Zeven vette en zeven magere jaren?

Een paar weken geleden dachten we nog een overzichtelijk beeld te kunnen hebben van de oplossingen na het terugdringen van de corona-aanval. Velen zagen juist voordelen; we zouden eindelijk beseffen wat de waardevolle activiteiten (de essentiële beroepen) en waardevolle zaken (onder andere geen eindeloos gereis meer met de low-cost luchtvaartmaatschappijen). We waren er breed van overtuigd zijn dat we onze levenswijze en het milieu zouden verbeteren.

De vriendelijke lijsttrekker van Partij van de Dieren voelde zich eindelijk serieus genomen met de waarschuwing dat het gevaarlijk is om door te gaan met allerlei intensieve dierhouderij. Vaak hoorde je mensen zeggen eindelijk te beseffen hoe mooi het eigen land is en inzien dat we helemaal niet hier en daar heen hoeven te reizen. Ja, we hoorden zelfs ineens hoe mooi de vogels fluiten. Dat hadden we in geen jaren meer zo goed gehoord.

Het familiebelang steeg met stip weer naar boven. Bekende artiesten spraken over hun mooiste optredens ooit, belangeloos op straat voor de balkons van de verpleegtehuizen, ja ja. En, we zouden sterker uit de crisis komen. Was al niet zo vaak gebleken dat in crisistijd de grootste vorderingen worden gemaakt

Drie weken verder beginnen deze inzichten en gevoelens aan kracht te verliezen. Het naleven van de (nieuwe, inmiddels tot een soort gewoonterecht verheven) regels zoals 1,5 m afstand houden, wordt zichtbaar moeilijker. Ondernemend Nederland begint harder te klagen, voelt ook steeds meer dat de 1,5 m economie – alle fraaie vergezichten van het innovatiegilde ten spijt – niet erg aantrekkelijk is, niet om in te werken en zeker niet om goed te verdienen.

Een toenemend aantal deskundigen voorziet een waarschijnlijke tweede coronagolf en de noodzaak om blijvend met een aantal beperkingen te werken en leven. De wielerwereld denkt nog wel de Tour de France in september te kunnen organiseren, maar geen hond die daar nog in gelooft.

Kortom, drie weken later zijn we met beide benen weer dichter bij de grond gekomen. En die grond is in rap tempo – een week of zes, zeven, verslechterd. Het tempo doet schrikken. Hoe kunnen die vele succesvolle bedrijven in dit zo welvarende land, na al die jaren van optimistische groei zo snel naar de afgrond glijden? Hebben we alleen geleefd en uitgegeven alsof er alleen zeven vette jaren zijn. Wat als de oude wijsheid van zeven magere jaren uit zou komen? De overheden hebben nog wel voor een jaar misschien, maar dan is het ook op.

We gaan een spannende tijd tegemoet. De meeste landen zijn weer ‘aan het opstarten’. Het aantal coronabesmettingen en -slachtoffers is immers in een dalende lijn. Een hoopvol begin.

Maar wat doen we als die tweede golf er aan komt? Gaat ieder land dat weer zelf bepalen? Weet Merkel Europa in beweging te krijgen? Biedt het Europese herstelfonds dan nog een beetje redding voor onze favoriete Zuid-Europese vakantielanden? Kan minister van Engelshoven van het kabinet Rutte dan weer met emotionele stem uitleggen dat ze met succes heeft gevochten voor opnieuw 300 mln euro voor de cultuursector?

Maar goed dat is een vraag voor het najaar. Laten we nu maar eens kijken hoe we er over weer drie weken bij staan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *