Na de Corona-crisis: Rechten en Rechtspraak

Iedereen lijdt op dit moment op de een of andere manier grote financiële schade. Burgers (al dan niet al werkloos), Bedrijven en andere Instellingen. Van niet terug betaalde vliegtickets en vakantiereizen tot niet-betaalde facturen, niet nagekomen contractverplichtingen en lege theaterzalen.

In onze Westerse rechten- en contractencultuur kunnen we op enige termijn een hausse aan juridische procedures verwachten met kleine tot zeer omvangrijk claims tot schadevergoeding. Veel werk voor advocaten dus. De Rechtspraak in Nederland, ook al slachtoffer van jarenlange bezuinigingen en mislukte reorganisaties, zal die stroom niet aankunnen. Dus je moet hopen dat burgers en bedrijven zich enigszins zullen temperen.

De burger moet wellicht weer leren dat na een ramp schade onvermijdelijk is en ‘zijn of haar rechten’ minder betekenis hebben. Het is immers de samenleving die zijn of haar rechten moet garanderen, net als de zorg voor zijn gezondheid. Het is de samenleving die een tijdlang niet meer in staat zal zijn om al die rechten voldoende te garanderen.

Bedrijven kunnen wellicht overwegen dat de samenleving op allerlei manieren gratis de infrastructuur verschaft waarbinnen zij kunnen opereren. Waarbinnen zij winst kunnen maken, maar ook verliezen en schade kunnen lijden, zeker in tijden van nood.

We moeten zeker oppassen om achteraf bedrijven te compenseren voor omvangrijke claims die in feite de kapitaalbezitters compenseren. Dan zouden we net als na de financiële crises in 2008 in feite opnieuw de vermogensbezitters bij schadevergoeding weer voorrang geven op burgers met alleen maar een inkomen uit werk. Burgers die in de toekomst wel via belastingheffing de enorme bedragen die deze crisis vergt zullen moeten opbrengen via de terugbetalingen van staatsleningen.

Net als bij de medische Intensive Care zouden politiek en de rechtbanken nu al na moeten denken over prioriteitsstelling. Je zou burgers voorrang kunnen geven op bedrijven. Je zou kleinere claims (tot 1000 euro bijvoorbeeld) lagere prioriteit bij behandeling kunnen geven, ook die van de overheid zelf zoals verkeersboetes. Je zou claims tegen de overheid en claims van grote multinationals helemaal achter aan de rij kunnen plaatsen. Het zijn maar wat suggesties, maar er moet over nagedacht worden. Een tijdige uitspraak van de Hoge Raad over schade door overmacht tijdens een wereldwijde pandemie zou hierbij een enorme steun kunnen zijn.

De overheid tenslotte zou een moratorium in kunnen stellen op incassoprocedures die niet via de Rechter lopen van vorderingen na 1 maart 2020. Want anders zullen de commerciële incassobureaus de eerste bedrijven zijn die weer volop aan het werk kunnen en zullen groeien als kool.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *