De vijanden van de vrije wetenschap (3)

Heeft een ‘wetenschappelijke politiek’ een mogelijkheid en een recht van bestaan, dat is de voorliggende vraag. De vraag naar de bestaansmogelijkheid is vooral een praktische, de vraag naar een bestaansrecht een ethische vraag. Of een ‘wetenschappelijke politiek’ mogelijk is, zal van veel factoren afhankelijk zijn, met name van 5 belangrijke factoren die in de weg staan om een nieuwe speler in het politieke veld te worden. 

Om te beginnen, hand in eigen boezem, heeft de zwakke maatschappelijke positie van wetenschap het aan zichzelf te danken. Historisch gezien heeft wetenschap diepe wortels in onze cultuur maar de moderne empirische wetenschap (natuurkunde, chemie en biologie) en zeker de technologie, is piepjong. Misschien 100 jaar (de grens is nogal arbitrair). De moderne ‘harde wetenschap’ maakt gebruik van zware wetenschappelijke methoden (bijv. gerandomiseerd dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek), van geavanceerde wiskundige modellen (bijv. in de kleine deeltjesfysica) en van hightech meetapparatuur (bijv. de elektronenmicroscoop). Ze is nog piepjong. Maar ze is ook in die laatste 100 jaar exponentieel gegroeid en uitgesplitst naar tientallen richtingen en sub-disciplines waarvan de meeste uitlopen in een of andere vorm van technologie: bio-, chemo-, nano-, info-, robo-, agro-, medische technologie, etc.

De vraag is: is de moderne empirische wetenschap en technologie nog te onvolwassen om zich op het eeuwenoude terrein van de politiek te gaan bewegen? Dat was ze naar mijn mening 50 jaar geleden zeker. Maar de explosieve groei aan kennis op alle vitale levensgebieden lijkt inmiddels een steviger grond om op te staan en een betere basis om economisch en politiek handelen mee te legitimeren dan welke fluïde ideologie dan ook. Is het bijvoorbeeld niet opvallend dat in deze tijden van een acute pandemische virusbedreiging men onmiddellijk hard terugvalt op wetenschappers? En dat de door de pandemie veroorzaakte economische chaos en maatschappelijke onrust snel zichtbaar maakte dat ons economisch en politiek bestel hard toe is aan een revisie? De media staan elke dag vol van beschouwingen over de noodzaak van een nieuw politiek/economisch systeem door allerlei soorten deskundologen (inclusief ikzelf bij deze).

Daarnaast heeft de empirische wetenschap zijn zwakke politieke machtspositie ook aan zichzelf te wijten. Want er bestaat zoiets als bullshitwetenschap: slecht, niet gereviewd onderzoek, gedreven door publicatiedrift, waarbij zoveel als mogelijk feiten worden aangedragen om ‘een bevinding’ te bewijzen (verificatie) maar waarbij geen pogingen worden gedaan om tegenfeiten aan te dragen (falsificatie). Of er wordt gesjoemeld met de ruwe onderzoekdata. Of men doet onethisch onderzoek (bijv. een genetisch gemanipuleerde mens in China). Of een techwetenschapper leent zijn naam, titel en foto uit aan de reclame voor een onbewezen werkzaam product. Dat schept een gerechtvaardigd wantrouwen. 

Maar pas op: collega-wetenschappers zien daar doorgaans snel doorheen en gecorrumpeerde, frauderende of plagiaat plegende onderzoekers worden door hun reviewers, en op basis van onderzoeks-, ethische- en gedragscodes meestal snel gecorrigeerd waarna niet zelden wetenschappelijke artikelen moeten worden teruggetrokken (zoals onlangs naar aanleiding van een herhalingsonderzoek op hydroxychloroquine). Empirische wetenschap is door het ingebouwde falsificatieprincipe per definitie zelfkritisch en zelfcorrigerend (maar daarbij nooit ethisch waterdicht natuurlijk).

Nee, de kans is groter dat (wetenschaps-)journalisten bullshitwetenschap op het spoor denken te zijn en uit eigen publicatiezucht voorbijgaan aan wat de betreffende wetenschappers zelf over hun onderzoek zeggen: dat het onderzoek beperkt is, dat de onderzoekspopulatie nog te klein is, dat vervolgonderzoek nodig is, dat men de uitkomsten moet nuanceren, etc. Journalisten houden niet van dat soort nuanceringen, dat is te ingewikkeld, het verkoopt niet. Op die manier kan ook goed maar beperkt vooronderzoek als bullshitonderzoek verkocht worden door bullshitmedia. Nog onlangs paste in Duitsland de politiek redacteur (!) van Bild domweg de tekst van een topviroloog aan en beschadigde daarmee zijn reputatie; het werd gelukkig een journalistiek schandaal.

Verder hebben wetenschappelijk onderzoekers de handen vol aan hun projecten, want het is vaak ‘publish or perish’ binnen de universiteiten (wat ook nog eens aanzet tot al te vroegtijdige publicatiezucht). Ze zijn zelden politiek activistisch en komen ook voort uit een eeuwenoude academische traditie waarin activisme uit den boze was. Ze traden hooguit op individuele basis in de schijnwerpers maar hebben zich nooit als collectief geëmancipeerd uit hun afhankelijke institutionele rol. 

Overigens zijn wetenschappers zich wel degelijk bewust van hun zwakke positie want op 10 Nederlandse universiteiten wordt ‘wetenschapscommunicatie’ gedoceerd, een poging om complexe wetenschappelijke zaken op een voor iedereen begrijpelijke manier uit te leggen, om wetenschap te populariseren en voor jonge mensen aantrekkelijk te maken.

Conclusie: wetenschappers staan niet zelden zichzelf in de weg om zich uit de volstrekt financiële afhankelijkheid van overheden, industrieën en andere geldbronnen te emanciperen naar een meer politiek/economische invloedrijke positie (wat dat betreft doen de technische wetenschappen het beter, maar de afhankelijkheid blijft). En in een kist zit er altijd wel een rotte appel.

Volgende keer: De vijanden van de vrije wetenschap: de media (4)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *