Moeten we het kapitalisme resetten? (1)

Dacht het wel. Want nu wereldwijd het kapitalistische systeem c.q. de neoliberale economie tegen zijn desastreuze milieugrenzen aanloopt zal het op de schop moeten om een existentiële ramp voor onze kinderen te voorkomen. Daar hebben we niet veel tijd meer voor. Vijftig jaar misschien? Het probleem is dat er geen alternatief is voor het kapitalisme. De communistische, socialistische, neoliberale, ultraconservatieve en fascistische politieke ideologieën in al hun varianten bleken niet te werken, ze waren historisch niet houdbaar. Zelfs de huidige gematigde Europese sociaal democratieën, met name in Engeland, Duitsland en Frankrijk, vertonen forse haarscheuren in hun democratische instituties. En een van de oudste democratieën, die van de VS, staat sinds Trump zwaar onder druk, volgens sommigen bijna tot aan een burgeroorlog toe. Op de een of andere manier zal er gezocht moeten worden naar alternatieve sociale, politieke, economische en filosofische fundamenten waarop democratische systemen moeten staan.

Alle politieke systemen berusten op ten minste drie vooronderstellingen over:

  1. de aard van de menselijke natuur;
  2. de aard van de werking van markten;
  3. de machts- en bezitsverhoudingen.

Alle drie vooronderstellingen claimen een hoge mate van voorspelbaarheid want zo niet, dan zou elk politiek systeem sociaal en economisch vroeg of laat gevaarlijk instabiel worden. Echter….

Over de aard van de menselijke natuur valt met de huidige kennis van zaken nauwelijks iets zinnigs te zeggen. De klassieke vraag wat de mens wezenlijk is werd door filosofische, politieke en economische systeembouwers van de laatste eeuwen (Adam Smith, Kant, Mill, Marx, Berlin, Keynes, Friedman en vele 21e eeuw-ers) slechts met een vooringenomen religieus of gepolitiseerd mensbeeld beantwoord. Hun reductionistische mensbeelden (‘zo is de mens nou eenmaal’ of ‘zo behoort een godvruchtig of humaan mens zich te gedragen’) lijken eerder een excuus, een ad-hoc rechtvaardiging of een geclaimde waarheid die hun gepropageerde systeem moeten ondersteunen dan een empirische vaststelling waar niemand omheen kan.

Enig empirisch houvast over de aard van de menselijke natuur biedt het Darwinisme: de mens wordt gedreven door de wetten van natuurlijke en seksuele selectie, waarmee hij zijn voedsel, onderdak, en bescherming van familie en stam veiligstelt. In de Darwiniaanse zin is de mens in zijn individuele en tribale gedrag behoorlijk voorspelbaar. Maar op basis van zoiets algemeens als gedragsgenetica bouw je geen coherent en duurzaam politiek systeem. En zelfs geen ethisch systeem van mensenrechten dat zegt: iedereen heeft recht op leven, voedsel, onderdak en beschermende affectieve relaties, hoe voor de hand liggend dat in theorie ook moge zijn. De historische praktijk blijkt anders. Er bestaat geen ethisch universalisme. Kortom, de voorspelbaarheid van de menselijke natuur op grond waarvan men een politiek, economisch, ethisch of transcendentaal geloofssysteem zou kunnen funderen en rechtvaardigen is een illusie.

De voorspelbaarheid van elk marktsysteem, de maatschappelijke productie, handel en verdeling van goederen en diensten, vertoont in zijn hele spectrum – van een volledig vrije vraag- en aanbodmarkt tot aan een volledig staat gestuurde markt – evenzeer grote tekortkomingen. Alle marktsystemen zullen hun voorspellingen telkens moeten aanpassen aan de actuele omstandigheden waarin ze werkzaam zijn: klimaatverandering, pandemieën, voedseltekorten, uitputting van grondstoffen, oorlog, technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen zoals verregaande robotisering die massale werkloosheid veroorzaakt. Marktmechanismen kunnen daarbij te traag (USSR), te snel (China), of niet (N-Korea) reageren op die bedreigende, destabiliserende omstandigheden. En de voorspelling van een noodzakelijk geachte marktcorrectie kan gemakkelijk een foute over- of ondercorrectie zijn, met zeer ingrijpende sociale en milieugevolgen. Dat zou bijvoorbeeld ook nu tijdens de Corona crisis het geval kunnen zijn. 

Wellicht een van de meest remmende factoren op een noodzakelijke aanpassing aan de telkens veranderende omstandigheden betreft de handel in waardepapieren (aandelen, obligaties, valuta, grondstoffen, ed.). Die ‘papieren geldhandel’ is een economie op zich die de ‘gewone markteconomie’ domineert. Ze beïnvloedt de anonieme aandeelhouders die competitieve bedrijven dwingen tot een productie die uitsluitend aangestuurd wordt door financiële rendementsverwachtingen en de dwingende noodzaak tot groei. Dergelijke bedrijven passen zich slecht aan want ze sturen louter op het korte termijn winstaandeel van de aandeelhouders en ze jagen het verslavende consumentisme meedogenloos aan (zie ook de blog van Jack Pheifer: ‘Rentseeking’, juli 2019 en ‘Geld en informatiehandel’, mei 2020).

Kortom, het gaat er niet om welk marktsysteem men kiest maar om de mate van voorspelbaarheid, bestuurbaarheid en duurzaamheid van een systeem. Ook hier leert geschiedenis dat de fundamenten van de politieke economie zwak en zeker niet duurzaam zijn. Economen waarschuwen daarom vaak genoeg: economie is geen wetenschap, economische wetten zijn fluïde, markten hebben hooguit korte termijn trends, ongeacht het politieke systeem waaronder ze functioneren. 

De voorspelbaarheid van de werking van de maatschappelijke verhoudingen qua macht en bezit lijkt misschien nog het best mogelijk. Wie de brute fysieke macht bezit en die ook langdurig kan financieren bepaalt onbetwist wat de burger krijgt, wanneer en in welke vorm (bv. Noord-Korea, Rusland).

De bescherming tegen brute economische en politieke macht is democratie. Maar dat ‘democratische bestuurssysteem’ is historisch gezien telkens weer hoogst kwetsbaar gebleken. De oudste en langstdurende democratieën zijn Engeland en de VS (350 jaar en 250 jaar.) Er hoeft maar weinig te gebeuren en het vergt maar een kleine groep om democratische instituten te verlammen. Kleine verschuivingen in het democratische machtssysteem van ‘checks- en balances’ zijn al voldoende om een democratie uit balans te brengen. (Zie de VS: asymmetrie in het hoge gerechtshof, trage wetgeving door het Congres als gevolg van het twee partijensysteem, een roekeloos presidentieel leiderschap die het volk tot op het bot verdeeld, aanhoudende activistische aanvallen op wetshandhavers, een in toenemende mate volstrekt scheve verdelingspolitiek van welvaart en welzijn, ed.)

Als bovendien de vierde macht, de Publieke Media (vooral de sociale media) geen controle meer hebben over betrouwbare informatieverstrekking, wat historisch gezien een unieke en ongekende tragedie is van het laatste decennium, dan verwordt informatie, en daarmee elke waarheidsclaim, tot niets meer dan een verdienmodel in een info-dystopische wereld.

Alles opgeteld: als het voorspellend vermogen van politieke en economische systemen niet meer ontleend kan worden aan ideeën over de menselijke natuur, de marktwerking en de machts-en bezitsverhoudingen, wat dan wel? Niemand weet het, niemand heeft een oplossing. Wat we hooguit weten is de richting van een oplossing: de noodzaak voor het zeer grondig resetten van het kapitalisme.

Zie vervolgartikel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *