The war on drugs is over!…we lost!!

Vroeger, toen alles een stuk simpeler was (nou ja, leek) had je eigenlijk alleen alcohol-, tabaks- en gokverslaving. In de jaren zestig kwam de verslaving aan softdrugs zoals marihuana. Toen de harddrugs: heroïne, methamfetamine, cocaïne, XTC, GHB etc. Inmiddels zijn deze allemaal opgenomen in de Opiumwet. Tel daarbij op de medicatie- en eetverslaving (suiker, vetten, ed.). En daar tussendoor nog allerlei privé-verslavinkjes zoals aan sporten, boeken, kleren, puzzels, antieke dit en dat. Maar laten we die maar niet meetellen. En in dit laatste decennium kennen we de ‘digitale verslaving’: aan social media (appen, twitteren, facebooken, etc.), gamen, porno, online shoppen. Als je de onderzoekers mag geloven (oa. Adam Alter, ‘Superverslavend’, 2017) mag je gerust spreken van een digitale epidemie, van een crisissituatie, vooral bij jongeren.

Eén ding maakt auteur Alter duidelijk: er is een te beperkte opvatting van het begrip verslaving. Het zijn niet alleen de verslavende chemische stoffen die we in ons brein laten binnenkomen, het brein zelf is evenzeer in staat sterk verslavende stoffen te produceren. Het ‘beloningscentrum’ in ons brein doet dat ook. En dat maakt dat je gamers hebt die met een luier aan, in een haptonomisch feedback pak, uitsluitend aan huis bestelde pizza’s etend, 20 uur per dag achter het scherm zitten en tenslotte aan uitputting bezwijken. Dat zijn de excessen natuurlijk, maar hetzelfde neurofysiologische mechanisme schuilt achter elke verslaving. Voeg daarbij de gewone ‘chemische verslaving’ de ‘digitale verslaving’ (de helft van de westerse bevolking), erken dat alle soorten verslavingen wereldwijd alleen maar toenemen, dan wordt het pijnlijk duidelijk: The war on drugs is over!……We lost!! (zoals de Amerikanen zeggen).

Bij de digitale verslaving aan smartphones, tablets, PC’s, videogameboxes, wearables, etc. speelt een grote rol dat het beloningssysteem in de hersenen direct en doorlopend gestimuleerd wordt, wat niet het geval is bij de ‘chemische verslaving’. Bij de chemische verslaving (ook bij de eet- en privéverslavinkjes trouwens) dooft het effect van het middel langzaam uit, krijgt men onthoudingssymptomen, cravinggedrag en moet er opnieuw ‘een pilletje’ gekocht en geslikt worden. Op het gebruik zit tenminste nog een onderbreking, een stop.

Bij de digitale verslaving blijf je ‘bingen’. De spelletjes hebben een aaneensluitend, eindeloos aantal levels. De afleveringen van Netflixseries worden direct en naadloos met cliffhangers achter elkaar door gestreamed als je ze niet stopzet. De gamevideos worden 7×24 in gamegemeenschappen dwars door alle wereldtijdzones gespeeld. Aanmoedigende piepjes, likes en emojis komen vele malen per dag (en nacht) op de mobieltjes. Als je een scheet dwars zit kun je 7×24 anoniem twitteren. Als je wat hypochonder bent aangelegd kun je je bloeddruk, hartslag, hartritme en zuurstofsaturatie de hele dag door checken. Het houdt niet op, je blijft kijken, er is geen tijdslot, je bent genadeloos verslaafd*.

De onderzochte effecten van een ‘digitale gedragsverslaving’ zijn sluipend en ernstig: concentratiestoornissen, geheugenstoornissen, slaapstoornissen, angststoornissen en depressie, vooral bij meisjes die egostrelende likes en moordende dislikes krijgen (zie J.Haidt, The Coddling of the American Mind), veroorzaken schulden, werk- en schooluitval, relatie problemen, seksuele dysfunctie, sociaal terugtrekkingsgedrag en vereenzaming. 

De gedragseffecten zijn inmiddels epidemisch maar lang niet altijd zichtbaar zoals meestal wel het geval is bij ‘chemische verslaving’. U ziet het smartphonegebruik wel in het openbaar vervoer, in publieke ruimtes en vooral in de buurt van jongeren maar niet in de slaapkamer, de werk- en studeerkamer, op plekken waar mensen zich terug kunnen trekken. De gedragssymptomen worden pas echt zichtbaar als de verslaving al langere tijd in het verborgene bestaat. En dan is het te laat. 

Wat te doen? De GGZ-verslavingszorg heeft inmiddels hulpverleningsprogramma’s voor digi-junks: social media-, game-, seks- en online gokverslavingen. Maar alles begint natuurlijk bij preventie. Bij verstandige ouders die het onuitgegroeide, kwetsbare brein van hun kinderen al heel jong moeten beschermen. Door ze voor te lichten en, tegen de stroom van vriendjes en andere onverstandige ouders in, schermpjes te verbieden of te rantsoeneren. Hetzelfde geldt voor lagere scholen (op het gevaar af dat je ruzie krijgt met verslaafde ouders).

Adam Alter** beschrijft in zijn boek ‘Superverslavend’ een aantal trucs om een digi-verslaving tegen te gaan. En ook een aantal prachtige anekdotes over Steve Jobs en andere digitechnocraten, spelletjes en gamebouwers die publiekelijk hun waar als onschuldig vermaak aanprijzen, maar thuis hun kinderen streng bij de verslavende schermpjes weghouden.

*In de Diagnostic Statistical Manual 5 (DSM5) wordt het begrip middelen-verslavinguitvoerig omschreven. Vrijwel alle (9) punten gaan ook op voor een digitale verslaving.

** Adam Alter wordt uitvoerig geïnterviewd door de ’s werelds meest gevolgde podcaster Joe Rogan (The Joe Rogan Experience, YouTube, #1564, nov.2020). Aanrader!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *