Black block: demonstratie tactiek van wokie, wappie en tokkie

Als men een niet wettelijk toegestane demonstratie wil organiseren, waarbij men een geweldsconfrontatie niet uit de weg wil of kan gaan, dan zijn de tactieken daarvoor gemakkelijk op het internet te vinden. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor een wel toegestane demonstratie die militante organisatoren stiekem uit de hand willen laten lopen (zoals Trump en de Trumpisten). 

Binnen 15 minuten googelen had ik 24 in de praktijk beproefde suggesties genoteerd, toen ben ik maar gestopt. Je leest hoe de voorbereiding georganiseerd en gefinancierd moet worden, hoe je zoveel mogelijk normale en militante demonstranten op de been moet krijgen en mixen, welke vermomming effectief is ( b.v. zwarte kleding, vandaar Black Block*), welke niet verboden wapens je kan inzetten, welke lichaamsbescherming nuttig is, hoe je een snelle communicatie tussen front- en flankdemonstranten onderhoudt, welk uitlokkend gedrag tegenover de politie effectief is, hoe de aanwezigheid van pers gebruikt of afgehouden kan worden, wat je kunt doen bij arrestatie, e.d. 

De goed getrainde en goed uitgeruste rellenpolitie kent die tactieken natuurlijk ook, maar zij worden nog altijd aangestuurd door lokale bestuurders die bepalen of en hoe en met welke beperkende middelen ze in actie mogen komen; in Nederland door de driehoek OM, politiechef en burgemeester. En bestuurders hebben andere publieke en politieke belangen dan de ME en inlichtingendiensten. 

Zo hield de uiterst linksliberale burgemeester van Portland, Oregon vol, ondanks de maandenlange dagelijkse heftige rellen waarbij veel gewonden vielen en grote materiële schade werd veroorzaakt, dat het slechts een zeer kleine groep relschoppers betrof. Pas na zijn herverkiezing, nog kortgeleden, gaf hij met excuus toe dat goed georganiseerde ‘anarchistische groepen’ achter de gewelddadigheden zaten. Nederland is Amerika niet natuurlijk. Of Hong Kong of Israël. Maar dat neemt niet weg dat dezelfde Black Block tactieken wel degelijk in Nederland te zien zijn. Het Museumpleinprotest is er een goed voorbeeld van. 

  • In de voorbereidingsfase is de strategie om bij het publiek het imago op te roepen dat de demonstranten vredelievende, goedbedoelende mensen zijn, maar allereerst…slachtoffers. Het slachtofferimago is wellicht het belangrijkste wapen waarmee de emotie van het publiek gegijzeld kan worden. Het gaat er niet om of het slachtofferschap gerechtvaardigd is of niet, dat staat immers niet ter discussie. Het gaat erom de woede en angst bij het publiek op te roepen en die voortdurend te prikkelen. De strategie is: als je het met de Rede niet kunt winnen probeer je het met de Emotie. Wie het spel niet kan winnen (van wetenschappelijk onderzoek, rechters, kritische onderzoeksmedia) kan nog altijd vals spel spelen of proberen de regels van het spel verdacht te maken (d.m.v. desinformatie en complottheorieën).
  • Bij het gebruik van social media zijn protestplatforms, bloggers, vloggers en een eigen amateur ‘journalistiek tv-station’ op YouTube effectieve emotionele sfeermakers.
  • Zeer belangrijk is dat een inschatting wordt gemaakt hoeveel boze mensen de organisatoren op de been kunnen brengen. One-issue demonstraties (b.v. stikstofbeleid bij boeren) hebben voldoende volume. Bij een te verwachten klein volume is het zaak zo veel mogelijk one-issue organisatoren onder één noemer te krijgen door allereerst een social-platform te creëren waarbij ze zich als deelnemer kunnen aanmelden. Daarna kan men onder een zeer algemeen issue een demonstratie-(serie) plannen: tegen de regering, het systeem, de media, het fascisme, etc.
  • Crowdfunding, anonieme donaties en eigen geld zijn in de voorbereidingsfase van organisatoren uiteraard belangrijk.
  • Bij het spel om demonstratietoestemming bij de gemeente of desnoods bij de rechter te krijgen staan organisatoren meestal op winst. Bij een ‘ja’ kan de planning verdergaan, bij een ‘nee’ kan de organisator zich, onder protest, neerleggen en zichzelf daarmee van zijn wettelijke verantwoordelijkheid voor eventuele gewelddadigheden vrijpleiten. De oproep van de organisator aan potentiële demonstratiegangers om ‘geen rotzooi te maken’ is vals spel want hij weet dat bij een groot volume opgeroepen demonstranten er altijd genoeg over zijn die het demonstratieverbod zullen negeren. Bovendien, wel of geen toestemming levert altijd publiciteit op, publiciteit die complotdenkers gebruiken als een bevestiging van hun gelijk.
  • Eventuele eigen ‘ordediensten’ zullen zich ook terugtrekken en ervaren ‘beroepsdemonstranten’ kunnen tijdens de illegale demonstratie het voortouw nemen. De organisator kan als niet-deelnemer aan een clandestiene demonstratie in de zijlijn nog steeds aanwezig zijn.

U kunt de feitelijke gebeurtenissen uiteraard op YouTube zien en uw voorzichtige conclusies trekken. Voorzichtig, want het analyseren van live videoverslagen is een vak apart.

Het demonstratierecht is een belangrijk recht omdat het een voelspriet voor de democratie is, een onderdeel van ‘de tegenmacht’ die voor een gezonde democratische dynamiek nodig is. Wat mij betreft is zelfs een zekere mate van burgerlijke ongehoorzaamheid in bepaalde omstandigheden en in beperkte mate goed moreel verdedigbaar. Maar de grens zal altijd bij het gebruik van geweld liggen. Op die begrenzing moet de burger kunnen vertrouwen om zijn geloof in een overheid en in de democratie te kunnen bewaren. Te veel vals spel van de burger en te veel tolerantie van de overheid kan een democratie niet verdragen. En het omgekeerde is trouwens ook waar. 

* zie recente foto’s: Antifa in Portland, 20-01-21.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *