Hyperpolarisatie op je kussen, daar slaapt de duivel tussen!

Vroeger was het geen probleem als er verschillende politieke opvattingen binnen een huwelijk, gezin, familie of vriendenkring bestonden. Het kon er heet aan toegaan, maar daar bleef het meestal wel bij. Even goeie vrienden. Nu lees je dat, vooral in de VS, huwelijken stuk lopen op hyperpolarisatie, dat kinderen hun ouders niet meer willen zien, dat binnen families en vriendenkringen onoverkomelijke breuklijnen ontstaan.

Het gaat daarbij niet alleen om Trump vs anti-Trump sentimenten of Democratisch dan wel Republikeins stemmen, maar ook over Qanon, Proud Boys, Antifa, Neonazis, antikapitalistische anarchisten, kortom complotsympathieën en antipathieën die het sociale weefsel ‘binnenshuis’ afbreken. Het deed me denken aan wat de filosoof Kant schreef over de dimensies van vriendschap*. Niet de vriendschap die ontstaat uit behoefte, uit nut of nood of persoonlijk belang, nee, de zuivere vriendschap die een diep emotionele binding is, nogal zeldzaam, met aan de ene kant de liefde en aan de andere kant het respect voor elkaar. 

De vriendschappelijke liefde is er een van welwillendheid, het geluk van de ander willen, het voluit toegenegen zijn. Het respect bestaat uit een diep vertrouwen waarin men elkaar geheimen toevertrouwt. Dat wil zeggen elkaars heimelijke idealen en ideeën over zichzelf delen; elkaar beschermen tegen ieders demonen. Men deelt elkaars visie op anderen en de wereld, visies die men publiekelijk niet uit, zonder het met die visie van de ander eens te hoeven zijn. Het respect toont zich vooral in de wederzijdse waardering voor de eigenheid van de vriend, in de wil zijn morele waardigheid te steunen, zonder er iets voor terug te verlangen. Een soort onvoorwaardelijke liefde, onvoorwaardelijk respect, een mix van liefdevolle toenadering en tegelijkertijd respectvolle afstand**. 

Beide aspecten, de liefdevolle toenadering tot- en het respectvolle begrip voor de vriend, dreigen door de hyperpolarisatie om te slaan naar een morele afkeer, naar walging en wantrouwen. Wat er dan overblijft is wrok en rancune die het eigen gelijk onophoudelijk blijft voeden. Het sociale weefsel scheurt, en er zit niets anders op dan zich beiderzijds op te sluiten in de echokamers van gelijkgestemden. Het lijkt haast op een oorlogssituatie waarin men elkaar ‘binnenshuis’ beschuldigt een NSB’er te zijn.

Misschien overdrijf ik, maar ik vrees dat een dergelijke dramatische situatie de geestelijke gezondheid van burgers zal aantasten. Men ontleent zijn gevoel van veiligheid, van een zekere geborgenheid nu eenmaal het sterkst aan zijn partner, familie en vrienden. Op die plek zit de menselijke binding het diepst, voorbij aan politiek, religie en alle andere wereldse zaken. Als op die plek een zwaar verlies geleden wordt, dan verliest men ook het ‘thuisgevoel’, het basisvertrouwen in de ander. Het gevoel altijd op tenminste iemand te kunnen rekenen maakt plaats voor het vage gevoel van ontheemd, verweesd te zijn. 

Als de corona-economie en de coronaquarantaine ons iets heel duidelijk heeft laten zien is het wel de enorme kracht van de lijfelijke bindingsbehoefte die zich uit in de drang naar terrassen, naar school, naar festivals, kroeg, clubs, theater. Maar dat is de binding ‘buitenshuis’. Als nu ook nog de binding ‘binnenshuis’ wordt aangetast door hyperpolarisatie dan dreigt er een epidemische depressie, een epidemische angst en een epidemische, publieke woede van existentiële aard.

Het is niet voor niets dat onder de dekking van vredige protestgangers gewapende milities zich roeren. Niet voor niets dat links- en rechtsextremistische groepen in de VS zich opmaken voor ‘de revolutie’. Niet een revolutie met een goed georganiseerde, grondig doordachte opbouwende ideologie (zoals die van de Founding Fathers in 1776) maar een chaotische ‘onderbuik revolutie’ die voortkomt uit veelsoortige identiteitsgroepen wier doel niets meer lijkt te zijn dan met rauwe emotie ‘het systeem’ bij de grond afbreken ‘en dan zien we wel verder’. 

Terugkomend op de breuken in de ‘binnenhuise vriendschap’: broeit zoiets ook in Nederland vroeg ik me af? Dat zou ik wel eens willen weten.

 

*  ‘Kritiek van de praktische rede’, E.Kant, oorspronkelijk in1788 gepubliceerd. ** Emeritus hoogleraar wijsbegeerte Donald Loose schreef: ‘Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant’. Uitgeverij Vantilt, 2019. Winnaar van de Socratesbeker 2020.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *