Die aardige multimiljonairs

De Volkskrant (130720): Superrijken willen meer belasting betalen voor de gevolgen van de coronacrisis.

Die multimiljonairs en miljardairs voelen de bui al hangen: ‘beter dat we zelf vragen wat meer belasting te mogen betalen dan al die sociale onrust en straks die gelijkheidsrevolutie over ons heen  te krijgen. We sturen gewoon een briefje naar de krant, nog even voor de G7 bij elkaar komt, dan zijn we misschien van het gedonder af’.

Bij het lezen van dat Volksrant berichtje moest ik even denken aan de Duitse filosoof Hegel (1770-1831) die in een passage van zijn ‘Phänomenologie des Geistes’ de symbiotische verhouding meester-slaaf analyseerde aan de hand van de zgn. dialectische methode. Met dit voorbeeld wilde hij laten hij zien dat de vooruitgang in de menselijke geschiedenis verloopt in een voortdurend proces van eerst ideeën, dan tegenideeën en tenslotte nieuwe ideeën: these, antithese en synthese.

In de these en antithese toont zich de symbiose van de kapitalist-meester die evenzeer afhankelijk is van de arbeider-slaaf, als de slaaf van zijn meester. De meester heeft zo goedkoop mogelijke arbeiders nodig. Of nog goedkoper: machines die de slaaf kunnen vervangen, en zo nodig goedkope arbeiders laten migreren of de productiemiddelen verplaatsen naar lage lonen landen. Alleen op die manier kan zo veel mogelijk winst worden gemaakt, kunnen investeerders worden aangetrokken, kan de markt uitgebreid worden en de bedrijfsgroei versneld. Om die machtspositie (these) te behouden had de meester aanvankelijk een knuppel nodig, belangrijke politici in zijn achterzak, en een religieus-, wettelijk- en filosofisch-geloofssystem om de slaaf aan het werk te houden. 

Daartegenover staat de macht van de slaaf (antithese) die aanvankelijk niets kon doen tegen het dagelijkse geweld, maar eenmaal bevrijd kwam de feodale of kapitalistische meester in het nauw. Daarna ontworstelde de arbeider zich in de laatste eeuw steeds verder. Hij kon saboteren en revolteren, en omdat ie in de meerderheid was kon hij zijn bevochten stemrecht gebruiken om zich politiek te verenigen, om vakbonden op te richten, stakingsrecht te krijgen, kortom een meer democratisch staatsbestel afdwingen. Soms was er revolutie voor nodig (de Franse, Russische, Chinese revolutie) om de tegenmacht kracht bij te zetten. Regelmatig schoot ook de slavenmacht door: het schrikbewind onder Robespiere, Stalin en Mao. En soms kwamen er  andersoortige meesters met hun hypernationalisme/fascisme: Hitler, Mussolini, Franco.

In de strijd tussen de these van het kapitalisme versus de antithese van het socialisme lijkt de eerste het te hebben gewonnen, maar er is nog steeds geen werkelijke synthese bereikt. In tegendeel, de strijd laait weer op: tussen the have’s and the have-not’s, tussen blank en gekleurd, tussen etnische groeperingen, tussen de beide seksen, tussen de hetero’s en de rainbow people. Die ‘Hegeliaanse strijd’ speelt zich tegelijkertijd op economisch, cultureel, intellectueel en moreel terrein af.

De Hegeliaanse strijdmiddelen zijn aan beide zijden divers: een polariserende pers, de sociale media, kleine extremistische en activistische groepen. De oorspronkelijke links positieve identiteitspolitiek is inmiddels volledig doorgeschoten naar een geperverteerd slachtofferisme dat de tegenpartij met schuldgevoel probeert te chanteren en monddood te maken. Aan de rechterkant staan de traditioneel conservatieve blanke nationalisten, zwaar bewapend (in de VS), hun vermeende erfgoed al rellend te verdedigen.

Ook overheden doen wereldwijd mee aan de antithese door middel van zgn. ‘affirmative action’:(wettelijke)regelgeving ter bestrijding van discriminatie op sekse, geloof en etnische oorsprong. Maar elk land doet dat weer op zijn eigen vaak schijnheilige en zichzelf bevoordelende manier. In India wordt het kastensysteem niet afgeschaft, in Arabische landen zijn nauwelijks vrouwenrechten, in China worden de Islamitische Oeigoeren met nazipraktijken ‘heropgevoed’ en staat de burger elektronisch onder 24/7 surveillance, etc.

Men kan rustig zeggen dat de Westerse wereld ver voorop loopt met zijn ‘affirmatieve acties’ maar er is beslist nog niet een synthese in zicht, want een synthese veronderstelt een relatief structurele, systemische rusttoestand in een cultuur. Zo’n sprong van Verlichting naar Romantiek naar Modernisme en Postmodernisme wordt niet gemaakt. Zelfs een aanloop daartoe niet, en al zeker niet wat betreft een synthese met een nieuw economisch systeem.

Je vraagt je af wat Hegel zou vinden van die multimiljonairsactie. Ik vermoed dat hij zou zeggen: het is een Paard van Troje, een omgekeerd slachtofferisme, een fopspeen waar ze zelf in hun dagelijks leven geen enkele last van hebben. En als ze de Coronacrisis als achterliggend grootmoedig motief gebruiken komen ze er ook nog mee weg als liefdadigheidshelden. Filantropie in welke vorm dan ook is mooi maar het raakt het wezen van een vigerende economische en culturele ideologie niet, integendeel, het bevestigd die juist. Zoiets.

Natuurlijk moet er gezegd worden dat alleen onder het kapitalistische systeem, in al zijn vormen, vooruitgang is geboekt. Er is wereldwijd meer welvaart (inkomensstijging), meer gezondheid (minder sterfte door investering in medisch technologische middelen), meer welzijn (minder oorlog, kinderarbeid), beter en betaalbaar onderwijs (in vrijwel elk land), meer vrijheid voor burgers, voor specifieke groepen (vrouwen, arbeiders, studenten) en minderheidsgroepen (gendergroepen, etnische groepen). Tegelijkertijd kent het systeem ook vele nadelen, kent ze corruptie en loopt het op tegen de grenzen van rechtvaardigheid, gelijkheid en ecologische limieten. (lees S.Pinker, T.Piketty, F.Fukuyama, ea.)

Niemand weet in welke richting de wereldgeschiedenis zich gaat ontwikkelen maar het lijkt er wel op dat de Corona-crisis toont dat de houdbaarheidsdatum van het kapitalisme/neoliberalisme niet meer ver weg ligt. Bij escalerende spanningen tussen de these en de antithese in de westerse wereld zijn maar een paar uitkomsten mogelijk: burgeroorlog met een daarna blijvend dominante ideologische overwinnaar. Of toch nog een synthese, voortkomend uit een diep besef dat alleen een nieuwe gender-, etnische- en een economische gelijkheidsideologie een ramp kan voorkomen. Die synthese zal iets moeten hebben van een soort ‘sociaal kapitalisme’, met behoud van vrije meningsuiting, individuele waardigheid en het behoud van een gezonde ecologische wereld. Zoiets mag je op hopen, tenminste als je de plicht tot optimisme serieus neemt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *