De vijanden van de vrije wetenschap (1)

Niemand zal ontkennen dat de maatschappelijke rol van vooral de empirische wetenschappen (natuurkunde, chemie, biologie) en de daaruit afgeleide toegepaste wetenschappen (technologie), die gegrond zijn op waarneming, ervaring en proefondervindelijk bewijs, dat die rol gigantisch is. In de westerse wereldgeschiedenis zorgden wetenschap en technologie telkens voor de grootse maatschappelijke veranderingen. Zonder Galilei, Gutenberg, Semmelweis, Watt, Darwin, etc. en de hele rij Nobelprijswinnaars sinds 1901, hadden u en ik beslist niet gestaan waar we nu staan.

En toch is wetenschap in het algemeen altijd ondergeschikt geweest aan ‘the powers that be’. Wetenschap heeft op zijn best gezag maar nauwelijks economische en politieke macht. De uitspraak: ´kennis is macht’ gaat voor empirische wetenschappers niet op. Want het is aan de exploitant van hun kennis, aan degenen die in staat zijn om deze ‘aangekochte kennisdragers’ in organisaties onder te brengen, hen aan te sturen, te manipuleren, in positieve en negatieve zin, het is die exploitant die bepaalt of kennis wel/niet in politieke en economische macht wordt omgezet. Het meest bekende en dramatische voorbeeld dat u kent is natuurlijk het Manhattan Project waarbij in 1942 de Amerikaanse overheid kernfysici plus 130.000 werknemers aan het werk zette om de atoombom te maken. (Einstein, Goldblat, Russel en vele andere pacifistische wetenschappers hadden het nakijken). En in deze tijd is het de oorlogsindustrie die met de voortschrijdende hightech kennis en technologie telkens het meest geavanceerde wapentuig bouwt en op de markt brengt. 

De weg van empirisch wetenschappelijke en technologische kennis naar politieke en economische machtsuitoefening loopt meestal via financiële investeerders die innovatieve kennisdragers opsporen, managen en in overheids- en private ondernemingen onderbrengen om vervolgens hun kennisproducten economisch gebruiksklaar te maken. Macht is kennis plus geld plus organisatie.  (M=K+G+O). Je vraagt je af: maar als macht zich te veel klontert bij een kleine groep politiek/economische bestuurders, zou het dan niet veel democratischer zijn als de vergelijking wordt: Gedemocratiseerde macht = Kennisinvesteerders(wetenschappers)+ Geldinvesteerders (geldschieters)+Arbeidsinvesteerders (werknemers) oftewel: GM=KI+GI+AI? Zou welvaart, maar vooral ook welzijn, daar niet veel meer bij gebaat zijn? Ik denk het wel.

Nee, alle wetenschap, van de harde beta- tot en met de zachte alpha- en gammawetenschappen zitten maatschappelijk in een zeer zwakke machtspositie. Universiteiten en wetenschappelijke Researchinstituten zijn volstrekt afhankelijk van het geld dat overheden, industrieën en geldschieters hen wel of niet toebedelen. Individuele wetenschappers die ooit in de ‘grote politiek’ gingen konden daar weinig aan veranderen (Merkel is in de westerse wereld de enige regeringsleider met een bèta-wetenschappelijke opleiding). En ‘the powers that be’ zullen wetenschappers graag in die downpositie houden, geen concurrentie graag. Vooral geen GM=KI+GI+AI.

Wie zijn die ‘powers that be’ (ik noem ze liever de vijanden van de vrije wetenschap)? Wie zijn de exploitanten en broodheren van vooral empirische wetenschappers en technologen die wetenschappers ‘inkopen’ en ze tegelijkertijd muilkorven, aanvallen, chanteren, afluisteren, bestelen, ontslaan, desnoods laten verdwijnen? Men moet ze zoeken met de formule M=K+G+O. Ik noem er vijf: media, tech-ondernemers en grote industrieën (voedsel, farma, etc), overheden, politieke partijen en de internationale geldhandel. Over hun twijfelachtige symbiotische relatie met wetenschappers de volgende keer meer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *