Wat te doen tegen wokies, wappies, whinenies en tokkies?

Natuurlijk bestaan er racisten, seksisten, misagonisten en homofoben. Daar moeten we naturlijk iets mee en daar hebben we ook al veel aan gedaan in de laatste decennia. Maar wat als iemand je daarvan frontaal en publiek beschuldigt zonder enig feitelijk bewijs. Zonder een onderbouwing met kwalijke uitspraken, publicaties of acties waaruit dat zou moeten blijken. Of nog erger: je canceling of ontslag eisen. Menige reputatie en werkplek is voorgoed vernield, voor journalisten, academici, wetenschappers, onderwijskrachten, schrijvers, kunstenaars, uitgevers, politici, en anderen. Wat is dan de beste reactie als je zoiets overkomt? 

De meest natuurlijke reacties op een persoonlijke aanval zijn: vechten, vluchten, bevriezen of onderwerpen.

Vechten. Oftewel de tegenaanval openen lijkt weinig effectief omdat de aanvallen vrijwel altijd komen uit de hoek van links-radicale activisten, van activistische bewegingen met een open of versluierde politieke agenda: radicale postmodernisten, neomarxisten, kritische ras-theoretici, intersectionalisten, woke-people. Rechts reactionaire conservatieven kunnen zich racistisch, antifeministisch of homofoob tonen maar zelden op de plaats waar links-radicalen zich ophouden: binnen de journalistiek, de universiteiten, onderwijsinstellingen, in de kunstwereld, binnen politieke partijen. Men kan absoluut niet verwachten dat links-radicalen bij een tegenaanval het veld ruimen. Dat zou hun ingroup schaden en ze zouden dan hun ingroup moeten verlaten. Of ze worden als ‘ras-, etnische-, of gender-verrader’ betiteld en hun tribe uitgezet, hetgeen hen isolement, status- en gezichtsverlies oplevert. 

Terugvechten door de verdediging in te gaan is nog gevaarlijker. Een bewijs van hun aanklacht vragen, argumenteren, nuanceren en kritische vragen stellen is bij voorbaat al verdacht. Of sterker nog, het is het bewijs dat de radicalist gelijk heeft. (R. DiAngelo, auteur van het vee lverkochte cultboek ‘White Fragility’ stelt dat elke witte man een racist is, en het bewijs daarvoor is zijn ontkenning).

Nog sterker: sommige radicaal activistische bewegingen hanteren hun eigen (Stalinistisch perverse) logica als hen om bewijs van hun beschuldiging gevraagd wordt, want het woord ‘bewijs’ is een ‘witte uitvinding’. Wetenschap überhaupt (zelfs wiskunde en glaciologie) is een ‘repressieve witte mannen uitvinding’! Evenals horloges, lichamelijke handicaps, biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, je kan het zo gek niet bedenken. Een dialoog aangaan is zinloos omdat radicalen de minimale, redelijke dialoog- en argumentatieregels niet met je zullen delen, want dat zijn ‘witte regels’.

Vluchten. Oftewel stoïcijns een beschuldiging negeren, zal de radicalist aanmoedigen om de achtervolging nog verder in te zetten want zoiets wordt gezien als zwakte. En zwakte wekt niet zelden agressie op. 

Bevriezen. Oftewel angstig zwijgen zal geïnterpreteerd worden als een bekentenis, want wie zwijgt stemt toe nietwaar? Ook in dit geval werkt zwakte agressie op.

Onderwerpen is wellicht de gevaarlijkste reactie die je kunt hebben. Onderwerpen door (wel of niet) verplicht mee te doen aan White Fragility Trainingen, Woke-workshops, colleges Critical Race/Gender/Colonial Theory of Incompany Diversity Training. Onderwerpen is ook een verklaring tekenen dat u solidair met BLM, de LGBTQ+ of bij sollicitatie vragen binair moeten beantwoorden: ‘bent u voor of tegen de BLM of #MeToo beweging?’.

Wat te doen?

  • Aangifte doen. Tenminste als er in de zin van de wet sprake is van belediging, smaad of laster, en zeker in het geval van fysieke bedreiging.
  • De werkgever inlichten. Transparante informatie aan de baas geven en om bescherming van de werkplek vragen, liefst publiekelijk of schriftelijk bevestigd. Tenzij de baas al niet zelf een wokie is geworden.
  • Journalisten inlichten. Met name hoofdredacties vragen om (zo mogelijk) fact-checking te doen en de beschuldigers publiekelijk te vragen om onderbouwend bewijs te leveren.
  • Politici inlichten. Hen voorleggen om aan de hand van voorbeelden aandacht te vragen voor de ‘afrekencultuur’ in democratische instituten en bedrijven. Aandacht vragen voor een verandering in wet- en regelgeving waardoor het traceren van anonieme berichten in sociale media mogelijk gemaakt wordt.
  • Follow the money. Onderzoek (laten) doen naar de belanghebbenden die beschuldigers financieren.
  • Humor. Hier ligt een taak voor moedige cabaretiers, standup comedians, politieke cartoonisten, muzikanten (een protestsong doet meer dan een krantenartikel), BNers en andere influencers. 
  • Meldpunten inlichten. De Reclamecode Commissie, Nationale ombudsman kunnen aan de hand van publieksklachten trends inventariseren, hierover publiek mededeling doen en aanzetten tot wettelijke vervolging. (Zie de klachten over het complottijdschrift ‘Gezond Verstand’). Een advocatencollectief zou hetzelfde kunnen doen. 

Critici zijn natuurlijk altijd prima, wat het onderwerp ook is. Tenminste zolang ze zich niet anonimiseren, niet bedienen van drogredenen (vooral van ad hominem argumenten) en bereid zijn hun meningen publiekelijk en met feitelijkheden te onderbouwen en die bij te stellen als er overtuigende tegenargumenten komen.  

Zo niet, dan zal er tegengas gegeven moeten worden om niet terecht te komen in een paranoïde angstcultuur op de werkvloer of überhaupt in een politiek correcte (moreel corrupte) bestuurscultuur waar men niet aan durft te ontsnappen op straffe van persoonlijk leed.

Er is een verschil tussen critici die goed willen doen en critici die goed willen lijken. Die laatsten lijden aan wat filosoof Brandon Warmke* noemt: Moral Grandstanding. Oftewel: zelfverheffende morele opschepperij.

Er is een verschil tussen activistische bewegingen die in hun oorspronkelijke vorm (BLM, 2e generatie feministen, genderactivisten) op veel sympathie konden rekenen en de volledig doorgeslagen, gepolitiseerde, woke-activisten: White Privileges groepen, 3e en 4e generatie feministen, intersectionalisten, Social justice warriors.

Deze laatste groepen lijden aan een extreme en kwaadaardige vorm van identiteitspolitiek, een intimiderende machtspolitiek die een regelrechte ondermijning van de democratische waarden en instituten nastreven, zoals Douglas Murray in zijn boek ‘The Madness of Crowds’** briljant analyseert.

* ‘Grandstanding, the Use and Abuse of Moral Talk’, Justin Tosi & Brandon Warmke, 2020. Ook op youTube: Moral Grandstanding, Prof. Brandon Warmke, 7.18 en 6.51 min.

** ‘The Madness of Crowds’, Douglas Murray, 2020. Aanrader! Ook op YouTube: Douglas Murray

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *