Pensioenakkoord zinloos voor jongeren

Het bejubelde pensioenakkoord zorgt voor een ‘betere’ toekomstige verdeling van de totale collectieve pensioenpotten tussen ouderen en jongeren. Maar het akkoord heeft eigenlijk betrekking op een niet meer bestaande situatie. Na de tweede wereldoorlog gingen de meeste jongeren na hun middelbare school aan het werk, meestal in vaste banen. Ondanks zgn. pensioenbreuken door wisseling van baan, slaagden de meesten van de huidige pensionado’s erin om na 40 jaar werken ongeveer 50% van hun gemiddelde salaris tijdens hun werkzame leven als pensioeninkomen (incl. AOW) op te bouwen.

Maar die situatie bestaat al lang niet meer. De jongere generaties zijn door langere studies pas op veel latere leeftijd gaan werken. En de jongste generatie werkenden bouwt nauwelijks pensioen op binnen hun laagbetaalde flexcontracten en via hun banen bij wisselende payrollers. Die zullen die 50% helemaal niet bereiken, ondanks dit akkoord. ZZP’ers moeten hun pensioen zelf regelen (wat meestal niet gebeurt). Kortom voor circa 40% van de huidige jongere beroepsbevolking heeft dit pensioenakkoord nauwelijks iets te betekenen. Hun toekomstige lage pensioenen (AOW+ een beetje) zullen toch weer door de generaties na hun moeten worden opgebracht. 

Waarom dan toch al die juichkreten bij dit jarenlang onderhandelde akkoord? Omdat de onderhandelende partijen allemaal krijgen wat ze willen. De werkgevers krijgen in de toekomst met veel lagere pensioenpremies te maken. De vakorganisaties bereiken voor hun huidige oudere ledenbestand (met vaste contracten) een grotere zekerheid ten aanzien van hun toekomstige pensioenuitkeringen. En Den Haag is de discussie over rekenrentes en pensioenkortingen eindelijk kwijt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *