Het geluksgevoel in tijden van corona

Het laatste decennium heeft wereldwijd het wetenschappelijk onderzoek naar ons geluksgevoel veel belangstelling gekregen, niet in de laatste plaats omdat het besef bij nationale en regionale overheden doordringt dat men beter op geluk kan sturen dan op materiële welvaart.

Geluksonderzoek is ingewikkeld omdat bij het meten ervan vele factoren een rol blijken te spelen: je genetische predispositie, je opvoeding (warm/koud nest), je persoonlijkheid (extravert optimisme/ neurotisch pessimisme), je leeftijd (junior/senior), je gender, je gezondheid (tijdelijk/chronische ziekte), je sociale inbedding (hechte banden/geïsoleerdheid), je werk (nuttig/geen), je beliefsystem (religie/seculier), je inkomensniveau (arm/rijk), omgevingsfactoren (stedelijk/plattelands wonen). En een kortstondige dagelijkse geluksemotie is iets anders dan een langdurig algemeen gevoel van tevredenheid met je leven. (In Nederland doet oa. The Erasmus Happiness Economics Research Organisation onderzoek, beslist aardig om eens te Googelen als je van ingewikkelde research houdt).

Wereldwijd zijn de geluksprofessors het wel aardig eens welke factoren vooral een belangrijke, primaire bijdrage leveren aan ‘het algemene geluksgevoel’: 

  1. de persoonlijkheidsfactor (40/50%) die samenhangt met het optimisme dat je zelf invloed kunt uitoefenen op datgene wat je unhappy maakt; 
  2. het hebben van een informeel, hecht, emotioneel intiem netwerk van vrienden en familie;
  3. de geneigdheid een ander te helpen cq. gelukkig te maken. 

En nu naar de coronacrisis. 

Ad 1) Je kunt zelf geen invloed uitoefenen op het bestaan het coronavirus. Hooguit op een passieve manier controle krijgen op het beloop van het virus door de adviezen van wetenschappers en politieke beleidsmakers op te volgen. Je hebt daarbij niet het gevoel je leven zelf te kunnen aansturen, je moet ‘gehoorzamen’. Dat houden we wel even vol, want we zijn geschrokken, ongerust en in de war. Maar na enige tijd, als de schrik weer wat bekomen is, komt het ‘ik’ weer boven water en dat wil geen stuur van buitenaf, dat wil de grip op zijn eigen bestaan (lees geluksbeleving) terug, en dat moet iedereen dan maar voor zichzelf doen. Zo waren we het toch gewend (althans in westerse samenlevingen)? 

Ad 2) De coronamaatregelen houden ons weg bij het geluksgevoel dat we ontlenen aan hechte vriendschaps/familiale contacten. We kunnen bellen, appen, mailen en skypen wat we willen, maar dat is beslist niet the real thing. Het echte fysiek menselijke, huidhongerige zintuigcontact is wat de sociale media bij lange na niet kunnen bieden. Als je een watersnood-, orkaan-, of aardbevingsramp hebt kruipt iedereen tegen elkaar aan, huilend, troostend, lijfelijk elkaar helpend, maar met zo’n virusramp kan dat nou juist niet. Weg geluksgevoel.

Ad 3) Een ander happy maken, dat gaat nog wel een beetje maar met al die zelfopgelegde vrijheidsbeperking beslist niet zoals we dat gewend waren: vrijwilligerswerk, mantelzorg, klusjes doen voor een ander, iemand uit eten nemen, een bezoekje afleggen, opa/oma kinderoppas, het gaat niet of nauwelijks. Weg geluksgevoel. Dan maar jezelf happy maken door jezelf te verwennen? Nou, daarvan weten we dat dat niet of maar heel kortstondig werkt. Altruïsme en de dankbaarheid daarvoor, dat werkt in op het duurzame geluksgevoel, dat weten we ook.

Kortom, het virus is niet alleen een directe aanval op je gezondheid maar een indirecte, trefzekere aanval op ons primaire geluksgevoel. Vanuit het streven naar dat primaire geluksgevoel is die protestneiging tegen de coronamaatregelen dus goed te begrijpen. Maar de vraag is of je het geluksgevoel weer snel terugkrijgt als je de coronamaatregelen (te snel) weer loslaat. Ik denk het niet. Ik ben voor een zeer voorzichtige aanpak omdat er voor het eerst in de menselijke geschiedenis een pandemie is van ongekende omvang en impact en we dus de besturing ervan van alle kanten heel grondig moeten bestuderen. Want deze crisis is zeer waarschijnlijk de generale repetitie voor wat ons in de toekomst nog te wachten staat. 

En bovendien: is het nou zo moeilijk om es een tijdje niet op een terrasje te zitten? Om es een seizoen niet met vakantie of naar een festival te gaan? Om es een tijdje niet naar de kroeg, museum of bios te gaan? Om es een tijdje met ongepunt haar, ongevijlde nagels en zonder een nieuw zomerjurkje te rond te lopen? Om te gaan hardlopen of fietsen in plaats van naar de sportschool te moeten? Om eens niet midden op het pad van de supermarkt met je buurvrouw te gaan staan kletsen? Zijn we inmiddels zo verwend…?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *