De vijanden van de vrije wetenschap (4): de Media

De brug tussen wetenschappers en het grote publiek wordt op zijn best door wetenschapsjournalisten geslagen, zij die een soepel taalgebruik koppelen aan kennis van het wetenschapsbedrijf. Van hen mag men verwachten dat ze zelf op zijn minst een wetenschappelijke opleiding hebben en dus weten hoe empirische wetenschap werkt (wetenschappelijke onderzoeksmethoden, statistiek en wiskunde, voldoende kennis van verschillende wetenschapsterreinen en relevante literatuur, ed.). 

Maar wetenschapsjournalisten met een empirisch wetenschappelijke vooropleiding zijn zeer schaars en vrijwel allemaal freelance werkzaam (in Nederland bijvoorbeeld heeft alleen de Volkskrant en de NRC een vaste wetenschapsjournalist in dienst; bij de Correspondent 3 van de 29 correspondenten!!). Zij moeten met elkaar concurreren, met de gewone allround dagbladjournalisten, met persvoorlichters van wetenschappelijke en technologische instituten, alsmede met wetenschappers zelf die erin slagen hun resultaten in de mainstreammedia te brengen. Uit interviews met wetenschapsjournalisten krijgt men de indruk dat er nogal wat onderlinge jaloezie en hubris heerst. En dat men de neiging heeft wetenschappers terug te duwen, wat zover kan gaan dat sommigen vinden dat de overheid beter geld aan hen als journalisten kan besteden dan aan de voorlichters van universiteiten. In de VS is het niet ongebruikelijk dat (wetenschaps-)journalisten per click-ratio worden betaald.

Daarnaast is er nog de groep zelfverklaarde journalistieke experts: financieel /economische-, gender-, klimaat-, technologie-, onderwijs-, volksgezondheid -experts, e.a. Waaruit bestaat die expertkwaliteit en ervaring dan eigenlijk wel?  Hoe vaak gebeurt het niet dat zij onderzoek citeren waarbij je onmiddellijk zegt: ja maar dat kun je helemaal niet zo zeggen! Hoe vaak gebeurt het niet dat men correlatie en causaliteit door elkaar haalt, dat men de 10 soorten validiteit kennelijk niet kent, dat men specificiteit en sensitiviteit van testen onbesproken laat, ongeoorloofde extrapolaties tot feit maakt, levels of evidence verward, dat een gemiddelde niks zegt als je de variantie/standaarddeviatie niet noemt, en ga zo maar door. 

Het is ook razend moeilijke materie, zeker voor een statistische leek (en soms voor wetenschappers zelf) om niet te vervallen in drogredeneringen en zgn. confirmation-bias en motivational reasoning (zien wat je graag wil zien). Het is juist om die reden dat de ‘gerenommeerde media’ niet de beste bron van informatieverstrekking zijn voor het grote publiek. Het zou al heel wat schelen als de media zich zouden beperken tot informatieverstrekking over de gebieden waarover wetenschappers wel consensus hebben. Die sappige nieuwtjes kunnen wel even wachten.

En dan zijn er nog de Social Media, YouTube, Facebook, Twitter, Reddit, ea. waarvan de platformredacteuren onwelgevallig nieuws domweg van het internet kunnen verwijderen of daartoe worden overgehaald (lees bijv. The Wallstreet Journal: ‘Google hides news, tricked by fake claims’). Het omgekeerde is ook waar: wetenschappelijk onderzoek kan gemakkelijk door allerlei soorten belanghebbenden misbruikt worden: racisten, complotdenkers, terroristische propagandisten, esoterische bewegingen, kwakzalvers. Kortom: desinformatie en nepclaims over wetenschappelijke feiten alom. 

Even afgezien van Trump’s aanvalsactie op Twitter: zowel links als rechts georiënteerde politici dringen in de VS en Europa aan op wetgeving die met name de sociale media dwingen tot zelfregulatie, om ons te ontdoen van nep- en haatcontent die maatschappelijk ontregelend en kwalijk polariserend uitwerkt. 

Conclusie: Naast de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht is de zgn. vierde macht, de media, vooral een commerciële macht geworden die geen enkele baat heeft bij nog een vijfde macht naast zich: een wetenschappelijk politieke macht. Vooral niet als wetenschappers aantonen hoe weinig zelfkritisch en hoezeer gecommercialiseerd en gepolitiseerd de media zijn. 

Volgende keer: De vijanden van de vrije wetenschap (5): Tech-ondernemers, de grote industrieën en de financiële wereld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *