs (het Red Team), de lijfelijk intimiderende actiegroepen, de vergaderorde (prioriteitenagenda, leestijddruk, e.d.) die hun onafhankelijkheid en functioneren al een jaar lang bedreigt. Dat is niet een virusprobleem maar een democratisch besturingsprobleem.

Opvallend bij de gierende spanningen binnen- en tussen RIVM, OMT en kabinet is dat niemand de vraag stelt: we hebben nu een gelaagd ellendig besturingsprobleem, moeten we daar niet naar laten kijken door een bestuurs/beslisdeskundige i.p.v. zelf te doormodderen? Opvallend is dat hun klachten zelf al nauwelijks de agenda halen, maar vooral dat het besturingsmechanisme achter hun klachten, hun spanningen, hun functioneren, hun samenwerking met de aansluitende echelons niet op de agenda komt. Het gaat niet alleen om wat voor stroom problemen er in de pijplijn zit maar om de pijplijn zelf: het bestuurlijk beslismodel zelf. 

Terug naar de basisvraag: hoe verbeteren we de democratie? Begint dat niet met de vraag: wie beslist er over wat, op welke plek, wanneer, hoe vaak en hoe lang om tot consensus of compromis te komen? Dat klinkt abstract en vaag maar dat is het niet, zodra een democratisch bestuurd orgaan die vraag gaat invullen. Het betekent ook dat veel burgers moeten worden buitengesloten om bij zwaarwegende maatschappelijke kwesties slagvaardig en ingrijpend te kunnen handelen. Bij 1000 meningen moet er ook gezegd kunnen worden: prima, maar daar gaat u niet over. Dat is ook democratie.

* O.a. een idee van John Rawls, over de verdeling van macht, geld en kennis , in ‘Theory of Justice’ (1971), ‘Political Liberalism’ (1993) en ‘Justice as Fairness’ (2001). Rawls is wellicht de meest invloedrijke politiek normatieve filosoof van de 20e eeuw.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *