Gerard Reve in tijden van corona

Omdat ik die man zo mis bel ik Gerard Reve maar eens op in het dementen verpleeghuis. Hij moet zich toch ook erg eenzaam voelen in deze dagen, zeker nu men hem haast alweer vergeten lijkt te zijn.

Gerard: Hallo, met de volksschrijver Reve, u weet wel.

Chris: Hallo Gerard, met Chris, wat fijn je te horen, we missen je erg. Hoe gaat het met je daaroo?

Gerard: Ik wil dood, verder alles prima!

C: Haha! Maar ik kan me zo voorstellen dat het in deze coronatijden wel een erg saai leven is in het tehuis, heb je wel genoeg te doen?

G: Nou ja, je hebt hier toch wel veel vrijheid in het gesticht hoor. Ik zeg maar zo: Je mag alles ter wereld doen, als je maar worstelt.

C: Oh gelukkig, dus als jij de dag sluit is die toch nog wel redelijk gevuld geweest?

G: Nou, zo is het nou ook weer niet helemaal hoor, want de dag sluit ik nooit. Want als ik de dag sluit gaat hij nooit meer open.

C: Ok, dus je wilt toch ook weer niet helemaal dood begrijp ik? 

G: Ach, ik denk maar zo, je gaat dood of je blijft leven, je zit altijd goed.

C: Dus ik neem aan dat je in deze stille dagen toch ook wel veel troost aan je geloof hebt?

G: Ja, dat is een Godsgenadige weelde die ik heb. Ja, mijn geloof is een prachtig geloof, helemaal niet duur ook, en bedoelt voor alle mensen, te land, ter zee en in de lucht!

C: Ha, God is voor jou gelukkig een troost, God is niet dood!

G: Nee, beslist niet. God is niet dood. God heeft de kanker. Dat wel natuurlijk. Maar de pers en de autoriteiten werken samen om het zolang mogelijk geheim te houden.

C: Hoe bedoel je dat?

G: Nou ja, God wordt zo langzamerhand ook een dagje ouder. En omdat ie ook een mens is, die de eeuwigheid niet heeft, net als hare majesteit de koningin overigens, moet hij er vroeg of laat ook danig aan geloven. Daar ben ik wel eens compleet beroerd van, omdat ik zulk een verschrikkelijk medelijden met hem heb. 

C: Zeg, en naast God’s troost, heb je wat vrienden in het tehuis?

G: Ja, die had ik hier wel, maar er sterven veel mensen de laatste tijd. Je kunt wel opbellen en schrijven naar de autoriteiten, maar wat kunnen die er aan doen?

C: Niet alleen blijven zitten hoor Gerard!

G: Ja, dat is hier wel moeilijk hoor, met al die zieke mensen hier. Kijk, een zieke vriend kan ik overal krijgen. 

C: Blijven proberen hoor!

G: Ja, ik heb gister nog een briefje in de hal opgeplakt, met een aantrekkelijke tekst: Fijne troostvriend gezocht, klein gebrek geen bezwaar! 

C: Zeg, nog eens wat, dragen de zusters bij jou ook mondkapjes?

G: Ja, allemaal. Maar zoals het een goed Katholiek betaamt sjoemelen ze met de regels van het wereldlijk en wettelijk gezag. Zuster Immaculata, je weet wel, die elke dag mijn billen wast, naar genoegen moet ik zeggen, dat wel, zet haar mondkapje altijd af als ze mij ‘s ochtends uit mijn halfslaap wakker kust. Wat een ware liefde nietwaar? Wat dat betreft is het Katholicisme een debiel geloof, dat er natuurlijk ook moet zijn. 

C: Mooi dat ze tenminste genoeg mondkapjes hebben om jullie te beschermen.

G: Ja, en omgekeerd, want ze zet ook wel eens een mondkapje op mijn mond. Ik denk dat dat voor straf is want ze zegt dat ik soms wel eens erg zondige en tevens erg ontuchtige taal kan uitslaan. Over beeldige rooms-katholieke zeeverkenners denk ik. Want zelf weet ik dat niet meer omdat ik niet geheel goed bij mijn hoofd ben. Maar ja, bestaan er mensen die dat wel zijn? Nou ja, dan geef ik maar aan haar toe, aan zo’n muilkorf, want het lijdt geen twijfel dat ik zeer slecht ben.

C: Je komt natuurlijk niet buiten hè? Dat is wel erg jammer want ik weet dat je erg van de natuur houdt.

G: Nou heel soms wel, in de binnentuin rondjes draaien, maar niet bij slecht weder hoor. Wat dat betreft zou ik wel eens een autoritje willen maken. Want in de auto is het altijd mooi weer.

C: Nou, als je weer bezoek mag, wil ik je best een middagje rondrijden hoor.

G: Dat is erg aardig van je, doen we, geweldig. Soms kan ik het leven nog steeds geweldig vinden. En dan straks nog het eeuwige leven in de hemel. Ik denkt wel eens, waar hebben we het allemaal aan verdiend?

C: En Gerard, ter afsluiting, vind je het goed dat ik ons gesprekje opschrijf, ook mooi voor je fans?

G: Ja natuurlijk, want je hoopt natuurlijk dat mijn prachtige wereldboeken in deze tijd nog steeds gelezen worden, bewonderd en verslonden, door oud en jong, arm en rijk. Ja, schrijf het maar op, want als je het opschrijft heb je het gelijk op papier.

C: Dag Gerard, fijn je even gesproken te hebben, tot betere tijden en…..hou vol!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *