Je bent niet je identiteit

Persoonlijke aanpassing aan een nieuwe wereld lukt niet als je strikt vasthoudt aan je huidige ´peer´ groep: mensen met een vergelijkbare leeftijd, status, materiele welvaart, belang of belangstelling. Dan zal je leven een permanent gevecht worden ‘voor’ of ‘tegen’ omdat je als lid van de groep vanuit een vernauwd perspectief de wereld van de groepen, waar je deel vanuit maakt, als onveranderd wilt zien.

Het extreme individualisme van de afgelopen 30 jaar heeft mensen weggezogen uit hun traditionele groepen binnen een stad of dorp van familie, vrienden en werk naar (vaak virtuele) netwerken van gelijkgestemden op identitaire basis: naar gender en sekse, huidskleur, beroep of andere maatschappelijke basis. Dit is de belangrijkste reden van de maatschappelijke versplintering en de harde extremen ter linker- en rechterzijde.  

Zowel het progressief-identitaire activisme als het identitair nationalistisch populisme ontlenen hun bestaansrecht aan een slachtofferhouding tegenover ´de anderen’. Vaak gaat dit zelfs zover dat men anderen intimiderend willen censureren (mag niet gehoord of gezien worden), zoals kortgeleden Michael Moore overkwam naar aanleiding van zijn recente klimaatfilm. Maar ook alledaags door verkettering van ‘de ander´ via de sociale media. Soms lijkt het wel: hoe groter de geuite haat, hoe hoger de status in de eigen groep. Dergelijke strijd ontmenselijkt de ‘ander’. De internetzwermen doen soms denken aan een roedel hyena’s jagend op een solitaire prooi.

Identitair conservatieven vechten letterlijk om de wereld te houden, zoals die was. Waarin hun belangen, hun bezit, hun status behouden blijft, ze weigeren letterlijk te veranderen ook al is de wereld veranderd. Zij blijven vechten tegen de bierkaai. De tractor-acties van de boeren zijn hier een goed voorbeeld van. Maar het zijn altijd achterhoede gevechten.

Activisten in die identitaire groepen doen zichzelf als mens tekort. Een vrouw bijvoorbeeld, is niet alleen maar een vrouw; jezelf als vrouw daarop qua betekenis als individuele identiteit richten is letterlijk jezelf in een geestelijk korset opsluiten. Het is feitelijk jezelf veilig afscheiden van de wereld binnen een stam, groep, ter onderscheiding van andere groepen waartoe je niet mag, kunt of wilt behoren. De Belgische psychotherapeut Paul Verhaeghe beschreef dit al prachtig in zijn boek ‘Identiteit’ (2012), maar ook in een recente boekbespreking op zijn blog (link) .

Het aanpassen aan een nieuwe wereld zal op eenduidige identitaire basis zeker niet lukken. In een nieuw nummer zingt Bob Dylan: ‘I contain multitudes’. In het nummer verwoordt hij op zachte soms scherpe wijze hoeveel verschillende onverenigbare kanten hij van zichzelf kent, van diep melancholisch tot hard agressief. Ieders persoonlijkheid is uiterst dubbelzinnig. Niemand van ons, hoe uniek we als individu ook zijn als combinatie van persoonlijke beleving en uiterlijk gedrag, heeft een eenduidige consistente identiteit.

De mens is (ik ben) een vat van dubbelzinnigheden. De persoonlijkheid, het karakter, de deugd en de moraal als psychologische netwerkjes (karakter) van ouderlijke geboden, gestolde ervaringen en vastgeroeste gedragspatronen. Een vat vol emoties en gevoelens, waarin niet noodzakelijkerwijs een consistente authentieke eenheid aanwezig is, dus ook niet in de dagelijkse gedragingen. Mijn ik bestaat helemaal niet, maar is slechts een doorlopend steeds veranderend verhaal over mezelf om een stabiele basis te geven aan mijn dagelijkse bestaan. Zelfs al bestaat die stabiliteit alleen nog maar uit het verklaren van een gevoel van waanzin.

Jezelf herpositioneren in de wereld vergt de durf de vele kanten van jezelf te onderkennen. Dan maakt ook de energie vrij om voor een andere levenswijze te kiezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *