Weeklog 47: Geen sociale moraal meer in de publieke ruimte

Al 2500 jaar (vanaf de oude Grieken) zijn in de Westerse beschaving beschouwingen geschreven en discussies gevoerd over maatschappelijke moraal, persoonlijke ethiek en hoe te leven. Maar het heeft geen zin om op deze plek daar nu een discussie over te beginnen. Want het grote verschil tussen nu en nog maar 15 jaar geleden, laat staan met de vroegere menselijke historie, is de directe momentane wereldwijde verbinding tussen mensen via 24 uur online internet.

Het individu werd qua publiek gedrag tot voor enige jaren sterk ingeperkt door de sociale moraal in zijn geografisch lokale omgeving. Social media hebben die inperking grotendeels opgeheven. Je hoeft je op straat en public zelfs helemaal niet meer te bekommeren om je sociale omgeving. Met je koptelefoon op en je telefoon in de hand kun je lopend of op de fiets iedere sociale publieke interactie mijden.

Iemands publieke wereld is nu voor een groot deel virtueel. Daar wordt sociale goedkeuring of – afkeuring gevonden. Maar afkeuring (en dus schaamte) kun je mijden door je alleen binnen virtuele netwerken van gelijkgestemden op te houden. En in die netwerken is het niet de afkeuring, maar te weinig goedkeuring (likes) die al tot stress leiden. Juist daarom blijft men daar strikt binnen de regels van de ‘bubble’.

De ‘ laatmoderne, navelstaarderige, snel gepikeerde, post-ironische, identiteitgeobsedeerde mens’ (citaat columiste Floor Rusman) leeft zijn leven autonoom, zelfverwerkelijkenden en concurrerend. Die heeft geen boodschap meer aan de niet met hen verbonden medeburgers in de publieke ruimte, virtueel of fysiek. Ongewenste interacties op straat leiden al vaak tot botte bejegening. Op internet bestaan in deze helemaal geen remmen. We zijn allemaal gelijk en mijn opinie is de enige juiste, fuck you. Of zoals Tommy Wierenga in de NRC stelde: ‘…de hedendaagse Nederlandse discussietechniek kun je wel zo’n beetje samenvatten in 4 termen: bedreigingen, intimidaties en grove beledigingen’.

‘ ..Tel daar voor de jeugd een, volgens socioloog Gabriël van den Brink, assertieve leefstijl bij op, waarin men zich snel gekrenkt voelt, weinig zelfcontrole heeft. Maar wel hoge eisen stelt. Daarbij hoort instant genieten, met algemeen beschikbare en goedkope roesmiddelen als lachgas, alcohol en wiet. Dat leidt tot ontremming, lagere impulscontrole, zelfoverschatting of minder angst. Dan is het daarna met z’n allen ‘chaos zetten’. Op iedere spoedeisende hulp van ziekenhuizen weten ze al jaren precies wanneer de kroegen sluiten, ongeacht het seizoen.’ (citaat)

Het is moeilijk niet pessimistisch te zijn over deze situatie. Door opvoeding en online sociale verbindingen, bestaat er geen algemene publieke ruimte meer met een voor alle burgers geldende sociale moraal. Het is ondoenlijk om wettige regulerende maatregelen te bedenken om die te herstellen.

Tegenstellingen tussen die doof en blind van elkaar gescheiden online netwerken cancelen enig publiek debat, virutele heksenjachten zijn aan de orde van de dag. Tom-Jan Meeus schreef in NRC: ‘..als je elk thema verheft tot strijd, en elke opponent of verdachte tot vijand, ontmenselijk je uiteindelijk alle mensen met een andere opvatting of levenshouding, van welke kleur dan ook’. Dit is hét recept voor democratische aftakeling. 

Opnieuw de auteur Tommy Wieringa citerend: ‘…Democratie gedijt niet goed onder extreme omstandigheden, zoals de huidige verdeeldheid; ze vraagt een gemeenschappelijke overtuiging en vertrouwen in de werkzaamheid van democratische processen en instituten; daarzonder verdwijnt het fundament en glijdt het huis reddeloos de helling af.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *